Maria Emeninta: ‘Bedrijven zijn nogal gesteld op hun reputatie’

Maria Emeninta reisde met het ACV, Wereldsolidariteit en de Schone Kleren Campagne naar de Internationale Arbeidsconferentie. Zij is bij de Indonesische vakbond KSBSI verantwoordelijk voor de werking naar multinationale ondernemingen. 

  • De Indonesische vakbondsvrouw Maria Emeninta in gesprek met Bart Verstraeten van Wereldsolidariteit

Bart Verstraeten, politiek secretaris van Wereldsolidariteit, sprak met Maria over de vakbondswerking in Azië, hun werkwijze en de reputatie van de bedrijven daar.

Wat houdt die werking precies in?

Maria Emeninta: In 2012 hebben we besloten een vakbondswerking uit te bouwen in een aantal multinationals in Indonesië. Veel van die ondernemingen zijn echter ook actief in andere Aziatische landen. Sinds 2014 zijn we begonnen aan de uitbouw van een netwerk in Azië rond multinationale ondernemingen. De bedoeling van ons netwerk, dat door het ACV wordt ondersteund, is om in een aantal bedrijven syndicale kernen te organiseren en vervolgens samenwerking en netwerking tussen hen op te zetten over de grenzen heen. Op die manier willen we meer vat krijgen op die bedrijven, met hen in dialoog gaan over de arbeidsvoorwaarden in hun keten en specifieke arbeidsconflicten oplossen.

Dat klinkt veelbelovend, maar zal wel veel inspanningen vergen?

Maria Emeninta: Absoluut, maar we zijn optimistisch. We gaan stap voor stap, want we moeten goede contacten uitbouwen met de verschillende vakbonden in Azië. We gaan sowieso proberen te focussen op een aantal bedrijven, want we moeten keuzes maken. Momenteel zijn we een de grote spelers in de regio in kaart aan het brengen. Dat doen we samen met de vakbonden uit Cambodia, de Filippijnen, India, Nepal en Vietnam. Op basis daarvan kunnen we gerichte keuzes maken.

Hoe kijk jij naar deze algemene discussie bij de IAO?

Maria Emeninta: Deze discussie was eind april 2016 grondig voorbereid tijdens een internationaal seminarie in Jakarta, georganiseerd door KSBSI, ACV, Wereldsolidariteit, de Baskisch vakbond ELA en het Internationaal Vakverbond. Samen met onze partners hebben we strategisch nagedacht over wat we hier naar voren zouden moeten schuiven. In ons Outcome Document hebben we onze belangrijkste eisen op een rijtje gezet. Dat is de basis van ons lobbywerk hier.

Waar zet jij specifiek op in met je lobbywerk?

Arbeidsinspectie komt op de eerste plaats, maar ook transparantie is erg belangrijk

Maria Emeninta: Arbeidsinspectie komt op de eerste plaats, want er bestaan al heel wat goede IAO-normen, die omgezet werden in degelijke nationale wetgeving. Maar wat heb je daaraan als de overheid nalaat om de naleving daarvan grondig te inspecteren? Daarnaast is transparantie erg belangrijk voor ons. Bedrijven moeten verplicht worden om de lijsten van hun toeleveranciers en onderaannemers vrij te geven, evenals hun contracten met hen. Want die contracten bepalen in grote mate de arbeidsdruk in de rest van de keten. Tenslotte is er ook nood aan één duidelijke globale norm inzake bedrijven en mensenrechten. Vandaag zijn er verschillende instrumenten, en in de ideale wereld gaan we naar één instrument dat voor iedereen geldt.

Een nieuwe IAO-conventie dus?

Maria Emeninta: Dat is inderdaad het streefdoel van de werknemersgroep. Maar we hebben snel ingezien dat de werkgevers niet meewillen. Dus is het zoeken naar een compromis, samen met de overheden die het idee van een nieuwe IAO-norm wel genegen zijn. Daarover zijn we nu al dagen bezig, om maar te zeggen dat dit een erg langzaam proces is.

Als een nieuwe IAO-norm niet voor morgen is, zie je dan goede alternatieven?

Maria Emeninta: Ja, wij ijveren voor meer bindende akkoorden tussen vakbonden, multinationals en hun leveranciers. Dit soort bindende akkoorden zijn redelijk nieuw. Het “Protocol inzake Vrijheid van Vereniging” werd ondertekend in juni 2011 in Indonesië en het Bangladesh-akkoord inzake brandveiligheid en veiligheid van gebouwen dateert van mei 2013.

Wat is er zo vernieuwend aan die akkoorden?

Maria Emeninta: Ten eerste worden ze onderhandeld door de lokale vakbonden (en hun internationale federaties, de Global Unions) en meerdere multinationale ondernemingen. Dat maakt dat die grote bedrijven rechtstreekse verantwoordelijkheid opnemen voor de werkomstandigheden in hun toeleveringsketen. Zij moeten dus met hun toeleveranciers samenwerken om de engagementen in die akkoorden waar te maken. Ten tweede zijn die akkoorden bindend. Als de bedrijven hun engagementen niet nakomen, kunnen we een gerechtelijke procedure beginnen tegen hen. Dat geeft ons een serieuze stok achter de deur om hen onder druk te zetten.

Is er voldoende draagvlak voor dit soort akkoorden?

De bedrijfswereld beseft dat een aantal zaken structureel moeten veranderen

Maria Emeninta: Jaren geleden zeker niet. Maar er is een groeiend bewustzijn in de bedrijfswereld dat een aantal zaken structureel moeten veranderen. Bedrijven zijn nogal gesteld op hun reputatie en willen niet met de regelmaat van een klok in de media komen met alweer een tragisch ongeval bij hun toeleveranciers. Hier in Genève hebben we dan ook gepleit om een referentie op te nemen naar dit soort akkoorden in de eindconclusies. Want het Indonesische Protocol en het Bangladesh-akkoord zijn mooie voorbeelden die inspirerend kunnen werken.

Je maakt in deze Commissie ook deel uit van het “Bureau”. Wat houdt dat in?

Maria Emeninta: In elke Commissie stelt de werknemersgroep een Bureau aan, dat de link legt tussen onze Voorzitster en de rest van de groep. In het Bureau zitten twee vertegenwoordigers per regio. Samen met mijn collega van de Japanse vakbond RENGO consulteren wij de collega’s uit Azië en wij geven hun aandachtspunten door aan de Voorzitster. Wanneer wij door haar gebrieft worden over de onderhandelingen, spelen wij dat door naar onze collega’s uit Azië.

Levert dat iets op?

Maria Emeninta: Ja hoor. Op een gegeven moment moesten we er zicht op krijgen op hoe overheden staan tegenover nieuwe IAO-normen voor de toeleveringsketen. Dan hebben we het werk verdeeld, en zijn verschillende van ons gaan praten met de vertegenwoordigers van China, Japan, Vietnam en Nepal.

En?

Maria Emeninta: Geen van hen spreekt zich vandaag openlijk uit over een nieuwe IAO-norm. Maar omdat ze de nood aan nieuwe regulering wel inzien, hebben ze aangegeven dat we misschien moeten gaan voor een tripartiete meeting van experts. Die moet dan bekijken of het huidige arsenaal aan IAO-normen volstaat om de uitdagingen in de toeleveringsketen aan te pakken. Indien niet, kan die een voorstel doen voor een herziening van bestaande normen of de uitwerking van een nieuwe norm. Ik hoop van harte dat dit strijdpunt ook in de finale conclusies van de Conferentie terechtkomt.

Bart Verstraeten

Wie graag het Indonesische Protocol inzake Vrijheid van Vereniging eens naleest, kan hier terecht op de website van Oxfam of op die van ITUC (The International Trade Union Confederation).

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo