Martua Raja Siregar: “Onze eis voor leefbare lonen is eigenlijk heel redelijk”

“We praten maar de hele tijd over het minimumloon, terwijl zoveel anderen met de volle pot gaan lopen. Wanneer krijgen werknemers een eerlijk deel van de koek?”. Martua Raja Siregar, vakbondsman uit Indonesië, is aan het woord op de Internationale Arbeidsconferentie in Genève.

  • Martua Raja Sirega (rechts op de foto) is penningmeester van GARTEKS, de een textielvakbond in Indonesië
  • De grafische voorstelling van de productiekost van een T-shirt, gemaakt in India, is afkomstig van de Fair Wear Foundation (FWF). In 2014 voerde Wereldsolidariteit, samen met LBC-NVK en ACV , een succesvolle campagne om Belgische kledingbedrijven te laten aansluiten bij de FWF. Zowel Bel&Bo als JBC werden lid als gevolg van de campagne.

Bart Verstraeten, politiek secretaris van Wereldsolidariteit, kon Martua Raja Siregar strikken voor een interview over leefbare minimumlonen. Een brandend actueel thema, dat ook dit jaar tijdens de Conferentie op tafel ligt, tijdens de algemene discussie over waardig werk in de mondiale toeleveringsketens. Martua Raja Siregar is penningmeester van GARTEKS, de textielcentrale die is aangesloten bij de Indonesische vakbond KSBSI.

Praten jullie in Indonesië over minimumlonen of over leefbare lonen?

Martua Raja Siregar: De bestaande regelgeving heeft het over minimumlonen, maar bij KSBSI ijveren wij wel degelijk voor leefbare lonen. Dit zijn lonen waarmee mensen waardig kunnen leven. Dat betekent dat je niet enkel moet kunnen voorzien in je meest essentiële behoeftes, maar daarnaast ook nog iets overhoudt voor kleine extra’s. De textielsector is heel arbeidsintensief. Onze leden werken hard en willen dus ook behoorlijk verdienen. Daarom zet KSBSI hard in op de loononderhandelingen.

Hoe gaat KSBSI daarbij te werk?

Martua Raja Siregar: Wij vragen onze leden om een vragenlijst in te vullen. Zo krijgen we een zicht op de uitgaven van onze leden en dus op hun levenskost. Dat doen we ongeveer drie keer per jaar, om ook rekening te kunnen houden met de stijgende prijzen, vooral van basisproducten. Op basis van dat studiewerk, leggen we ons streefdoel vast en daarmee trekken we naar de onderhandelingstafel.

Hoe verlopen die onderhandelingen?

Martua Raja Siregar: Tot voor kort werden minimumlonen tripartiet onderhandeld tussen werkgevers, vakbonden en de overheid. Omdat Indonesië nooit een nationaal minimumloon heeft ingevoerd, werd dat jaarlijks gedaan op het niveau van de provincies of de districten. Op dat niveau bestaan de zogeheten “Wage Councils” (Looncommissies).  Die geven advies en op die basis neemt de gouverneur of de burgemeester dan een finale beslissing. De laatste jaren verhoogden we de druk op de looncommissies en de beleidsverantwoordelijken door de straat op te trekken in de periode van de onderhandelingen. En met succes, want in de laatste jaren zijn de minimumlonen er stevig op vooruit gegaan. In 2014 stegen de minimumlonen met 22% en in 2015 nogmaals met 16%.

Mooie resultaten!

Martua Raja Siregar: Ja, dat lijkt zo, maar toch zijn er een aantal kanttekeningen. Eerst en vooral kwamen we van heel ver, mensen verdienden tot voor kort echt armoedige lonen. Ten tweede laten hun huidige lonen hen meestal wel toe om ongeveer rond te komen. Maar zoals gezegd, dat is dus nog niet leefbaar, geen ruimte voor iets extra. Als we tenslotte even kijken naar de loonkost als onderdeel van de totale productieprijs van pakweg een T-shirt, dan begrijp je meteen dat onze eis voor leefbare lonen eigenlijk heel redelijk is. Het onderdeel loon in de prijsopbouw van een T-shirt is minder dan 1% (zie foto bovenaan).

Wat zijn de volgende stappen in jullie strijd voor leefbare lonen?

Martua Raja Siregar: Zoals ik al aangaf is de regelgeving voor minimumlonen onlangs veranderd. Volgens een nieuw Presidentieel Decreet (N°78) krijgen gouverneurs (en burgemeesters) vanaf dit jaar de volle politieke verantwoordelijkheid om de minimumlonen vast te leggen, op basis van een wiskundige formule. Zij moeten daarbij het advies van de Looncommissies niet meer inwinnen.

Daarmee worden de sociale partners de facto buitenspel gezet?

Martua Raja Siregar: Inderdaad. Volgens de nieuwe formule worden de minimumlonen simpelweg aangepast door de inflatie en de economische groeicijfers mee in rekening te brengen. Op zich logisch, maar lang niet voldoende. Onze vragenlijsten waren namelijk bedoeld om rekening te houden met alle noden van onze mensen. Die laten zich niet enkel vatten in wiskundige formules. Zo wordt geen rekening gehouden met de productiviteit van de werknemers. Bovendien zal de lijst van items die in rekening mag gebracht worden voor de berekening van de levenskost pas om de vijf jaar aangepast mogen worden. Ook dat is wraakroepend, want de prijzen voor vele producten stijgen constant.

Wat gaan jullie hieraan doen?

Martua Raja Siregar: Specifiek voor de textielsector stond onze vakbond GARTEKS, samen met andere textielbonden, mee aan de wieg van het “Protocol inzake Vrijheid van Vereniging”. Dat werd na lange onderhandelingen eindelijk afgesloten in 2011. Dit is een baanbrekend akkoord waarin grote Westerse sportmerken zoals Adidas en Nike mee hun verantwoordelijkheid nemen voor de werkomstandigheden in hun toeleveringsketen. Dat Protocol zorgde ervoor dat vele leveranciers van die grote merken eindelijk een vakbond toelieten op de werkvloer en overgingen tot collectieve onderhandelingen. Nu ijveren GARTEKS en de andere vakbonden voor een tweede Protocol, dat over leefbare lonen zou moeten gaan. Daarin willen we de sportmerken mee dwingen om ervoor te zorgen dat hun leveranciers leefbare lonen betalen. Zij zullen dus hun aankooppraktijken moeten aanpassen, want die leggen een enorme neerwaartse druk op de arbeidsvoorwaarden in de productielanden. Als de loonkost voor een T-shirt gemiddeld minder dan 1% bedraagt in de totale productieprijs, dan lijkt me dat ook niet meer dan normaal, niet? Maar de sportmerken houden voorlopig de boot af.

Al deze ervaringen brengt Raja mee naar Genève, waar hij samen met ACV, Wereldsolidariteit en de Schone Kleren Campagne de algemene discussie over waardig werk in de toeleveringsketen volgt. Over zijn deelname is Raja positief, omdat hij nu eindelijk het onderhandelingsproces op niveau van de IAO beter leert kennen.

Bart Verstraeten

Bekijk en beluister zeker ook het interview met Eduard Parsaulian Marpaung, deputy-President (KSBSI).

Op deze website vind je meer informatie over de minimumlonen in Indonesië

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo