Toeristische megaprojecten, een zegen of een vloek

Costa Rica wordt naar de buitenwereld toe voorgesteld als de natuurbestemming bij uitstek omwille van zijn hoge biodiversiteit en uitstekende toeristische infrastructuur. Dit is grotendeels correct.
Costa Rica heeft het grootste deel van zijn natuurlijke rijkdommen beschermd in de vorm van Nationale Parken en reservaten en qua toeristische voorzieningen is er voor elk wat wils. Op de nationale zenders worden er continu  mooie informatieve spots vertoond ter bevordering van het natuurbehoud in het land ( te zien op www.preserveplanet .org), elk jaar worden grootscheepse herbebossingscampagnes opgezet ( A que sembras un arbol!) als bijdrage aan de reactie op de klimaatsveranderingen, enz.
Maar hoe groot is de impact van projecten voor het aantrekken van toeristen op de natuur en de mensen die er leven?!?
Toeristische megaprojecten… enkele jaren geleden was er in Costa Rica een discussie aan de gang omtrent de bouw van een toeristisch megaproject aan de kust (Esparza). Naast reusachtige hotelketens ging het om de bouw van havens aantrekkelijk voor cruiseschepen, luxueuze golfterreinen, het in beslag nemen van enkele publieke eilanden voor de kust (=privatisering) enz. De lokale bevolking en verschillende ecologische verenigingen verzetten zich hevig tegen deze plannen uit angst voor de teloorgang van de waardevolle ecosystemen zoals uitgestrekte mangroven en kustwouden. Grote buitenlandse investeerders houden geen rekening met  de lokale bevolking en hun leefomgeving en daarbovenop gaan de grote winsten ook direct weer het land uit zonder ten behoeve te komen van de lokale bevolking. Wetten worden aangepast om de door de politiek invloedrijke investeerders gewenste veranderingen mogelijk te maken, bevolkingsgroepen worden beetje bij beetje verdreven van hun woonplaats waardoor ze ook veelal ook afstand moeten doen van hun traditionele levenswijze, in dit geval hoofdzakelijk de visvangst.
Een vergelijkbare situatie doet zich nu opnieuw voor, dit keer in de centrale vallei van Costa Rica, rond de vulkaan Barva (Heredia) voor de bouw van alweer een toeristisch megaproject. De grote uniforme hotels met hun zwembaden, golfterreinen en al hun bijkomende voorzieningen zouden gebouwd worden in een regio (Braulio Carillo) die van groot belang is voor de watervoorziening van een groot deel van de lokale bevolking. Als de bouw doorgaat zou, naast de verwoesting van een prachtig natuurgebied, het overgrote deel van de watervoorraad worden opgeslorpt door het megaproject, hoofdzakelijk om de reusachtige zwembaden te vullen en om de rijke toeristen zich zoveel mogelijk ‘thuis’ te laten voelen (lees: dat ze hun verspillende levensstijl onbezorgd kunnen verderzetten). Het project wordt mede gepromoveerd door een neef van de huidige president Arias (lees: politieke invloed uitgeoefend door de investeerders).
Het probleem bij zulke situaties is dat er veel pros en contras zijn. De argumenten ‘pro’ zijn meestal de kortetermijnvoordelen voor de economie en de winsten voor de investeerders, terwijl de tegenargumenten vooral nadelen van lange termijn zijn en in het nadeel van de lokale bevolking. De megaprojeten verschaffen inderdaad veel werk aan een groot aantal mensen maar dit enkel in de constructiefase. Winsten die voortkomen uit deze toeristesche luxeoorden belanden grotendeels in de zakken van enkele rijke (grotendeels buitenlandse) investeerders. Het gebied dat opgeofferd zou worden voor dit megaproject voorziet naar schatting 2 mijoen mensen uit de Centrale Vallei van drinkwater en werd reeds in 1998 in een officieel decreet bestempeld als ‘van onschatbare rijkdom’.
Het doet me allemaal sterk terugdenken aan de wantoestanden die plaatsvonden direct na de verwoestende megatsoenami enkele jaren terug, waarbij grote delen van de verwoeste kustgebieden werden afgesloten voor de lokale bevolking die er al hun hele leven woonden en overleefden van de visvangst. In achterkamertjes werden er onder invloed van (buitenlandse) vrijemarkteconomen wetten veranderd om de gebieden open te stellen voor buitenlandse investeerders en hun plannen om grote toeristische luxeoorden op te bouwen. Veel van de buitenlandse finaciele hulp die bestemd was voor de wederopbouw is toen zelfs ‘verdwenen’ en werd uiteindelijk gebruikt bij de grootschalige commerciele wederopbouw van de getroffen kustzones. De mensen die er altijd hadden gewoond en plots hun traditionele levenswijze niet meer konden voortzetten werden gedwongen om ergens anders heen te gaan en velen van hen eindigden in sloppenwijken van grote steden tevergeefs op zoek naar een andere manier van overleven. (Naomi Klein wijdt in haar boek ‘De schockdoctrine’ een verhelderend hoofdstuk aan deze gebeurtenissen).
Veel landen zijn voor een groot deel van hun inkomsten afhankelijk van de toeristische industrie, maar de weg naar een verantwoord ‘eco’-toerisme met respect en voordelen voor de lokale bevolking is er een mat vele obstakels en buitenlandse valkuilen. terwijl er in Csta Rica talrijke waardevolle reservaten zijn wordt de rest van het land beetje bij beetje ontbost. Er zijn schattingen dat er jaarlijks meer bomen worden gekapt dan dat er met de jaarlijkse campagnes van ‘A que sembras un arbol’ worden bijgeplant. Dit zal uiteidelijk resulteren in een versnipperde mozaik van geisoleerde reservaten die langzaamaan hun natuurlijke rijkdom zullen verliezen omdat er geen uitwisseling en doorstroom van flora en fauna meer mogelijk is.  En ondertussen worden er her en der toeristische megaprojecten gebouwd die de natuur verwoesten en de lokale bevolking benadelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift