Hoe zou het nog zijn in ‘Au Bon Voyageur’?

Tien dagen heb ik deze keer in Burundi. Dat is hopeloos te kort maar ik had het voor geen geld ter wereld willen missen. Ik heb het ongelooflijk naar mijn zin op mijn ietwat buitengewone vakantiebestemming. Het is goed om heel even te kunnen polsen naar wat wel en niet veranderd is, om met zoveel open armen te worden ontvangen en om met diepe halen Afrikaanse lucht en levenslessen in te ademen.

Terwijl ik me in Brussel naar de allerlaatste gate in de verste terminal haast, voel ik dat de zenuwen het van me overnemen. Nog acht uur ben ik verwijderd van de plek waar ik vorig jaar vier maanden het beste van mezelf heb gegeven. In het Centre Artisanal de Musaga, in een buitenwijk van Bujumbura, heb ik samen met tien vrouwen een restaurantje opgezet, ‘Au Bon Voyageur’. Ik weet dat het restaurant er nog is want ik bel regelmatig met de vrouwen maar ik ben heel benieuwd naar hoe het er vandaag precies uit ziet. 

Tu as grossi!

De zenuwen smelten weg met de zwoele geur van Bujumbura in mijn neus als ik uit het vliegtuig stap. Julienne, de directrice van het Centre Artisanal, en twee vrouwen van het restaurant wachten me op. Het is heerlijk om hen terug te zien. Zo vertrouwd, alsof ik nooit ben weggeweest. ‘Mini, tu as grossi!’  Ik weet dat het hier het mooiste compliment is dat je kan krijgen maar op zo’n moment zou ik toch altijd een weegschaal in de buurt willen, om me ervan te vergewissen dat het niet waar is.

Ik logeer in de wijk Gatoke bij vrienden en ook dat is een zalige thuiskomst. Hier ben ik eindelijk terug, voor tien dagen genieten van al dat goeds dat Burundi te bieden heeft: zon en warmte, prachtige groene heuvels, de koele wind ’s middags op het strand van Lac Tanganyika, sappig fruit, geurige geitenbrochettes, vroege ochtenden vol kwetterende vogels en lome avonden… Hier ben ik ook terug om te voelen hoe het gaat met een land vol uitdagingen en met de mensen die ik in mijn hart gesloten heb.

Vinger aan de pols 

In het Centre Artisanal de Musaga gaat alles zijn gangetje. In de ateliers zijn de vrouwen stof aan het bedrukken en aan het naaien maar ze onderbreken hun werk voor een enthousiaste knuffel. Ze kijken ongelovig naar hoe wit ik wel ben geworden na een Belgische winter. Het restaurant houd ik voor het laatst. Blij stel ik vast dat het er nog precies zo uitziet als toen ik vorig jaar in augustus vertrok. Iets rommeliger misschien maar dat is een detail. Nog blijer ben ik als ik merk dat een aantal van de klanten van toen nog trouw elke dag langskomen. Ik proef die middag van het eten en ik vind het nog altijd even lekker. Het is een beetje overdonderend allemaal. Ik heb tijd nodig om te wennen, om te beseffen dat ik hier wel thuis was en nog altijd ben, om achter de glinsteringen in de ogen van de vrouwen ook te zien dat niet alles even goed loopt.

Minder goede dingen zijn er, zeker. Er is twee maal veel geld gestolen in het Centre Artisanal, vermoedelijk door iemand van binnenshuis. Dat zorgt voor een bedrukte sfeer. En als ik wat langer in de keuken en het restaurant rondhang, merk ik dat er toch veel veranderd is: de bolognesesaus die zo’n succes was, wordt niet meer gemaakt, alleen bij grote bestellingen bakken de vrouwen nog brood, en de keuze op de menukaart is flink geslonken. Ik had mezelf beloofd dat ik er geen nachten van ga wakker liggen maar ik doe dat toch, zeker als één van de vrouwen me zegt dat er mauvaises esprits in het Centre zijn, en of ik niet voor médicaments kan zorgen? Ik ontdek dat het Kirundi-woord voor medicijn ook ‘oplossing’ kan betekenen, maar dat helpt me maar gedeeltelijk vooruit. De omweg lijkt wel de meest gebruikte stijlfiguur in de Burundese taal. 

Mauvaises esprits

Na een réunion met de vrouwen van het restaurant en Julienne heb ik meer begrip voor de afgeslankte menukaart. De prijzen van basisproducten en zeker van vlees zijn de afgelopen maanden enorm gestegen. Zelfs een bolognesesaus met een minimum aan gehakt is te duur voor de klanten uit Musaga. Hout voor de oven is al helemaal onbetaalbaar als er geen zekerheid is over de afname van het brood. We spreken lang en besluiten dat een paar verbeteringen toch haalbaar zijn: ze kunnen weer beignets bakken, want samen met een kop thee is dat een erg goedkoop ontbijt, de oven kan verhuurd worden, het restaurant kan langer openblijven ’s middags.  Na de réunion begrijp ik ook dat de mauvaises esprits te maken hebben met wantrouwen, jaloezie, delen van invloed en macht. Daar kan ik op deze korte tijd jammer genoeg niet meteen een oplossing voor verzinnen. Het is nog maar de vraag trouwens of ik dat zou kunnen als ik mijn leven lang bleef meewerken hier. Sterke karakters buig je niet zomaar om, een bewogen geschiedenis evenmin. De vrouwen vinden het zelf het belangrijkste dat het restaurant er is, en dat ze hun brood verdienen, en eigenlijk vind ik dat ook.

Bonen of parfum?

Dat is al een flinke verdienste in een context die zo weinig vanzelfsprekend is. Onlangs verklaarde president Nkurunziza dat dit de langste periode van stabiliteit is sinds de onafhankelijkheid van Burundi. In zekere zin heeft hij gelijk, en veel mensen hier bevestigen dat het aantal afrekeningen en nachtelijke moorden verminderd is in vergelijking met vorig jaar. Niettemin brengt die zogenaamde stabiliteit voorlopig geen beterschap in het leven van de modale Burundees, integendeel. Voor hen wordt het leven elke dag een beetje lastiger: de prijzen van voedsel, water en elektriciteit blijven de hoogte in schieten. Ik heb kleine geschenkjes meegebracht voor de vrouwen: oorbellen, armbanden, flesjes parfum. Ze zijn er ontzettend blij mee maar later merkt Julienne fijntjes op dat ik misschien beter elke vrouw een zak bonen had kunnen geven.

Naar het schijnt zou het Burundese middenveld zich weren. Er zijn geruchten over een nationale staking en manifestaties maar op de aangekondigde dag gebeurt er helemaal niets. Ik kan er maar met een paar mensen over spreken maar die zijn erg duidelijk: aan al wie in Bujumbura ook maar aan staken dacht, heeft het stadsbestuur duidelijk gemaakt dat ze daarmee zouden kiezen voor ontslag. We strike back is nog veraf in Burundi…

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.