Niamey, wallaye!

Het was geen liefde op het eerste gezicht, tussen Niamey en mij. Zonder twijfel zorgde de sfeer van lichte angst en gevaar die rond mijn reis hing ervoor dat ik de koelte en afstandelijkheid van de Nigerezen in het begin verwarde met onvriendelijkheid. De Malinese crisis en de ontvoering van 7 Fransen in Kameroen maakt nogal wat mensen, en dan in het bijzonder buitenlanders, bijzonder zenuwachtig. 

Oud vlees

Ik deed wat ik altijd probeer te doen: luisteren naar mijn gezond verstand en naar de mensen die het kunnen weten, en zoals gewoonlijk werkte dat. De busreis door het oosten van Burkina Faso, een stuk dat ik nooit eerder zag, deed me weer beseffen hoe mooi dit land ondanks al zijn stof en al zijn droogte wel is. De 16 miljoen inwoners van Burkina Faso leven geconcentreerd in de steden. Het oosten is een wonderlijke savanne. Op wat groepen hutjes hier en daar en sympathieke stadjes als Fada N’Gourma na, is het er bijna leeg. De grootste uitdaging van de reis bleek de oude vrouw naast me op de bus. Haar ontbijt bestond uit stukjes oud vlees die ze uit een jute zak bovenhaalde en die ze per se met me wilde delen. Erg moeilijk om beleefd te weigeren als je geen woord in een gemeenschappelijke taal kent en nauwelijks kunt blijven glimlachen omwille van de afgrijselijke geur. Ze haalde dan maar haar schouders op en besloot vervolgens anderhalve zetel in te palmen voor een dutje na het eten. Onverzettelijk, de rest van de reis lang.

Wallaye!

Een beetje opgelucht was ik dus wel, toen na tien uur eindelijk de brug over de imposante Niger opdoemde. Heel even deed het me denken aan Budapest maar dat was snel voorbij toen de drukkende hitte buiten over me heen stroomde. Op een flinke 500 km maar van Ouagadougou is Niamey toch een heel andere stad. Je vindt er nauwelijks brommers en fietsen en koning toeterende taxi is oppermachtig. Het woord dat je er het vaakst hoort, is ‘Wallaye’, een verbastering van het Arabische ‘Wallah’ dat zowel ‘mijn god!’ als ‘ik zweer het!’ als ‘serieus?’ betekent. Ik kreeg niet meteen vat op de plek, onder andere omdat niemand me alleen de straat op wou laten gaan. Ik ontdekte dus wat het is om je dagen in een 4x4 te slijten, hoog en koel en ver weg van de wereld buiten die dan als vanzelf vijandig wordt. Toen ik dan toch in mijn eentje op stap ging, op zoek naar een ontbijt ’s morgens en een bordje rijst over de middag, was ik nog meer van de kaart. Niemand sprak me aan, geen enkel kind riep me na. Mensen leken me te dulden maar veel meer dan dat was het ook niet. Na een half jaar Ouagadougou was dat wennen, wallaye! Ik dacht met een beetje heimwee al aan het Afrikaanse Filmfestival FESPACO en een week stad in feeststemming die ik daar aan me liet voorbijgaan.

Mensen van de wereld

Het sloeg allemaal om. De glimlach van de man bij wie ik ‘s morgens thee en een stuk brood bestelde, werd elke dag groter. Op dag twee zei hij ‘bonjour’, op dag drie vroeg hij hoe het me ging en op dag vier voerden we zowaar een echt gesprek. Hetzelfde gebeurde met de verschillende groepen mensen aan wie ik uitleg gaf over Zidisha. De deelnemers, onder wie vele Toeareg, zaten me stuk voor stuk onbewogen aan te staren. De eerste keer vroeg ik me een uur lang af of die mysterieuze gesluierde mannen en kleurrijke vrouwen hoe dan ook één woord Frans spraken. Dat deden ze zeker. Na elke presentatie kreeg ik een applaus en een hele resem interessante vragen. Veel meer mensen dan ik had verwacht in Niger hebben trouwens een emailadres en dat is een eerste belangrijke stap om vlot met Zidisha aan de slag te kunnen. De Nigerezen zijn mensen van de wereld en ze staan te springen om zaken te doen. Ze zijn verder minstens even vriendelijk en behulpzaam als de Burkinabè. Alleen nemen ze eerst rustig de tijd om te onderzoeken wat voor vlees ze in de kuip hebben.

In de naam van God

Een keer was ik verontwaardigd, meer misschien dan ik had willen zijn. Toen ik op de tweede dag kennis maakte met het personeel van Maptech, de verificatiepartner van Zidisha in Niger, weigerde één van de mannen daar me een hand te geven. Ik wist even niet goed waar gekeken en ik voelde zo weer het onbegrip bovenstromen dat ik een dag of tien eerder ook had gevoeld. De vrouw die me in Banfora in haar familie had verwelkomd, smeekte me toen bij het afscheid om mijn leven op het rechte pad te brengen en naar de kerk te gaan. Natuurlijk heb ik dat al eens vaker gehoord maar de ernst waarmee zij het zei en eraan toevoegde dat ik nooit gelukkig zou worden zonder god, klonk als een vloek. Het was een vreemde uitzondering op de verdraagzaamheid die ik hier zo waardeer.

Het blijft een uitdaging, dat leren begrijpen van wat mensen in een godsdienst vinden en van waar die hen toe kan brengen. Ik sprak er lang over met Abankawel, een lieve man die na een paar dagen in Niamey al een vriend is geworden. Net als de meerderheid van zijn landgenoten hangt hij een in essentie zeer gematigde islam aan. Volgens hem zit niemand te wachten op de theorieën van groepen als Ansar Dine en AQMI. Tegelijk zijn zoveel bewoners van de Sahel radeloos. Niemand lijkt naar hen om te kijken, de zogezegde vertegenwoordigers van het volk in de regeringen nog wel het minst. Armoede vreet, onderwijs is op vele plekken onbestaand, drie kwart van de mensen in de Sahelregio kan niet lezen of schrijven, klimaatverandering maakt het leven nog rauwer dan het al is. Alleen zij die in de – door buitenlanders geëxploiteerde – mijnen kunnen werken, worden schatrijk. Extremistische islamistische groepen teren op de wanhoop en de verontwaardiging van een verwaarloosd volk. Zoals politici hier letterlijk zieltjes kopen, zo doen die groepen dat ook.

Toeareg met een droom

Ik had vele uren langer met Abankawel en anderen willen praten. Over de vele bedelaartjes in Niamey bijvoorbeeld. Die bestaan in Burkina Faso ook maar in Niger kan je er nauwelijks naast kijken. Het zijn leerlingen van een maraboe, een traditionele islamleraar. Omdat de maraboe vaak zelf arm is, stuurt hij zijn leerlingen erop uit om hun eigen maaltijd bijeen te bedelen en die van hem en zijn familie erbovenop. 
Ik had meer willen leren over hoe intrigerend Niger is ook, met zijn prachtige kleuren en schitterende juwelen, met de bijzondere manier waarop mensen dag in dag uit leven onder de genadeloze zon. Ik had meer willen zien van de rijkdom van de rivier (die zelfs rijstteelt toelaat!) in het zuiden en het woeste droge noorden. Zodra dat kan, ga ik terug, dat staat wel vast.
Terug thuis in Ouagadougou vond ik mijn mailbox vol berichtjes van de mensen aan wie ik over Zidisha heb verteld en van mensen die via via over ‘Mien Zidisha’ hebben gehoord. Binnenkort vind je op www.zidisha.org heel zeker de verhalen van Toeareg met een droom. Ik blijf geloven dat zulke kleinschalige economische ontwikkeling kan helpen het religieus en ander extremisme op termijn overbodig te maken.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.