Hoe je weg vinden in een nieuw land

‘Mijn uiterlijk zegt niets over wie ik echt ben’

CC0

 

Tien leerlingen zitten er in mijn OKAN-klas. Dat is de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers waar ze Nederlands leren. Negen nationaliteiten, vier religies en negen moedertalen brengen ze er elke dag samen. Behalve het onder de knie krijgen van een nieuwe taal, leren ze er ook letterlijk en figuurlijk hun weg vinden in hun nieuwe land. Wat helpt hen daarbij, of wat zit hen in de weg? Voelen zij zich er al thuis? Hoe kijken zij naar het land waarin ze nu wonen? En wat houdt hen bezig?

Hier laat ik mijn leerlingen aan het woord. Ze geven mij een inkijk in hun wereld. Vandaag zijn Ahmed (18), Sylvia (16), Julia (16), Emil (17) en Duc Long (18) aan de beurt. Vandaag brengen zij hun wereld dichterbij.

Thuis vs. huis

Aan de ene kant voelt Ahmed zich goed in België, omdat het een vrij land is en hij weer meer kan dromen dan in Syrië. ‘Maar ik voel me niet thuis, omdat ik letterlijk geen huis vind. Als wij (Ahmed en zijn familie, red.) samen met andere kandidaten een afspraak hebben met een huisbaas, beantwoordt die onze vragen niet. We worden niet aangekeken, alsof we minderwaardig en vuil zijn. We wonen nu in een sociale woning, maar dat is niet hetzelfde als een thuis. In Syrië had mijn vader drie kledingfabrieken, we hadden een mooi leven, en dan kwam de oorlog en waren we alles kwijt. Dat vind ik soms moeilijk.’

Sylvia krijgt vooral een thuisgevoel in België door de vriendelijke mensen en de aanwezigheid van haar familie. ‘Hier heb ik betere kansen, ik kan hier studeren en ik kan hier ook sneller een goede job vinden. In Kameroen hebben veel mensen geen job, ook al hebben ze een goed diploma. Daarom is er daar veel armoede en geweld.’

‘Veel mensen denken dat ik uit China kom, maar dat is niet zo. Mensen moeten weten dat mijn uiterlijk niets zegt over wie ik eigenlijk echt ben’

Hoewel Duc Long hier ook met zijn familie is, voelt hij zich hier niet thuis. ‘De cultuur is zo anders dan in Vietnam. De mensen zijn anders. Veel mensen denken dat ik uit China kom, maar dat is niet zo. De stereotiepen die mensen over anderen hebben, daar heb ik het echt moeilijk mee. Mensen moeten weten dat mijn uiterlijk niets zegt over wie ik eigenlijk echt ben.’

Voor Julia en Emil komt het ongeveer op hetzelfde neer. Ze voelen zich thuis, omdat hun thuislanden Oekraïne en Oostenrijk niet zo heel veel verschillen van België. Dat maakt het gemakkelijker voor hen dan voor de rest van de klas, zeggen ze. ‘Alleen is het hier beter en rustiger voor mij. Er zijn geen spanningen met Rusland en je bent echt vrij. Je hebt veel kansen meer op een succesvolle en zekere toekomst’, zegt Julia.

Ik droom, wij dromen

Ook deze jongeren hebben hun eigen dromen, de ene al groter dan de andere. Maar om die te kunnen waarmaken, moeten ze eerst de taal onder de knie krijgen. En dat is niet altijd even gemakkelijk.

‘Binnen vijf jaar spreek ik goed Nederlands en maak ik geen fouten meer’, lacht Ahmed. ‘Ik behaalde mijn diploma en ben aan de slag in de technische sector. Mijn grote droom is om van het geld dat ik verdien, een huis te kopen voor mijn familie. Zodat we niet geconfronteerd moeten worden met huisbazen die ons dat slechte gevoel geven.’

Duc Long, Sylvia, Julia en Emil zien zichzelf nog studeren binnen vijf jaar. De keuze voor haar studie verklaart Sylvia zo: ‘Ik wil graag internationale studies studeren om de verbinding tussen verschillende landen beter te maken. Ik denk dat we de focus op alles wat landen en mensen met elkaar delen nu missen.’

Julia kon eerst moeilijk kiezen, want: ‘Ik was al die keuzes in mijn thuisland niet gewoon, maar nu wil ik graag iets studeren met beeldende vorming.’ Emil voegt toe: ‘Wanneer je droomt, denk je ook na over je toekomst. Ik wil later ecologisch verantwoorde kleren ontwerpen. Daar wordt iedereen beter van.’

Een nieuw begin

Net zoals vele anderen moet Ahmed in België helemaal opnieuw beginnen. De oorlog in Syrië heeft hem alles afgenomen. Toch blijft hij positief en denkt hij na over de toekomst van zijn nieuwe land: In de economie die België nu kent, kopen mensen veel en blijft er veel afval over. Dat is een groot probleem op lange termijn. Sommige voorwerpen worden te snel weggegooid, omdat we alles nieuw willen. Dat is gevaarlijk voor de planeet.’

De anderen moeten ook hun eigen weg proberen te vinden in hun nieuwe land. Dat betekent ook nieuwe vrienden maken, nieuwe hobby’s zoeken, en kennismaken met andere waarden en normen, andere regels en gewoontes, en andere verplichtingen. Dat is voor deze jongeren zeker niet altijd even gemakkelijk. Toch zijn ze vaak erg geëngageerd om iets goeds te doen voor hun nieuwe land. Sylvia zegt: ‘Ik wens dat er een oplossing komt voor het klimaatprobleem. Ik hoop dat er eindelijk politieke acties komen, want dit is geen Belgisch probleem, maar een probleem van iedereen. Jong en oud, arm en rijk.’

‘Ik wil geen vrienden die allemaal hetzelfde zijn als mij, dat vind ik echt saai en het risico bestaat dat je dan in een heel kleine wereld gaat leven die niet de echte wereld is’

Ook Emil heeft een duidelijk antwoord: ‘Er moet net als in Oostenrijk minder racisme zijn. Zijn we de Wereldoorlogen dan echt vergeten? We weten wat er kan gebeuren wanneer je één groep mensen blijft viseren. Het is een ramp voor de mensheid. Ik begrijp de politieke ontwikkelingen in bepaalde Europese landen echt niet.’

Ahmed voegt toe: ‘Ik heb vrienden van Rusland, India, Iran, Irak, Pakistan, Oekraïne, Syrië, en nog meer. Dat vind ik heel goed, ik kan zoveel leren van andere mensen, culturen en godsdiensten. Ik wil geen vrienden die allemaal hetzelfde zijn als mij, dat vind ik echt saai en het risico bestaat dat je dan in een heel kleine wereld gaat leven die niet de echte wereld is.’

De roots

In alle uitdagingen die deze jongeren op hun pad tegenkomen, is de grootste misschien wel een plaats geven aan hun thuisland. Dat is tenslotte het land waar ze zijn opgegroeid, waar hun roots liggen, en waar ze vaak nog familie en vrienden hebben die zijn achtergebleven. Voor sommige jongeren betekent dat ook hun trauma’s verwerken. En dat blijkt een moeilijke opdracht.

‘Ik wil niet terug naar Syrië, nu is er oorlog en ik weet niet wanneer het voorbij zal zijn. In mijn huis zaten soldaten, zij hebben gaten in de muur gemaakt voor hun geweren. De fabrieken die mijn vader had, zijn ook allemaal stuk. Als ik daar nu zou zijn, dan moest ik twee jaar in het leger gaan om soldaat te worden. Dat vind ik niet goed. Ik wil niet leren vechten. Want dat is het begin van oorlog’, zegt Ahmed.

Ook Duc Long wilt niet terug, maar dat neemt niet weg dat hij zijn thuisland mist: ‘Het klinkt een beetje stom, maar ik mis soms het eten van Vietnam. Daar hebben we veel street food en dat is echt gezellig. Zo komen veel mensen samen. Het is een andere manier van leven.’

Sylvia herkent dit gemis, maar heeft ook ambitieuze plannen voor Kameroen: ‘Als ik terug zou gaan, dan zou ik mijn geboortedorp bezoeken, ik zou kinderen naar school sturen zodat ze een goed diploma kunnen halen. Want dat is het belangrijkste om ervoor te zorgen dat je niet meer arm bent.’

Emil sluit graag zo af: ‘Ik wil niet terug, ik voel me thuis in de wereld.’ Sylvia begrijpt dit en zegt nog dat iedereen volgens haar eens een jaartje OKAN zou moeten volgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Over het opbouwen van een nieuw leven in België

    Het leren van een nieuwe taal is één van de eerste, maar ook belangrijkste stappen die anderstalige nieuwkomers in België zetten.

  • Schrijfster en OKAN-leerkracht

    Lies Gallez geeft les aan anderstalige nieuwkomers en is schrijfster. Haar klas geeft haar een andere kijk op asiel- en migratieproblemen.