Zuid Afrika, Quo Vadis?

Mijnbouw in Zuid-Afrika: het goud is weg, de hitte komt

Ollivier Girard / CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

 

We rijden voorbij Seekoeihoek, richting Scheerpoort, door Magaliesberg’s groene oase, waar Johannesburg’s betere burgerij haar weekends doorbrengt.

Dagloners springen van twee open vrachtwagens en gooien jute zakken naar beneden om bonen te oogsten van een immens veld dat voorbij de heuvel uit ons zicht verdwijnt. We wachten wat ongeduldig om de vermoeide arbeiders toe te laten de baan over te steken. Een beetje verder, voor een scherpe bocht hotsen de banden over asfalt strips, het waarschuwingsbord voor een ongevallenhotspot. En plots schittert de zon op een zee van rechthoekige daken.

We zijn onverwacht bij de sloppenwijk van Schaumberg beland. Een uitgestrekte nederzetting van gloeiend hete tinnen daken, gebouwd uit modderbakstenen, soms met maïszakken of plastiek de gaten tussen bakstenen en planken. Hier woont de werkreserve voor de nabijgelegen mijnen en boerderijen.

Het heeft hevig geregend, modder overal. Hier zijn geen paden of bruggetjes over de overvolle sloten om bij de voordeur te komen, enkele wankele planken doen de job.

Boven ons hoofd hangt een wirwar van elektrische draden, tussen houten palen naar de huizen. Goed of slecht aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, soms betaald en soms niet. We sluiten de ramen voor de stinkende rook van huisafval dat ergens verbrand wordt. Vuilnisophaling gebeurt hier om de twee weken werd ons eerder gezegd.

Er zijn 182 gelijkaardige shantytowns rond Johannesburg, vergeten door de eigenbaat van hun parlementaire vertegenwoordigers.

Het ziet er allemaal uit als een menselijke knoeiboel maar deze nederzetting is beter georganiseerd dan het oog waarneemt. De meeste kranten houden zich bezig met de nationale politiek, met wat er gebeurt in de wandelgangen van de Zuid-Afrikaanse Wetstraat, weinig met wat er op het terrein gebeurt omdat parlementariërs vaak het contact met de bevolking hebben verloren.

Bijna niemand doet de moeite om de sloppenwijken te bezoeken waar het merendeel van de Zuid-Afrikanen woont. Er zijn 182 gelijkaardige shantytowns rond Johannesburg, vergeten door de eigenbaat van hun parlementaire vertegenwoordigers.

Mede door de afwezigheid van officiële lokale overheidsstructuren en diensten is een gemeenschap zoals Schaumberg op zichzelf aangewezen. Men organiseert scholen en creches, buurtcomités, gemeenschapsrechtbanken en Community Police Forums voor straatbewaking om de criminaliteit in te dijken. Deze lokale structuren functioneren volgens eigen regels.

De manier om met misdaad om te gaan, kan vrij brutaal en voor buitenstaanders soms moeilijk te begrijpen zijn. Maar dit is een ruwe omgeving en de politie is heel dikwijls ver weg van waar ze het meest nodig is. Als aan Nyaope — een cocktail van heroïne, marihuana en rattengif — verslaafde druggebruikers naar huis terugkerende arbeiders pesten en beroven, dan weten ze heel snel wat hen te wachten staat.

De meeste mijnwerkers boerden vroeger in rurale gebieden. Maar de mijnbouw had werkvolk nodig en het akkerland van de landbouwers werd afgenomen door bevoorrechte, meestal blanke boeren. Ze werden daardoor verplicht ver van hun families werk te zoeken in de mijnen waar ze opeengepakt, volgens hun plaats van herkomst, in hostels met een minimum aan voorzieningen logeerden.

FIFTY (CC BY-SA 4.0)

 

Vlak voor de onafhankelijkheid in 1994 werd verdeeldheid en gewapend conflict tussen de verschillende hostels door de apartheid politie aangemoedigd. Alle Xhosa’s uit de Oostkaap werden gezien als ANC-aanhangers en Zulus werden algemeen beschouwd als leden van de nationalistische Inkatha partij. Tussen 1990 en 1993 vochtten de hostel-inwoners ware veldslagen uit in en rond Johannesburg.

Na 1994 werden de hostels gesloten en de mijnwerkers moesten alternatieve huisvesting zoeken. In die periode verdienden mijnwerkers om en bij de €270 per maand, net genoeg om eten te kopen voor zichzelf en hun families. In een akkoord tussen de regering, mijneigenaars en vakbond werd de mijnwerkers een woonvergoeding van €15 per maand aangeboden.

Als uitdijend bouwschuim overspoelen woonwijken zoals Schaumberg elke leegstaande lap land in en rond Johannesburg.

Deze oplossing werd gezien als goed voor iedereen. Het verloste mijneigenaars van alle verdere sociale verantwoordelijkheid en de arbeiders konden kiezen waar ze woonden. Maar er was geen alternatieve huisvesting voor mijnwerkers en het verplichte hen een goedkoop onderkomen te bouwen waar er ook maar plaats was. Sloppenwijken schoten op, zo dicht mogelijk bij de mijnen, zonder enige planning, zonder voorzieningen of infrastructuur. Zoals uitdijend bouwschuim overspoelen woonwijken zoals Schaumberg elke leegstaande lap land in en rond Johannesburg.

Er zijn meer dan een half miljoen mijnwerkers in Zuid-Afrika. De meesten van hen wonen in en rond Johannesburg in massief uitdeinende woonwijken tussen weggevreten toegangswegen, dammen met mijnresidu en wit getopte terrils. Woonwijken waar de cash strapped-lokale overheden heel weinig aandacht aan besteden.

Het gemiddeld maandloon van een mijnwerker in 2018 was €1.232. De meerderheid, minder geschoold en ervaren, kreeg €566 per maand. Het loon van elke mijnwerker betekent ook een inkomen voor tien anderen in de sloppenwijken. Kappers, winkeliers, shebeen queens, elektriciens die de woningen illegaal voorzien van stroom, en gezien mijnwerkersvrouwen meestal in de streek van herkomst blijven wonen, andere dienstverleners. Eigenlijk een microcosmos van een harteloze economie. Maar de toekomst voor de mijnbouw en de mijnwerkers ziet er slecht uit.

Verlies van middelen en jobs, de trend voor de toekomst?

Vanaf het begin van de jaren 1900 werd mijnbouw gezien als “de” oplossing voor alle werkzoekende zuid afrikanen. Beter dan een job als keuterboer misschien, maar tot nu toe geen oplossing voor de werkloosheid en armoede in het land. Zuid-Afrika vergat dat het de laatste honderd jaar de helft van het goud in de wereld produceerde. De mijnbouw bleef steken in de lagere regionen van de waardeketen en bleef ruwe grondstoffen exporteren. De productie van steenkool, platinum, goud en uranium word echter steeds meer gemechaniseerd en heeft steeds minder arbeiders nodig. De mijnbouw laat na honderd jaar de meest ongelijke maatschappij ter wereld na. De helft van de jeugd rond Joburg is werkloos en de verwachting is dat de tewerkstelling in de mijnen verder zal dalen als met nieuwe technologie de diepste aders zullen ontgonnen worden.

Mijnwerkers zitten uren in een volgepakte lift om de goudader te bereiken en daar wacht hen een werkomgeving van stof en hitte van 60 graden.

Volgens de eigenaars zit de mijnbouwsector met een probleem. De groeiende exploitatiekosten drukken de winst en de maximale exploitatiecapaciteit is bereikt. De East Rand goudmijn in Boksburg ten oost en van Johannesburg is 3,5 km diep. Mijnwerkers zitten uren in een volgepakte lift om de goudader te bereiken en daar wacht hen een werkomgeving van stof en hitte van 60 graden.

Er zijn ook andere kosten. Zesduizend mijnen liggen volledig stil, vervallen, verlaten en zonder eigenaar. Mijnsteden liggen erbij zoals “ghost towns”. De sociale kosten voor ex-mijnwerkers en de kosten voor het milieuherstel volgen. Duizenden zieke mijnwerkers worden een last voor hun families. De gezondheid van diegenen die vlakbij de verlaten mijnen blijven wonen wordt aangetast door milieuvervuiling en lekkage van de nu onbeheerde dammen vol toxisch water.

Damien du Toit (CC BY 2.0)

De leefruimte in een huis van een van de vele spookdorpen

Nieuw leven inblazen in de mijnsector ?

Mijnbedrijven op zoek naar nieuwe grondstoffen drijven dikwijls lokale gemeenschappen van hun land. Sectie 5 van de Minerals and Petroleum Resources Development Act (MPRDA) geeft licentiehouders het recht van toegang en installatie van machines op land waarvoor ze een ontginningslicentie verkregen hebben. Mijnconsortia hebben deze provisie gebruikt om land te confisqueren van rurale gemeenschappen met het argument dat de acte “Interim Bescherming van Informeel Land” — die de verwijdering van land zonder toestemming van de eigenaars verbiedt — ondergeschikt is aan de exploitatielicentie.

Blijkbaar is de de rol van de traditionele leiders nu precies dezelfde als in 1885 toen de eerste mijnen in Witwatersrand werden opgestart.

Gemeenschappen zoals die van de Motlhlotlo, Maotsi, Makobakobe, Botshabelo en Monametse in de Limpopo Platinum Belt hebben hun land verloren en werden verplicht om te verhuizen. Volgens Ramabina Mahapa hebben traditionele leiders een rol gespeeld in de verplichte hervestiging van de gemeenschappen waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

Traditionele leiders hebben gemeenschapsstichtingen opgericht die bestemd waren om mijninkomsten samen te brengen. De uitkeringen van de mijnbedrijven aan deze stichtingen zijn wel eens vaker in de zakken van de traditionele leiders beland dan in die van de gemeenschap. Blijkbaar is de de rol van de traditionele leiders nu precies dezelfde als in 1885 toen de eerste mijnen in Witwatersrand werden opgestart.

Het is een herkenbaar verhaal in gans zuidelijk Afrika. Indien de grond zelf, of wat eronder zit waardevol en winstgevend is voor een bedrijf dan word de lokale bevolking verplicht zich ergens anders te vestigen.

Maar de tij kan keren. In Lesethleng bij Pilanesberg ten noordoosten van Johannesburg kochten de bewoners land in 1919. Maar, de bewoners hadden de verkeerde huidskleur en het land werd geregistreerd in naam van de districtcommissaris die het onmiddellijk doorverkocht aan Pilanesberg Platinum Mines. De verkoopsom kwam op zijn eigen rekening. In October 2018 kreeg de Lesethleng gemeenschap na een lange rechtszaak eindelijk haar land terug. In een gelijkaardige zaak gaf de rechtbank recentelijk de Xolobeni gemeenschap in de Oostkaap gelijk. Het Australisch bedrijf Transworld Energy and Mineral Resources (TEM) werd daar het recht ontzegd om een mijn te openen in een 22km lange kuststrook.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Maar de uitspraken van de rechtbank zijn zelden een happy end. Bedrijven van diverse nationaliteit vergeten snel hun sociale verantwoordelijkheid indien ze een positieve financiële balans kunnen voorleggen aan hun aandeelhouders. De winstgretigheid van mijnconsortia draagt er vaak toe bij dat lokale gemeenschappen geruïneerd worden en in permanente armoede moeten leven. De sociale verantwoordelijkheid van de mijnbedrijven word zo doorgeschoven naar de staat en de belastingbetaler.

De zuid-Afrikaanse regering is momenteel op zoek naar buitenlandse investeringen in de mijnsector en is daardoor bereid land van lokale gemeenschappen over te hevelen naar de mijnbedrijven. Het departement van Mineral Resources zet momenteel druk op de Lesethleng gemeenschap in de Oostkaap om hun land toch af te staan. Zoals honderd jaar geleden belooft de regering Ramaphosa dat mijnontginning een zekere bron van inkomsten en voorspoed worden voor de lokale bevolking.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift