Minderjarige vluchtelingen worden op een dag meerderjarig. En dan?

Wat gebeurt er met de niet-begeleide minderjarige vluchtelingen op hun achttiende verjaardag? Denise De Bondt, voogd van acht zo’n jongens, vreest dat zij met te veel achterstand starten, om het te redden. Ze roept op tot meer aandacht, betrokkenheid en dringende maatregelen. 

  • © Denise De Bondt Wat als de niet-begeleide minderjarige vluchtelingen meerderjarig worden? © Denise De Bondt

Ik denk al dagen aan Jordy, de 19 jarige jongen die in Gent eenzaam en van ontbering stierf. Ik krijg het er elke keer weer koud van. Hoe slecht moet hij zich gevoeld hebben? Hoe kan het dat in onze “welvaartsstaat” een jongen zo aan zijn einde komt? Hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt? Ik begrijp dat mensen er zelf voor kiezen om uit het leven te stappen. Maar dat iemand, een jongeman van 19 door ontbering en verwaarlozing, ongewild en eenzaam in een tentje in een grootstad aan zijn einde komt… dat is een heel andere zaak. Op zo’n moment hebben we collectief gefaald. Iedereen is het er over eens: we willen niet nog eens zo’n situatie meemaken. Nobel uiteraard, maar is het haalbaar?

Al sinds de eerste weken van mijn aanstelling als voogd van minderjarige vluchtelingen, maak ik me zorgen. “Mijn” jongens, 8 fijne jonge mannen, zijn hier vorig jaar aangekomen toen ze al flinke tieners waren. Ze zijn tussen 15 en 17 jaar oud.

Het eerste wat ze wilden, toen ze een klein beetje bekomen waren en een onderdak in het opvangcentrum hadden gekregen, was “een voogd”. Niet dat dit voor hen enige emotionele waarde had toen. Ze hadden die voogd nodig omdat pas dan hun asielprocedure van start kon gaan. Ze willen immers allemaal een verblijfsvergunning zodat hun leven hier echt van start kan. Om zo snel mogelijk uit die grijze zone van langgerekte twijfel verlost te worden. Pas dan kunnen ze echt starten.

Startangst

Waar hun “start” begint, begint ook mijn angst.

Je hebt als voogd de taak om te waken over het welzijn van je pupil. Als voogd doe je dat ook met hart en ziel. Ik sprak zonet met een collega en het viel me ook nu weer op hoe warm en vol enthousiasme hij over zijn pupillen vertelt. Het is een man die met veel liefde en warmte de successen van zijn jongeren in de verf zet en fier op hen is… als waren ze zijn eigen kinderen. Je sluit die jongeren in je hart en je hebt alleen het beste met ze voor. Ze kunnen altijd op je rekenen en je staat ze met raad en daad bij.

Waar je bij aanvang een deeltje van de noodzakelijke procedure was, word je in de loop van hun traject “de vaste waarde” waarop ze kunnen rekenen.

Voogd af

Zodra de jongeren 18 zijn, valt die voogd-functie plotseling weg. Mijn acht jongens - die nota bene mijn hart gestolen hebben en waarvoor ik door het vuur ga - kan (en moet) ik loslaten als dat nodig blijkt. Dat hoort bij de taak.

Nu al weet ik dat er van die jongens een paar zijn die ik nooit meer zal vergeten. Tegelijk besef ik dat er een aantal zullen zijn die traag maar zeker uit mijn aandacht zullen verdwijnen. Die er voor zullen kiezen om op eigen benen te gaan staan, zonder bemoeienissen. Die het allemaal zelf willen gaan doen - waar ik ook heel goed kan inkomen.

Maar gaat dat lukken? Wie zal hen opvangen als het fout loopt? Hoe gaan zij het redden in onze “overgereglementeerde en hyperbureaucratische” maatschappij waar je voor alles en nog wat documenten, paperassen, formulieren, stempels en toelatingen nodig hebt?

Waar ligt de finish?

Zij die hier nog maar zo net zijn, krijgen vaak niet genoeg tijd om de taal onder de knie te hebben om helemaal op eigen benen te staan. Laat staan al de gebruiken en regeltjes. Ze zitten in een race tegen de klok om zo veel mogelijk te leren voor hun 18de verjaardag. Een race die ze, in mijn ogen, onmogelijk kunnen winnen.

Ze starten al met een grove handicap aan de toch al ongelijke startlijn.

Was het dat maar… Ze dragen bovendien een rugzak vol emoties en traumatische ervaringen met zich mee. Ze moeten continu (te vaak!) opboksen tegen gratuite vijandigheid in onze samenleving.

Ze starten al met een grove handicap aan de toch al ongelijke startlijn. Waar ligt de finish van deze race?

Een net zonder gaten

Samen met mijn collega’s voogden, zoek ik mogelijkheden om ze zo lang mogelijk te laten begeleiden. We zoeken alle pistes uit voor huisvesting, begeleid wonen, kamertraining, leefgroepen enz … maar de wachtlijsten zijn ellenlang. Een voorbeeld. Er zijn amper betaalbare studio’s of woningen voor hen op de huurmarkt. Wat is dan het alternatief?

Ik ga er oprecht van uit dat alle betrokkenen in de sector hun uiterste best doen. Maar zelfs dan komen we er niet, vrees ik.

Ik wijs geen enkele instantie met de vinger. Ik ga er oprecht van uit dat alle betrokkenen in de sector hun uiterste best doen. Maar zelfs dan komen we er niet, vrees ik. Er zijn dringend maatregelen nodig om jongvolwassenen te begeleiden. Maatregelen voor huisvesting, werkgelegenheid, trajectbegeleiding die de mazen van het sociale vangnet weten te dichten. Tot het geen net meer is.

Er is nood aan een degelijke en professionele ondersteuning waarbij een traject op maat van de jongvolwassene wordt opgemaakt. Waarbij de termijn van voogdij misschien wordt opgetrokken. Niet eenzelfde leeftijd voor allen, maar op maat van het individu. Want dat zijn ze en dat wordt al eens vergeten…

Alleen meer betrokkenheid en aandacht voor de problematiek kan hier een uitweg bieden, niet minder.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Voogd van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen

    Naast een druk professioneel leven is zij sinds 2015 ook voogd van een aantal Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen ( NBMV ).  De teksten gaan over haar ervaringen als voogd, ma