‘Nous voulons que tu sois notre vraie maman’

Of ik veel zeep wil gebruiken en wat harder kan schrobben, vraagt mijn zoon van zeven, terwijl ik stevig met de spons over zijn rug ga onder de douche. ‘Je veux devenir blanc’.

  • Pacôme en Nadia Onze twee kinderen, een maand geleden Pacôme en Nadia
  • Pacôme en Nadia Dezelfde twee, iets meer dan twee jaar geleden Pacôme en Nadia

Het is een gesprek dat we de laatste tijd wel vaker hebben, mijn kinderen en ik. Ze willen blank zijn, zoals ik. Of op zijn minst een beetje. Half en half zoals sommige van hun vriendjes, dat zou ook nog door de beugel kunnen…

Het is hen niet om een onmogelijk schoonheidsideaal te doen, zoals een aantal meisjes en vrouwen hier die zich dagelijks met bleekmiddeltjes insmeren en daar effectief grijzig of grauwwit van worden maar er ook allerlei vervelende huidziektes door krijgen. Aan het streven naar alle stereotiepen over de nassara zijn ze ook niet toe, denk ik, en het is nog maar de vraag of dat eigenlijk wel een aanlokkelijk streefdoel is.

Waarschijnlijk ligt hun hoogstpersoonlijke uitleg het dichtst bij de waarheid: ‘Nous voulons que tu sois notre vraie maman’.

Voor de buitenwereld zijn ze dat al lang. De andere kindjes in de straat noemen hen nassarkamba (de kinderen van de blanke) en voegen daar aan toe dat zij dat zelf ook wel willen zijn. Aan de schoolpoort of bij de voetbaltraining roepen juf of coach zonder enige aarzeling ‘Pacôme, Nadia, maman est là’ zodra ik in zicht kom. Het kleurverschil verbleekt onder de zorg en de band die intussen zo vanzelfsprekend zijn.

Geen ontkomen aan

Ik weet niet waar de overgang is gemaakt. Twee en een half jaar geleden nog was ik Mien, la femme de papa, zoals Pacôme het toen heel snel heel duidelijk stelde. Dat impliceerde wel één en ander. Dat ik bij hen bleef, ook als papa op toernee ging bijvoorbeeld. Dat er altijd wel een tas om het stuur van de moto hing, met fruit, verse groenten, vlees, koekjes, of een ‘nieuwe’ broek uit de friperie. Dat straf niet langer een pak slaag betekende maar dat alleen in je kamer moeten gaan zitten, met het licht uit, wel vijf minuten lang, ook niet zo leuk is.

Het impliceerde ook dat er geen ontkomen aan was, niet als Nadia – net geen drie toen – luidkeels en angstig krijste als ik haar uit haar bed wilde tillen; en ook niet als Pacôme me boos toeriep als ik grenzen stelde: ‘Tu n’es même pas notre vraie maman’.

Voor mij was er evenmin ontkomen aan. Niet als ik er even genoeg van had (Hoe voelde dat ook weer, vrij zijn?), niet als ik me vragen stelde, niet als ik bang was of triest, omdat ik niet eens dezelfde taal sprak als die twee, omdat ik geen vat op hen kreeg, omdat ik hen graag wilde zien en dat niet kon op bevel, omdat ik wist dat Pacôme gelijk had, dat ik alleen maar probeerde, en daar niet altijd even goed in slaagde.

Echt echt

En toch. Op een dag was ik niet langer Mien maar ‘maman’. Op een dag twijfelde ik niet meer. Op een dag zag ik hen graag, onvoorwaardelijk. Op een dag wou ik dat ik ook echt hun mama zou zijn. Echt echt.

Op een dag wou ik dat ik ook echt hun mama zou zijn. Echt echt.

Ik heb nu twee kinderen die stiekem blij zijn als papa op toernee gaat, want ‘tous les bisous seront pour nous’. Ik heb nu een dochter van vijf die me aan de schoolpoort kushandjes werpt tot haar juf haar zachtjes de klas binnenduwt.

Ik heb nu een zoon van zeven die me bij het thuiskomen vraagt hoe mijn dag is geweest, en of er veel mensen zijn komen eten in het restaurant, omdat hij overal oren heeft en weet dat het me verdrietig maakt dat zijn papa me die vraag maar zelden stelt.

Het kwade en bij tijden agressieve jongetje van toen is nu een charmante en energieke wildebras. Het bange wezentje met de grote ogen en het gezwollen buikje is nu een elegante kleine meid.

Vragen. En zekerheden.

Ik stel me vragen, sinds een tijdje, over hoe het allemaal verder moet. Met Burkina Faso. Maar ook met mij en mijn ondernemingen: het restaurant van mijn dromen waarvoor het huurcontract over een jaar afloopt en de voorlopig grote onduidelijkheid over de voorwaarden van de verlenging daarvan; de boerderij waar alles groeit en bloeit en vraagt om meer, maar waar ook zoveel vragen en onzekerheden aan vasthangen.

Er komen antwoorden op die vragen, natuurlijk, en die antwoorden brengen me weer verder, en misschien zelfs daar waar ik nooit aan heb gedacht. Zo is het altijd gegaan. Maar het is goed om ook van enkele dingen helemaal zeker te zijn.

Dat ben ik: van de man aan mijn zij, en van hoe blij ik ben om behalve Mien ook ‘maman’ te zijn.

Pacôme en Nadia

Dezelfde twee, iets meer dan twee jaar geleden

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.