Gelijke rechten in de informele economie

De IAO doet het weer: op vrijdag 12 juni stemde de Internationale Arbeidsconferentie over een nieuwe internationale arbeidsnorm over de transitie van de informele naar de formele economie. Met 484 stemmen vóór, 1 stem tegen en 5 onthoudingen, is IAO-aanbeveling 204 een feit. Ze wordt het allereerste internationale instrument dat mensen, actief in de informele economie, effectief erkent als werknemers/sters en hen dezelfde rechten toekent als alle andere categorieën van werknemers/sters. Bart Verstraeten, van Wereldsolidariteit, en hier samen met Gijs Justaert opgenomen in de ACV-delegatie, maakt de eindbalans.

  • ILO in Asia and the Pacific (CC BY-NC-ND 2.0) We kunnen er niet omheen dat vele mensen in de informele sector hun weg naar de vakbond niet vinden. ILO in Asia and the Pacific (CC BY-NC-ND 2.0)

Wat het toepassingsgebied van de gloednieuwe Aanbeveling betreft, wilde de werknemersgroep hier in Genève zo ver mogelijk gaan.

Logisch, want informeel werk treffen we tegenwoordig overal aan, zowel in de privé als in de publieke sector. En natuurlijk ook in de globale toeleveringsketen en in de onderaanneming.

Vorig jaar leidde deze aanname nog tot stevige debatten met de werkgeversgroep, maar dit jaar werd een akkoord gevonden. Een mooie opwarmer voor de algemene discussie volgend jaar die zal gewijd worden aan het boeiende maar complexte thema van de internationale toeleveringsketens (global supply chains).

Goede samenwerking

Dit punt lag vorig jaar moeilijk in de eigen werknemersgroep, ook al is die samenwerking essentieel om ervoor te zorgen dat de stem van de werknemers/sters van de informele economie daadwerkelijk gehoord wordt bij de opmaak van het beleid dat hen aanbelangt.

We kunnen er niet omheen dat vele werknemers/sters uit de informele sector hun weg naar de vakbond niet vinden. Deze groep wordt echter steeds belangrijker in België, in Europa en in de rest van de wereld. De stem van deze mensen wordt vandaag de dag zelden of niet gehoord in het sociale overleg.

Voor het ACV blijft het principe van het tripartisme de hoeksteen van de sociale dialoog. Maar een veranderende wereld vergt een vakbond die zich durft aanpassen. Vandaar dat het ACV tijdens zijn  laatste Congres resoluut koos voor een constructieve samenwerking met andere sociale, representatieve organisaties.

En dus met organisaties die wél actief organiseren in de informele economie. Het doel van die samenwerking beoogt het innemen van gezamenlijke posities met betrekking tot de belangen van de werknemers die zij organiseren en vervolgens het engagement van het ACV om hun belangen ook effectief te verdedigen in het sociale overleg met de werkgevers en de overheid.

In de nieuwe Aanbeveling 204 kiest men voor een gelijkaardige formule door te stellen dat de sociale partners ook vertegenwoordigers van andere sociale, representatieve organisaties in hun rangen moeten sluiten.

Het belang van leefbare lonen wereldwijd

Er is oneindig lang gediscussieerd over het feit of werknemers/sters in de informele economie recht hebben op een minimumloon of op een minimum leefbaar loon. Het lijkt een klein verschil, acht lettertjes om precies te zijn; en toch een wereld van verschil voor werknemers/sters wereldwijd.

Even leek het erop dat we de zaak beklonken hadden en dat we wel degelijk over een minimum leefbaar loon konden praten in deze nieuwe arbeidsnorm. Maar dan kwamen de werkgevers op hun woorden terug, want over in hun ogen theoretische concepten wilden ze het hier niet hebben.

Ik vraag me af hoe Srieng Mouykim daarover denkt: met het minimumloon dat zij ontvangt voor haar 60-urige werkweek in een Cambodjaanse textielfabriek, kan ze zich geen deftige maaltijd veroorloven, laat staan een eigen woning (https://www.acv-online.be/Images/Actievoerders-vallen-in-zwijm-voor-HM-Vakbeweging-769-tcm183-290413.pdf). Zo theoretisch is “leefbaar” dan toch niet. Net om die reden, stelden WSM en IKAJ voor om de consumptiekorf als referentie te gebruiken voor de berekening van een minimum leefbaar loon.

Uiteindelijk werd pas een compromis gevonden na bemiddeling van de vicevoorzitters van de Raad van Bestuur, Luc Cortebeeck (voor de werknemers) en Jørgen Rønnest (voor de werkgevers). De Aanbeveling roept nu op om een minimumloon in te voeren dat onder andere rekening houdt met de noden van de werknemers/sters, het algemene loonniveau in het land en de levensduurte. Door die extra elementen in te voegen, slagen we er toch in om die acht lettertjes te kwalificeren.

Het belang van de uitbreiding van sociale bescherming naar de informele economie

Een cruciaal onderdeel van de nieuwe Aanbeveling betreft het recht op sociale bescherming van werknemers/sters in de informele economie. Vele sociale bewegingen slagen er vandaag al in om sociale bescherming uit te breiden naar mensen in de informele economie, via mutualiteiten, allerhande coöperatieven enz. Bepaalde landen in de Europese Unie zagen het echter niet zitten om hun sociale bescherming uit te breiden naar de informele economie.

Maar dat was dan zonder de rest van de zaal gerekend, die wel degelijk van de rechtenbenadering wilde vertrekken. Want iedereen heeft recht op sociale bescherming! En zo werd het vastgelegd in de Aanbeveling, die verder ook specifiek oproept om werk te maken van moederschapsbescherming en degelijke kinderopvang. Want vrouwen zijn zwaar oververtegenwoordigd in de informele economie en hebben dus nood aan een volwaardige sociale bescherming.

De universele toepassing van de Aanbeveling, ook bij zwartwerk

Voor ons was het duidelijk: deze arbeidsnorm moest universeel geldig zijn. Vorig jaar kregen we echter veel weerwerk uit bepaalde Lidstaten van de Europese Unie. Zij wilden hun handen vrijhouden om zwartwerk op hun manier te beteugelen – lees te bestrijden. Maar zwartwerk is evengoed informele economie. En ook hier moet je een onderscheid maken tussen diegenen die het werk niet aangeven en zij die dat werk uitvoeren. Waar de eerstgenoemden gesanctioneerd moeten worden, hebben laatstgenoemden net nood aan bescherming van hun rechten.

Want vele arbeidsmigranten zijn gedwongen om zwartwerk te doen om te overleven; maar als puntje bij paaltje komt, worden zij als eersten bestraft. De Aanbeveling vraagt dan ook om een evenwichtig beleid te voeren, net om dat soort misstanden te voorkomen.

En nu?

Aanbeveling 204 is nu een feit. Ze moet niet geratificeerd worden, maar ze moet evengoed aan de bevoegde autoriteiten voorgelegd worden en de Lidstaten zullen er over moeten rapporteren aan de IAO. Voldoende hefbomen om nu op nationaal niveau het debat op te starten en ook echt werk te maken van een alomvattend beleid ten behoeve van werkneemsters/ers in de informele economie.

Deze bijdrage werd geschreven door Bart Verstraeten.

PS. Dikke pluim nog voor onze collega’s Altagracia (Dominicaanse Republiek), Kossi (Togo) en Bismo (Indonesië) die hier mee voor gestreden hebben en het werk op nationaal en regionaal niveau nu verder gaan ondersteunen. Dikke pluim trouwens ook voor onze de vertegenwoordigers van de Belgische regering in deze Commissie.  Die stelden zich hier bijzonder constructief op tijdens de debatten, maar daarin jammer genoeg te weinig gevolgd werden door hun collega’s van de andere EU-landen.

Dit artikel maakt deel uit van een reeks over de Internationale Arbeidsconferentie:

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de IAO

    Luc Cortebeeck is werknemersvoorzitter en vice-voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO/ILO), voorzitter van Wereldsolidariteit en adjunct-voorzitter van het Internationaal Vakverbo