Staatspropaganda en gemanipuleerde sterftecijfers

‘Nalatigheid van WHO in Tadzjikistan kost mensenlevens’

Evgeni Zotov / Flickr (CC BY-NC-ND )

Terwijl COVID-19 over heel de wereld slachtoffers maakte, was er volgens de data van de WHO geen vuiltje aan de lucht in Tadzjikistan. Pas op 22 april stelde de plaatselijke vertegenwoordiger van de WHO, Galina Perfiliyeva, ineens: ‘Nee, we kunnen niet zeggen dat er géén COVID is in Tadzjikistan.’

Als je in maart de berichten van de WHO moest geloven, dan bleef Tadzjikistan volledig gespaard van COVID-19. Pas eind april zouden de eerste besmettingen vastgesteld zijn. Het is enorm kwalijk dat de WHO informatie van de autoritaire Tadzjiekse overheid voortdurend bevestigd heeft, schrijft Irna Hofman, die in het land leeft en werkt. ‘Deze nalatigheid kost mensenlevens.’

‘Slaap lekker, en blijf weg van roddels en mythes’, aldus een Tadzjiekse vriendin van me op 18 maart. ‘Gelukkig lees je Tadzjiek. Kijk hier, een andere betrouwbare update van de WHO. Volg deze, niet alle rumoer!’ Ze schreef dit als antwoord op de vragen die ik haar stelde vanuit een dorp in zuidwest Tadzjikistan, ergens in maart. Ik las alarmerende berichten over de hoofdstad en zij probeerde me gerust te stellen.

Ik kon het niet geloven, Tadzjikistan, een “COVID vrij eiland” in deze tijd.

In de weken die volgden, ging onze correspondentie, veelal per telefoon, verder. Steeds weer stuurde ze me screenshots met wereldkaarten gepubliceerd door de WHO. ‘Zie, Tadzjikistan is blanco. Geen COVID.” Mijn antwoord: ‘de WHO vertrouwt op de overheid. Sorry, maar dat is moeilijk te geloven. Begrijp me goed, ik wil geen paniek zaaien. Maar familie van een vriendin in het noorden van het land werkt in het ziekenhuis daar. Het ziet er niet goed uit.’ ‘Neem dan maatregelen [als je het niet gelooft]’.

Ook anderen zeiden me steeds ‘nee, massale sterfte of ziekte, dat kan de overheid echt niet verbergen.’ Maar ik bleef mijn bedenkingen hebben. Misschien diagnosticeren ze sterfte anders, bijvoorbeeld?

Ik uitte mijn bedenkingen niet zozeer uit eigen angst, maar meer uit verontwaardiging, irritatie. In een land waar overheidscijfers van oudsher onbetrouwbaar zijn, zou je verwachten dat de wereldgezondheidsorganisatie er alles aan doet om de bevolking correct te informeren. Ik kon het niet geloven, Tadzjikistan, een “COVID-vrij eiland” in deze tijd.

De voorbije weken veranderde de houding van mijn vriendin. Eerst ging ze niet meer naar haar werk en wat later kon ik haar niet eens meer motiveren mee te gaan voor een avondwandelingetje. Maar, dacht ik af en toe ietwat cynisch: ‘Als je zo stellig denkt dat er geen COVID is, waarom dan toch deze houding?’

Ze kwam zelf met berichten. ‘Pas op. Het wordt slechter, met al die stervenden hier. Ik zie de laatste dagen ook meer ambulances op straat.’

De situatie doet me denken aan China, waar de Wereldgezondheidsorganisatie tot eind januari de overheidsdata volgde en bevestigde. Enkel na bezoek van directeur-generaal Tedros Adhanom veranderde de situatie en volgde er meer openheid. Uiteindelijk werd COVID als een pandemie geclassificeerd.

Tot eind april beweerde de overheid dat de oorzaak van de sterfgevallen longontsteking was.

De WHO stelde de afgelopen maanden dat Tadzjikistan vrij was van COVID. Velen raadpleegden de organisatie: internationale hulporganisaties (om zo beleid aan te passen voor staf en projecten), ambassades, maar ook Tadzjieken. Lokale televisie en kranten berichtten over persconferenties waarin de WHO directeur voor Tadzjikistan, Galina Perfiliyeva, steeds maar weer stelde dat er geen COVID was in Tadzjikistan. Tests werden naar Londen en Rusland gestuurd, zo werd gezegd. Die zouden allemaal negatief zijn.

Ondertussen klonken in de iets minder door de staat gecontroleerde (dan wel vrije) media echter steeds meer geluiden over verdachte sterfgevallen, volle ziekenhuizen en plaatselijke quarantainemaatregelen. Deze berichten lokten op hun beurt weer heftige discussies uit. De reacties op de berichtgeving waren uiteenlopend. ‘De journalisten van krant XXX moeten opgehangen worden!’, kon je hier en daar horen. Sommige Tadzjieken grapten: ‘Ik drink 50 gram wodka per dag, dat houdt me gezond.’

Mensen waren niet bang, tot voor kort. Nu is de paniek voelbaar. Tot eind april beweerde de overheid dat de oorzaak van de sterfgevallen longontsteking was en dat er in de eerste drie maanden van 2020 niet meer mensen ziek geworden zijn dan in dezelfde periode vorig jaar.

Op tv kwamen medische specialisten uitleggen hoe de situatie was. Het ministerie van Volksgezondheid stelde dat er een pandemie van longontsteking was. Eerder maande president Rahmon mensen aan niet te vasten tijdens deze Ramadan, om de immuniteit hoog te houden. Hij gebood mensen te werken op het land, om voedsel veilig te stellen. Aardappelen, vooral aardappelen.

Onbeantwoorde vragen

Eind april veranderde de situatie. Terwijl eerder gezegd werd dat de COVID-tests aan internationale standaarden voldeden, stelde de vertegenwoordiger van de WHO in Tadzjikistan, Galina Perfiliyeva, op 22 april ineens: ‘Nee, we kunnen niet zeggen dat er GEEN COVID is in Tadzjikistan.’ Uiteraard wekte die reactie veel woede in de Tadzjiekse maatschappij, maar Perfiliyeva liet veel vragen nog altijd onbeantwoord.

In de week van 27 april zou een speciale buitenlandse WHO-missie vanuit Europa de situatie ter plekke analyseren, wat bij velen al onrust wekte. Perfiliyeva werd heftig bekritiseerd. Zelfs in besloten meetings met internationale donoren bleef ze tot een paar uur voor de officiële berichtgeving op 30 april zeggen: “Check de website van het Tadzjiekse ministerie voor volksgezondheid.”

Op 30 april berichtte de Tadzjiekse overheid dat COVID was gedetecteerd in het land en dat er in totaal 15 mensen geïnfecteerd waren. Een cijfer dat niet te geloven is, gezien de berichten over de overvolle ziekenhuizen de voorbije weken. De WHO-missie zou in de daaropvolgende dagen meer duidelijkheid geven, zo werd gehoopt. Ondertussen bleven nieuwsberichten verschijnen over sterftecijfers die gemanipuleerd worden.

Staatspropaganda is sterk uitgebouwd in de ex-Sovjetrepubliek Tadzjikistan, waar een presidentiële familie de touwtjes in handen heeft, en de president (Emomali Rahmon) er belang bij heeft over te komen als een sterke leider. Sociale en politieke stabiliteit blijft een punt van zorg voor het regime. Tadzjikistan ging in de jaren negentig door een burgeroorlog waarvan littekens nog altijd zichtbaar en voelbaar zijn. Veel mensen protesteren niet openlijk.

Veel families zien geldtransfers ineens opdrogen en weten niet hoe ze de komende maanden moeten doorkomen

Massale sterfte zou aan het licht brengen dat de gezondheidszorg in zeer slechte staat is (volgens WHO data gaf de overheid in 2017 gemiddeld 22 dollar per capita uit aan publieke gezondheidszorg), en daarmee zou men zich nog meer bewust worden van de socio-economische ongelijkheid en van de uitbuiting in verschillende sectoren van de economie. Dat is niet welkom met presidentiële verkiezingen in november in het vooruitzicht.

Op 4 mei berichtte internationale media dat nieuws over COVID-19 werd tegengehouden vanwege belangrijke politieke ontwikkelingen in maart. Het betrof de aanstelling van de zoon van de president als hoofd van het nationale parlement. Lokale media berichtte meer recent ook dat artsen de eerste besmettingen al in maart vermoedden, en daarover in overleg waren met artsen in Rusland. Zij stonden echter onder grote druk om de diagnose te verbergen.

Daarnaast zijn er vermoedens dat de overheid een lockdown wilde voorkomen omdat belastinginkomsten uit kleine bedrijvigheid van uiterst groot belang zijn voor het staatsbudget. Het is ook de vraag hoe mensen, die als informele boodschappendragers of broodbakkers afhankelijk zijn van een dagelijks inkomen, weken door gaan komen zonder reserves. Nu al worden de financiële gevolgen van COVID sterk gevoeld. De Tadzjiekse economie is sterk afhankelijk van arbeidsmigratie en de meeste migranten bevinden zich nu in een lockdown in Rusland. Veel families zien geldtransfers ineens opdrogen en weten niet hoe ze de komende maanden moeten doorkomen, terwijl voedselprijzen enorm omhoog gegaan zijn in de afgelopen weken. Dat zorgt uiteraard voor onvrede.

Veel mensen zijn voor informatie afhankelijk van staats-gecontroleerde media, en vertrouwen erop. Voor sommigen is de president een vaderfiguur. Hij bracht het land vrede in de jaren negentig. Het nieuws berichtte afgelopen dagen dat de president zijn maandsalaris doneerde aan de overheid om COVID-maatregelen te treffen. Het versterkt zijn imago onder degenen die hem al op een voetstuk plaatsen. Anderen houden er een andere mening op na, maar houden die veelal voor zichzelf.

Alternatieve nieuwsbronnen zijn voor veel mensen moeilijk te bereiken. Dus geloofden velen tot voor kort dat de Tadzjiekse overheid er alles aan deed COVID te voorkomen in het land. Elke avond zag ik de beelden op televisie: tot 23 april hebben we XXX stuks beschermende kledij voor de medische staf geproduceerd; XXX maskers in de zuidwestelijke Khatlon regio, XXX maskers in Sughd, etc. Toen de Tadzjiekse televisie recent berichtte over het OXFAM rapport (over de verwachte toename in armoedecijfers wereldwijd als gevolg van COVID), kwamen beelden van Afrika voorbij.

In een situatie van onwetendheid zou een onafhankelijk instituut als de WHO duidelijkheid moeten brengen.

Toegang tot internet is voor velen, vooral op het platteland, nog altijd problematisch en er zijn slechts enkele tv-kanalen om op de hoogte te blijven van nationaal en internationaal nieuws. Websites worden soms blijvend, soms permanent, geblokkeerd en zijn soms alleen via een omweg te bereiken. Via alternatieve sociale netwerken komt wel meer wereldnieuws binnen, maar deze netwerken worden toch vooral gebruikt voor dagelijkse korte berichtjes. Eerder in maart kreeg ik al vragen van families op het platteland: ‘De juf op school zei dat er zes meisjes in Dushanbe zijn overleden aan Corona. Is het hier ook, of niet?’ Ik ervoer eerder veelal krachtige stellingen: ‘Nee… alles is hier vredig [tinj].’

De laatste weken voelde ik meer angst onder de mensen, en zo merkte ik op dat sommige mensen toch wel, op een of andere manier, wisten dat de situatie anders was dan de overheid hen voorhield.

Sommigen zijn nu teleurgesteld, gedesillusioneerd. ‘We hebben de strijd verloren, ondanks alle maatregelen.’ Mijn vriendin reageerde: ‘Ik huil. Ik had niet gedacht dat ze dit, zoiets, zouden kunnen verbergen.’ Anderen nemen COVID nog altijd niet serieus, iets wat grote gevolgen kan hebben. ‘COVID; het is een leugen.’ Anderen vertrouwen op Allah. Determinisme; ‘Het is allah’s wil’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In een situatie van onwetendheid zou een onafhankelijk instituut als de WHO duidelijkheid moeten brengen. Mensen hechten waarde aan externe evaluaties, zeker van een autoriteit als de WHO. Het is enorm kwalijk dat de WHO informatie van de Tadzjiekse overheid voortdurend bevestigd heeft. ‘Dit is niet de eerste COVID infectie hier’, zo zei een kennis me nadat het nieuws op 30 april naar buiten kwam. ‘En ook niet de eerste week, ook niet de eerste maand. Het is hier al zeker anderhalve maand of twee maanden.’

Ik verwacht van een organisatie als de WHO betrouwbare informatie. Deze nalatigheid kost mensenlevens.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift