Nasser, gevangene van een roofstaat

Twintig dagen lang was Nasser, Oegandees, vrachtwagenbestuurder van beroep, de feitelijke gevangene van de roofstaat Congo, of moet ik toch eerder zeggen, van de non-staat?

  • Nasser poseert fier voor de vrachtwagen van zijn vader
  • De vérificateur van de douane observeert de aflading van de ontpulpers
  • Het lijstje aasgieren op een factuur van de inklaarder

Verbeteren van de kwaliteit van de koffie doe je onder meer door betere machines te kopen en duurzame drooginstallaties te bouwen. Vorig jaar kochten we daarvoor bij een Keniaans bedrijf dertig ecologische mini-pulpers aan en materialen voor de micro-wasstations, zoals schaduwnetten voor de koffie en UV-bestendige plastieken vellen voor een duurzaam dak boven de droogtafels, samen goed voor meer dan 13 ton materiaal.

Op 7 maart bood de vrachtwagen zich aan de grenspost van Kasindi aan. We beschikten over een brief van de minister van Landbouw en een andere van de Minister van Financiën, die aan de douanediensten de opdracht gaven de goederen belastingvrij in te voeren. Toch moesten Nasser en zijn hulpchauffeur drie keer overnachten aan de grens eer ze konden oversteken, en enkel maar mits ze beloofden zich rechtstreeks naar het douanegebouw van Butembo te begeven. Een douanier zou daarom de rit zelf meerijden in de stuurcabine. Uiteraard moest die daarvoor worden betaald.

Twee kilometer was de vrachtwagen Congo binnen, of hij werd al geblokkeerd door de wegpolitie, de geduchte roulage. Geen Congolese verzekering, was hun verdict. “Wel een COMESA-verzekering”, antwoordde Nasser. “Dat is hier niet geldig”, zei de roulage. “O neen?”, klonk Nasser’s gevatte antwoord, “hoe komt het dan dat Joseph Kabila, de president van Congo, op dit moment voorzitter van de COMESA is?”. De roulage was niet onder de indruk, politiek was niet zijn zaak. Geld wel.

We belden de politiecommissaris vanuit Beni, maar die geraakte niet tot bij zijn mannen. Zei hij. Het zou kunnen waar zijn, want de kwaliteit van de draadloze telefoonverbindingen is de laatste maanden uiterst belabberd. Weer zo’n typische Congolese situatie: overbelasting bij gebrek aan planning. Maar het zou evengoed een leugen kunnen zijn, omdat hij mogelijk zijn deel opeist van wat zijn mannen binnenrijven, en dan is het altijd beter dat de lijnen niet werken natuurlijk. Nasser had geen keuze. Afdokken, indien hij niet wou blijven steken.

Motivatie

In Butembo werd de vrachtwagen meteen geïmmobiliseerd op het parkeerterrein van de douane. Er was duidelijk een probleem, maar het duurde dagen eer iemand het aandurfde te zeggen welk probleem. De brieven van de ministers die de vrijstelling van belastingen toekenden, intussen ook versterkt door een phoniebericht van de directie van de DGDA in Kinshasa van 18 maart dat een “procédure d’enlèvement d’urgence” toekende, verwezen allen naar twee interministeriële besluiten die niemand in de douane van Butembo en Goma kende. Dus kon niemand het dossier behandelen.

Niets te vinden op het internet, nochtans dé bron van informatie die doorgaans soelaas biedt. Niet in dit geval dus. Het halve land afgebeld. Niets gevonden. Uiteindelijk onze ambassade ingeschakeld. De dag dat zij mij het bericht stuurden dat de IMBs hen werden beloofd door de overheid in Kinshasa, kregen we ze op 20 maart zelf in handen dank zij het ministerie van landbouw.

“Dossier opgelost en afgesloten”, SMSte de minister van landbouw me fier. Was het maar waar. We kwamen geen centimeter vooruit. Elke keer ik belde naar het inklaarbedrijf kreeg ik een andere uitleg. Aan mijn collega’s liet hij knarsetandend weten dat een “motivation” alles zou oplossen, maar dat die blanke daar geen oren naar heeft. “Er moet iemand beginnen met duidelijk maken dat dergelijke praktijken niet thuishoren in de 21ste eeuw”, kreeg iedereen te horen die probeerde me in die richting te duwen.

Ze verlaagt u

Er bleek wat aan de hand te zijn in Goma. Ons dossier moest voor goedkeuring naar de provinciehoofdplaats worden gestuurd, maar dat gebeurde net op het moment dat een nieuwe directeur werd aangesteld, en de grote baas van de douane was persoonlijk overgevlogen uit Kinshasa voor de gelegenheid. Dat verlamde de dienst uiteraard volledig gedurende verschillende dagen.

In de media las ik op 27 maart straffe en duidelijke standpunten van de topdouanier in zijn boodschap naar zijn personeel. “Ik vraag u die slechte praktijken op te geven. Ik dring daar op aan. Geef op die corruptie. Ze verlaagt u. Houdt de eer aan uzelf en aan uw waardigheid door niet toe te geven aan de verleiding van de corruptie”.

Ik besloot opnieuw de nationale minister van landbouw te contacteren. Zo een grote contradictie tussen woord en daad kon ik onmogelijk aanvaarden. Hij viel van zijn stoel. “Hoezo, dat was toch opgelost? Dat heeft de DG van de DGDA me persoonlijk verzekerd”. Verbijsterd belde hij de minister van financiën op die de DG van de DGDA opbelde. Ik belde zelf ook verschillende kennissen op met brede connecties in Goma om de nieuwe directeur onder druk te zetten vanuit verschillende hoeken. Op 28 maart om 16u in de namiddag kreeg ik eindelijk een scan van de “autorisation d’enlèvement d’urgence”. Ik beet me op de lippen om niet cynisch te worden: een urgentie die nu al 20 dagen aansleepte…, belachelijk!

Verantwoordelijkheid

Vanochtend ben ik daarmee naar de directeur van de douane in Butembo gestapt. Ik had me tot nu toe daar niet laten zien omdat iedereen me dat afraadde. Een witneus zou nog meer begeerte opwekken en de prijzen opdrijven. Maar ik had het nu wel bekeken. Weg blijven loste duidelijk niets op. Mijn geduld had zijn grenzen overschreden. Ik zou mijn witte neus eens goed zelf in hun verrotte zaken gaan steken.

De directeur probeerde me nog af te wimpelen dat ik niet moet denken dat wij de enigen zijn die hij moet behandelen, hij heeft wel veel katten te geselen, hoor. Voor alle zekerheid polste hij me toch gauw of ik een geestelijke was of een leek. Hij leek gerustgesteld als ik bevestigde dat ik een leek ben. Desondanks heb ik hem toch meteen uitgebreid zijn levieten gelezen. Wat het meest indruk maakte is dat het transportbedrijf een schadevergoeding claimt van 200$ per dag en dat het dossier nu al 20 dagen aansleepte. Hij geloofde me eerst niet, dook in zijn papieren. “Verrek, u hebt gelijk, ingediend de 9de, we zijn de 29ste”.

Enige verantwoordelijkheid opnemen in deze moest ik toch van hem niet verwachten. “De verschuivingen aan de top in Goma, meneer, moet u weten, hebben wat problemen gegeven. Maar de inklaarders, da’s ook een probleem. Die mensen doen hun werk echt niet goed!”

“Waarom geeft u hen elk niet gewoon een procedurehandboek?”, suggereerde ik. “Dat willen ze niet!”, riposteerde hij op hoge toon met een blik die smeekte om geloofd te worden. “We bieden hen ook vormingen aan. Daar komen ze niet op af”.

Ik wou nog zeggen hoe onwaarschijnlijk ik het vind dat de douanediensten zelf niet beschikken over de besluiten van hun eigen minister, hoe een grof bewijs van ondeskundigheid ik dat vind, maar ik zag dat hij zijn aanloop nam om een handtekening te zetten en hield wijselijk mijn bek.

Aasgieren

Een half uur later stond de vrachtwagen eindelijk aan het depot van ons kantoor. Mijn collega’s konden hun oren niet geloven toen ik hen opbelde. Op een zaterdagochtend dan nog wel? De minister SMSte me terug: “God zij dank”.

In het zog van de vrachtwagen kwamen 6 overheidsdiensten mee. Ze hebben de hele tijd staan turven bij het afladen. Elk voor zich. Allemaal hetzelfde werk. Dan kwamen ze 180$ vragen voor aflaadkosten. Ze hadden zelf geen pink uitgestoken. “Waar is uw ontvangstbewijs?”, vroeg ik. “Dat hebben we niet”. “U heeft geen ontvangstbewijs? Ik heb geen geld”. Ik legde hen uit dat onze middelen van de Belgische overheid komen en dat we rekenplichtig zijn aan hen. Geen uitgaven zonder bewijsstuk. “Dat is bij jullie in België”, verklaarde hij. “Onze overheid gaat daar anders mee om”. “Congo is lid van OHADA sinds 2012”, repliceerde ik, “en alle boekhoudkundige principes moeten ook hier worden toegepast”.

“Vous faites comme bon vous semble”, zei hij met een grimmige uitdrukking op zijn gezicht, en verliet boos het kantoorterrein. Later kwam de inklaarder me een factuur bezorgen waarop hij de kosten van alle aasgieren samen had gezet. “U maakt zich schuldig aan het witwassen van onwettige praktijken”, probeerde ik nog. Maar hij smeekt me: “ze stalken me zo hard dat ik niet anders kan, asjeblief, doe het nou”. Ik begreep dat hij in de tang zat en gaf hem het geld, eraan toevoegend dat ik een gedetailleerd dossier zou opstellen waarin alle stappen gedocumenteerd worden, dat ik aan de hogere overheid van dit land zou bezorgen.

Ik overliep het lijstje. De DGDA en de OCC, tot daar aan toe. Maar waarom de inlichtingendienst ANR? Om te zien of er geen wapens in het laadruim zitten? Waarom de dienst hygiëne? Om te checken of de machines niet besmet zijn? Waarom de DG Migratie? Om te zien of er geen verstekelingen aan boord zijn? Waarom de grenspolitie? De grens is hier mijlenver vandaan.

Drie ananassen of je leven

Ik praatte nog even na met Nasser. “Ik kom wel eens in Goma of Bukavu”, zei hij, “maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Nooit zet ik nog een voet in Butembo! In Rwanda, dat is pas een verschil, minister of burger, iedereen wordt er gelijk behandeld, binnen de 24 uur is alles afgehandeld, geen tijdverspilling”. In Oeganda moest hij alleen maar een gewapende militair aan boord toelaten, die er van de grenspost met Kenia tot aan die met Congo moest op toezien dat er niets werd afgeladen. En die had wel 100 $ afgetroggeld. Maar Congo? Abnormaliteit is hier tot norm verheven. Opkomen voor je rechten is deviant gedrag.

“Eergisteren in het hotel nog. Een soldaat had drie ananassen in bewaring gegeven in het kleine hotelwinkeltje. Intussen was de dagploeg afgelost door de nachtploeg, en de soldaat kwam zijn vruchten ophalen. Ik weet niet van wie die vruchten zijn, had de verkoper gezegd toen de soldaat ze opeiste. Moet ik mijn geweer gaan halen en je een kogel door het hoofd jagen?, had de soldaat geantwoord.” Nasser schudde het hoofd. Wat ik hier allemaal heb meegemaakt… Nooit meer!

Ik schudde hem stevig de hand, gaf er nog een schouderklopje bovenop, en zichtbaar opgelucht dat hij uit zijn virtuele gevangenis was bevrijd, bracht hij zijn gevaarte in beweging, richting Kampala.

Verliezen geleden door het hele gedoe? Twee hotelkamers en maaltijden voor twee gedurende 20 dagen, plus 200$ per dag schadevergoeding voor de transporteur vanaf 16 maart, samen goed voor 4.600 $, puur weggegooid geld door incompetentie en arrogantie van overheidsdiensten. Je krijgt dan eens belastingvrijstelling. Het wordt er op een andere manier wel weer uitgemolken.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur