Niemand, niemand, niemand kiest ervoor om vluchteling te zijn

België is niet het beloofde land waarvan vluchtelingen al heel hun leven dromen. Een getuigenis.

  • Steven Depolo (CC BY 2.0) Steven Depolo (CC BY 2.0)
  • Takver (CC BY-SA 2.0) Takver (CC BY-SA 2.0)
  • luca savettiere (CC BY-NC-ND 2.0) luca savettiere (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Pug50 (CC BY 2.0) Pug50 (CC BY 2.0)

Ik was vier, en ik heb bijgevolg weinig herinneringen aan Rwanda. Wel genoeg om te weten dat ik dat land beschouwde als mijn thuis.

Mijn vrienden zullen bevestigen dat ik vaak herhaal hoe weinig ik van verandering hou. Zelfs verhuizen naar een beter huis, zal twijfel in mij opwekken, omdat ik mijn oud huis toch gewoon ben, en ik het beste heb leren maken van een mindere situatie.

België was vreemd. Spannend eerst, maar uiteindelijk vooral droevig, omdat ik niets en niemand rondom mij kende. Ik had het geluk dat ik bij mijn tante kwam wonen, maar haar kende ik eigenlijk ook niet, omdat ze al zo vroeg naar België was gevlucht.

Eerst zat ik op een internaat, omringd door racistische mensen die het meisje uitlachten dat net van Afrika was gekomen en hun taal niet kende. Ik sprak wel heel erg vlot Kinyarwanda, maar dat maakte hen niet uit. Ik was anders, en alleen dat telde. Gelukkig moest ik daar niet lang blijven.

luca savettiere (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Geluk

Geluk heeft een grote rol gespeeld in mijn aanvaarding in België. Ik ben een slim meisje. Ik kan goed om met talen. Ik ben sociaal. Die drie dingen hebben ervoor gezorgd dat ik snel vrienden kreeg en altijd aangemoedigd werd door mijn leerkrachten.

Maar de duizenden andere jongeren, die iets trager de taal leerden, het iets minder goed deden op school, of iets stiller waren, zullen kunnen getuigen dat dit niet altijd het geval is.

Velen van hen die moeilijkheden ondervonden —die typisch zijn voor hun leeftijd- krijgen de raad om “makkelijkere” richtingen te gaan doen. In plaats van hen aan te moedigen, zoals het hoort. Zo’n jongeren worden, spijtig genoeg, snel bestempeld als “domme”, of “moeilijke leerlingen”. En die stempels zullen velen van hen heel hun leven blijven achtervolgen.

‘Slechts’ een vluchteling

Ik heb uiteraard wel andere problemen gehad. Racisme was, en is, een heel prominent deel van mijn leven. Andere problemen waren eerder triviaal. Omdat ik nog steeds ‘slechts’ een politieke vluchteling was, moest ik een visum hebben om met mijn klas naar Engeland te mogen. Dit was een dramatisch moment als veertienjarig meisje, omdat ik niet begreep waarom ik meer moest betalen dan de rest, en meer moeite moest doen dan mijn vrienden.

Gelukkig, heeft de vader van een vriendin mij toen naar Parijs gebracht, samen met haar, speciaal om mijn visum aan te vragen. Ik kreeg aanbevelingsbrieven om in mijn dossier te steken. Mijn klas legde bij om de visumaanvraag te betalen. Uiteindelijk, kreeg ik hem de dag voor mijn vertrek aan huis geleverd. Ik weet niet of dit het geval zou zijn geweest voor alle andere jonge vluchtelingen.

Geconfronteerd worden met het feit dat ik ‘slechts’ een vluchteling was, terwijl ik mij in zo veel opzichten Belg voelde, vond ik heel moeilijk.

Nadat ik van het middelbaar afgestudeerd was, ging ik op een namiddag in augustus heel enthousiast naar Leuven om mij in te schrijven aan de universiteit. Ik was net van thuis verhuisd, ik was dus vrij blut, en ik had al mijn geld verzameld om een heen-en-terug treinticket voor mijn vriend en mij te kopen.

Aangezien ik advocaat wil worden sinds ik acht ben, was dat voor mij een groot moment. Maar toen ik daar aankwam, vertelden ze dat ik me als internationale student moest inschrijven, omdat ik geen Belgische nationaliteit had.

Ik had wel een Belgisch diploma, maar ik was een vluchteling, dus moest ik me samen met de Erasmusstudenten inschrijven. Dat kon ik echter maar doen tot 12u, en omdat het na de middag was, moest ik een andere keer terugkomen. Ik weet nog dat ik wenend aan mijn vriend vroeg hoe en wanneer ik zowel de tijd als het geld zou vinden om terug naar Leuven te gaan. Op dat moment, begreep ik opnieuw niet waarom ik meer moest betalen dan de rest, en meer moeite moest doen dan mijn vrienden.

Geconfronteerd worden met het feit dat ik ‘slechts’ een vluchteling was, terwijl ik mij in zo veel opzichten Belg voelde, vond ik heel moeilijk.

Takver (CC BY-SA 2.0)

 

Maar dat valt niet te vergelijken met de verhalen van discriminatie en haat die ik al heb moeten aanhoren van jongeren die niet zo goed aanvaard werden door hun autochtone klasgenoten en leerkrachten. Het valt ook niet te vergelijken met de wereld van de andere vluchtelingen die ik zag wanneer ik vorig jaar stage liep bij het OCMW.

Niemand kiest hiervoor

De asielzoekers die hier langer dan vier maand zijn, en geluk hebben, kunnen in LOI’s gaan wonen. Dat zijn lokale opvangcentra, privéhuizen waar asielzoekers verblijven terwijl ze de behandeling van hun asielaanvraag afwachten. LOI’s zijn beter dan gewone opvangcentra: je moet er met minder mensen verblijven, je hebt wat meer privacy, je hebt soms zelfs een tuintje.

Ik zag twee LOI’s tijdens mijn stage, telkens met vier mannen. Mannen die elkaar helemaal niet kennen, afkomstig van landen uit het Midden-Oosten die soms vijandig tegenover elkaar staan. In sommige gevallen spreken ze niet eens dezelfde taal. Volwassen mannen die plots met andere volwassen onbekenden moeten samenwonen.

Op een woensdag organiseerden we een activiteit. We besloten om met de inwoners van de twee LOI’s samen te koken: ze kregen allemaal een klein budget, waarmee ze ingrediënten moesten kopen. We kwamen op het afgesproken uur aan en zagen dat sommige van hen al uren aan het koken waren.

Ze waren allemaal zo enthousiast om die namiddag samen door te brengen en samen iéts te doen, zelfs iets banaals als samen koken en eten. Uiteindelijk, was er veel te veel eten, veel te veel drank, en ook veel te veel foto’s naar mijn zin. Zelf, stond ik versteld van die 8 volwassen mannen, die zo blij waren, dat ze massa’s foto’s wilden nemen van die doodgewone activiteit.

Dat was wellicht een van de leukste dagen die ze hadden beleefd in een lange tijd. Die woensdag, die voor mij slechts een stagedag was, bleek voor hen een dag waarop ze hadden gewacht, een dag die ze zich wilden herinneren. Zoals wanneer ik naar een iets duurder restaurant ga, en foto’s neem van mijn eten. Zoals wanneer ik naar een prestigieuze event ga, en een foto wil nemen van de belangrijke mensen, van de grandioze locatie, van de mooi geklede gasten. Zoals wanneer ik op reis ga, en foto’s neem van mooie monumenten om die op Facebook te zetten.

Pug50 (CC BY 2.0)

 

Indien het anders kon

Niemand, niemand, niemand kiest ervoor om vluchteling te zijn.

België is niet het beloofde land waarvan vluchtelingen al heel hun leven dromen. Ik, bijvoorbeeld, wou niet naar België komen om hier gepest te worden. Ik wou geen Frans leren, en ik had ook geen nood aan het Nederlands. Ik wou geen slachtoffer zijn van discriminatie. Ik wou er niet telkens aan herinnerd worden dat ik anders was, dat ik een vluchteling was, dat ik niet over dezelfde rechten beschikte als de rest. Ik droomde niet van racisme. Ik droomde niet van intolerantie.

Maar hier zijn ze dan. In een land waar ze altijd zullen beschouwd worden als “vreemdelingen”, ongeacht hoe goed ze zich kunnen integreren.

En toen ik die mannen zag, werd ik overweldigd met empathie, met een besef dat zij hier ook niet zouden zijn, indien het anders kon. Ze zouden geen huis delen met vreemdelingen, overleven op een (ontzettend klein) budget, en aanvaarden dat hun kamers gecontroleerd worden door hun begeleider van het OCMW.

Ze zouden liever hun tijd niet verdoen aan het leren van een taal, terwijl ze er een andere beheersen. Ze zouden hier geen opleiding volgen om werk te vinden, terwijl ze daar waarschijnlijk al werk hadden. Ze zouden hun thuis niet verlaten, ze zouden hun geliefden niet verlaten, ze zouden hun leven niet verlaten. Indien het anders kon.

Maar hier zijn ze dan. In een land waar ze slachtoffers zijn van discriminatie. In een land waar ze altijd onderaan op de lijst staan om een appartement te huren, of werk te vinden. In een land waar ze altijd zullen beschouwd worden als “vreemdelingen”, ongeacht hoe goed ze zich kunnen integreren.

En mensen durven denken dat we hiervoor gekozen hebben.

 

Sabrine is een rechtenstudente. Je kan haar volgen op: www.facebook.com/inga.sabrine.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift