Nogal wat koffiebedrijven blijken geen last te hebben van het verschil tussen woord en daad

Niet altijd zuivere koffie in Congo

© Ivan Godfroid

Lydie Kasonia van Rikolto-D.R.Congo feliciteert Kawa Kabuya en Kawa Kanzururu met hun topplaats in de proefwedstrijd voor Congo

De jaarlijkse hoogmis van de Afrikaanse koffie zit er weer op. Van 14 tot 16 februari 2018 was Kampala, de hoofdstad van Oeganda, het centrum van de koffiewereld. De Vereniging van Fijne Afrikaanse Koffies (AFCA) had er de halve globe uitgenodigd voor haar conferentie en koffiesalon.

Het eerste wat je opvalt is het hoerageroep. Tegen 2030 zal de wereldconsumptie met een derde toenemen tot 200 miljoen zakken van 60 kg, en een groot deel van die extra 50 miljoen zakken zal uit Afrika komen! Want in klassieke koffielanden is er geen grond meer op overschot en de klimaatsverandering zal er een ravage houden. Dus voor Afrika is de toekomst verzekerd.

Gastland Oeganda is vast van plan daar het voortouw in te nemen. In 2014 kondigde president Museveni al een road map aan dat het land tegen 2020 zijn productie zou zien opdrijven van 3,5 miljoen zakken naar 20 miljoen. Vorig jaar werden ze al wat voorzichtiger en gleed de streefdatum naar 2025. Op de conferentie vorige week sprak de minister van landbouw al van 2030. Wat hij er niet bij zei, is dat daar zeker een half miljoen zakken koffie uit Congo tussen zitten die één voor één de grens worden overgesmokkeld, van nationaliteit veranderen en verschijnen in de Oegandese statistieken. Als we er in Congo in slagen om de koffiesector weer te domesticeren, zullen de buren nog op hun neus kijken.

Motor van de keten

Bazuingeschal ook over de inzet van de koffiesector. Vier vijfden van de wereldkoffieproductie is het resultaat van het harde werk van 25 miljoen kleine landbouwersgezinnen, dus daar moet goed voor gezorgd worden. Niemand die het in zijn hoofd zou halen minder dan de productiekosten te betalen. De koffietelers moeten zich verenigen in sterke boerenorganisaties en performante coöperaties waarin vrouwen een rechtmatige plaats innemen en die jongeren kunnen aantrekken en motiveren.

Slides van vernuftige zakenmodellen worden geprojecteerd waarin met verve wordt aangetoond hoe evenwichtig en respectvol de relaties met de opkopers wel zijn en altijd, altijd staan de boerengezinnen op de voorgrond, want zij zijn de motor van de keten, zonder hen zou er geen koffie zijn. Ze moeten dan ook correct behandeld worden.

Vreemd genoeg, als de vraag zoveel sneller stijgt dan het aanbod, zou je toch verwachten dat de prijzen omhoog gaan, niet? De afgelopen jaren zien we echter het tegenovergestelde gebeuren: je zou door den duur gaan denken dat koffiegoeroes bewust verkeerde informatie verspreiden opdat de opkopers er zelf zoveel mogelijk profijt uit zouden halen. Want in het belang van de boeren is deze evolutie in ieder geval niet.

© Ivan Godfroid

Ondanks aangekondigde tekorten blijft de koffieprijs maar dalen

Volgend jaar weer

In juli vorig jaar deed AFCA een oproep om voorstellen te doen voor presentaties op de conferentie. Het thema was eenduidig: Duurzame koffie-industrie voor sociaaleconomische transformatie. Ik dacht meteen: als iemand daar een boeiend verhaal kan over vertellen, dan zijn wij het wel. Ons Vredeseilanden (Rikolto) programma heeft sinds 2014 vier verschillende koffie-coöperaties helpen oprichten met een gezamenlijk ledenaantal van 5.000 boeren. Door hen te helpen hun kwaliteit te verbeteren en hen te linken met kopers die ook oog hebben voor de inzet van de boeren en daar een prijs willen voor betalen, zagen de boeren op korte tijd hun inkomen verdrievoudigen. Ik dacht, als ik dat verhaal kan brengen aan een zaal die voor de helft uit koffie-opkopers bestaat, kunnen we een ongelooflijke impact bereiken!

Het heeft drie maanden geduurd eer ik antwoord kreeg van AFCA, en dan nog alleen maar omdat ik er zelf verschillende keren naar had gevraagd: neen, mijn voorstel was niet weerhouden door het selectiecomité, maar dat is niet erg, volgend jaar komt er weer een conferentie, en dan kan ik het nog eens proberen.

Onethisch

Als ik dan op de conferentie naar het hoerageroep luisterde van de sprekers die wel werden weerhouden, begon mij één en ander te dagen. Neem nu Stefano Scanferia van IllyCaffè. Fier vertelde hij dat zijn bedrijf het enige koffiebedrijf ter wereld is dat de lijst heeft gehaald van meest ethische bedrijven, zoals die wordt opgesteld door het Ethisphere Institute.

Bij mij roept dat nu net tegenovergestelde gevoelens op! Als in de koffiesector, die na petroleum de grootste grondstoffenmarkt ter wereld is, maar één bedrijf ethisch genoeg wordt bevonden om in een lijst te worden opgenomen, dan schort er toch wel degelijk iets, niet?

Als je de realiteit op het veld meemaakt, dan begrijp je sneller hoe onethisch het er vaak aan toegaat. Gelukkig niet overal. 

Jawel hoor. Als je de realiteit op het veld meemaakt, dan begrijp je sneller hoe onethisch het er vaak aan toegaat. Gelukkig niet overal. We krijgen ook te maken met privébedrijven die zich oprecht bekommeren om de boeren en veel meer doen dan alleen maar hun koffie kopen: ze verlenen voorfinanciering, verschaffen subsidies voor kwaliteitsverbetering, gaan langere termijncontracten aan om de afzet voorspelbaar en de productie planbaar te maken. De unieke handelsrelatie tussen Colruyt en de Congolese koffiecoöperatie Kawa Kabuya is daar een heel duidelijk voorbeeld van. Ik had dit nooit verwacht van een grootwarenhuis dat aan zijn klanten gegarandeerd de laagste prijs verzekert!

OR Coffee en Cup-A-Lot uit Westrem, Tropicore uit Zwitserland, allen uitgesproken ethische ondernemers en daarom ideale zakenpartners voor jonge coöperaties.

Dichtknijpen

Maar je hebt ook hun tegenpolen. Dat zijn meestal bedrijven die zich lokaal komen verankeren. Ik zal ze niet noemen, maar wel hun praktijken beschrijven. Zowel in Ituri, waar we Kawa Maber ondersteunen, als in Ruwenzori, waar Kawa Kanzururu onze coöperatieve partner is, hebben ze zich sinds kort van hun lelijkste kant laten zien. In een agressieve campagne roept hun plaatselijke vertegenwoordiger de koffieboeren bij zich: jullie gaan toch niet doorgaan met koffie te leveren aan die coöperatie, hoop ik? Het is in jullie eigen belang om daar meteen mee te stoppen! Wat geeft hen het recht om koffie te gaan uitvoeren? WIJ zijn een erkende uitvoerder en we gaan er voor zorgen dat alles weer in zijn plooi valt: jullie produceren, en wij voeren uit voor jullie. Die coöperatie heeft geen toekomst. Die hebben niet genoeg geld om al jullie koffie te kopen. Wij hebben veel meer middelen. We zullen hen de keel dichtknijpen. Wacht niet tot het zover is, kom jullie koffie maar snel aan ons leveren. Met ons hebben jullie een toekomst, niet met die onbenullige coöperatie.

Het werd zelfs zo erg dat Roger, de manager van één van de coöperaties, zich zodanig bedreigd voelde, dat hij aangifte deed bij de plaatselijke inlichtingendienst en hen om bescherming vroeg.

Bij hoog en bij laag

Een Deense universiteit heeft eind vorig jaar een studie laten uitvoeren over de koffiesector en dat bedrijf werd mee opgenomen in het onderzoek. De studie werd nog niet gepubliceerd, maar ik sprak de onderzoeker en zijn conclusies zijn verbijsterend. Het hierboven beschreven bedrijf is als partner opgenomen in een omvangrijk koffieprogramma dat met grove Amerikaanse middelen wordt gesteund. Een budget dat in zijn eerste fase dubbel zo groot was als het onze om half zoveel boeren te bereiken, dus vier keer meer per boer. En toch wordt er amper koffie uitgevoerd. De reden daarvoor wou de universiteit nu precies achterhalen.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Grote Amerikaanse en Britse NGOs zweren de laatste jaren bij hoog en bij laag dat alle heil van de privésector zal komen en ze gaan daarbij heel ver in hun geloof. Het bedrijf in kwestie krijgt miljoenen werkingskapitaal toegeschoven om zoveel mogelijk koffie van de boeren te kunnen kopen en krijgt vrij spel om daarbij coöperaties in het programmagebied in ruil voor samenwerking een exclusiviteitscontract voor 5 jaar te doen tekenen. Alle koffie moet dus ook via hun fabriek passeren en wordt door hen uitgevoerd. Van een monopolievorming gesproken…!

Dat is natuurlijk de geit bij de kool zetten. In de eerste jaren kregen de coöperaties zelfs geen uitdraai van de fabrieksresultaten. Perkamentkoffie wordt daar gepeld tot groene koffie, klaar voor de export en de koffiebranderijen. Normaal gezien levert dat een rendement op van rond de 80%. Maar de boeren kregen geen inzage. Ze kregen alleen te horen hoe laag hun rendement zogezegd was.

Toen het bedrijf niet anders kon dan toegeven dat dit niet erg transparant is, begonnen ze wel rapporten op te stellen, maar de cijfers die daarin staan zijn zo onwaarschijnlijk dat experten meteen zien dat hiermee gesjoemeld wordt en dat in feite de grote koffie-uitvoerder minstens 10 tot 20% van de koffie van de boeren steelt. En dat 5 jaar lang, terwijl de aanbidders van de privésector aan de zijlijn halleluja staan te roepen. Geen wonder dat die coöperaties ons komen smeken om te worden opgenomen in ons programma. Jammer dat we daar de middelen niet voor hebben.

Geen staat op te maken

Ik denk niet dat dit in enig ander land mogelijk zou zijn. In Congo helaas wel. Hier is immers alles mogelijk. En dat komt omdat de staatsinstellingen volledig aan de grond zitten. De overheidsdienst die toezicht moet houden op de koffiesector, begrijpt absoluut zijn rol niet. Ze zien alleen maar geld. Door hun alsmaar stijgende officiële en informele belastingen op de uitvoer van koffie, zijn zij de hoofdverantwoordelijke van de smokkel van meer dan 80 % van de Congolese koffie naar de buurlanden in het Oosten. In Oeganda is de fiscale druk 1%, in Rwanda 3%, maar in Congo dus 11%. Een betere pomp om de smokkel aan te moedigen kan je je niet indenken.

Diezelfde overheidsdienst maakt zich er bovendien ook nog medeplichtig aan door hun mannetjes op te stellen bij alle poreuze grensovergangen en de weg te openen voor de fraudeurs mits hen maar 6% te belasten in plaats van de officiële 11%, maar dan wel ongedocumenteerd. Aan Kinshasa melden ze dan dat er geen (officiële) uitvoer is, en dus geen inkomsten, en de 6% steken ze in hun eigen zak.

Vorig jaar wilden ze de schone schijn hooghouden door zelf koffie te beginnen opkopen voor de officiële uitvoer. Ze hebben toch twee containers gehaald, maar er lelijk hun broek aan gescheurd. Want dat was helemaal geen kwaliteitskoffie. Dit jaar bouwen ze een koffiefabriek in Bukavu en zijn ze blijkbaar van plan om fabrieksuitbater te worden. Van hun echte toezichthoudende, regulerende en promoverende rol komt helemaal niets in huis. Geen wonder dat alle actoren met slechte bedoelingen vrij spel krijgen. De Kivustreek is de Far East van Congo. Wetteloosheid is de norm.

Fair trade

Dat wil helemaal niet zeggen dat het er in de gecertifieerde koffiesector zoveel beter aan toegaat. Ik ken minstens twee bedrijven die zich uitgeven voor een coöperatie, maar daar, behalve de naam, niets mee gemeen hebben. De bedrijven worden elk gerund door de stichter die de “coöperatie” heeft gebouwd met zijn eigen middelen op zijn eigen grond, al sinds decennia tegelijk directeur en voorzitter is, er telkens in slaagt om de inspecteurs een rad voor de ogen te laten draaien om de fair trade certificatie te behouden. En jawel hoor, hun koffies liggen in zowat alle fair trade zaken van de wereld.

In twee koffieregio’s maken deze Congolese nepcoöperaties zich ook schuldig aan oneerlijke concurrentie door beroep te doen op geld van een grote uitvoerder die achter de schermen aan hun touwtjes trekt en alle anderen uit de keten wil krijgen. We hebben aanwijzingen dat ze wel eens vaker koffies van verschillende origines gaan mengen en die dan toch als single origin aanbieden. Zo gebeurt het dan wel eens dat de verkoopsstalen veel beter zijn dan de kwaliteit van de volle container. En dat ondermijnt dan weer de reputatie van de hele Congolese koffiesector. Iedereen betaalt mee de prijs van die nestbevuilers.

Schijnheiligheid

Natuurlijk dat in zulke context weinigen graag horen spreken over zelfbewuste, autonome, daadkrachtige coöperatieve bedrijven. Ze willen niets liever dan de boeren terug te dringen in hun pure rol van toeleveraar van koffiebessen in nepcoöperaties, en voor de rest alle touwtjes zelf in handen te houden. Onze aanpak, waarbij we de capaciteiten van boerenleiders versterken om zelf te kunnen opkomen voor hun belangen en evenwichtige relaties te leren aangaan met zakenpartners uit het Noorden, is bedreigend voor die opkopers die alleen maar dwepen met hun neokoloniale aanpak om de producenten te instrumentaliseren voor hun eigen financieel gewin.

Dat is de kater die ik overhield aan de hypocrisie in de AFCA-conferentie. Zo goed als niemand is ons komen feliciteren dat de drie beste koffies uit Congo, winnaars van de jaarlijkse Taste of Harvest wedstrijd van AFCA, stuk voor stuk geproduceerd werden door ‘onze’ coöperaties. Haast niemand deelde in onze vreugde dat de vier coöperaties samen in 2017 bijna 20 containers koffie, dus bijna 400 ton gourmetkoffie hebben kunnen uitvoeren, waarvan sommige aan de hoogste prijs die boeren in Congo ooit hebben kunnen verwerven.

© AFCA

De drie beste koffies van koffie komen van de partnercoöperaties van Rikolto

Neen, dat willen de mainstream koffiekopers duidelijk niet horen. Een reden temeer voor ons om er met vernieuwde ijver tegenaan te gaan om te bewijzen dat een revolutie in de koffiesector in Congo, ondanks weerstand uit elke denkbare hoek, wel degelijk mogelijk is. Dankzij bondgenoten uit die veelkleurige privésector die wél hebben begrepen dat duurzaamheid begint met respect, gedeeld belang en evenwaardigheid in zakenrelaties.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift