Met Broederlijk Delen op inleefreis naar Israël-Palestina

‘Officieel moeten wij de tweestatenoplossing onderschrijven’

© Caroline Broeckx

De fameuze Muur. Voor Israëli de Security Wall, voor de Palestijnen the Wall of Seperation.

Ik moet toegeven: vóór ik vertrok begreep ik weinig of niets van hoe het in elkaar zit daar in het Midden-Oosten. Ik begreep wel dat het ingewikkeld was. En genuanceerd. En dat het daar niet in één dag op te lossen valt. Daarom trok deze reis me ook zo aan. Ik wilde begrijpen. We zouden op stap gaan met Israëli’s, aan tafel met Palestijnen, de VN bezoeken en het terrein op trekken met mensenrechtenorganisaties en ngo’s. Beide kanten horen, zien en voelen.

En ben ik op het eind van de rit effectief wijzer geworden…? Ik heb me vooral een mening gevormd. Eentje die, vrees ik, zelfs minder genuanceerd is dan daarvoor.

De soldaten zijn bouwvakkers (of andersom)

Denk je bij ‘Palestina’ aan een regio in Israël? De Westelijke Jordaanoever, Gaza en misschien een stuk van Jeruzalem? Natuurlijk, ik ook. Want zo eenvoudig wordt het meestal voorgesteld. De realiteit op het terrein is onthutsend anders. Dat zagen we, hoog op een heuvel boven Oost-Jeruzalem, waar onze gids van de Israëlische organisatie Ir Amim ons wees op de talloze Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. En denk je bij ‘nederzettingen’ aan tenten of golfplaten huizen zonder voorzieningen – ze zijn immers illegaal volgens internationaal recht - dan denk je, net als ik, nog maar eens opnieuw.

Vele joodse nederzettingen zijn hele steden met typische witkalkstenen huizen en oranje dakpannen, proper, mooi, en voorzien van alle infrastructuur. Wat een schokkend contrast met de Palestijnse wijken, soms maar een paar straten groot, waar de wegen er vuil bij liggen, de huizen armoedig, met een schrijnend gebrek aan water en elektriciteit. Palestijnse huizen zijn trouwens makkelijk herkenbaar aan de zwarte watervaten op het dak, om de periodes te overbruggen dat het water voor hen wordt afgesloten door Israël, soms weken aan een stuk.

“Kijk goed, hier is een oorlog aan de gang,” leren we als we naar beneden kijken. “Alleen zijn de soldaten bouwvakkers en de geweren huizen”.

Sinds 1967 is door middel van illegale nederzettingenbouw 42,7 % van Palestijns gebied ingenomen door Israël. 42,7 procent!

© Caroline Broeckx

 

Checkpointzweet

Hallucinant ook hoe de bouw van de nederzettingen, en de grens tussen Israël en Palestina tout court, gepaard gaan met draconische veiligheidsmaatregelen: checkpoints, wegversperringen, uitkijktorens, prikkeldraad, en de fameuze Muur. Voor Israëli’s de Security Wall, voor Palestijnen de Wall of Seperation. Met onze toeristenbus raken we doorgaans relatief makkelijk de checkpoints door.

© Caroline Broeckx

De fameuze Muur. Voor Israëli de Security Wall, voor de Palestijnen the Wall of Seperation.

Aan een checkpoint in Jenin is het dan toch prijs. Onze bus wordt opzij geleid. Aan de kant staan hele Palestijnse families. Ramen, deuren en koffer van hun auto open, alle inhoud ernaast. Ook ons koffer moet open. Honden doen hun werk. Snel moffelen we ‘gevoelige’ informatie over de Palestijnse gebieden zo ver mogelijk weg.

Ze blijken folders van een aantal ngo’s gevonden te hebben en zijn not amused. De hele bus moet leeg nu.

Begeleidster Julie en onze chauffeur moeten uitstappen. Twee mannen met de hand op het machinegeweer vatten post voor- en achteraan het gangpad. Het is muisstil in de bus. Een meisje in kogelvrij vest controleert één voor één onze paspoorten. Dat blijkt niet te volstaan. Zes medereizigers worden aangeduid, en moeten met al hun bagage naar het controlegebouw. Ze worden er onderworpen aan een spervuur van vragen. Na een kwartier komen vijf van hen terug. Linde is achtergebleven.

Ze blijken folders van een aantal ngo’s gevonden te hebben en zijn not amused. De hele bus moet leeg nu.

Met een bonkend hart nemen we onze bagage en terwijl ons voertuig doorzocht wordt, stappen we als een rij koeien voor het slachthuis het controlegebouw in. Ook degene die al gecontroleerd zijn, moeten opnieuw de procedure door. Machtsvertoon, meer is het niet, maar we voelen ons allemaal opstandig worden. Wat denken ze wel? Als we een uur later eindelijk mogen vertrekken, staan de Palestijnse families er nog steeds. Voor hen is dit dagelijkse kost

Spookstad Hebron

Hebron is een slap in the face. Eentje waar ik ter plekke fysiek onwel word. Niet in het minst omwille van de grimmige en intimiderende ontvangst die we er krijgen. Kleine situatieschets: Hebron is een Palestijnse stad waar 500 ultra-orthodoxe Joden zich hebben gevestigd tussen 35.000 Palestijnen (dat heeft alles te maken met de Tombe van de Aartsvaders, je weet wel: Abraham, Isaac, Jacob en Sarah).

Omwille van de veiligheid van die 500 joden staat de stad onder permanente militaire controle. Lees: Palestijnen hebben er amper bewegingsvrijheid en de straten zijn er doods en verlaten. Er zijn 1500 soldaten permanent gelegerd in de stad. Dat zijn drie soldaten per joodse kolonist.

‘Sinds het net er is, is de tactiek veranderd, en gooien ze vloeibare dingen naar beneden, zoals eieren, afvalwater en urine.’

Nadav, onze gids, is 32 en was als sluipschutter in het Israëlisch leger drie jaar lang gestationneerd in de stad. Zijn organisatie Breaking the Silence verzamelt verhalen van ex-militairen die aan het licht willen brengen wat er werkelijk gebeurt op het terrein. Hij is alert, maar allerminst onder de indruk van de grenspolitie die ons in een bewapende jeep op de voet volgt doorheen de lege straten, de militairen met walkie talkies op elke straathoek, en de rooftop-patrol die vanop de daken elke stap die we zetten heeft gezien. We passeren bergen afval – letterlijk - voor de ingang van Palestijnse huizen.

© Caroline Broeckx

Geen ziel op straat in het ooit zo bruisende Hebron.

Joodse Pesterijen zo blijkt, net als in het enige marktstraatje dat nog open is, waar Joden gaan wonen zijn boven de Palestijnse winkels. Het beeld van de netten boven de soeks is wereldwijd berucht: het net kwam er omdat de Joden er al hun afval zomaar op de Palestijnse winkels gooiden. Sinds het net er is, is de tactiek veranderd, en gooien ze vloeibare dingen naar beneden, zoals eieren, afvalwater en urine.

Nadav vertelt de meest waanzinnige verhalen. Zo moest hij regelmatig ‘oefenen’ in Hebron. Op echte mensen welteverstaan. Dan rijdt een bataljon van 6000 soldaten in het holst van de nacht de stad in om arrestaties te ‘trainen’: Palestijnse gezinnen worden door 12 soldaten letterlijk uit het bed gelicht, in legervoertuigen gepropt, om een paar rondjes te rijden en er weer uitgegooid te worden. “Creating the feeling of being chased”, heet dat in Israëlische legertermen. Terwijl hij dit vertelt, komt uit het niets een rij zwaarbewapende soldaten ons letterlijk omsingelen. Ze zeggen niets.

Nadav praat onverstoorbaar verder, maar wij kunnen ons amper concentreren. Na wat een eeuwigheid lijkt, stappen ze tergend traag weer weg. Mijn maag draait om en ik voel me opstandig worden. “Jullie weten nu meer dan de gemiddelde Israëli over wat er hier gebeurt,” verklaart onze gids aan het eind van ons bezoek. En daarmee raakt hij volgens mij één van de belangrijkste struikelblokken in het oplossen van het conflict. 

© Caroline Broeckx

Onze gids Nadav, ex-sluipschutter in het Israëlisch leger, laat zich niet intimideren.

© Caroline Broeckx

Koffie wordt in Hebron voor militairen gesponsord door joodse kolonisten.

Yad Vashem. Grote geschiedenis, kleine verhalen

Het Joodse Holocaustmuseum Yad Vashem is een beklijvende plek. Niet alleen zijn ligging en architectuur zijn bijzonder indrukwekkend, we zijn vooral onder de indruk van onze joodse gids, Shlomo, die via zijn familie een persoonlijke en directe band heeft met de Holocaust, of Shoa in het Hebreeuws. Het museum leert je alles over de grote geschiedenis, Shlomo geeft ons de kleine verhalen. Persoonlijke tragedies die hem, en ons erbij, erg emotioneren. 

Hoe zwaar heeft dit volk afgezien? Net dat maakt het zo onbegrijpelijk wat hier sinds 1948 gebeurt. Ik kan niet anders dan me die bedenking maken. De Holocaust begon als een verhaal van onderdrukking en ongelijke rechten, precies dat wat de Palestijnen vandaag ondergaan. Die idee laat me de rest van de reis niet meer los.

Later op de reis zal de joodse Ruth van Windows for Peace ons doen inzien dat de Holocaust een trauma is dat het joodse volk – wereldwijd – tot op vandaag met zich meedraagt : “Wij denken nog steeds dat we in een getto zitten omringd door vijanden.”  Wat volgens haar een oplossing van het conflict in de weg staat. “Zolang ons trauma gevoed en misbruikt wordt door de regering, en onderwezen wordt in de scholen en de media, blijven we denken dat de enige oplossing is in het leger te gaan en onszelf te ‘beschermen’, tegen elke prijs.”

Traangastrofeeën in Nabi Saleh

Wie het Midden-Oosten wat volgt, heeft in december vorig jaar wel van Ahed Tamimi gehoord, het toen zestienjarige Palestijnse meisje dat door de Israëlische militaire rechtbank tot acht maanden gevangenisstraf veroordeeld werd. Omdat ze een Israëlisch soldaat een klap in zijn gezicht gegeven had. Met haar hand. Aan een tot de tanden toe bewapende soldaat. Hij stond in haar tuin. De beelden van het voorval gingen de wereld rond. Eerder op de dag had zijn collega Aheds veertienjarig neefje van dichtbij recht in het hoofd geschoten bij een protestmars tegen de verhuis van de VS-ambassade naar Jeruzalem.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Vandaag is het Salwa, Aheds tante die ons ontvangt bij haar thuis in Nabi Saleh. De familie Tamimi voert er al ruim 40 jaar elke vrijdag vreedzaam protest tegen de Israëlische nederzetting in hun dorp. Social media zijn hun wapen (tik ‘Bilal Tamimi’ maar eens in op youtube). Het is maandag, en rustig in Nabi Saleh. Maar de dorre, platgeschroeide aarde naast de weg en een hek vol lege traangasgranaten in Salwa’s voortuin zijn de stille getuigen van wat er zich hier iedere vrijdag afspeelt tussen de dorpelingen en het Israëlische leger. Ze biedt ons een tas thee aan en vertelt over hoe het leger niet alleen traangas gebruikt, maar ook fosforgas en ‘skunk water’, een mix van chemicaliën met een weerzinwekkende geur, die met een soort waterkanonnen in de open ramen en deuren van de huizen gespoten wordt. Niet-dodelijke wapens noemt Israël dat, maar de kinderen in het dorp hebben ademhalingsproblemen, nierfalen en ziekten waarvan de dokters niet eens weten hoe ze heten, laat staan ze te genezen.

Niet-dodelijke wapens noemt Israël ze. Maar de kinderen in het dorp hebben ademhalingsproblemen, nierfalen en ziekten waarvan de dokters niet eens weten hoe ze heten, laat staan ze te genezen.

Salwa toont ons beelden van de vrijdagprotesten. We zien hoe het traangas de onbewapende dorpelingen uiteendrijft en hoe haar eigen moeder - een oude vrouw - geslagen, geschopt en geduwd wordt en zij haar vergeefs probeert te helpen. Ik krijg een krop in de keel bij het beeld dat daarop volgt: Salwa’s negenjarig neefje – de leeftijd van mijn zoontjes – wordt met geweld en onder luid protest in een legervoertuig gesleurd en weggereden. Een wanhopige moeder machteloos achterlatend. Vijf uur lang is het kind vastgehouden, geslagen en geïntimideerd. Zonder ouders. Zonder advocaat. Zonder rechten. In een taal die het niet verstaat.

Ik denk aan mijn eigen jongens, en mijn hart breekt.

Ahed Tamimi is intussen 17 geworden in de gevangenis. Ze is maar één van de 350 Palestijnse kinderen die zonder proces in Israël opgesloten zitten. En Nabi Saleh is maar één van de dorpjes met hetzelfde verhaal. Als we het dorp verlaten, hangt boven ons hoofd een grote witte ballon. Het lijkt een weerballon, maar eentje met camera’s. The Israelian Army is watching you.

© Caroline Broeckx

Elke vrijdag wordt Nabi Saleh met traangas bestookt.

© Caroline Broeckx

Elke vrijdag wordt Nabi Saleh met traangas bestookt.

 

Over Gaza, de vrijdagprotesten en een vluggertje door vluchtelingenkamp Aïda

30 maart 2018, vrijdag vóór vertrek. Het Israëlische leger doodt 18 onbewapende Palestijnen aan het veiligheidshek in Gaza in wat een vreedzaam protest had moeten zijn in het kader van de March of Freedom naar aanleiding van 70 jaar Nakba (‘catastrofe’ in het Arabisch, of de verdrijving van 750.000 Palestijnen uit hun dorpen in 1948). Ook de vijf vrijdagen erna zullen de inwoners van Gaza, met 2 miljoen zijn ze intusssen, hun gevangenschap aanklagen en het recht op terugkeer opeisen. Het bloedige vervolg kennen we allemaal.

© Caroline Broeckx

Vluchtelingenkamp Aïda, de sleutel staat symbool voor het recht op terugkeer.

Jammer, maar begrijpelijk: het programma wordt omgegooid en Gaza is een no-go tijdens onze reis. Maar ook op de Westoever is de spanning te snijden. We voelen het donderdagavond al, als we praten met het Palestijns gezin waar we te gast zijn voor het avondmaal. Niet alleen in Gaza wordt geprotesteerd, vertelt George, onze gastheer, ook aan verschillende checkpoints is het - al sinds Trump besliste zijn ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem - elke vrijdag onrustig.

‘De kunst is om je op te stellen achter de journalisten, zodat je enkel het risico loopt een Palestijnse steen op het hoofd te krijgen, maar de Israëlische kogels je niet raken.’

George doet niet mee aan de protesten, maar maakt er een sport van om te gaan kijken. “De kunst is om je op te stellen achter de journalisten,” zegt hij, “zodat je enkel het risico loopt een Palestijnse steen op het hoofd te krijgen, maar de Israëlische kogels je niet kunnen raken.”

Vrijdag komt de dreiging voelbaar dichtbij als we te horen krijgen dat onze trip naar Ramallah wordt uitgesteld wegens teveel spanningen aan het checkpoint. Ook het geplande bezoek aan drie families in vluchtelingenkamp Aïda wordt geannuleerd. We trekken wél door de straten van het kamp… op een sneltempo en onder leiding van Salah, een dertiger die hier geboren is. Intussen schalt het vrijdaggebed uit de luidsprekers. We verstaan er geen woord van, maar dat het intens is, voelen we wel.

Begeleidster Julie, die wat Arabisch begrijpt, is merkbaar gespannen, spoort ons aan vooral niet van de groep af te wijken, en haalt opgelucht adem als we het kamp weer buiten zijn.

© Caroline Broeckx

Voor het avondmaal zijn we uitgenodigd bij een Palestijnse familie in Beit Sahour, een gehucht in Bethlehem.

De Dode Zee: dolle pret met een ecologisch verontrustend kantje

Een strandganger kan je mij allesbehalve noemen, maar in de Dode Zee drijven heb ik altijd al eens willen doen. Nooit geweten trouwens dat die aan Israël grensde (en ook aan Jordanië, ok). Zo zijn er nog meer dingen die ik niet wist: dat de Dode Zee de laagste plaats ter wereld is bijvoorbeeld: meer dan 420 m ónder zeeniveau. En dat je je moet reppen als je er ook eens in wil drijven, want het waterpeil zakt wel 80 centimeter tot 1 meter per jaar (!). 

© Caroline Broeckx

 

© Caroline Broeckx

 

Hoe dat komt, ontdekken we onderweg, als we een tussenstop maken bij de Baptism Site, de plaats waar Johannes de Doper Jezus gedoopt zou hebben in de Jordaan – een site die midden in de woestijn in militair oefengebied ligt trouwens, met prikkeldraad aan beide kanten van de weg: ‘Dangerous. Mines’.

Naast groepjes diepgelovige Afrikanen die drie keer kopje onder gaan om zich zo (opnieuw) te laten dopen, zien we er op een bordje ook tot waar het waterpeil van de Jordaan in 2013 nog reikte. We staan méters lager nu. Wat ooit een brede rivier was, is nu een smalle stroom. Hallucinant. Blijkt dat Israël al jarenlang water voor eigen gebruik uit de Jordaan pompt vóór die de vallei nadert. Slechts 14% wordt doorgelaten, wat de Dode Zee doet zakken aan een onheilspellend tempo.

Maar hé, we zijn hier nu, tijd om even alle zorgen te laten voor wat ze zijn en te genieten van deze zee nu het nog kan.

Er blijkt een techniek te zijn om op de juiste manier aan het drijven te gaan: stap rustig het water in tot je zo’n 40 centimeter diep bent, ga dan zitten, en zoek je evenwicht. ‘Geen water in de ogen en pas op voor putten’, roept een waarschuwingsbord me nog toe. Maar bij de tweede stap die ik zet sta ik tot aan mijn schouders in het water, mijn benen diep in de modder. Hilariteit alom. Tot daar de techniek. Die modder kunnen we smeren trouwens. Dicht bij het strand zit hij vol grote zoutkristallen, als een peeling, wat dieper smeert hij als een dikke crème.

Het water zelf voelt vet en olieachtig aan. Erin drijven is een heerlijk gevoel. Even vergeten we alle heftigheid die we de afgelopen dagen hebben gezien, en genieten we van het moment. Tot ik, twee uur en twee douches later, zonder nadenken in mijn ogen wrijf. Mijn neus begint ogenblikkelijk te lopen en de rest van de avond prikken en tranen mijn ogen als gek. Een dag later is de eczeem die mijn handen al weken teisterde als bij wonder wel volledig weg.

 

Jeruzalem, thuis van drie religies

© Caroline Broeckx

Heilig Grafkerk, Klaagmuur, Rotskoepel en Al Aqsamoskee… allemaal op één berg.

Voor Israel is Jeruzalem de eeuwige en ondeelbare hoofdstad. Alleen denken de Palestijnen én de internationale gemeenschap daar anders over. Oost-Jeruzalem is van oorsprong Palestijns gebied en ook zij willen Jeruzalem als hun hoofdstad. Een kwestie die nog ingewikkelder werd sinds Trump besliste zijn ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar hier, tegen de internationale consensus in.

Er staat ook heel wat op het spel, want Jeruzalem is een heilige stad voor iedereen. Christenen hebben er de Heilige Grafkerk, waar Jezus zou gestorven en begraven zijn, de Joden hebben er de Klaagmuur en de Moslims hun Rotskoepel en Al Aqsamoskee. Allemaal op één berg. En dat voel je als je er rondloopt. Het oude Jeruzalem bruist. Maar niet zoals een doorsnee wereldstad dat doet. Het is een licht ontvlambaar bruisen, met checkpoints en militairen op scherp.

Op weg naar de Klaagmuur zien we een jong koppel. Vrouw met baby in de kinderwagen. Haar man met peuter op de schouders en machinegeweer op de rug. 

Moslims zijn niet toegelaten aan de joodse kant, en Joden andersom alleen op bepaalde tijdstippen en onder strenge begeleiding, maar ze mogen er niet bidden. Hoe zenuwachtig de Israëli aan het checkpoint richting Tempelberg en Al Aksa kunnen worden, merken we aan den lijve als we in de smalle doorgang op agressieve wijze een halt toegeroepen worden door de gewapende escorte van een groepje ultra orthodoxe Joden.

Pas als zij gepasseerd zijn, mogen wij verder. Bij het checkpoint zelf zien we een stapel achtergelaten schoenen. Omdat ze bang zijn op het ‘Heilige der Heiligen te stappen komen de meeste Joden niet op de Tempelberg. Zij die wel komen, doen hun schoenen uit.

Op weg naar de Klaagmuur zien we een jong koppel. Vrouw met baby in de kinderwagen. Haar man met peuter op de schouders en machinegeweer op de rug.  Of hoe de waanzinnige dictatuur van veiligheid zijn weg vindt in alle lagen van de maatschappij.  Even later plots commotie. Jongens en mannen zetten het op een lopen.  Joelend en schreeuwend. Als we van de verbazing bekomen, zien we dat ze een grote witte jeep achtervolgen: een opperrabbijn die aankomt om te bidden aan de Muur.

© Caroline Broeckx

De aankomst van de operrabijn

Het Walled Off Hotel: de dolgedraaide wereld van Banksy

We slapen een aantal dagen in Bethlehem, Palestijns gebied. Binnen raak je hier relatief gemakkelijk. Buiten is andere koek. Vooral voor Palestijnen.

Zij die het geluk hebben een werkvergunning voor Jeruzalem te bemachtigen, worden aan Rachels checkpoint, een grote opening in de negen meter hoge muur – hoe ongelooflijk hoog dat écht is, besef ik pas als ik er naast sta  – door een trechter geduwd en onderworpen aan grondige controle.

Vóór de bouw van de muur stond je op 15 minuten van Bethlehem in Jeruzalem. Vandaag moeten Palestijnen om 4u opstaan om – met wat geluk – om 8u op hun werk te zijn. ‘The Wall of Security’ noemen de Israëli ze… ‘The Wall of Separation’ klinkt het aan Palestijnse kant, want ze scheidt vooral Palestijnen van Palestijnen, net als de Berlijnse muur destijds.

Het is pal naast deze muur dat de Britse streetart kunstenaar Banksy – die al langer in Bethlehem werkte - zijn intussen beruchte hotel opende: ‘The Walled Off’: het hotel met het slechtste uitzicht ter wereld. Het hele gebouw is met zijn typische Banksy-knipogen één aanklacht tegen de verdrukking van de Palestijnen  en tracht ook door tewerkstelling van de lokale bevolking, een klein maar pakkend museum en tijdelijke tentoonstellingen zijn steentje bij te dragen aan de Palestijnse economie.

© Caroline Broeckx

Het hotel met het slechtste uitzicht ter wereld.

© Caroline Broeckx

 

 

F-16’s richting Syrië. Of hoe Netanyahu zijn volk geruststelt en ons de stuipen op het lijf jaagt

Het is woensdagavond 11 april. Morgen vertrekken we opnieuw huiswaarts. Tenminste, als de luchthaven niet gesloten wordt. Vandaag kondigde Trump namelijk aan Syrië te zullen bombarderen in vergelding van de gifgasaanvallen in Douma. Onze Palestijnse gidsen zijn geagiteerd en luchtvaartmaatschappijen worden gewaarschuwd voor raketaanvallen in het oosten van de Middellandse Zee. KLM en Air France leiden hun vluchten vanuit Tel Aviv om. Voorlopig vliegt SN Brussels nog normaal.

Donderdag 12 april. Vandaag wordt in heel Israël de Holocaust herdacht. Traditioneel een serene dag, waarop bars en restaurants sluiten, de radio enkel rustige muziek speelt en om 10u ’s ochtends als de sirenes loeien, het openbare leven, inclusief het verkeer, 1 minuut volledig stil ligt. Mensen stoppen met wat ze bezig zijn, chauffeurs staan naast hun auto’s in het midden van de autostrade, en ook wij staan stil. Een beklijvend moment.

Aan het ontbijt lezen we nog op Haaretz, de Standaard van Israël, dat Poetin, na Trumps bedreiging gisteren, met Netanyahu heeft gebeld om hem aan te manen het Syrische conflict vooral niet te doen escaleren.

Een uurtje later wandelen we nog even rond in het havenstadje Jaffa – bekend van de sinaasappels die wereldwijd worden geëxporteerd – als plots met een oorverdovend lawaai Israëlische gevechtsvliegtuigen boven onze hoofden richting Syrië scheren. We kijken elkaar en onze gids aan. Het geluid blijft aanhouden. Boven de Golanhoogte draaien de vliegtuigen plots om en blijven minutenlang cirkelen boven de Israëlisch-Syrische grens. Af en toe laten ze iets vallen… het lijken vlammen. Dan keren ze even snel als ze gekomen zijn weer terug.

Wat was dit? Machtsvertoon van het Israëlisch leger? Provocatie? “Ja,” zegt onze gids, “maar ook Netanyahu die aan zijn volk wil laten weten dat hij er staat.” Een uur later verschijnt op Haaretz het bericht dat Netanyahu heeft verklaard dat het ging om een ‘onaangekondigde oefening voor een parade van volgende week’. Dat op de herdenkingsdag van de Holocaust, de meest serene dag van het jaar? Yeah right.

 

Selfies in Nablus

© Caroline Broeckx

 

Ken je die typisch toeristische soeks waar afdingen een sport is en opdringerige marktkramers alles uit de kast halen om jou te overtuigen dat hún koopwaar zoveel beter en goedkoper is dan die van hun buurman? Niks van dat alles in de soeks van Nablus, de grootste Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever. Hier zijn ze geen toeristen gewoon, dat merk je aan alles. De mensen zijn vriendelijk zonder meer, en de afdingcultuur is hen totaal vreemd: hier betaal je simpelweg wat het kost. Mijn flesje water, dat ik eerder al vijf tot zeven Shekkel betaalde bijvoorbeeld, koop ik hier voor twee Shekkel, met een glimlach erbij. Wat een verademing.

Een meisje van een jaar of zes dat ons aan de hand van haar mama toevallig voorgaat in de smalle straatjes, krijgt niet genoeg van ons. Ze kijkt voortdurend over haar schouder, zwaait wel honderd keer ‘hallo’ en is dolblij als ze uiteindelijk mee op de foto mag.

Ook als we stoppen voor een Knahfe – een mierzoete dessertspecialiteit, op basis van warme kaas met suiker – zijn we een bezienswaardigheid. Drie middelbare schoolmeisjes passeren ons met grote ogen en stoppen wat verderop om te smoezelen. Eentje doet een paar passen terug, neemt een selfie met ons op de achtergrond en loopt snel weer naar haar vriendinnen. Ze giechelt betrapt als ze merkt dat ik haar spelletje doorheb.

© Caroline Broeckx

 

In deze sympathieke stad – die naast de soeks ook zo’n 40 zeepfabrieken en drie vluchtelingenkampen huisvest - loopt elk jaar het Nablus Festival, een initiatief van Project Hope, met workshops en optredens van internationale en lokale artiesten en kunstenaars op verschillende locaties doorheen de stad. Allemaal om de jeugd te laten voelen dat de wereld hen niet vergeten is. Dit jaar nét de week na ons vertrek. Meer dan reden om terug te keren dus!

Fight the uniform

Raakt het hier dan nooit opgelost?

“Officieel moeten wij de tweestatenoplossing onderschrijven,” horen we bij de VN, “maar wie de kaarten en het terrein bekijkt, kan zijn eigen conclusies trekken.” Het klinkt weinig hoopvol.

Het gaat niet om Israëli versus Palestijnen. De meeste Israëli die we spreken zeggen Palestijnse vrienden te hebben, en andersom.

En toch. Toch geloof ik dat met politieke wil véél opgelost kan worden. Want het gaat om het regime, niet om de mensen.

Het gaat niet om Israëli versus Palestijnen. De meeste Israëli die we spreken zeggen Palestijnse vrienden te hebben, en andersom. Zoals Salwa Tamimi zei: “We fight the uniform, not those who wear it.”

Op één van onze avonden praten we ook met twee mensen van The Parents Circle: een Palestijnse vrouw en een Israëlische man. De eerste verloor haar man op een gruwelijke manier, de tweede zijn oudere broer. Ze getuigen zij aan zij. Met respect voor elkaars mening en verdriet. Zolang dit soort initiatieven bestaan, kan je niet anders dan hopen.

© Caroline Broeckx

 

Wil jij ook uit je comfortzone stappen?

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift