Rastaland Shashamane

Vorig weekend waande ik me even op de Caraïben. Ethiopië is namelijk niet alleen het enige Afrikaanse land dat nooit formeel gekoloniseerd werd, het is ook het thuisland van de rastafari’s.

De rasta’s, vooral in de Caraïben maar ook in de VS, lieten zich inspireren door de Jamaicaan Marcus Garvey die in het begin van de vorige eeuw de Afrikanen opriep om terug te keren naar Afrika. Ze vonden in zijn woorden ook een profetie over een koning, een nieuwe Messias die zou opstaan in Afrika. Voor hen was dat de Ethiopische leider Ras Tafari Makonnen (1916-1974), gezien diens succesvolle weerstand tegen de kolonisatoren en zijn keizerlijke kroning tot His Imperial Majesty (H.I.M) Haile Selassie in 1930.

‘H.I.M.’ was naar verluid in eerste instantie een beetje gegeneerd met die nieuwe titel van Messias die de rasta’s hem opspelden. Na verloop van tijd zag hij er toch het politieke voordeel van in. Hij trommelde de rasta’s op in zijn strijd tegen de aanhoudende Italiaanse pogingen om zijn land in te nemen. In 1948 schonk hij hen als beloning voor hun bewezen diensten enkele hectaren grond in Shashamane, een 250 km ten zuiden van Addis Abeba. Als panafrikanist verwelkomde hij ook alle Afrikanen buiten het continent die wilden terugkeren in Shasamane.

Rasta in Addis

De eerste stop op mijn rasta-ontdekkingsreis begint al in de hoofdstad Addis.

Eén dag na aankomst beland ik op een dunbevolkt tuinfeestje met open vuur van de ooit befaamde nachtclub Harlem Jazz. Nu hebben de rasta’s daar op vrijdag en zaterdag hun tenten opgeslagen en doen ze tegen economische prijzen een cook-out in combinatie met de beste reggae en dancehall dj-sets en live bands van het moment.

In Harlem Jazz ga ik op zoek naar Lily, iemand die me zou kunnen rondgidsen in Shashamane. Haar beide ouders zijn Jamaïcanen die jaren geleden naar Shashamane trokken. Haar Engels klinkt precies als dat van mijn verschillende reggae-idolen, het patois dat je het gevoel geeft dat je op de Caraïben bent. Zij is de kok van dienst en onderwerpt voor mijn ogen een teil vol verse vis aan een grondige schrobbeurt voor ze hen in de pan gooit. Elk weekend komt ze naar Addis om te koken. ‘Het moeilijk is om werk te vinden in Shashamane als je de lokale taal, het Oromi, niet spreekt’, legt ze uit. Ook al zijn ze geboren in Ethiopië, toch moeten de kinderen van de buitenlandse Rasta’s het met de nationaliteit van hun ouders stellen.

‘Je ne suis pas français’

Tijdens mijn 24 uur in Shashamane wordt het me snel duidelijk dat het niet allemaal peis en vree is in Rastaland. Sandrine en Alex zijn Parijzenaars die negen jaar geleden hun boeltje pakten in ‘Babylon’ (de wereld, het systeem) en naar Ethiopië trokken.

‘Het ging zeker niet van een leien dakje, maar Jah had duidelijk een plan voor ons. We kruisten het pad van de juiste mensen en slaagden er uiteindelijk in om ons hier te installeren,’ legt Sandrine uit. Ze baten de Zion Train Lodge uit, een verzameling cottages in hut-stijl. Sandrine is een blanke rasta, iets wat in een geloof dat draait rond het Afrikaans zijn en de terugkeer naar Afrika niet altijd evident is. ‘Ik voel me intussen meer zwart dan blank van binnen. De reacties zijn niet altijd positief, maar ik haal veel kracht uit mijn geloof’, zegt ze hierover.

Rond de gesprekstafel zit ook de 22-jarige Diarraf. Ook hij is net als Alex een Parijzenaar van Frans-Antilliaanse origine. Na een lange zoektocht naar identiteit in Parijs en de Antillen streek hij drie maand geleden neer in Shashamane om te blijven. Daar waar de oudere Alex intussen ietwat ontnuchterd spreekt over de grote terugkeer, Ethiopië en ganja, verdedigt Diarraf de heiligheid van Shashamane en het roken van marihuana met vuur. Alex noemt zichzelf met overtuiging een Fransman en schreef zelfs een brief aan Sarkozy terwijl Diarraf elke link met zijn Franse kant verwerpt. Zijn vurig betoog dat hij geen Fransman is in perfect Parijse slang maakte het ietwat moeilijk om helemaal mee te gaan in zijn verhaal. Ondanks het uiterst verhitte gesprek kunnen we er gelukkig allemaal hartelijk om lachen wanneer ik dit opmerk.

No One Love

Absolute enigheid is er over het feit dat er een groot gebrek aan eenheid is in Shashamane tussen de rasta’s. Tussen de Frans- en Engelstaligen, tussen de Jamaïcanen en de anderen. Een aanvoelen dat wordt bevestigd door Gladstone Robinson, de werkelijk stokoude rasta van Brooklyn, New York, die het Black Lion Museum uitbaat. Hij klaagt er over hoe de Jamaïcanen de teugels in eigen handen proberen te houden. De Jamaïcaanse sister Joan, die een restaurant en eigen winkel heeft, merkt niets van deze verdeeldheid.

Een rode draad in mijn ontmoetingen in Shashamane is beslist de religie. Iedereen die ik tegenkom is tot op een zekere hoogte gelovig, maar niet altijd even toegewijd of op dezelfde manier. De 83-jarige Gladstone haalt tijdens ons gesprek zijn Bijbel boven om er uit te citeren over het einde der tijden. Desmond, een andere oude rasta die als jongeman als een van de eerste neerstreek in Shashamane vanuit Jamaïca, citeert ook moeiteloos uit de Schrift in zijn verhalen, maar lijkt in zijn daden iets minder spiritueel dan Alex en Sandrine. Hij kent het Franse koppel. ‘Het zijn goede mensen hoor, maar ze zijn nog helemaal into spiritualiteit, gezond leven, lange dreads en gewaden. Daar zijn wij intussen voorbij, dat hebben we niet meer nodig.’

Feest bij de Twelve Tribes

Zoveel had ik de avond voordien al wel begrepen. Hij nam ons mee naar een feestje in het hoofdkwartier van de Twelve Tribes, één van de rastafarihuizen. De muziek was een droom voor elke reggae-fan, de sfeer voor iedereen die simpelweg wil genieten en ontspannen. Het hoofdkwartier bleek een niemendal gebouwtje in een grote tuin, maar toch zat iedereen binnen opeengepakt, of aan de overdekte ingang waar zich ook de keuken en de toog bevonden. Er schijnt altijd eten bij te zijn op die feestjes, en ook het bier vloeide rijkelijk.

Er mochten geen camera’s binnen op het hoofdkwartier, de avond had anders beslist memorabele beelden opgeleverd. Oude rastakoppels die rustig tegen elkaar aan wiegend dansen, heel de avond lang. Een oude vrouw die beslist de leeftijd van mijn grootmoeder heeft, die een half uur lang rustig de grootste joint aller tijden rolt (en rookt!). Een verschrompeld oud mannetje, niet groter dan een meter vijftig, in donker maatpak met glimmend rode pet en bijbehorende schoenen. Niemand die zich door zijn of haar leeftijd laat tegenhouden om waanzinnig goed te dansen. Tussen al die bejaarden minstens evenveel jong geweld achter en voor de draaitafel. Vooral het gedeeld feestvieren van al die generaties viel me op, best mooi om zien eigenlijk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • MO*journaliste Olivia Rutazibwa en ex-MO*journalist Stefaan Anrys presenteren op Filmfestival MOOOV in Turnhout en Brugge een selectie van de strafste documentaires uit binnen-en buitenland.