Compact wonen in Japan

Oma, wat heeft u een groot huis!

(c) Wendy Wuyts

Mijn kamer

Wanneer een vriendin uit Oostenrijk in mijn studio in Japan binnenkwam - waar ze de volgende vijf dagen zou logeren- schrok ze duidelijk van de compactheid en grootte van mijn badkamer. “Hoe kan je hier bewegen?” Zij is ook al jaren bezig met duurzame ontwikkeling, maar toch worstelde ze in de eerste dagen met mijn manier van wonen. Ik heb geen meubels, behalve de ingebouwde kasten en keuken die bij de studio hoorden. Ik slaap in een futon, dat is buigzaam Japans beddengoed dat bestaat uit beklede matrassen en quilts. Ik kan het gemakkelijk opvouwen en opbergen, om de slaapkamer diezelfde avond voor een diner voor tien gasten te herbergen of om yoga te doen.

Sinds 2017 werkt Wendy aan een doctoraat in Nagoya University (Japan) rond materiaalstromen en - voorraden in de maatschappij. Daarnaast is ze ook lid van Bold Branders, een groep jeugdige mensen die de circulaire economie in Vlaanderen op een leuke manier wil promoten, via transformatieve verhalen en ervaringen. In deze blog reflecteert ze over de grootte van woningen in Vlaanderen en Japan, en haar eigen ervaring van compact en transformatief wonen in Japan. ‘Dat noem ik transformatief wonen’, zei ik.

Ik wees haar op meer mogelijkheden. ‘Hoe kleiner je woont, hoe meer vrijheid je hebt. Ik moet minder tijd en energie in poetsen steken’, zei ik met een brede grijns.

Ik nam de kartonnen dozen van de futon. Perfecte tafels. Aangezien onze gasten toch later op lichte kussens of mijn yogamat op de grond zitten, stoort het niet dat de “tafels” zo laag zijn. Integendeel, er is meer ruimte voor meer volk en voor meer gezelligheid.

‘Soms heb je helemaal geen technologische snufjes nodig om geld en andere grondstoffen uit te sparen.’

‘Soms heb je helemaal geen technologische snufjes nodig om geld en andere grondstoffen uit te sparen.’

In de traditionele Japanse interieur architectuur vind je ook nauwelijks binnenmuren, maar vooral schuifdeuren en verplaatsbare objecten zoals een futon, en waren vele ruimten multifunctioneel. ‘Dat noem ik slim denken en leven’, zei ik. ‘Soms heb je helemaal geen technologische snufjes nodig om geld en andere grondstoffen uit te sparen.’

Zij was niet de eerste “Europeaan” die vond dat ik “nogal klein” leef. Ik vertelde ook vrienden in België over de grootte van mijn studio. Ze konden het zich niet inbeelden dat ik in zo’n compacte woning kan leven. ‘Ik zou gek worden’, zei een van hen.

‘Doe je dit om geld te sparen?’

‘Nee, ik heb niet meer nodig’, zei ik. ‘In Nagoya is het trouwens niet zo duur als in Tokio. Zelfs een studentenkot in Leuven kostte destijds meer.’

Wanneer mijn Aziatische vrienden op bezoek kwamen, kreeg ik een heel andere opmerking te horen. ‘Wow, 24 vierkante meter. Wendy, ben je rijk?’

Grotere Cultuurschok in Vlaanderen dan in Japan

Zes weken eerder was ik zelf in Vlaanderen. Vreemd genoeg was mijn “omgekeerde cultuurschok” groter in Vlaanderen dan in Japan. De Japanner in mij werd nerveus wanneer de trein vanuit de luchthaven twintig minuten vertraging had. Ik staarde naar al het afval in Brussel, alsof ik schimmels op een andere planeet aan het bestuderen was.

Tijdens de eerste ochtend in het huis van mijn ouders stoorde ik me aan de grootte van hun huis. Vroeger leek hun schakelwoning nooit echt “te groot”, want de wijk waarin zij wonen, was omgeven door de villabuurten van Schoten, Schilde en Brasschaat. Toch vroeg ik die ochtend, half geërgerd, half verward waarom zij zo’n groot huis voor twee nodig hebben. Die vraag verwarde hen. Ook zei ik luidop in het huis van mijn oma: “Wat hebt u een groot huis!”

Mijn cultuurschok bestond vooral uit de ergernis aan de verspilling van materiaal, land en energie.

Vlaanderen creëert zijn “Natuurlijke” Rampen

Mijn ergernis groeide wanneer ik eind maart op de resultaten van een studie van de rioleringen door de KU Leuven, in opdracht van Vlario, botste; zonder de betonstop gaan we in de komende jaren miljarden euros moeten ophoesten om de schade van overstromingen in te perken. Ironisch genoeg gaat België -volgens de World Resource Institute- in 2040 ook een van de landen zijn die met meest met waterschaarste zal moeten kampen.

Enkele jaren geleden heb ik gelezen dat België wel eens in de wereld het veiligste land betreft natuurlijke rampen kan zijn. En ja, vergeleken met Japan is België veiliger. In Japan moet ik workshops rond evacuatie tijdens aardbevingen volgen, heb ik al twee tyfoons ervaren en al enkele vulkanen gezien.

Het jammere is dat België zijn natuurlijke rampen creëert. Vooral Vlaanderen geraakt alsmaar meer en meer volgebouwd.

Het jammere is dat België zijn natuurlijke rampen creëert. Vooral Vlaanderen geraakt alsmaar meer en meer volgebouwd. Vele experts prediken dat de Vlaming in de toekomst kleiner moeten wonen, dichter bij het werk en in de nabijheid van openbaar vervoer. Vooral die geïsoleerde woningen en lintbebouwing kost de overheid veel geld, omdat nutsleidingen, rioleringen en wegen moeten worden aangelegd.

Alles vraagt tijd

De betonstop is al een goede maatregel van de overheid, maar niet vroeg genoeg en ook niet genoeg. Gelukkig zijn er ook nog andere trends, zoals de opmars van de flats. Die worden populairder doordat er meer alleenstaanden zijn, de mensen ouder worden en meer mensen naar de steden willen wonen. Dat is iets positief, maar helaas - wat ik in een interview met Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB), las, duurt stadsverdichting meer dan een decade. Alles vraagt tijd.

Daarnaast moeten we niet de verantwoordelijkheid in de schoenen van de consument schuiven. Wanneer ik weer tegen een vriend uit Antwerpen over de grootte van huizen in België zeurde, merkte hij op dat hij graag kleiner zou wonen, “maar het aanbod is klein”. In Antwerpen, zei hij, vond hij in dezelfde straat een kleine en een groot appartement voor dezelfde prijs. Uiteraard koos hij voor het groter appartement.

Te veel regeltjes in Vlaanderen

Ik kijk ook naar de Tiny House Movement. Alleen moet ik daarbij enkele kanttekeningen maken. Het is beter om klein én dicht te wonen. Vanuit het standpunt van de energietransitie is een alleenstaand huis ook niet de meest optimale keuze. Maar het idee om kleiner te wonen vind ik schitterend. Of om kleiner te wonen in een grote woning, dus om een grote woning of villa met meerderen of meerdere gezinnen te delen.

© Wendy Wuyts

Groene Infrastructuur in Yokohama

Enkele jaren geleden was ik ook op zoek naar een manier om “dat grote huis van mijn oma” meer optimaal te gebruiken en wou ik me aan co-housing avontuur wagen, maar na enkele gesprekken met ambtenaren in het gemeentehuis borg ik het plannetje op; het was illegaal. Ik was teleurgesteld over al dat onbenut potentieel van materiaal (energie, land en andere grondstoffen).

Kunnen we daar iets aan doen?

Compacte steden

In Japan is er is nog steeds een grote urbanisatie aan de gang. Terwijl enkele stadjes en dorpen krimpen (en zelfs verdwijnen) worden Tokio, Nagoya en Osaka grote metropolen. Compacte steden.

Japan en België zijn even dicht bevolkt: ongeveer 350 bewoners per vierkante kilometer. Toch is bijna 70 % van de oppervlakte in Japan bebost. In België is dat iets meer dan 20%.

Nu zeggen Vlamingen dat de Japanner compact moet leven, “omdat ze met zoveel zijn”. Wel, ja, Japan is twaalf keer groter en ze zijn met twaalf keer zoveel mensen als in België, maar Japan en België zijn even dicht bevolkt: ongeveer 350 bewoners per vierkante kilometer.

Toch is bijna 70 % van de oppervlakte in Japan bebost. In België is dat iets meer dan 20%. Nu moet ik wel toegeven dat veel land in Japan niet geschikt is voor bebouwing; de bossen bevinden zich vooral op steile hellingen. Fysische geografie speelt toch soms een rol, geloof ik, hoe maatschappijen zich organiseren.

Gedecentraliseerde stadsplanning

Ik ben nu blij dat ik terug in mijn compacte woning in Japan ben. Het leven in Nagoya is comfortabel. Elke wijk in Nagoya heeft zijn administratief centrum, ziekenhuis, sportcentrum, leuke restaurants, theehuizen, supermarkt etc. Ik moet niet ver stappen (ja, stappen) om alles te vinden wat ik nodig heb, en zelfs wat ik niet nodig heb.

Overal zijn er schrijnen en tempels met kleine bossen en parken, als je wat kalmte en troost van bomen nodig hebt. Ik hou van de natuur, maar eigenlijk besef ik meer en meer als je echt van de natuur houdt dat je in een stad gaat wonen en ijvert voor meer groene infrastructuur, verticale tuinen en sterk (ondergronds) openbaar vervoer in de stad zelf. Yokohama is een mooi model.

Spirituele transformatie

Op het einde van haar verblijf in Japan had mijn Oostenrijkse vriendin zich zeer snel aangepast aan mijn compacte manier van leven. Het was vooral een idee in haar hoofd dat je groot moet wonen en meubels nodig hebt. Waarom koos ik voor deze levensstijl?

Voor mij heeft het met spiritualiteit te maken. Daarom woon ik ook graag in het oosten, waar spiritualiteit nog zo aanwezig is. Kijk, ik hou van enkele materiële zaken. Ik voel me nu niet schuldig wanneer ik van een matcha latte in een koffiebar drink. Dat is materialisme. Spiritualisme is wanneer ik morgenvroeg voor bepaalde redenen die hippe matcha latte niet kan drinken, maar me toch even gelukkig voel.

Ik denk dat veerkrachtigheid de sleutel is tot een beter leven. Ik geloof ook in “Nieuw materialisme”. Dat alleen bepaalde spullen nodig zijn voor een goed leven. Kwaliteit is meer belangrijk dan kwantiteit.

Onlangs las ik deze anekdote van Gus Speth, een Noord-Amerikaanse klimaatsveranderingexpert: ‘Vroeger dacht ik dat de grootste milieuproblemen verlies van biodiversiteit, instorting van ecosystemen en klimaatverandering waren. Ik dacht dat dertig jaar goede wetenschap deze problemen zou kunnen aanpakken. Ik had het mis. De grootste milieuproblemen zijn egoïsme, hebzucht en apathie, en om hiermee om te gaan hebben we een culturele en spirituele transformatie nodig. En wij (wetenschappers) weten niet hoe dat moet.’

(c) Wendy Wuyts

Spiritualiteit in Japan

Nu denk ik niet dat de Japanse cultuur alle antwoorden kan aanbieden, want cultuur is als een rivier, constant in verandering, maar ik denk dat je in het verleden van elke cultuur vaak meer duurzame praktijken en ideeën kan vinden die oplossingen kunnen bieden aan de uitdagingen van vandaag.

Tijdens een afscheidsfeest vertelde ze aan een Japanse vriend van me dat ze deze levensstijl wel goed vond, hoe hard ze naar de aanwezigheid van spiritualiteit in de Japanse cultuur opkeek (en hoe jammer dat seculier West-Europa spiritualiteit verwart met extreem-religieuze ideeën en strenge dogma’s) en vroeg ze tenslotte aan hem of hij in futons slaapt en nauwelijks meubelen heeft.

‘Nee, uiteraard niet’, zei hij. ‘Ik gebruik een bed.’

Verward keek ze naar mij. Ik haalde mijn schouders op. Wat kan ik zeggen?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute