Ontwikkelingssamenwerking in middeninkomenslanden?

De rol van middeninkomenslanden is al geruime tijd onderwerp van debat binnen de sector van ontwikkelingssamenwerking. Hierbij gaat het zowel om de rol van deze landen als ontvangers van ontwikkelingshulp, als donoren.

  • © Amelie Peulen We kunnen met zekerheid stellen dat de meeste MICs nog steeds geconfronteerd worden met aanzienlijke structurele tekorten en kwetsbaarheden die hun proces van ontwikkeling beïnvloeden. © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen
  • © Amelie Peulen © Amelie Peulen

De wereld van vandaag verschilt fundamenteel met die van enkele decennia geleden. De laatste jaren is in een aanzienlijk aantal lage- en middeninkomenslanden (Middle Income Countries, MICs)  sprake van substantiële economische groei.

Het onderscheid tussen Noord en Zuid lijkt te vervagen. Steeds meer landen groeien naar elkaar toe.

Als gevolg van een goede tien jaar van globale groei, worden de meeste ontwikkelingslanden inmiddels geclassificeerd als ‘middeninkomenslanden’ (uitgaande van de definitie van de Wereld Bank). Deze opkomende economieën nemen steeds meer taken als donor op zich en blijven soms ook ontvanger.

Vietnam is een van hen.

Vietnam

© Amelie Peulen

Van een van de armste landen ter wereld is het land in enkele decennia uitgegroeid tot snel ontwikkeld land. In 2010 kreeg Vietnam officieel de status ‘laag-middeninkomensland’. 

Lage middeninkomenslanden zijn landen die in de laagste marge van de brede categorie van middeninkomenslanden zitten die de Wereld Bank hanteert (GNI per capita $1,046-$4,125).

Om een idee te geven: andere economieën in deze categorie zijn onder meer West Bank en Gaza, Ghana en Soedan.

Sommige critici stellen dat er eigenlijk geen rol meer is voor de internationale gemeenschap in middeninkomenslanden, gezien de toegenomen binnenlandse middelen en internationale privékapitaal die deze landen tot hun beschikking hebben.

Het idee hierachter is dat landen zelf het geld hebben om hun problemen op te lossen. Ze zouden dus zelf verantwoordelijk zijn voor het behalen van ontwikkelingsdoelen en het garanderen voor duurzame en inclusieve groei.

In eerst opzicht een logische redenering. Landen worden rijker, dus is ontwikkelingshulp overbodig.

Groei versus inclusieve groei

We moeten echter beseffen dat economische groei alleen niet onvoldoende is. Het leidt niet vanzelfsprekend tot ontwikkeling voor iedereen. Vaak neemt de kloof tussen arm en rijk juist toe.

Er zijn heel wat voorbeelden van middeninkomenslanden die een indrukwekkende economische groei doormaakten, maar waar tegelijk de interne ongelijkheid sterk toenam.

Daarnaast moeten we beseffen dat op mondiaal niveau de grootste armoede juist in de MIC-landen te vinden is. Vandaag woont maar liefst 66 procent van de extreem armen in midden-inkomenslanden.

De strijd tegen inkomensarmoede zou in deze tijd dus met name gericht moeten zijn op een herverdeling van rijkdom in midden-inkomenslanden.

© Amelie Peulen

Neem het voorbeeld van Vietnam. De armoede daalde er van bijna 60 procent tot 20,7 procent in de afgelopen 20 jaar. Echter, macro instabiliteit, externe schokken en ongelijkheid hebben nieuwe uitdagingen gecreëerd.

Ondanks de aanzienlijke vooruitgang in de bestrijding van armoede in de afgelopen twee decennia, is de ontwikkeling nog niet inclusief.

De snelle economische transformatie en groei hebben inmiddels bijgedragen aan de toenemende ongelijkheid in inkomen en kansen. Een deel van de bevolking, vooral diegenen die op het platteland of kleine steden in Vietnam wonen, hebben beperkte toegang tot kwalitatief hoogstaand onderwijs, gezondheidszorg of aan een goede baan .

Met het snelle tempo van de verstedelijking , vormen met namen de armen in de steden een nieuwe uitdaging in Vietnam. Een groeiend aantal werknemers uit landelijke gebieden migreren naar de steden om te werken in de particuliere sector en diensten. Veel van deze banen zijn in de informele sector, met als gevolg: geen secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals ziektekostenverzekering en pensioen.

Het is van cruciaal belang om de groei inclusiever te maken, onder meer door de uitbreiding van de investeringen op het platteland, in de industrie en kleine en middelgrote ondernemingen.

Inkomensongelijkheid als mondiaal risico

‘Vandaag woont maar liefst 66 procent van de extreem armen in midden-inkomenslanden.’

Het Wereld Economisch Forum (WEF) én het IMF hebben meermaals gewaarschuwd dat inkomensongelijkheid één van de grootste mondiale risico’s vormt.

Beleid louter gebaseerd op economische groei zonder oog voor ongelijkheid, heeft geen toekomst.

Sociale ongelijkheden leiden vaker wel, dan niet, tot sociale en politieke instabiliteit. Dergelijke ongelijkheid binnen een samenleving zorgt voor frustraties bij de achtergestelde groepen, opborrelend ongenoegen en vaak legitiem verzet. Ze ontwrichten daarmee landen en regio’s. De Arabische Lente herinnerde ons hieraan.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking anno 2015

© Amelie Peulen

Inclusieve economische groei is een van de twee pijlers van het nieuwe ontwikkelingsbeleid van België. Minister van Ontwikkelingssamenwerking, De Croo, vindt dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking er een moet zijn die erop toeziet dat hele samenlevingen hun voordeel halen uit economische groei. We moeten streven naar samenlevingen die inclusief, billijk en duurzaam zijn.

Tegelijkertijd wordt het aantal partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking van 18 naar 15 gebracht. De focus ligt op Noord– en West-Afrika en de regio van de Grote Meren.

De zes middeninkomenslanden, Vietnam, Peru, Ecuador, Bolivia, Algerije en Zuid-Afrika, verdwijnen van de lijst.

Deze landen belanden in een exit programma van maximum vier jaar waarin de lopende interventies worden afgerond en andere samenwerkingsvormen worden voorbereid. Via onder meer ngo’s en universiteiten wil België met die landen een band behouden.

België is niet het enige land dat de ontwikkelingshulp uit Vietnam en andere middeninkomenslanden terugtrekt. Veel andere Europese landen volgen dezelfde trend.

Het gevolg van het stoppen van de ontwikkelingssamenwerking met de nieuwe MIC-landen is nog niet te overzien.

We kunnen echter met zekerheid stellen dat de meeste MICs nog steeds geconfronteerd met aanzienlijke structurele tekorten en kwetsbaarheden die hun proces van ontwikkeling beïnvloeden. Daarnaast zal toekomstige internationale vooruitgang en het mondiale collectieve welzijn sterk beïnvloed worden door het succes of anderszins van de ontwikkeling in MIC.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift