Oorlogskinderen in België verloren hun kindertijd, ontneem hen niet hun toekomst

Worden niet-begeleide minderjarige vluchtelingen aan hun lot overgelaten, zullen ze uitgroeien tot bange, agressieve en getraumatiseerde volwassenen, wat Europa geen stap dichter zal brengen bij een positieve integratie en vredig samenleven. Warm pleidooi voor meer ondersteuning en zorg van wereldblogger Omer Sayadi die zelf werkt in een opvangtehuis voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen.

  • Meabh Smith/Trócaire Een jonge vluchteling tussen Servië en Kroatië Meabh Smith/Trócaire
  • Russell Watkins/Department for International Development Syrische jongen in een Libanese school Russell Watkins/Department for International Development

Hij was zijn GSM kwijtgeraakt onderweg. Op zich een banale gebeurtenis, ware het niet dat de Afghaanse jongen zijn GSM in de Middellandse-Zee had zien verdwijnen toen hun bootje kapseisde voor de Europese kust. Het nummer van zijn moeder was op zijn mobiele telefoon opgeslagen, en hoe hard hij zich ook concentreerde, het lukte hem niet het voor de geest te halen. Met betraande ogen zat hij er urenlang zijn hoofd over te breken aan de computer in zijn nieuwe leefgroep.

Pas tegen de avond sprong hij dolgelukkig op. Hij had alle nummers op een rijtje kunnen plaatsen en op een verfrommeld papiertje neergepend. Hij belde ongeduldig, de telefoon ging over. “Salam aleykum?” Die avond rolden bittere tranen over zijn gezicht. Hij hoorde zijn moeder voor het eerst sinds zijn aankomst in Europa.

Weg van oorlog

Het zijn nog maar kinderen, maar ze hebben al een hele reis achter de rug, één die ze nooit meer zullen vergeten. Alleen, overgeleverd aan de grillen van de smokkelaar, de groep met wie ze meereizen of zuiver vertrouwend op hun overlevingsinstinct. Zo’n 16% van alle minderjarige asielzoekers in België was in februari 2016 niet-begeleid. In 2015 waren het 3099 jongens en meisjes, het merendeel uit Syrië, Irak en Afghanistan. Dat aantal slonk in 2016 tot een goede 478. Het zijn kinderen die hun ouders honderden, zo niet duizenden kilometers ver achterlieten op zoek naar veiligheid en stabiliteit. Weg van oorlog, weg van de vernieling der bommen en de angst voor de nietsontziende moordzucht van het menselijk wezen.

Alle Hollywoodiaanse onzin even opzij, oorlog is een monster. Ver weg van de grauwe frontlinies vallen de meeste slachtoffers. Onderwijs, stabiliteit, structuur, hoop en toekomst zijn zo enkele van die slachtoffers, die in hun kielzog ontelbare kinderen en gezinnen mee de dieperik in trekken.

Onschuld verpulverd

In een recent rapport van Save the Children staat beschreven hoe één op de vier Syrische kinderen op het punt staat een geestelijke stoornis te ontwikkelen. In de zesjarige Syrische oorlogshel verminken kinderen zichzelf, of beroven zich van het leven wanneer de gruwel hen teveel wordt. Sommigen zo jong als twaalf jaar.

Eén op de vier Syrische kinderen staat op het punt een geestelijke stoornis te ontwikkelen.

Depressies, zelfmoordneigingen en woede-uitbarstingen, over tientallen jaren zal deze generatie het gros uitmaken van de nieuwe Syrische maatschappij. Oorlog verpulvert hun onschuld, en waar ooit liefde, vertrouwen en oprechtheid zaten is nu een gapend zwart gat verschenen. Lijken op straat zien, welk kind gaat daarna nog schaapjes tellen om in slaap te vallen?

Ik doe mijn best. Ik herhaal het vaak genoeg tot ik er zelf van overtuigd ben, ik doe mijn best om verandering te brengen!

Ik heb me samen met collega’s over acht niet-begeleide oorlogskinderen ontfermd. We proberen hen in onze leefgroep een nieuwe toekomst te bieden en hen een deel van hun jeugd terug te geven.

Begin 2016 opende Wingerdbloei een nieuwe leefgroep in Antwerpen met de naam Wahid. Wingerdbloei is een begeleidingscentrum dat hulpverlening biedt aan jongeren uit een moeilijke sociale thuissituatie. Wahid werd echter de uitzondering op de regel, en is specifiek ingericht voor onbegeleide oorlogskinderen die door Fedasil worden doorverwezen vanuit de asielcentra.

Het was één van de eerste leefgroepen voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, en er werden ons acht kinderen toegewezen, van verschillende nationaliteiten. Het doel is om die kinderen bij te staan en op te voeden in een sfeer van veiligheid, stabiliteit en liefde in voorbereiding op hun toekomst.

Op hun achttiende verjaardag zullen ze op hun eigen benen moeten kunnen staan, en in samenwerking met officiële voogden proberen we voor ieder kind een stappenplan uit te stippelen.

Pionierswerk

Meabh Smith/Trócaire

Een jonge vluchteling tussen Servië en Kroatië

Het is allemaal in zekere zin pionierswerk, en door de plotse toename van onbegeleide minderjarige vluchtelingen in België staan het juridisch en maatschappelijk kader wat hen betreft nog in kinderschoenen. Door de hoeveelheid aanvragen moeten de kinderen vaak maanden wachten op een eerste interview, en nog veel langer om uiteindelijk bevestiging te krijgen over het verdere afhandelen van hun procedure en hun verblijf.

Het is waanzinnig wat een effect de oorlog en de vlucht op deze kinderen heeft gehad.

Het is waanzinnig wat een effect de oorlog en de vlucht op deze kinderen heeft gehad. Er wordt geroepen en geschreeuwd. Woedeaanvallen en nachtmerries grijpen wild om zich heen in de donkerste schaduwen, en vullen de leegtes van gemis en verdriet.

Dan komt het kind naast je zitten, legt zijn arm om je heen in een poging mee te kunnen lezen met het voorleesboek dat je net hebt vastgenomen. Hij kan weer kind zijn, al is het maar met momenten.

Goed rapport

Ik nam een Syrische jongen mee uit eten voor zijn uitstekend rapport. We bezochten een Turks eethuis in het stad, verlekkerd als we beiden zijn op kebab en Turkse pizza. Eens we aan een tafeltje gingen zitten was de toon onmiddellijk gezet: ‘Het ruikt hier naar het eethuis waar ik ging eten na mijn werk in het naaiatelier in Turkije.’ 

De jongen bleef rustig verder kijken naar de menukaart, maar een schuldgevoel overviel me. Kon ik nu echt niet naar die Belgische frituur even verderop gaan? Het zorgeloze gebabbel van de tiener maakte duidelijk dat hij al vrede genomen had met dat verleden, maar het blijft een moeilijk onderwerp.

Hij en zijn zus werkten als naaiers in een atelier in Istanbul om te kunnen voorzien in het levensonderhoud van hun gezin. Met het extra geld kon de jongen naar Europa reizen via de smokkelroutes van Oost-Europa. Zijn zus werkt er nog steeds in de hoop ook ooit Europa te mogen aanschouwen. Hij belt zijn gezin iedere avond. Onlangs verkreeg hij een verblijfsvergunning, en streeft hij naar een gezinshereniging met zijn ouders en twee zussen, in België.

We werken nu al meer dan een jaar met deze acht kinderen. Het is pas vrij recent dat ik merk hoezeer hun gedrag grotendeels genormaliseerd is geraakt na al die maanden. Erger is, dat ik hieruit leer hoeveel hun gedrag aanvankelijk verknipt en verdraaid was toen ze net bij ons aankwamen, een kwalijke erfenis van hun vlucht naar België en hun verblijf in de asielcentra.

Hoezeer deze jonge vluchtelingen ook een goede opvoeding genoten hebben bij hun ouders in hun thuisland, ze hebben leren overleven op hun lijdensweg naar Europa.

Van dag tot dag

Het merendeel der bewoners van de Belgische asielcentra zijn jonge, ongehuwde mannen. In een omgeving waar voeding, kledij en kansen tekort schieten aan het aantal behoeftigen, is het dus bikkelhard vechten om te overleven. Met een groot aantal jonge mannen aanwezig, mag het dus niet verbazen dat vrouwen, kinderen en gezinnen in asielcentra te vaak naar de zijlijn geschoven worden.

Deze kinderen hebben leren liegen, leren bedriegen. Ze hebben leren verbergen, stelen en vechten om de meest futiele redenen.

Deze kinderen hebben leren liegen, leren bedriegen. Ze hebben leren verbergen, stelen en vechten om de meest futiele redenen. Ze moesten in de vluchtelingenkampen en de asielcentra leren overleven, en leren opgaan in de massa aan lotgenoten die allen hetzelfde doel hebben, ontsnappen aan hun doelloze situatie in de hoop een betere toekomst te kunnen grijpen.

Het is een hele taak dit gedrag opnieuw om te keren bij een kind. Van dag tot dag leven is een normale reflex in een sfeer waarin elke dag je laatste kan zijn. Hen aantonen dat ze kunnen studeren, kunnen gaan werken wanneer ze hun diploma hebben en een rol kunnen spelen in de toekomst van zichzelf en hun gezinnen is een enorme stap die maanden van geduld, nabijheid en inzet vergt.

Wanneer je voorbij die ruwe bolster kijkt die ze hebben leren aannemen, vind je intelligente, creatieve en uiterst aangename kinderen. Dit zijn kinderen die alleen of in groep honderden kilometers afgelegd hebben. Via de zee op gammele bootjes, of met behulp van smokkelaars langs Griekenland en Macedonië richting Oostenrijk en Duitsland. Ze zijn zich erg bewust van hun situatie en hun statuut als vluchteling, en dragen erg vaak de verantwoordelijkheid om zich met hun ouders te kunnen herenigen.

Russell Watkins/Department for International Development

Syrische jongen in een Libanese school

Taalbad

Wij begeleiden hen met hun studies, en leren hen te investeren in een mogelijk langdurig verblijf in België. Kinderen met een forse taalachterstand hebben de kans onderwijs te genieten in zogenaamde OKAN-klassen, speciaal ingericht voor kinderen die zich hoofdzakelijk op het Nederlands moeten richten om vooruit te geraken in hun opleiding.

In hun land van herkomst genoten ze onderwijs in hun eigen, vertrouwde taal. Enkelingen hadden ook het Frans en het Engels onder de knie, omdat ze alles op hun eigen tempo leerden in de warmte van de eigen klas. Die sfeer is er echter niet meer, en in de meeste gevallen die klas en zelfs het schoolgebouw ook niet, waardoor ze in België helemaal van nul moeten beginnen.

In de OKAN-klassen worden de kinderen voornamelijk beoordeeld op het niveau van hun Nederlands, wat veel kinderen al een serieus nadeel oplevert gezien de aard van hun moedertaal en hun korte verblijf in het land. Via zogenaamde snuffelstages kunnen ze stapsgewijs en met begeleiding van de school ontdekken in welke richting van het onderwijs ze kunnen doorstromen na het taalbad.

Nagenoeg alle OKAN-leerlingen worden doorverwezen naar beroepsopleidingen en technische richtingen.

Met het Nederlands als voornaamste beoordelingsfactor dreigen vele kinderen terecht te komen in richtingen waar ze helemaal niet thuishoren. Het onderwijs moet zich dringend buigen over deze kwestie, en opletten dat geen talent nodeloos verloren gaat.

Het is dan ook hoog tijd dat men beseft hoeveel talent er in deze jongeren schuilt. 

Of de Belgische maatschappij er nu klaar voor is of niet, deze kinderen hebben geen onmiddellijke plannen om terug te keren naar hun thuisland. Degenen die een verblijfsvergunning gekregen hebben, zijn volop bezig om voor een familiehereniging te zorgen zodat ook hun ouders en broertjes of zusjes naar België kunnen komen.

Het is dan ook hoog tijd dat men beseft hoeveel talent er in deze jongeren schuilt. 

Wij hebben met onze leefgroep maanden nodig gehad om acht kinderen opnieuw te leren van zichzelf te houden. Daarbuiten zijn er echter nog honderden zulke kinderen in België en duizenden in Europa, ieder met zijn eigen verhaal en zijn eigen context.

Ook zij hebben recht op begeleiding, ontwikkeling en opvoeding, en kunnen een positief en productief onderdeel worden van de Europese toekomst. Worden ze echter aan hun lot overgelaten, zullen deze bange, agressieve en getraumatiseerde kinderen uitgroeien tot bange, agressieve en getraumatiseerde volwassenen, wat Europa geen stap dichter zal brengen bij een positieve integratie en een vredevol samenleven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift