Op zoek naar de moedertaal in Mae Salong

Een beschouwing over de impact van geografische mobiliteit op de moedertaal.

De taalsituatie in Mae Salong, een Chinese nederzetting in Noord-Thailand, dient als case study voor de een beschouwing over de impact van geografische mobiliteit op de moedertaal. De historiek van de plek heeft een aantal bijzonderheden die de omweg waard zijn: er zijn onder andere opvallende gelijkenissen met gemeenten langs de taalgrens in België.

  • © Elke Van dermijnsbrugge Mae Salong - Noord-Thailand © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge International Day - feestdag in internationale scholen © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Noord-Thailand - De motorbike getaway © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Meertalige opschriften in de hoofdstraat van Mae Salong © Elke Van dermijnsbrugge
Zonnige winterdagen voorzien van een staalblauwe hemel, nodigen uit tot motorritten in het verre noorden van Thailand. Ditmaal gaat het richting Mae Salong, vlakbij de Birmese grens. Tijdens de rit van Chiang Mai naar Mae Salong passeren alle mogelijke schakeringen van groen de revue. Ze sieren de bergflanken en de smalle en bochtige bergwegen die zich doorheen deze dunbevolkte grensstreek slingeren. De ideale motorbike getaway.

Een historische aanloop: une liaison dangereuse in Noord-Thailand

Mae Salong is een Chinese nederzetting in Noord-Thailand, op de grens met Birma. Het dorp bestaat voornamelijk uit ‘Kwomintang’, een Chinese minderheidsgroep die uit China vluchtte in de late veertiger jaren van vorige eeuw. Deze minderheid bevocht het communistische regime in China, maar hun positie binnen de Chinese staat werd almaar penibeler en daarom vluchtten ze te voet naar Noord-Thailand. Een zware tocht, maar het was de risico’s waard. De Kwomintang waren welkom in het voormalige Siam, want de Thaise staat vocht op dat moment ook een verbeten strijd tegen het Rode Gevaar. De Kwomintang werden als bondgenoten beschouwd.
 
Het leven in het hoge noorden was ruw en wanneer de Kwomintang niet bezig waren met het bestrijden van het communisme, probeerden ze een nieuw leven op te bouwen. Ze bouwden hutten, bewerkten het land en gingen op zoek naar lucratieve bezigheden. Chinezen hebben niet voor niets de reputatie doorwinterde zakenmannen te zijn.
 
De Kwomintang besloten om mee te stappen in de opiumbusiness die al hevig floreerde - letterlijk en figuurlijk - in de provincie. Zoals de lokale bevolking eerder ontdekte, was dit koele, maar zonnige bergklimaat ideaal voor de papaverkweek. Bovendien had dit gebied, vlakbij de grens met Laos, Birma en China en de Mekong-rivier aan de voet van de bergen, een bijzonder strategische ligging. Papaverkweek in de bergen, directe verwerking in de talrijke nederzettingen en transport naar de buurlanden via de Mekong. De Kwomintang twijfelden geen moment.  De handel (lees: smokkel) was meer dan succesvol te noemen.
 
Hoe dachten de Thaise autoriteiten over deze handel en wandel? Zoals vermeld waren de Kwomintang welkome bondgenoten in de strijd tegen het communisme, onder het motto ‘Hoe meer zielen, hoe meer vreugd’. 
 
Die opiumbusiness? De vriendelijke en eeuwig glimlachende Thai wilden hun nieuwe bondgenoten niet schofferen en zagen de hele opiumbusiness maar wat graag door de vingers. Zolang er af en toe samen een vredespijp kon worden gerookt. ‘Mai pen rai!’
 
Deze situatie veranderde drastisch in de jaren tachtig, maar dat is alweer dertig jaar later en een ander verhaal.
 
De tweede en derde generatie Kwomintang vormen vandaag nog steeds de meerderheid in Mae Salong, maar de illegale opiumhandel heeft intussen plaats geruimd voor legale theeproductie, vandaar alle theeplantages, teafactories’ en theesalons die de hoofdstraat van het dorp langs beide zijden omzomen. 
 

Detail: Mae Salong heeft een kerk, een moskee en een allegaartje aan tempels. Elk vertegenwoordigen ze een verschillende godsdienst. En geen terrorist te bekennen.

© Elke Van dermijnsbrugge

Noord-Thailand - De motorbike getaway

Mae Salong: This must be Belgium!

Hoewel ik meer dan 12 000 kilometer verwijderd ben van mijn eigen Hinterland, België, is deze situatie verdacht herkenbaar. 
De wandeling in de dorpskern van Mae Salon zorgde voor de nodige verwarring. Alle opschriften waren in twee, soms zelfs drie talen weergegeven: Thais, Chinees en occasioneel Birmees.
 
Engels is hier geen lingua franca meer, dus ik probeerde mijn beperkte kennis van het Thais uit op een aantal locals. Dit bracht niet het verwachte resultaat: ofwel spraken ze een Chinees ofwel een lokaal dialect: Lisu, Lahu of Karen. Elke bergstam in deze regio heeft zowat zijn eigen taal, onbegrijpelijk voor een buitenstaander.
 
Hoewel ik meer dan 12 000 kilometer verwijderd ben van mijn eigen Hinterland, België, is deze situatie verdacht herkenbaar. 
 
Dit zou Hondschoote, Steene of Rexpoëde kunnen zijn. Komen-Waasten, Voeren of Oreye! This must be Belgium.
 
Dit ruikt naar taalverwarring, met één groot verschil: de taalagressie die dit in België met zich meebrengt, is hier de grote afwezige. In de bovenvermelde Belgische taal-ambigue gebieden is het klaar als pompwater wie welke moedertaal heeft (te pas en te onpas werd en wordt die moedertaal als wapen in een of andere strijd gebruikt). De taalverwarring in  Mae Salong is ook groot, maar dit is voornamelijk te wijten aan de onduidelijkheid van de moedertaal.
 
De Kwomintang hebben intussen aan kruisbestuiving gedaan: sommige gezinnen bestaan uit Birmezen, Thai, Laotianen.. Dit betekent dat de taal in menige bamboe paalwoning een koeterwaals is geworden van een Chinees dialect, een Thaise stamtaal en Laotiaans.  Moedertaal is hier een relatief begrip geworden. Overigens is het onderwijs in dit afgelegen wilde noordwesten nog geen verworven recht, maar een privilege. Slechts een minderheid van de dorpsbewoners heeft (taal)onderwijs genoten.

De moedertaal in het spel

Zo groot het gebrek aan (taal)onderwijs in Mae Salong is, zo groot zijn de onderwijsfaciliteiten in Prem International School in Mae Rim nabij Chiang Mai.
 
Prem is een relatief kleine International Baccalaureate school met ongeveer 460 studenten. Het onderwijs gebeurt integraal in het Engels. Er wordt gepoogd hoogwaardige (en voeg ‘dure’ hieraan toe) academische opleidingen aan te bieden op een groene campus met alle mogelijke faciliteiten. Studenten komen uit ruwweg 40 verschillende landen, maar ongeveer 40% van de studentenbevolking is Thais.
Een degelijke taalvaardigheid in de moedertaal biedt een grotere kans op academisch succes.
 
De lingua franca is, zoals in de meeste internationale scholen, Engels, maar voor de Thaise studenten worden 5 lesuren Thais per week aangeboden. De school volgt hier een richtlijn van de Thaise overheid. Dit is zeker een goede zaak, zelfs in een internationale schoolomgeving. Een sterke moedertaalkennis zorgt voor een sterke fundering van het huis, bij wijze van spreken. Een degelijke taalvaardigheid in de moedertaal biedt een grotere kans op academisch succes, zoals uit menig onderzoek al is gebleken.
 
Reden te meer om studenten tijdens de pauzes hun moedertaal te laten spreken: Chinees, Thais, Koreaans, Frans, Engels, Italiaans, Birmees, Duits.. een amalgaam aan talen passeert de revue.
 
Wanneer ik tijdens pauzes langs studentengroepjes kom, moet ik steeds meewarig terugdenken aan de discussies die in het verleden in Vlaanderen werden gevoerd over het taalgebruik in concentratiescholen. Vurige pleidooien werden gehouden voor het verbieden van Turks en Arabisch op de speelplaats. Deze meningen maakten deel uit van een emotioneel discours met nationalistische inslag. Indien er met enige kennis van zaken werd gesproken, zouden dergelijke ideeën tot het nodige schaamrood op de wangen hebben geleid. 

De moedertaal op het spel 

Terug naar de context van de internationale scholen, waarvan de studentenbevolking in hoge mate geografisch mobiel is. Het merendeel van de studenten verhuist om de paar jaar (vaak van het ene continent naar het andere) en verandert bijgevolg ook van school. Deze studenten zijn in de meeste gevallen eveneens voltijdse internaatsstudenten.

Mocht je sommige van deze studenten vragen wat hun moedertaal is, dan zou het antwoord even op zich laten wachten of er zou een dodelijke stilte vallen bij gebrek aan een antwoord. Deze studenten groeiden op in verschillende internationale scholen in meerdere landen met evenveel verschillende voertalen. Omdat ze voltijds in het internaat wonen, spenderen ze bijzonder weinig tijd met hun familie. Het gevolg hiervan is dat er slechts heel weinig momenten zijn waarin ze hun moedertaal volwaardig gebruiken. Op school spreken deze studenten een soort Engels met andere non-natives en occasioneel spreken ze een paar woorden in hun zogenaamde eerste taal. Moedertaal is ook voor hen, net als voor de Kwomintang, een relatief begrip geworden.
Taalpurisme is een verouderd concept. We reizen, dus we mixen en we verrijken onze talen met leenwoorden allerhande.
 
Taal is voor hen een melting pot, een ratatouille, om eens een Frans woord te gebruiken. Is daar iets mis mee? Op het eerste gezicht niet. Taalpurisme is een verouderd concept. We reizen, dus we mixen en we verrijken onze talen met leenwoorden allerhande. Maar indien men de taalvaardigheid van deze moedertaalloze studenten gaat bekijken, dan is er een keerzijde: hun huis heeft geen fundament. Vaak is het zo dat ze geen enkele van de talen die ze gebruiken echt goed beheersen: magere schrijfvaardigheid in taal A, gebrekkige leesvaardigheid in taal B, bemoeilijkte mondelinge vaardigheden in taal C.
 
Deze studenten hebben bijkomende taalondersteuning nodig en vaak zijn hun academische prestaties matig. 

Op naar een monolinguale symbiotische moedertaal?

Zijn dit signalen die het einde van de moedertaal aankondigen? Dat is sterk gesteld, maar we reizen en we doen aan taal, cultuur- en rasvermenging. We verhuizen. Hoewel fundamentalistische nationalisten het graag anders zouden zien, evolueren culturen, talen en tradities naar een eerder symbiotisch geheel.
 
Een grote denksprong in de toekomst toont de mogelijkheid van één grote monolinguale symbiotische moedertaal. De film ‘Code 46’ durft deze denksprong te maken en gaat zelfs een aantal stappen verder. 
 
Mijn moedertaal is overduidelijk Nederlands, maar er is wel dit: ik lees boeken in vier verschillende talen, ik schrijf en denk vaak in het Engels, ik hou ervan om Frans te spreken met een van mijn collega’s, ‘hallo’ is ‘sabaidee kha’ (Thais voor ‘hallo’) geworden sinds ik in Thailand woon. Betekent dit dat mijn moedertaal op de helling staat? Nee, in tegendeel. Nederlands is de fundering van mijn huis, bij wijze van spreken. Ik heb een goede grammatica- en spellingkennis. Mijn woordenschat kan rijk worden genoemd. Elk van deze aspecten helpt mij om andere talen te beheersen op een vrij hoog niveau.
 
Het helpt ook om de complexe taalsituatie in bijvoorbeeld de Mae Salong-regio te begrijpen.
Ik pleit voor taalbewustzijn en degelijk (taal)onderwijs als een stevige fundering om een vaardige meertalige te worden. 
Ik pleit niet voor een terugkeer naar een verloren paradijs waar iedereen slechts één taal beheerste en onder de kerktoren bleef wonen, in tegendeel. Ik pleit voor taalbewustzijn en degelijk (taal)onderwijs als een stevige fundering om een vaardige meertalige te worden. 
 
Dromen doe ik nog steeds in het Nederlands. (Indien ik geen moedertaal meer zou hebben, zou ik dan dromen in verschillende talen tegelijkertijd of zouden mijn dromen woordeloos zijn?)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur