Het is ochtend in het Avondland

Over een hoofdstad en bijzaken

© Kris Janssens

De cyclo’s zullen blijven rondrijden tot ze uit elkaar vallen. De fietsen en de mannen die ermee rijden.

Kris Janssens kwam op 7 januari 2015 aan in Cambodja. Dat die dag symbolisch is voor het land (het Rode Khmer-regime werd officieel beëindigd op 7 januari 1979) wist Kris op dat moment niet. ‘Ik wist eigenlijk niks over Cambodja.’

Hoe ik hier dan terecht gekomen ben? Ik volgde mijn ex. Tenminste, nu is hij mijn ex. Toen dacht ik nog dat wij samen een mooie toekomst tegemoet gingen als reporters zonder grenzen in het buitenland. Cambodja had ons na dat eerste bezoek allebei zo begeesterd dat we er ruim een jaar later, in 2016, opnieuw stonden.

Vaste jobs opgezegd, appartement in Brussel verhuurd, ons leven in een rugzak gepropt en klaar voor het avontuur. Om boeiende reportages te maken voor de meerwaarde zoeker. Samen. Dat dacht ik. Maar toen zat de klad al in onze relatie en intussen ziet hij meer waarde in een Cambodjaan van twintig jaar jonger, die nu in mijn plaats in dat Brusselse appartement woont. Maar ik heb dit project niet willen loslaten, ook al sta ik er nu alleen voor.

Van bij het begin heb ik in Phnom Penh gewoond, een hoofdstad op mensenmaat. Het is geen metropool, hoewel sommige glazen torens en wolkenkrabbers hun best doen om op Bangkok te lijken. Je hebt twee brede boulevards die de stad doorsnijden, maar andere straten zijn authentiek gebleven. Niet te breed en met veel bomen, die voor aangename schaduwplekken zorgen. Hoewel, de overheid is een ontwortelplan aan het uitwerken om straten breder te maken, onder druk van automobilisten die zich anders vast rijden.

Het verkeer bestaat vooral uit vrolijke tuk-tuks, een moto-remork zeggen de Cambodjanen: een brommer met een aanhangwagen die eigenlijk bedoeld was om de oogst van het platteland naar de markt te brengen, maar gaandeweg als taxi ingezet is.

En dan heb je nog de motodops, meestal oudere mannen die op een drukke straathoek staan te wachten om je voor één of twee dollar met hun brommer ergens naartoe te voeren. Nòg oudere mannen kunnen je meenemen met hun cyclo, een fiets uit de Franse periode met één passagiersstoel vooraan.

De cyclo’s hebben duidelijk hun beste tijd gehad, maar worden telkens opnieuw opgelapt met reserveonderdelen van oudere exemplaren. Ze zullen blijven rondrijden tot ze spontaan uit elkaar vallen, de fietsen én de mannen die ermee rijden.

Cambodjanen begrijpen niet dat je naar een bestemming wil wandelen. Zelfs voor een verplaatsing van niks, twee straten verderop, nemen ze de motor of de tuktuk.

Dat heeft met het klimaat te maken, natuurlijk, maar ook met het gebrek aan wandelcultuur. Phnom Penh heeft wel trottoirs, maar je struikelt er voortdurend over mobiele winkeltjes en geparkeerde brommers. Soms neemt een kapper de stoep in omdat hij geen salon heeft en zijn klanten gewoon op straat knipt.

Overal in de stad vind je eetkraampjes, naast veelkleurig plastic tuinmeubilair om je rijstschotel of noedelsoep aan op te eten. De “kleuterstoeltjes” noem ik die, omdat ze zo laag zijn. Europeanen, met hun lange gestaltes, zitten er meestal erg ongemakkelijk op en moeten kun knieën hoog optrekken.

Geen idee waarom de Cambodjanen per se zo dicht bij de grond willen zitten om te eten. Misschien omdat ze dan, geheel volgens de streetfood cultuur, gebruikte servietjes en plastic afval makkelijker op de grond kunnen gooien. Je moet weten dat een maaltijd pas geslaagd is als er na afloop een half stort onder de tafel achterblijft. Hongerige katten gaan tussen dat afval op zoek naar alles wat nog eetbaar is.

En dan heb je nog verkopers die rondrijden met hun groentewok of hun soepketel. Om te vermijden dat ze de hele dag moeten roepen wat ze precies verkopen, gebruiken ze een opgenomen boodschap die voortdurend door een luidspreker wordt herhaald. Het is de soundtrack van Phnom Penh en het zorgt soms voor een kakofonie als twee verkopers elkaar ontmoeten. Zeker als ze met hetzelfde product leuren.

Phnom Penh heeft ook een zogenaamd dambordpatroon, rechte straten horizontaal en verticaal die rechthoekige huizenblokken vormen. De straten zijn meestal genoemd naar een koning, een prins of een mythologische figuur met die titel, maar je komt hier ook langs de Louis Pasteurstraat, de Charles de Gaullelaan of de Mao Tse Toung Boulevard. Behalve een naam, hebben de straten ook een nummer. Dat principe zou door de Fransen geïntroduceerd zijn om makkelijk een adres te kunnen terugvinden, zoals in New York met lanes en avenues. Maar volgens mij is in Cambodja die nummering op z’n zachtst gezegd een beetje uit de hand gelopen, al vinden sommigen dat er wel degelijk een logica achter zit.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ok, de oneven straten lopen van noord naar zuid. De even nummers gaan van oost naar west. Tot zover ben ik nog mee. Maar hoe het komt dat straat 308 bijvoorbeeld een kruispunt heeft met straat 9, is mij een raadsel. In Battambang, waar je hetzelfde principe hebt, bestaat zelfs een huizenblok van vijf straten met nummers in een logische opklimmende volgorde: straat één, straat anderhalf, straat twee, straat tweeënhalf en straat drie. Ik had er geld voor willen geven om aanwezig te zijn bij de brainstorm waar dat concept verzonnen is.

En hoewel ik nu vooral rondreis, naar Battamang, Siem Reap en andere bestemmingen, is Phnom Penh voor mij toch altijd weer thuiskomen in een vertrouwde habitat.

Deze blog werd eerder gepubliceerd op kris-janssens.com

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift