Harry Belgiqi in Nablus, City of Flowers – City of Peace.

Harry Belgiqi werkte verschillende jaren als vrijwilliger in Nablus. Een stad die gebukt gaat onder de bezetting. Hij werkte er in projecten om de omgeving zo leefbaar mogelijk te maken. Hij was voor een tijdje terug in Gent (waar hij Harry Michiels genoemd werd), maar in zijn hart bleef Nablus zijn stad.

Een hart voor Palestina in Gent.


Voor ik wist dat ik naar Palestina zou reizen, hielp ik bij de kerkasielactie voor mensen zonder paperen in Gent. Daar leerde ik “de Palestijn” kennen. We hielpen allebei elke middag aan de maaltijden voor de asielzoekers. Hij toonde op zijn laptop het werk van een fotograaf over de bezetting. Hij vertelde me over zijn projecten met planten. Ik vond het boeiend, maar kon het mij niet concreet voorstellen. Deze week nam ik terug contact op. Het was een aangenaam weerzien. Ik voelde zijn enthousiasme over Palestina opborrelen.


Deze keer haalde ik mijn laptop boven om mijn foto’s van Nablus te tonen. Hij herkende de mensen, de straten, de bloembakken die hij daar gezet had, … Ik zag hem openbloeien en deze maal kon ik me voorstellen wat hij bedoelde. Ik begreep zijn affiniteit met Palestina.


City of Flowers – City of Peace.


Tijdens onze wandeling door de stad had men ons het bordje met “Harry Belgiqi” getoond. Toen ik hem dat vertelde was Harry meteen enthousiast: “Heb je die 2 bomen op het pleintje gezien? Die heb ik geplant.” Ik zag het weer voor me, maar die bomen had ik niet gefotografeerd (ik voeg een foto van reisgenoot Claudine toe). Het bordje verwees naar zijn project “City of flowers - City of Peace.” met Robert Lafaille. In samenwerking met de plaatselijke Universiteit tekende Prof. Lafaille plannen om van Nablus een groene stad te maken. Een stad waar het ondanks de bezetting toch aangenaam leven zou zijn. Harry deed ter plaatse het werk en de coördinatie. Ik zocht het op op internet (en ik “pikte” er een foto van Harry) http://citiesofflowers.wadiproducts.com/nablus.htm.


Om het in de woorden van prof.  Lafaille te zeggen : “Nablus is een prachtige oude stad. Maar het gebrek aan kleur geeft haar een soort ernst en grijsheid, die enkel de depressieve sfeer van de bezetting benadrukt.” Daarom bracht hij bloemen naar de stad. Bloemen tegen de oorlog ? Het mag raar klinken. De filosofie erachter klinkt minder simpel. De leefomgeving heeft een belangrijk effect op het voelen en handelen : tussen bloemen komen gestresseerde mensen tot rust, bloemen verbeteren het microklimaat en de kwaliteit van de lucht, ze maken het uitzicht van de stad minder zwaarmoedig, via de plantenverzorging krijgen mensen weer een positief contact met de natuur, ….  Ik lees ook : “Door een gelukkige speling van het lot, kon ik samenwerken met een van mijn vrienden in Nablus, Harry Michiels.” Harry hielp met de contacten. Samen met universiteitsstudent Karam Halawa, zorgde hij voor de implementatie van de plannen.


De bezetting van Nablus.


Mijn foto’s riepen ook herinneringen op die minder mooi waren. Het Israelische leger had ooit het huis rechtover het bordje aangevallen. Een heel gezin kwam onder het puin terecht. Dat had men me ginder ook al verteld. Van Harry hoorde ik hoe hij zelf met zijn handen mee puin had geruimd om de mensen te redden.


Toen ik hem mijn foto van het bordje met zijn naam wou tonen, vond ik het spijtig dat iemand er zo “respectloos” een pamflet had op geplakt. Ik vreesde dat Harry dat niet leuk zou vinden. Ik sprak hem  over de vele affiches in de stad. Het zijn affiches van mensen gestorven zijn in de strijd. Hij bekeek de foto. Plots zag ik een andere Harry. “Ik ken die jongen …. en die ook… ik wist niet dat ze dood waren.” Het waren goede mannen, waar hij mee op stap geweest was voor zijn projecten. Had men juist daarom het briefje op het gedenkteken van het project geplakt? Dat deze vrienden stierven in een gewapend conflict, verbaasde hem blijkbaar niet. Dat is de realiteit ginder. Hij was verdrietig het zo te moeten vernemen.


Solidair tussen de Palestijnen wonen.


Harry is geen medewerker van een ngo. Hij houdt zich niet bezig met politiek lobbywerk. Hij probeert samen met zijn “stadsgenoten” te werken aan projecten waar de mensen zelf direct het resultaat van zien en voelen. Als hij in België is, volgt hij de situatie via mails van zijn vrienden en de website van het palestijns persagentschap Ma’an. Professionele Noord-Zuid-werkers zullen hem wel een plaatsje geven in de 4e pijler. Hij ziet zich gewoon als een mens die zijn solidariteit concreet vorm geeft.


Ik heb veel waardering voor mensen die ik in Palestina zag. Ze leerden me hun land kennen en gaven me enorm veel nuttige informatie. Maar in Gent kreeg ik nog eens de bevestiging dat de “organisaties” niet het enige draagvlak zijn. In de echte solidariteit heeft ieder individu zijn plaats. Een belangrijke plaats gaat naar mensen die persoonlijke relaties aangaan met de Palestijnen en die met hen meeleven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift