Petroleum of je leven – bis

De aanslag op Virungapark-directeur de Merode tien dagen geleden blijkt een nieuwe periode van bedrijfsterrorisme in te luiden.

  • Laten we ons verenigen om het park te redden. Een boodschap die bij de regering in dovemansoren valt.

De wereld reageerde verbijsterd op die laffe aanslag in de late namiddag van 15 april. Het regende verontwaardigde reacties uit alle windstreken. Meteen daarop volgde een bericht dat het aantal milieuactivisten dat voor hun inzet wordt vermoord alsmaar toeneemt. De roep om een diepgaand onderzoek klonk indringend. Belgisch minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders vroeg aan de Congolese overheid om alles te doen om deze aanslag te onderzoeken en om de daders zo snel mogelijk te vinden. België zal de voortgang van het onderzoek van nabij volgen. De ambassadeur van België repte zich naar Goma om de herstellende de Mérode te gaan bezoeken vlak voor zijn evacuatie naar Naïrobi en van daar naar België.

François-Xavier de Donnéa verklaarde in La Libre Belgique dat hij het bijzonder verontrustend vond dat de aanslag plaats vond vlak nadat de Mérode een dossier over het Brits petroleumbedrijf SOCO bij het parket had neergelegd. “Hoog tijd dat de Britse justitie de gangen van SOCO eens grondig nagaat”, voegde hij er nog aan toe. SOCO reageerde woest en dreigde met gerechtelijke acties tegen al wie de lef zou hebben hun activiteiten in Congo in verband te brengen met de moordaanslag.

Respectvol

Vijf dagen na de aanslag publiceerde de Merode zelf een verklaring op de website van het Virungapark: hij drukt daarin zijn diepste dankbaarheid uit aan het Congolese leger dat hem naar het hospitaal heeft gebracht. Hij getuigde van een vergaand gevoel voor diplomatie als hij even verderop schreef: “ik werd op de hoogte gebracht van een diepgaand onderzoek dat intussen werd opgestart door de bevoegde wettelijke autoriteiten en ik heb vertrouwen in het proces dat daartoe werd opgezet door de Congolese overheden.”

“Wat mij betreft”, gaat hij verder, “heb ik geen enkele indicatie over wie die aanval zou kunnen hebben opgezet en ik vraag respectvol dat anderen zich zouden weerhouden van speculaties vooraleer de resultaten van het onderzoek bekend zijn.”

Met alle respect, Meneer de Merode, maar wat u vraagt, daar kan ik niet in meegaan. Ik heb daar verschillende redenen voor. Vooreerst  omdat ik het ontzettend moeilijk heb om te geloven in de oprechtheid van gerechtelijk onderzoek in Congo. Het nooit afgeronde onderzoek naar de moord op mensenrechtenactivist Tchebeya staat symbool voor tientallen anderen. Waarom volksheld Kolonel Mamadou Ndala op 2 januari 2014 moest sterven, en door wiens handen blijft onopgehelderd. Waarom en door wie rebellenleider Morgan op 14 april werd doodgeschoten blijft wellicht voor altijd een raadsel. Het zijn maar enkele voorbeelden van een lange reeks onopgehelderde misdaden die teruggaat tot de moord op vader Kabila himself op 16 januari 2001. Nog steeds kreunen onschuldigen in de gevangenis omdat de waarheid het licht niet mag zien. Dat u als ambtenaar in dienst van de Congolese overheid moeilijk iets anders kan zeggen, daar heb ik begrip voor. Maar ik plaats dit dan ook in het juiste kader.

Bochtenwerk

Op 17 april heb ik, op weg naar huis van Goma naar Butembo, dezelfde route gevolgd als de Merode twee dagen voordien. De plaats van de aanslag is behoorlijk freaky. Het gaat om een stuk weg van zowat anderhalve kilometer, dat zich doorheen een dicht begroeid landschap slingert zonder bewoning. Door de bochten kan je steeds maar een meter of dertig voor en achter je kijken. Aan het begin, in het midden en aan het einde van dat stuk weg bevindt zich telkens een controlepost van het leger. Drie controleposten dus, telkens op zowat 500 meter van de andere. Nergens is de densiteit aan controleposten zo groot, en toch is uitgerekend daar de aanslag gebeurd. Dat kan geen toeval zijn.

“Zal ik je eens uitleggen hoe ze te werk gaan?”, vroeg onze chauffeur Fiston me, terwijl hij een versnelling hoger schakelde om zo snel mogelijk aan de andere kant van de dodenweg te belanden. “De eerste legerpost belt de twee andere op zodra het doelwit het bochtige weggedeelte inrijdt. De derde legerpost sluit de weg daar af om te verhinderen dat er verkeer in tegenrichting komt. Ze zeggen dat er bandieten zijn gesignaleerd en dat ze daarom voor alle veiligheid de weg maar hebben afgesloten. Geen automobilist die het in zijn hoofd zou halen door te rijden.

Intussen doet de tweede legerpost het vuile werk .Of het om een aanslag gaat of om het plunderen van een busje, de methodes liggen dicht bij elkaar. Is de klus geklaard, dan doen de twee andere eenheden alsof ze in de aanval gaan, maar eenmaal ter plaatse kunnen ze alleen maar vaststellen dat de aanvallers op de vlucht zijn geslagen. En als er slachtoffers zijn, brengen ze die zelf naar het ziekenhuis, de helden…”

Ik keek zorgvuldig of ik niemand van de eerste legerpost zag een mobieltje grijpen, was opgelucht toen ik op de tweede post alleen maar een paar soldaten languit in het gras zag liggen, en nog meer toen ook de derde post in de achteruitkijkspiegel steeds kleiner werd. De dag erop zou ik vernemen dat alle passagiers van een minibusje drie uur later van al hun bezittingen werden beroofd. Ik vernam ook dat de militairen die op de dag van de aanslag aanwezig waren werden ondervraagd door het krijgsauditoriaat en intussen weer vrijuit gaan. De onafhankelijkheid van een onderzoek door het krijgsauditoriaat, daar gelooft niemand hier in.

Nieuwe dreig-SMSjes

Ik was nog maar goed en wel terug in Butembo of ik werd op de hoogte gebracht van nieuwe SMS-bedreigingen tegen mensen van het netwerk CREF voor het behoud en de rehabilitatie van woud-ecosystemen.  Ik geef ze hieronder Verbatim weer:

Bantu Lukambo, directeur van IDPE (Innovations pour le Développement et la Protection de l’Environnement), één van de lid-organisaties van het netwerk CREF kreeg op 18 april deze boodschap (sic):

« tu joue avec feux bantu, tu va te bruler tn 2e jambe, unitil de change de voiture car ns kenesons toutes vos voiture et ns sommes partout ou vs passe avec vtre equipe. ne croyez ps ke si ns avons rater vtre directeur k’on peut vs rate aussi ». Vertaald : Je speelt met vuur, Bantu. Je gaat ook je tweede been verbranden. Zinloos om van wagen te veranderen, we kennen je hele wagenpark en overal waar jij met je team voorbijkomt, daar zijn wij ook. Denk maar niet, omdat we je directeur hebben gemist, dat we jou ook zullen missen!

Kort daarop volgde een tweede, deze keer bestemd voor Alphonse Valivambene, de directeur van CREF: “”Ukazanetu na petrole utaokuwa saa mwenzutuo ifasi yote”. In het Nederlands: “Dring maar verder aan op die petroleum, en je zal hetzelfde lot ondergaan. We zijn overal.”

Gauthier Misona, de verantwoordelijke van de lid-NGO CREDDHO die zich inzet voor het behoud van het Virungapark, kreeg de derde bedreiging op zijn mobieltje: “weyeunawazakuandikaitaachahatutoshepetrolemutakufabure sawa De Merode”. Met andere woorden: “Je denkt echt dat schrijven ons er zal van weerhouden om de petroleum te ontginnen. Je dood zal even nutteloos zijn als die van de Mérode”.

Dit maakt het allemaal wel heel erg moeilijk om geen verband te leggen met het petroleumbedrijf SOCO. Ofwel zit het bedrijf zelf hierachter. Dat zou me niets eens verbazen als je de verhalen hoort hoe ze zonder schroom alles en iedereen die hun pad kruisen omkopen. Ofwel gaat het om Congolezen die op instructies van Kinshasa of uit eigenbelang zelf naar misdadige methodes grijpen, in de waan dat dit hun eldorado zal redden. Persoonlijk denk ik dat zelfs in het tweede geval SOCO op de hoogte moet zijn, en in alle geval niets onderneemt om daar tegenin te gaan, wat hen ook dan hoe dan ook medeplichtig maakt. Bovendien verschijnen de nummers van de afzenders onbeschroomd in de mobieltjes van de ontvangers. Een kleine beetje goede wil van het gerecht en die terreurzaaiers zijn binnen de 24u geïdentificeerd en geïnterpelleerd. Of weten ze zich zodanig beschermd dat ze zich dat soort provocerende slordigheden kunnen veroorloven? Weten ze bij voorbaat dat de aangekondigde opvolging door de internationale gemeenschap net als in alle voorgaande gevallen toch geen verschil zal maken?

Petroleumgod

Gisteren werd bekend gemaakt dat ten zuiden van Brazzaville en Kinshasa belangrijke olievoorraden werden ontdekt. De ontginning ervan zal een nauwe samenwerking vergen tussen Congo-Kinshasa en Congo-Brazzaville. Een expert van Total verklaarde dat de toekomst van de twee Congo’s er stralend uitziet. Dat deed hij zonder verpinken op een moment dat Brazzaville de voorbije weken al meer dan duizend Congolezen met geweld heeft teruggedreven naar Kinshasa. Wellicht bedoelde hij in werkelijkheid dat de toekomst van Total er stralend uitziet. Als je ziet welke gang een petroleummaatschappij in Congo kan gaan, heeft hij redenen om zich te verheugen.

Het heeft iets ironisch dat olievondsten in Congo zich altijd weer in grensgebieden bevinden. De maritieme olie-exploratie geeft problemen met Angola, het olieveld in Oost-Congo reikt tot in Oeganda, en nu dit. Het ziet er naar uit dat de vloek van Congo’s natuurlijke rijkdommen nog voor lange tijd voor conflicten in eigen land en met de buurlanden zal zorgen.

Moest de Congolese overheid iet of wat visie hebben, ze zou zich laten betalen om de olie in de bodem te laten zitten, nu overduidelijk is hoe we onze planeet met die fossiele brandstoffen aan het verknoeien zijn. En dat geld zou ze dan investeren in hernieuwbare energie waarvan Congo al snel de wereldleider zou kunnen worden: waterkracht zat, en niet alleen in de Congostroom, wind in overvloed en de hoogste rendementen in zonne-energie met die ligging op de evenaar. Zelfs moest de hele bevolking van Congo van energie worden voorzien, dan nog zou het land een grote netto-exporteur van energie kunnen worden. Maar het is blijkbaar al te laat. De petroleumgekte heeft toegeslagen en het zal helaas niet lang meer duren eer de volgende aanslagen hun tol aan mensenoffers aan de petroleumgod zullen opeisen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?