“Alarm! Clandestienen! Deze nacht nieuwe landingen. Lampedusa in verval.”

Interview met Riccardo Noury, persmedewerker Amnesty Italië, over de Italiaanse media en Lampedusa

In koeien van letters schrijft Riccardo Noury “Emergenza clandestini, nuovi sbarchi nella notte, Lampedusa al collasso” op een groot wit blad. Het was één van de vele alarmerende koppen op het nieuws, en representatief voor de berichtgeving van de Italiaanse media over de aankomst van duizenden migranten en vluchtelingen op Lampedusa tussen maart en april 2011. Als we inwoners van Lampedusa op straat vragen of we een foto van hen mogen nemen, vragen ze zonder uitzondering: “Zijn jullie journalisten? Zij hebben ons eiland vernield!” Dat wijst in de richting van een collectief trauma. Tijd voor wat achtergrondinformatie, en wie is daarvoor beter geplaatst dan Riccardo Noury, de persmedewerker van Amnesty International Italië?

Naast immigranten zagen de Lampedusanen ook duizenden journalisten komen. En de eersten liever dan de laatste. Een terugkerend verhaal hier is de verantwoordelijkheid van de Italiaanse media voor de moeilijke situatie waarin Lampedusa zich deze zomer bevindt. De media hebben de noden van de Lampedusanen compleet genegeerd. Dat zij leven van het toerisme en dat hun inkomsten niet gediend zijn met angstaanjagende koppen, was niet de minste zorg.

De productie van angst

Riccardo Noury is persmedewerker van Amnesty International Italië en ziet met lede ogen aan hoe de Italiaanse media zich de laatste jaren hebben gespecialiseerd in de productie van angst. “Pagina’s staan vol met la cronaca nera, het misdaadnieuws. Waarbij ons geleerd wordt dat we de andere altijd moeten wantrouwen, want onze buur zou wel eens een moordenaar zijn. Wat voor soort maatschappij zijn we dan aan het creëren” zegt Noury kalm, maar overtuigd.

“Angst is de laatste jaren een belangrijk fenomeen geworden in Italië. We moeten ons durven afvragen wie die angst produceert. En hoe alleen populistische politici daar beter van worden. De kop hier naast mij is daar een schoolvoorbeeld van: “Emergenza clandestini, nuovi sbarchi nella notte, Lampedusa al collasso”.

Noury noemt dit onaanvaardbaar taalgebruik en wel om vier redenen

  1. Het woord “clandestini” herleidt een hele groep mensen tot een stereotype. Het woord jaagt ook angst aan. Het benadrukt dat zij clandestien onze grenzen overschrijden. En in die logica zijn het onze grenzen die we moeten beschermen, niet de mensen, de vluchtelingen, de migranten, zegt Noury. 
  2. Het woord “sbarchi” heeft een militaire bijklank. Alsof er vijanden zijn gelanden op onze kusten, zegt Noury.
  3. Ook het woord “notte” jaagt angst aan. De vijanden kwamen ’s nachts. We zagen ze niet komen. 
  4. “In collasso” wijst op onbeheersbaarheid, verval, alarm. 

“Welk antwoord bieden politici op de aankomst van kwetsbare mensen, als hun kiezers dit soort informatie ingelepeld krijgen” vraagt Noury. Frontex wordt erbij geroepen, om onze grenzen te beschermen, denk ik.

De vraag is hier, wie versterkt wie? Wie was er eerst, de kip of het ei? Volgen de media de populistische politici, of volgen populistische politici de media? Het is waarschijnlijk een wisselwerking die na een tijdje wederzijds versterkend werkt.

Noury: “De pers is niet langer de vierde macht die de politiek ter verantwoording roept, maar is een instrument van de macht geworden, om de publieke opinie in een bepaalde richting te duwen en te sturen. Als telkens opnieuw angst en gevaar wordt benadrukt bij de publieke opinie, wat is dan het antwoord dat politici bieden op maatschappelijke problemen? Juist, veiligheid. Mensenrechten worden in een hoekje weggeduwd.”

Provinciale informatie

Op de televisie zien we veel van wat Noury ‘provinciale informatie’ noemt. “De camera’s gaan enkel naar de plaatsen waar migranten aankomen, niet naar de plaatsen waar ze vertrekken. Hebben we al ooit gezien waar de vluchtelingen inschepen? En waarom ze inschepen? Onze zorg is enkel de plaats waar ze aankomen, bij ons. Enkel wat ons direct aanbelangt komt in het nieuws. Dat is provinciaal” zegt hij.

“De Italiaanse media leggen de Italianen niet uit wat er in de wereld gebeurt. We zien erg oppervlakkige debatten op televisie. Er zijn oorlogen aan de gang in Darfur, Somalië, Libië; Tunesië staat op zijn kop. Telkens het over migratie gaat, gaat het over wat wij moeten doen met al die migranten die hier aankomen, niet over de situaties die de migranten ontvluchten.”

Deelnemers aan televisiedebatten worden volgens Noury steevast aangekondigd als deskundigen, terwijl sommigen niet het minste idee hebben van waarover ze spreken. Zo worden regelmatig zogenaamde terrorismedeskundigen opgevoerd. De keuze van wie uit te nodigen voor een debat  is niet onschuldig en kan de beeldvorming van een problematiek al meteen in een bepaalde richting sturen. 

“In dit land doen veel journalisten aan berichtgeving zonder zich echt vragen te stellen. Ze nemen een persbericht over of reproduceren een persconferentie. Ik vind dit echt ongelooflijk” vervolgt Noury. “Neem nu het onderscheid tussen migranten en vluchtelingen. Geen enkele journalist onderzoekt wie die mensen echt zijn. Ze nemen het discours van de Italiaanse overheid klakkeloos over. Het ministerie spreekt in een persbericht over economische migranten uit Tunesië en hop, de volgende dag staat er een grote kop in de krant. Of wordt er consequent economische migranten toegevoegd als het over Tunesiërs gaat. Lezers en kijkers nemen dit discours dan weer over in hun opinievorming.” 

De media hebben de plicht te informeren. En volledige informatie te verschaffen die lezers en kijkers in staat stellen zich een onderbouwde mening te vormen. Als de media dat zouden doen, zouden niet zoveel mensen denken dat we hier overspoeld worden met vreemdelingen. Noury verwijst naar de cijfers van vluchtelingen wereldwijd: “De meerderheid van de vluchtelingen komt niet in Europa of Lampedusa aan. In Iran zitten 4 miljoen Afghaanse vluchtelingen. Tanzania ving het grootste deel van de vluchtelingenstroom op na de Rwandese genocide. Kenia herbergt het grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Er verblijven 400.000 mensen. Horen we deze landen klagen dat ze overspoeld worden?”

Een glimlach voor de pers

Ik denk aan de banner die aan een muur hangt bij het binnenrijden van de haven van Lampedusa, een beetje verborgen achter twee vuilbakken. Een wenend, klein zwart meisje en daarnaast in het groot de cynische boodschap: EEN GLIMLACH VOOR DE PERS!

En de tekst: “Terwijl de hulpacties voor migranten elkaar opvolgen, loopt Lampedusa het risico te lijden onder het effect van een taal van angst en nood, bestaande uit beknopte informatie, onsamenhangend, simplistisch en soms vals. De communicatiemiddelen stellende aankomst van migranten voor als een agressie, een aanval en een bedreiging om bang voor te zijn, zonder enig respect voor degenen die aankomen in onmenselijke omstandigheden en lijden. Tegelijkertijd vernielen zij de plaatselijke economie en het toerisme, dat in de afgelopen jaren al moeizaam was voor de inwoners van Lampedusa. STOP de reality show. Alternativa Giovani”

Op de website van Alternativa Giovani lees ik: “Lampedusa moet gekend zijn in Europa en de wereld omwille van zijn schoonheid, niet omdat het vermeld wordt in de vonnissen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het moet een plaats zijn waar mensenrechtenverdedigers een voorbeeld kunnen stellen. De naam Lampedusa mag niet langer beelden van collectieve verwijderingen, opsluiting en mishandeling oproepen, maar wel van respect en beschermen van mensen.” Ik stel me voor dat Alternativa Giovani zich uit de naad werkt om dit ander beeld van Lampedusa te promoten in de Italiaanse media. 

Voorlopig tevergeefs: “De solidariteit, het respect tussen de bevolking van Lampedusa en de aankomende migranten is de laatste jaren niet zichtbaar in de Italiaanse pers geweest. Het is niet naar waarde geschat” aldus Filippo Mannini van Alternativa Giovani. Past deze positieve boodschap misschien niet in de productie van angst? 

Riccardo Noury sluit af met een quote van de bekende Britse Midden-Oosten journalist Robert Fisk: “journalisten moeten het woord geven aan zij die het niet hebben”. Amnesty Italië tracht het gebrek aan Robert Fisks in Italië op te vullen. “We hebben al veel energie gestoken in Lampedusa en zijn inwoners” zegt Noury. “Sinds 2006 trachten wij op een andere manier over Lampedusa te spreken. En solidariteit in de verf te zetten. Italianen en Europeanen moeten begrijpen dat Lampedusa meer is dan de emergenza en de ‘landingen’ van clandestini op dit eiland. Er heerst hier ook een grote solidariteit en menselijkheid.” 

Maar wat als de solidariteit zelf als een gevaar wordt gepercipieerd, vraag ik me af. Ik denk aan krantenkoppen in De Standaard als “Gratis advocaat bij de gratis soep”. Het artikel insinueert zelfs dat soep geven aan asielzoekers die wegens de opvangcrisis op straat staan, en het fundamenteel recht op gratis rechtshulp respecteren, nieuwe asielzoekers aantrekt  en dus een bedreiging is. 

Italië is niet het enige land waar de media zich hebben gespecialiseerd in de productie van angst.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur