Lampedusa aan de Lampedusanen

De boot vertrekt om 15u en zal er 4 uur over doen om Lampedusa te bereiken. De passagiers hebben allen hun eigen zitje, er is zelfs een aparte ruimte voorzien voor bagage. Iedereen zit veilig binnen. Geen spatje water aan boord. Dat is geen overbodige luxe, want de crew zegt dat de Middellandse Zee onrustig is vandaag. Mensen vragen om buiten op het dek te mogen, maar dat is te gevaarlijk.

Mijn reis naar Lampedusa ziet er heel anders uit dan die van de om en bij de 40.000 Tunesiërs, Libiërs en Afrikanen die sinds februari 2011 de tocht waagden naar Lampedusa, voor hen de enige poort naar Europa. Deze boot is geen gammel en open bootje amper even hoog als de golven en propvol migranten en vluchtelingen. Wel een ferry, volledig uitgerust, bar inbegrepen, om toeristen een zo comfortabel mogelijke reis van Agrigento (Sicilië) naar Lampedusa te gunnen.

Hoewel ik er ook al een hele odyssee had opzitten: de trein van Brussel naar Charleroi, 2 uur vliegen naar Trapani (Sicilië), 3 uur met de bus naar Agrigento, een half uur te voet naar de haven en dan vier uur varen naar Lampedusa. Vier uur. Dat is een heel eind van Sicilië. Plots wordt duidelijk hoe geïsoleerd dit eiland is van de rest van Italië. Het ligt dichter bij Tunesië (220km) dan bij Italië (280km).

Geen wonder dat de Lampedusanen zich wat vergeten voelen door de rest van Italië, en kwetsbaar. Aan de frontlinie van het haast gewelddadige welvaartsverschil tussen Europa en Noord-Afrika. Een welvaartsverschil dat hopelijk, inch’allah, ooit een nare herinnering aan een ver verleden zal zijn, maar dat vandaag nog al te pijnlijk toeslaat. Hoe komt het dat armoede heerst in het Tunesische binnenland, een paar honderd kilometer van een Italiaans eiland waar het toerisme bloeit? Tenminste als de migrantenstroom wordt gestopt, of de toekomende migranten uit het zicht van toeristen worden weggestopt achter tralies op een afgelegen plek in het midden van het eiland.

Onder een adembenemende zonsondergang zet ik voet aan wal op Lampedusa. Een militaire post, een tent van het Italiaanse Rode Kruis en iets verderop een stortplaats voor wat overblijft van de migrantenbootjes, zijn voorlopig de enige dingen die doen denken aan de menselijke drama’s die zich hier geregeld afspelen. Nergens migranten te bekennen.

Scènes van kleine bootjes vol uitgeputte migranten die aanmeren in de haven van Lampedusa, kustwacht en politie in hoogste staat van alarm, jonge Tunesiërs die ronddwalen door de straten van Lampedusa zonder eten of onderdak, Lampedusanen die protesteren tegen de Italiaanse regering die het kleine eiland misbruikt om migranten af te schrikken nog naar Italië te komen, en de bijhorende hordes journalisten en fotografen: het lijkt allemaal erg ver weg. Van februari tot april 2011 waren dit vertrouwde beelden. Maar vandaag heerst in het slaperige stadje Lampedusa vooral rust en gezapigheid.

Gepakt en gezakt beland ik in het midden van Lampedusa in Festival een jaarlijks festival met openluchtmuzikanten, filmvoorstellingen, poëzie en literatuurlezingen. Het thema is, twee keer raden, migratie. Het is hartverwarmend te zien hoe ze op Lampedusa, ondanks de moeilijk situatie, toch pogingen ondernemen om het draagvlak voor steun aan migranten te verbreden.

Midden op een kruispunt in het erg Arabisch aandoende centrum van het dorp Lampedusa staat een klein podium waar een man voorleest over het leven van de Italiaanse communistische filosoof Antonio Gramsci. Toevallig ontmoet ik Laura en Paula, twee Italiaanse rechtenstudenten. Zij nemen ook deel aan het Amnesty-kamp. Zelfs Laura, als Italiaanse, is verbaasd: “Lampedusa kwam elke dag in het Italiaanse nieuws, met beelden van bedelende Tunesiërs op straat. Maar daar zie ik niets van.”

Al gauw besef ik waarom hier rust heerst. “De stroom Tunesiërs is de laatste weken afgenomen. Nu komen vooral Libiërs of Afrikanen die uit Libië vertrekken” zegt Paula. Ik voeg toe dat de verwijderings- en ontmoedigingsmachine op volle toeren draait: de Europese grenspolitie Frontex voert controles uit op zee, de evacuaties naar opvangcentra in de rest van Italië zijn opnieuw op gang gekomen, de Italiaanse regering sloot een akkoord met de Tunesische overgangsregering om Tunesische onderdanen makkelijk terug te nemen en de Tunesische overheid organiseert nu opnieuw eigen patrouilles voor de Tunesische kust, onder druk van de Italianen.

“Vandaag zitten alle migranten in het gesloten centrum. Niemand weet waar dat precies ligt. Je kan het niet zien. Vanaf één kilometer rond het centrum zijn er omheiningen en politiecontroles. Niemand kan erbij. Ik had het graag bezocht en met migranten gesproken, maar dat zal er niet inzitten” zegt Laura nog.

Het is geen zwart-wit verhaal van goeden en slechten. De Italiaanse kustwacht krijgt terecht bakken kritiek over zich heen, maar een korte documentaire tijdens een openluchtvoorstelling van Lampedusa in Festival toont een ander gelaat. In aanwezigheid van twee agenten van de kustwacht zien we een bootje met honderden Afrikaanse vluchtelingen en migranten op een erg woelige zee met golven van meer dan twee meter hoog. En een heldhaftige reddingsactie van de kustwacht. Een kind voelt aan dat een reddingsoperatie in dergelijke omstandigheden geen klein kunstje is.

De tragische omvang van het probleem dringt diep door als de camera inzoomt op de uitdrukkingen in de ogen van de zwart Afrikanen, en de agenten van de kustwacht. Daar, in het midden van een zeestorm en voorlopig nog ver weg van de verwijderingsmachine die later op gang zal komen, telt enkel de gemeenschappelijke menselijkheid, en is de enige bekommernis: mensenlevens redden. De documentaire eindigt met de boodschap: “Opgedragen aan zij die mensenlevens redden door hun eigen leven in gevaar te brengen.”

Luca Gullo, de organisator van Lampedusa in Festival zegt dat hij in de volgende editie graag zou samenwerken met een festival in Tunesië, of Tunesische filmmakers zou willen laten overkomen. Veilig op een vliegtuig, of een ferry. Het is een mooie gedachte.

En dan besluipt me plots dat akelige gevoel. Onder de Lampedusische hemel zitten wij, vrij, genietend van een frisse zeebries, in volle verwachting van een interessant kamp waarin we de mensenrechtensituatie op het eiland zullen leren kennen. Onder diezelfde hemel zitten zij, ergens opeengepakt en opgesloten in een centrum voor migranten, op zoek naar vrijheid en waardigheid.

Maar zo beschermt de Italiaanse overheid nu opnieuw het toerisme, en de inkomsten, op Lampedusa. Italiaanse media berichtten dat het dit jaar al 70% minder inkomsten heeft dan in normale jaren, zegt Paula. In plaats van toeristen zagen ze hier migranten en journalisten komen. “De Lampedusanen zijn het beu dat hun eiland steeds op een slechte manier in het nieuws komt, met miserie. Ze betreuren dat ze niet langer bekend staan als prachtige vakantiebestemming. Dat heeft automatisch een nefaste inlvoed op hun inkomen, want de mensen leven hier van het toerisme” zegt Luca Gullo.

Lampedusa is teruggegeven aan de Lampedusanen, bevrijd. En zo lijkt Berlusconi zijn wat hoogdravende belofte na te komen: “Op Lampedusa enkel Lampedusanen!”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur