Breek de cyclus van straffeloosheid!

“European Union nations called yesterday for an independent war crimes investigation into the killing of civilians (…) Czech Foreign Minister Jan Kohout, who chaired EU foreign ministers talks, said the EU wanted alleged violations of international humanitarian and human rights laws investigated. “Those accountable must be brought to justice,” the ministers said in a statement. Regarding the EU reaction, British Foreign Secretary David Miliband said there have been “very grave allegations” of war crimes on both sides of the conflict and “they should be properly investigated.” EU buitenlandministers over Gaza?

We weten dat zij het hier niet hebben over Gaza, maar over Sri Lanka. Een normale reactie op de gruwel in Sri Lanka, in tegenstelling tot de reactie van de EU op oorlogsmisdaden in Gaza. Geen enkele EU-lidstaat heeft tot nu zijn uitdrukkelijke steun uitgesproken voor het onderzoek onder leiding van rechter Richard Goldstone (zie foto). Goldstone onderzoekt de schendingen van het internationaal recht door beide partijen tijdens het conflict in de Gazastrook en Zuid-Israël.

Ik wil benadrukken dat we ons onderzoek niet zullen richten naar politieke overwegingen, maar op een objectieve en onpartijdige analyse van de naleving door de partijen bij het conflict van hun verplichtingen onder internationaal recht”, stelde hij na een eerste week van onderzoek met de fact-finding missie die op 3 april werd aangesteld door de VN-Mensenrechtenraad.

Moeten we nu tevreden zijn dat EU buitenlandministers het lef hebben om openlijk aan de wereld te tonen dat zij dubbele standaarden hanteren? Het zou natuurlijk een ramp zijn als de EU, om het contrast te vermijden met haar stilte over Gaza, ook zou zwijgen over oorlogsmisdaden in Sri Lanka. Als EU buitenlandministers nog niet eens tot een gemeenschappelijk standpunt kunnen komen om in officiële conclusies het onderzoek van de VN-Mensenrechtenraad onder leiding van de gerespecteerde Richard Goldstone te ondersteunen en Israël op te roepen tot medewerking, zou je haast beginnen geloven dat de EU haar geloof in het internationaal recht had verloren. Maar nu weten we dat het enkel ging om dubbele standaarden. Enkel de Israëlische regering krijgt vrij spel van de EU. Andere regeringen moeten wél de internationale standaarden respecteren. Maar hebben Palestijnse burgers niet evenveel recht op de waarheid, op gerechtigheid?

De EU mag volledige rekenschap voor oorlogsmisdaden niet onder de mat vegen en moet zijn uitdrukkelijke publieke steun uitspreken voor het onderzoek van de Mensenrechtenraad. Anders zal Israël geen enkele druk voelen om mee te werken met het onderzoek. Zonder Israëls medewerking zal het onderzoeksteam geen toegang krijgen tot alle informatie en zal het resultaat niet geloofwaardig zijn. Het ziet er echter naar uit dat zelfs Goldstone’s garantie van onpartijdigheid de EU niet over de schreef kan trekken. Zoals zoveel malen in het verleden wil de EU rekenschap voor mensenrechtenschendingen op het tweede plan schuiven, in de hoop Israël te bewegen tot vooruitgang in het vredesproces.

We bevinden ons op een cruciaal moment. Onderzoekers in het team van Goldstone wachten nog steeds op Israëls medewerking. Het is bijzonder dringend dat zij hun werk kunnen beginnen. Ze hebben immers nog maar één maand over om veldwerk te doen. Eind juni moet het veldwerk afgelopen zijn en op 4 augustus moet het rapport van het team klaar zijn. Dat maakt het des te meer teleurstellend dat geen enkele regering het onderzoek wil ondersteunen en Israël onder druk zetten mee te werken.

“Wat betreft aanbevelingen (…) 11 van het rapport van de Board of Inquiry (…) plan ik geen verder onderzoek.” VN Secretaris-Generaal Ban Ki-Moon in reactie op de aanbeveling van de Board of Inquiry (die hij zelf aanstelde) voor een verder omvattend onderzoek met een ruim mandaat.

Er was ook nog het rapport van de UN Board of Inquiry, aangesteld door Ban Ki-Moon zelf om aanvallen op VN gebouwen en personeel te onderzoeken. De ‘Board of Inquiry’ besloot dat het Israëlische leger in zeven van de negen onderzochte incidenten zwaar in de fout ging. Het ging nalatig of roekeloos te werk, waardoor het VN-gebouwen raakte en de veiligheid van VN-personeel en andere burgers in deze gebouwen in gevaar bracht, met doden, gewonden en omvangrijke materiële schade tot gevolg. Israël voert nog steeds aan dat Palestijnse militanten positie hadden ingenomen in VN-gebouwen. De Board vond daar echter geen enkel bewijs van.  In één geval veroorzaakte een Palestijnse gewapende groep schade aan een VN-faciliteit. Het is aan de Veiligheidsraad om nu verder te gaan met de aanbevelingen van de Board of Inquiry en ervoor te zorgen dat verantwoordelijken werkelijk rekenschap afleggen. 

Het onderzoeksteam benadrukte dat dit geen geïsoleerde incidenten waren. Aanbeveling 11 is duidelijk en stelt dat alle “incidenten moeten worden onderzocht als onderdeel van een onpartijdig onderzoek met een ruim mandaat en voldoende middelen, om aanwijzingen te onderzoeken van schendingen internationaal humanitair recht in Gaza en zuid-Israël door het Israëlische leger en Palestijnse gewapende groepen.” In aanbeveling 11 betreurt de Board of Inquiry uitdrukkelijk zijn eigen beperkte mandaat: enkel incidenten waarbij de VN werd bestookt, werden onderzocht.

De VN Secretaris-Generaal wordt erop gewezen dat er in andere incidenten veel meer doden vielen. Daarom beveelt de Board aan ook deze incidenten te onderzoeken. VN Secretaris-Generaal Ban Ki-Moon legt deze aanbeveling echter naast zich neer. Dat staat haaks op zijn eerdere verklaringen dat “er een grondig onderzoek en volledige rekenschap moet afgelegd worden”. Dat is bijzonder teleurstellend. De bal ligt nu in het kamp van de Veiligheidsraad om aanbeveling 11 uit te voeren.

De Veiligheidsraad zou dat kunnen doen door zijn uitdrukkelijke steun uit te spreken voor het onderzoek van de Mensenrechtenraad, dat immers wél alle schendingen onderzoekt. Op 11 mei legde de Veiligheidsraad ronkende verklaringen af over het vredesproces, zonder met een woord te reppen over rekenschap en het lopende onderzoek van de Mensenrechtenraad. Ronkende verklaringen zullen nooit werkelijkheid worden, als de vicieuze cirkel van straffeloosheid niet wordt doorbroken.

Van de Oslo-akkoorden in 2003 tot de Annapolis-vredesconferentie in 2007 hebben vredesinitiatieven gefaald. Opeenvolgende mislukkingen hebben voldoende aangetoond dat het Midden-Oosten nooit duurzame vrede en veiligheid zal kennen, als mensenrechten telkens ondergeschikt worden gemaakt aan politieke overwegingen. Straffeloosheid heeft een donkere schaduw geworpen over elk vredesinitiatief. Haat- en wraakgevoelens bij slachtoffers groeien, terwijl daders voelen dat zij boven de wet staan. Zij worden niet afgeschrikt om dezelfde misdaden opnieuw te begaan, waardoor de haat verder gevoed wordt. Enkel een respect voor mensenrechten en een einde aan de straffeloosheid kunnen deze dodelijke cyclus doorbreken.

Dit artikel schreef ik voor de maandelijkse nieuwsbrief ‘Mensenrechten in Israël en Palestina’ van Amnesty International Vlaanderen.

MEER INFO

ONDERZOEK MENSENRECHTENRAAD (GOLDSTONE)

RAPPORT UN BOARD OF INQUIRY

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur