“Palestinian insistence on the daily is finally their strongest weapon against the Israeli occupation.”

Deze zin, die ik las in een boek waarvan ik de titel vergat te noteren, vat de belangrijkste les samen van het werkkamp in Taybeh. Na twee weken samenleven met Palestijnse jongeren begin je te beseffen dat ook zij dagdagelijkse dingen doen en dezelfde dromen, ambities en gewoontes hebben als wij. Er is enkel die verstikkende bezetting die hen de vrijheid ontneemt die wij wel hebben…

Muhannad speelt in het voetbalteam van Nablus. Op een namiddag moet hij het werkkamp verlaten om een belangrijke match te spelen tegen Ramallah. Ik vraag hem of ze kampioen zouden spelen. “Inch’allah” is zijn antwoord. Waarmee hij zoals zovele Palestijnen bedoelt ‘als de Israëli’s het willen’. Zelden wordt een voetbalcompetitie immers uitgespeeld omdat geplande wedstrijden niet kunnen doorgaan omwille van oponthoud aan checkpoints. Een voorbeeld van hoe dagelijkse bezigheden van Palestijnen sterk worden bemoeilijkt. Dat gaat van sportclubs en universiteiten tot culturele organisaties en ga zo maar door.

En dan komen we bij de stelling in de titel van dit stuk. Is dit hun vorm van verzet? Koppig doen wat anderen doen ondanks een onderdrukkende bezetting? Met Mahdi, een 19-jarige Palestijnse jongen uit Beit Hanina, heb ik hierover verschillende gesprekken. Ook al is het dagelijkse navigeren door de fysieke en mentale blokkades van de bezetting een vorm van verzet op zich, toch maken we ons wat zorgen. “Palestijnen zijn heel erg moe, duidelijke tekenen van verzet worden schaarser en dat verontrust me” zegt Mahdi. Nochtans blijven de nederzettingen groeien. Je kan op de Westelijke Jordaanoever je hoofd niet draaien of je ziet wel ergens op een heuveltop een illegale Israëlische nederzetting als een versterkte burcht boven Palestijnse woongebieden uittornen. En dan de honderden checkpoints die de nederzettingen moeten dienen en die een dagelijkse realiteit zijn voor miljoenen Palestijnen. Je hebt al heuse terminals, zoals Qalandya tussen Ramallah en Jeruzalem en Checkpoint 300 tussen Bethlehem en Jeruzalem. Daarnaast liggen over de hele Westelijke Jordaanoever honderden kleinere checkpoints en roadblocks verspreid, waar alle passerende Palestijnen de confrontatie moeten aangaan met Israëlische jongeren met geweren. Ik kan me voorstellen dat het geen pretje is om elke dag, wanneer je je ook maar wil verplaatsen van de ene plaats naar de andere, Israëlische soldaten en hun norse blikken te moeten passeren, met het risico te worden opgehouden of vernederend te worden behandeld. Maar oorlog en bezetting is voor mijn vrienden hier een dagelijkse realiteit geworden, een normaliteit. Dat is voor mijn oorlogsloze West-Europese generatie moeilijk te beseffen en voor mij komt dat besef aan als een schok.

Muhannad vertelt me dat hij na zijn voetbalwedstrijd (die hij gewonnen had en waarin hij drie goals had gescoord) zes uur onderweg was geweest van Nablus terug naar Taybeh. Dat is een afstand die je in normale omstandigheden in maximaal twee uur kan afleggen. Hij had drie uur moeten wachten aan het beruchte Huwarra-checkpoint dat Nablus in een wurggreep houdt. Eenmaal bij de soldaten aangekomen, namen die hem apart in een isoleerkot. Daar moest hij nog eens twee uur wachten. Hij deed dan maar een dutje. “Na twee uur kwam een soldaat me eindelijk halen en mocht ik zonder enige uitleg over het oponthoud verder” vertelt Muhannad. Zo stelen Israëlische soldaten de tijd van duizenden onschuldige Palestijnen die een gewoon leven willen leiden. Alles wordt plots erg tastbaar voor mij: een goede vriend van me krijgt te maken met de Israëlische bezetting van zijn land en ziet zijn dagindeling verstoord, omdat hij Palestijn is. Collectieve bestraffing heet dat. Ik had er al veel over gelezen, maar had het nog niet aan den lijve ondervonden, aan den lijve van een Palestijnse vriend weliswaar.

Palestijnen zijn moe. Toch is volgens sommigen iets aan het broeden. “De kiemen voor een derde intifada zijn al lang gelegd” vertelt Uri, een Israëlische jongen die ik ontmoet in West-Jeruzalem. Uri is ‘refusenik’. Hij weigerde dienst in het Israëlische leger en zat daarvoor vier maanden in de gevangenis. Hij is nu actief bij het Alternative Information Center, een gezamenlijk Israëlisch-Palestijns mediacentrum dat de bezetting, zo dichtbij en toch mijlenver weg, bij het Israëlische publiek wil brengen. Uri is alert. Tijdens een nachtelijk gesprek in zijn appartement in West-Jeruzalem dichtbij Jaffa Street horen we plots verschillende sirenes. Uri snelt naar de computer en klikt de Haaretz-nieuwssite open: “Je kan er van op aan dat elke inwoner van West-Jeruzalem denkt aan een Palestijnse aanslag bij het horen van zulke sirenes. En het zou me niet verwonderen, als je ziet wat het Israëlische leger aanricht in de bezette gebieden.”

Ik vertel hierover aan Mahdi. Mahdi is kritisch en vertrouwt Uri niet meteen, ook al is die van de linkse zijde in de Israëlische samenleving (links, als we het over het conflict hebben tenminste): “Uri vertrekt vanuit het idee dat alle Palestijnen potentiële terroristen zijn omwille van het feit dat ze onderdrukt worden. Dan maakt hij dezelfde redenering die het Israëlische publiek gebruikt om de muur goed te keuren. Lang niet alle Palestijnen zijn potentiële geweldplegers. Kijk naar mij, ik durf te stellen dat ik mijn steentje bijdraag aan het verzet tegen de bezetting, maar ik doe dat op mijn eigen, vreedzame manier. En er zijn miljoenen Palestijnen zoals mij. Dat wordt wel eens vergeten.”

In een volgend artikel breng ik het verhaal een Palestijnse familie die nog lang niet moe is. Nadim en Daoud Khoury, eigenaars van Taybeh-Beer: “Simpelweg in Palestina leven en er een familiebedrijf runnen gedurende de verschrikkelijke afgelopen 6 jaar is op zich een vorm van vreedzaam verzet, een verzet gebaseerd op investering in de economie, jobcreatie, promotie van Palestijnse producten en nationale trots.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur