Shuafat Camp: een nieuwe openluchtgevangenis? Pisgat Ze’ev: een nieuw Sderot?

Vanuit de Israëlische nederzetting French Hill in Oost-Jeruzalem het Palestijnse vluchtelingenkamp Shuafat Camp binnenrijden, is een schok. We belanden van de eerste in de derde wereld, maar blijven binnen de gemeentelijke grenzen van Jeruzalem. Van keurig aangelegde wegen en kraaknette voetpaden verandert de omgeving in een vuile, chaotische buurt waar elektriciteitskabels kriskras door elkaar van gebouw tot gebouw gespannen zijn en waar afval in hopen langs de kant van de weg ligt opgestapeld. Er staat inmiddels een muur rond Shuafat Camp, die het kamp van de rest van Jeruzalem afscheidt. Dit is bijzonder problematisch voor de inwoners, die afhankelijk zijn van Jeruzalem. Welkom in het Palestijnse getto Shuafat Camp.

In Shuafat Camp wonen ‘dubbele vluchtelingen’: Palestijnen die in 1948 vluchtten van West-Jeruzalem (dat deel zou gaan uitmaken van Israël) naar de Oude Stad in Oost-Jeruzalem (die onder Jordaans bewind kwam te staan) en die in 1965 werden geëvacueerd of tijdens de oorlog van 1967 opnieuw vluchtten uit de Oude Stad toen die werd ingenomen door het Israëlische leger. Het kamp werd opgericht in 1965 door de Jordaanse overheid en UNRWA om een 1500-tal vluchtelingen te evacueren uit M’askar Camp, een vluchtelingenkamp in het Marokkaanse kwartier van de Oude Stad van Jeruzalem dichtbij de Westelijke Muur (of ‘Klaagmuur’). De leefomstandigheden zouden er ondraaglijk zijn geworden. Er is een theorie die stelt dat Jordanië een akkoord zou bereikt hebben met Israël om de bewoners van M’askar Camp te evacueren en onder te brengen in een nieuw kamp 4 km ten noorden van de Oude Stad, namelijk Shuafat Camp. Kort daarna brak de oorlog van 1967 uit. Israël annexeerde Oost-Jeruzalem en maakt het Marokkaanse kwartier met de grond gelijk om plaats te ruimen voor wat vandaag de Western Wall Plaza is, het grote plein voor de Westelijke Muur. Tijdens de oorlog groeide de bevolking van Shuafat Camp aan met nieuwe vluchtelingen uit de Oude Stad. Vandaag leven zo een 20000 mensen in Shuafat Camp, terwijl de oppervlakte slechts verdubbelde van 0,2 km² naar 0,5 km².

Shuafat Camp verenigt de drie kernproblemen van het Israëlisch-Palestijns conflict: vluchtelingen, veiligheid en Jeruzalem. Het kamp ligt, voorlopig nog, officieel binnen de gemeentelijke grenzen van Jeruzalem, namelijk in Oost-Jeruzalem, waarvan de illegale annexatie in 1967 nooit officieel werd erkend door de internationale gemeenschap. Anno 2008 is het het enige Palestijnse vluchtelingenkamp onder Israëlische jurisdictie. Israël heeft steeds haar ogen gesloten voor de aanwezigheid van dit kamp.

”Ik ben een Palestijnse vluchteling en ik studeer in een Israëlische nederzetting”
Ik heb afgesproken met Muhammad, lid van de hip hop band G-Town, met de ‘G’ van getto. Muhammad’s familie is afkomstig uit Marokko en woonde lang in het Marokkaanse kwartier in de Oude Stad van Jeruzalem. In 1967 vluchtten zij voor de oorlog en kwamen zij terecht in Shuafat Camp. Muhammad werd er geboren. Hij studeert nu film in Ariel, een nederzetting in de Westelijke Jordaanoever. “Ik schaam me daarvoor” zegt hij wanneer ik verbaasd opkijk. “Ik ben Palestijn, vluchteling en ik studeer in een nederzetting. Elke dag neem ik een bus vol kolonisten en elke dag word ik uitgescholden. Ik ben de enige Palestijn in de filmschool. Maar de opleiding die ik wil volgen wordt enkel in Ariel College aangeboden.” Spreekt hij dan Hebreeuws, vraag ik me af. “Uiteraard. De meeste mensen in Shuafat spreken Hebreeuws en Arabisch. We wonen in Jeruzalem. We hebben Joodse vrienden. Ook al doet Israël er alles aan om ons uit te sluiten uit de Israëlische maatschappij, toch maken we er deel van uit.”

Niet enkel Ariel behoort tot Muhammad’s dagelijkse leven. Shuafat zit gekneld tussen twee Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem: French Hill ten zuiden en Pisgat Ze’ev ten noorden. Muhammad brengt me naar een heuvel aan de noordelijke rand van het kamp, waar we een zicht hebben op Pisgat Ze’ev. Zo dichtbij dat je haast kan zien wie er in Pisgat Ze’ev op straat loopt. In januari 2004 begon Israël met de bouw van de muur rond het kamp. Vandaag staat die 8-meter hoge muur tussen beide ‘buurten’ van Jeruzalem en is de toegang voor inwoners van Shuafat Camp tot de rest van Jeruzalem beperkt tot een checkpoint waar zij hun blauwe verblijfskaart moeten tonen. Het kamp is veranderd in een getto. Vanuit dat getto zien we de keurige huisjes, de brede straten en de grasperkjes van Pisgat Ze’ev. Deze nederzetting huist 45000 mensen, bevat 14 scholen, 6 ziekenhuizen en moderne straten met overal straatverlichting. De inwoners genieten er van een goed geregelde ruimtelijke ordening, eigen politiediensten, eigen brandweer enzovoort. 

“In andere kampen verdwijnt de helft van het geld, hier verdwijnt alles.”
Zowel de inwoners van Shuafat Camp als die van Pisgat Ze’ev zijn inwoners van Jeruzalem. Meer dan welke Palestijnse buurt in Oost-Jeruzalem ook, wordt Shuafat Camp verwaarloosd door de gemeenteraad van Jeruzalem. De inwoners van het kamp dragen blauwe identiteitskaarten, de identiteitskaarten die Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem dragen als ‘permanent residents’. Shuafat Camp heeft daarom niet te leiden gehad onder de afsluiting van de Westelijke Jordaanoever tijdens de tweede Intifada, de oorzaak van een pijlsnel stijgende werkloosheid in de andere vluchtelingenkampen op de Westelijke Jordaanoever. De bewoners van Shuafat Camp hebben het economisch minder moeilijk en ook een aantal diensten ontvangen zij van Israël, hoewel dit alles nu op de helling wordt gezet door de muur rond het kamp.

De infrastructuur is even slecht als in andere kampen. “Als een Joodse Israëli hier zou komen wonen, zou hij sterven aan een hartaanval” grapt Muhammad. Op de website van UNRWA staat te lezen dat het rioleringssysteem werd verbeterd in 2003. Wanneer ik met Muhammad langs de muur tussen Shuafat Camp en Pisgat Ze’ev loop, komen we op een bepaald moment aan een riviertje dat vanuit het kamp naar beneden tot aan de muur loopt. “Geen natuurlijke rivier” zegt Muhammad. “Het is ‘shit water’. Het gebied aan de ‘onze’ kant van de muur is een stortplaats geworden voor rioleringswater en afval, niet enkel het afval van het kamp, maar ook van de Israëlische nederzettingen. Het is rampzalig voor de sowieso al slechte hygiëne in het kamp.”

Muhammad heeft niet veel lof over voor UNRWA: “We zien hier heel wat projecten de revue passeren, maar nooit worden de leefomstandigheden beter. Muhammad vertelt over een Japans project voor de bouw van een ziekenhuis in een kamp in Jericho. De projectverantwoordelijken vertelden pure leugens in hun maandelijkse voortgangsrapporten: het gelijkvloers is gebouwd, de eerste verdieping is voltooid,… Uiteindelijk kwamen de donoren een kijkje nemen en vonden niets. Het was een virtueel ziekenhuis dat enkel op papier bestond in de rapporten van de donoren en de projectverantwoordelijken. “Er is geen monitoring van de implementatie van projecten in vluchtelingenkampen” licht Muhammad toe. “Zeker in Shuafat Camp, waar het soms niet zo duidelijk is wie verantwoordelijk is, is dit een alledaags gegeven. De inwoners van Shuafat Camp zeggen wel eens: ‘In andere kampen verdwijnt de helft van het geld, hier verdwijnt alles.” Als je de realiteit wil veranderen, dan moet je niet wachten op overheden. Je moet het heft in eigen handen nemen. Elektriciteitskabels leggen we zelf aan. We bouwden zelf een privé-school. Wat je zelf doet, doe je beter. Dat is hier het motto.”

De muur rond Shuafat Camp: veiligheid of demografie?
Muhammad: “Israël wil Israëlische nederzettingen als Ma’ale Adummim en French Hill verbinden met Pisgat Ze’ev. Shuafat is een tumor die in de weg ligt.” Met de muur lijkt Israël nu die tumor te verwijderen uit Jeruzalem. Muhammad toont me een krantenartikel uit de Israëlische krant Yediot Aharonot. Muhammad vertaalt uit het Hebreeuws: “Shuafat is een terroristennest in Jeruzalem. We moeten het scheiden van de rest van Jeruzalem. Dat is de reden van de muur rond Shuafat.” Aan het woord is het hoofd van Shin Bet, Israël’s interne veiligheidsdienst, zeg maar het equivalent van de Amerikaanse FBI. Shuafat Camp is inderdaad een overbevolkt, Palestijns ‘getto’ in het hart van Jeruzalem en haar inwoners verzetten zich tegen de Israëlische controle, waardoor Israël het percipieert als een potentieel veiligheidsrisico.

 

Het kamp was echter nooit de bron van grote veiligheidsproblemen en iemand als Muhammad is het levende voorbeeld dat inwoners van een verarmd getto met alle problemen die hun leven miserabel maken, vlak naast een welvarende residentiële buurt als Pisgat Ze’ev, hun woede en frustraties op constructieve manier kunnen uiten. “Ik gebruik muziek als uitlaatklep voor al mijn woede en frustraties. Muziek, film en andere kunstvormen hebben de kracht de geesten van mensen te veranderen. Wij brengen een duidelijke boodschap van verzet aan ons publiek, maar we tonen ook dat dat kan zonder geweld. Muziek kan bovendien bruggen slaan. Wij hebben al opgetreden met Israëlische hip hop artiesten en met grote Israëlische namen als David Broza” vertelt hij.

Inwoners van het kamp zijn net zoals andere inwoners van Jeruzalem afhankelijk van Jeruzalem voor werkgelegenheid, hoger onderwijs en gezondheidszorg en willen kost wat kost in Jeruzalem blijven. UNRWA voorziet enkel basisonderwijs. De meeste meisjes gaan naar de UNRWA basisscholen. Daarna volgen de meesten secundair onderwijs in Jeruzalem.  Ouders laten jongens meestal al van in het begin naar scholen in Jeruzalem gaan. De muur maakt dit erg moeilijk. Elke dag op weg naar school moeten de kinderen langs een militair checkpoint waar niet zelden vernederingen plaatsvinden. Muhammad: “Velen van ons volgen hoger onderwijs met Joodse Israëli’s die ons leven moeilijk maakten aan het checkpoint tussen Shuafat en de rest van Jeruzalem.” 

Ondertussen is de bouw van de muur rond Shuafat in zijn eindfase. Hoe onwaarschijnlijker het wordt dat Shuafat Camp in Jeruzalem zal blijven, hoe meer mensen verhuizen. Basisvoorzieningen die de inwoners van Shuafat Camp nu nog kunnen ontvangen van en in Jeruzalem, zullen hoe langer hoe ontoegankelijker worden. Ironisch genoeg, leidt een muur die een Joodse meerderheid in Jeruzalem moet garanderen, tot onbedoelde gevolgen: meer Palestijnen verhuizen naar andere buurten in Oost-Jeruzalem en zelfs naar Israëlische nederzettingen. De muur rond Shuafat krijgt daarom tegenkanting uit onverwachte hoek: de inwoners van Pisgat Ze’ev zelf, die niet bijzonder opgezet zijn met Palestijnen in hun midden.

Shuafat Camp: de nieuwe openluchtgevangenis? Pisgat Ze’ev: het nieuwe Sderot?
Muhammad wijst op een andere contradictie: “Israël zal net haar veiligheid in gevaar brengen door Shuafat Camp uit te sluiten. Zolang mensen naar de rest van Jeruzalem kunnen gaan, kan het hen weinig schelen. We verdragen zelfs de recente verstrenging van de beperkingen op de bewegingsvrijheid in en uit het kamp. Maar velen raken meer en meer bezorgd. Van zodra ons het verbod wordt opgelegd om in de rest van Jeruzalem te geraken, neemt iedereen in Shuafat Camp de wapens op. Dat geef ik je op een blaadje. Mensen hier hebben een sterke band met Jeruzalem.”

De muur maakt van Shuafat Camp een tijdbom en dat lijken ook de bewoners van Pisgat Ze’ev te beseffen. Op een ietwat vreemde manier staan Palestijnse vluchtelingen hier op dezelfde lijn als Israëlische kolonisten. De muur rond Shuafat Camp doet de waarde van eigendommen dalen in Pisgat Ze’ev, doet Palestijnse families naar Pisgat Ze’ev verhuizen en leidt tot een hoger veiligheidsrisico omdat de muur de regio verandert van een relatief vreedzaam naar een vijandig gebeid. Als dit bewaarheid wordt, dan zijn de inwoners van Pisgat Ze’ev in gevaar: Shuafat Camp ligt op een heuvel vlakbij en kijkt uit over de zuidelijke buurten van Pisgat Ze’ev, aldus Israëlische commentatoren en NGO’s. Eli Ben-Hemo, een ambtenaar in Pisgat Ze’ev, zei in een interview aan de Jerusalem Post: “Als dit plan wordt uitgevoerd, zullen mensen in Pisgat Ze’ev liever verhuizen dan te blijven wonen op een paar meter van een nieuwe grens die deze plaats kan veranderen in een nieuw Sderot.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


20000 vliegen in één klap
Het is de Israëlische regering niet te doen om veiligheid, anders zou het Shuafat Camp inderdaad niet uitsluiten. Meer dan waar ook in de Palestijnse gebieden vervult de muur rond Shuafat Camp een demografische functie: hij duwt in één klap 20000 Palestijnen uit Jeruzalem. Israël’s vice-eerste minister stelde duidelijk dat ‘de regeringsbeslissing versterkt de veiligheid van Jeruzalem en maakt het bovendien meer Joods. De regering brengt veiligheid voor de stad en maakt tegelijkertijd van Jeruzalem de hoofdstad van een Joodse en democratische Staat Israël.’

Een vluchtelingenkamp in Jeruzalem, de onverdeelde hoofdstad van Israël waar de Israëlische staat een demografisch beleid voert opdat de meerderheid van de bevolking Joods zou blijven, is in die logica onaanvaardbaar. Israël is de 20000 Palestijnen in Shuafat Camp liever kwijt dan rijk en daarom is de muur gebouwd rond Shuafat Camp. Daniel Seidemann, advocaat bij de Israëlische NGO Ir Amim (‘City of Peoples’) heeft deze zaak aanhangig gemaakt bij het Israëlische hooggerechtshof, op grond van de demografische motieven achter wat Israël een veiligheidsmuur noemt.

Terwijl de strijd voor de geesten van de Palestijnen gestreden wordt – de blokkade van Gaza moet de Gazanen Hamas de rug doen toekeren en de zogezegde boost van de economie in de Westelijke Jordaanoever moet Palestijnen Fatah doen omarmen – is het de situatie in plaatsen als Shuafat Camp die de haat en het geweld levende houden.  

 

 

Dit artikel is het eerste in een reeks artikels die ik zal schrijven naar aanleiding van mijn reis in Israël en de Palestijnse gebieden in augustus 2008.

 

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur