Postsocialistische economieën: de kwestie van het verdwenen geld

In de basiscursus “Economie” leren we studenten dat in sociaal opzicht “slechte zaken” moeten worden belast en “goede zaken” gesubsidieerd. Als het echter om banen gaat, wordt in strijd met dit beginsel gehandeld. 

  • Ben Slay is Senior Advisor bij de UNDP voor Oost-Europa en Centraal-Azië.

Bovenop inkomstenbelasting en BTW op goederen en diensten betalen werknemers - en hun werkgevers – bijdragen tot sociale  zekerheid op hun salarissen.

Uit gegevens van de Wereldbank blijkt dat met name deze belastingen op arbeid hoog zijn in Oost-Europa en Centraal-Azië. Wereldgemiddelden voor door ondernemingen betaalde belastingen op arbeidskosten ten opzichte van de winst bedragen in totaal ongeveer 16 procent. Dit is tweemaal zoveel in Moldavië, en een forse 43 procent in de Oekraïne.

Met deze belastingen worden pensioenen, ziekteverzekering, en andere vormen van sociale bescherming betaald. Maar zij zorgen er ook voor dat vele banen in de informele sector terecht komen, waar de rechten van werknemers op arbeids- en de sociale bescherming niet in acht worden genomen. Deze hoge belastingen zijn dan ook een belangrijke oorzaak van uitsluiting van de arbeidsmarkt en sociale uitsluiting in de regio.

Bovendien zien we in veel landen een toenemende verslechtering van de situatie - een vergrijzende samenleving en zwakke economische groei verminderen het aantal werknemers dat meebetaalt aan en verhoogt het aantal rechthebbenden dat geld ontvangt van deze sociale zekerheid.

Volgens een nieuw rapport van het United Nations Development programme (UNDP) dat zich richt op verzwakkende sociale buffers in Oost-Europa en Centraal-Azië, werken 37 miljoen mensen in informele of kwetsbare banen in de regio. Dat is gelijk aan een derde van de actieve bevolking.

Het rapport pleit voor verlaging van de hoge sociale verzekeringspremies in de regio. Het pleit ook voor meer investering in actief arbeidsmarktbeleid, beroepsopleidingen en sociale infrastructuur.

Waar moet dit geld vandaan komen? Lees de “Panama papers”—die een ander licht werpen op clandestiene financiële stromen, en op de bedragen die aan staatsbudgetten kunnen worden toegevoegd als meer van dit geld bemachtigd zou kunnen worden.

Op basis van onze berekeningen verliezen landen in de regio ca. $65 miljard per jaar in onterecht gefactureerde handelsstromen.

Op basis van onze berekeningen verliezen landen in de regio ca. $65 miljard per jaar in onterecht gefactureerde handelsstromen. Dit gebeurt wanneer bedrijven $100.000 aan producten importeren, maar slechts aankopen in het buitenland ter waarde van $50.000 rapporteren om zo te voorkomen dat er invoerrechten op de andere $50.000 moeten worden betaald.

Of handelsondernemingen die voor $50.000 exporteren, maar $100.000 aan exportinkomsten aan de autoriteiten melden, om de andere $50.000 die wellicht met criminele activiteiten zijn verdiend “wit te wassen”.

Global Financial Integrity schat dat de totale illegale geldstromen uit deze landen veel groter zijn dan $65 miljard per jaar.

Maar zelfs als we ons zouden beperken tot onterechte handelsfacturen gaat het bij deze $65 miljard wèl om echt geld. Als slechts 10 procent van deze stromen in de begrotingen terecht zou komen, zou dit jaarlijks een extra $6,5 miljard aan budgettaire ruimte schelen. Voor acht landen in Oost-Europa en Centraal-Azië zou dit neerkomen op ten minste één extra procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan begrotingsontvangsten per jaar.

Dit zou deze landen kunnen helpen bij de implementatie van de agenda voor universele ontwikkelingsfinanciering die afgelopen zomer in Addis Abeba is overeengekomen en die verhogingen van de binnenlandse middelen - waaronder het terugbrengen van clandestiene geldstromen - hebben geïdentificeerd als de sleutel tot de financiering van duurzame ontwikkeling.

Wat wellicht het interessantste is, is het feit dat de grootste handelaren in een aantal van deze landen niet hebzuchtige westerse multinationals zijn, maar staatsbedrijven met als grootste aandeelhouders de schatkisten van de staat. Het is hun welvaart die via “onterechte facturering” het land verlaat.

Overheden in grote delen van de regio hebben momenteel te maken met fiscale soberheid en proberen meer te ontwikkelingen met minder middelen. Als ze echter meer energie zouden steken in het “volgen van het ontbrekende geld” dan zouden ze meer met meer kunnen doen en niet meer met minder hoeven doen.

Ben Slay is Senior Advisor bij de UNDP voor Oost-Europa en Centraal-Azië.​

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Regionaal Informatiecentrum VN

    UNRIC is het Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties voor West-Europa. Met deze blog wil de VN in dialoog te treden met het publiek.