De quinoaboom en ‘buen vivir’ in Bolivia

De massale quinoaproductie op het Hoogland van de Andes als stimulans voor een alternatief ontwikkelingsmodel in Bolivia

In het kader van de ondersteuningsmaatregelingen voor de kleine landbouw startte Bolivia in 2006 met een heus charmeoffensief voor quinoa. Een verhoogde consumptie in het westen van dit gouden graan van de Andes zou dienen als stimulans voor het behoud van de kleinschalige, familiale landbouw binnen de inheemse gemeenschappen op de Boliviaanse Hoogvlakte van de Andes.

  • © BioversityInternational Boliviaanse boerin op haar quinoaveld. © BioversityInternational
  • © BioversityInternational Quinoavelden op het Hoogland van Bolivia. © BioversityInternational
  • © SzymonKochański Mercado Curahuara in Bolivia. © SzymonKochański
  • © BioversityInternational Het dorsen van quinoa. © BioversityInternational
  • © BioversityInternational Quinoavelden in Bolivia. © BioversityInternational
  • © BioversityInternational Boliviaanse boeren doen aan grondvoorbereiding voor het planten. © BioversityInternational

Regelmatig wordt in Bolivia gedebatteerd over de noodzakelijkheid van exportbeperkingen op etenswaren zoals vlees, soja en suiker. Verstoringen in het aanbod zorgen voor prijsstijgingen die meteen voelbaar zijn voor de arme bevolking. De overheidsinterventie zou de prijzen in de interne markt moeten stabiliseren en de koopkracht van de bevolking waarborgen.

Dergelijke regulerende beleidsmaatregelen passen in het discours van de linkse regering van Evo Morales, die in oktober 2014 haar derde ambtstermijn inging. De voormalige cocaboer werd in 2006 verkozen als eerste inheemse president van Bolivia. Morales neemt geen blad voor de mond en staat in de internationale gemeenschap bekend om zijn expliciet anti-imperialistisch en anti-neoliberaal politiek discours.

‘Buen vivir’ in Bolivia is een alternatief ontwikkelingsmodel dat ecologische, economische en humanitaire doelstellingen met elkaar verzoent.

Het discours van Morales contrasteert het kapitalistisch ontwikkelingsmodel met een alternatief model para vivir bien. Dit model biedt een meer holistische kijk op ontwikkeling en neemt meer aspecten van het menselijke welzijn in acht dan enkel economische groei. De ontwikkeling in Bolivia gaat voortaan hand in hand met voorouderlijke kennis en wijsheid in samenhang met de natuur.

Sinds 2006 kende Bolivia een aantal nationaliseringsgolven in de extractieve sector en de formele erkenning van de rechten van de inheemse bevolking en moeder aarde. Daarnaast werd ook een actieplan voor de strijd tegen honger op het programma gezet en een hervorming van de landbouwsector.

De idee was om de kleine familiale landbouw te ondersteunen in de concurrentiestrijd tegen grootschalige industriële gewassenteelt via overheidssteun en formalisering van collectieve landeigendomsrechten van de inheemse bevolking.

© BioversityInternational

Quinoavelden op het Hoogland van Bolivia.

Het internationale jaar van quinoa

In het kader van de ondersteuningsmaatregelingen voor de kleine landbouw startte Morales in 2006 met een heus charmeoffensief voor quinoa. En met succes. De Verenigde Naties benoemde Morales tot ambassadeur voor het Internationale Jaar van Quinoa in 2013. Bolivia reikte quinoa aan als oplossing voor de honger in de wereld. Bovendien zou een verhoogde consumptie in het westen dienen als stimulans voor het behoud van de kleinschalige, familiale landbouw binnen de inheemse gemeenschappen.

Quinoa is een graan dat al meer dan 7000 jaar verbouwd door inheemse gemeenschappen op de Boliviaanse hoogvlakte. Het Boliviaanse Andesgebied is altijd een regio van grote armoede en ontbering geweest. Vierduizend meter boven de zeespiegel wordt de regio gekenmerkt door een slechte bodemvruchtbaarheid, gebrek aan regenval en grote temperatuurschommelingen. Alleen Quinoa en een handvol andere planten kunnen hier overleven.

Quinoa bevat twee keer zoveel eiwit als rijst. Het graan is rijk aan vitamine B2, E en mineralen (ijzer, fosfor, magnesium) en is glutenvrij. Hierdoor is het gouden graan van de Andes al eeuwenlang hét krachtvoer van de inheemse bevolking. Bolivia is niet het enige land dat quinoa plant, maar domineert wel de exportmarkt. Immers, enkel in Bolivia produceert men quinoa real. Dit is de soort met de hoogste voedingswaarde en tevens de meest gewilde variant in het westen. Het charmeoffensief van Morales voor quinoa was een strategische beslissing. De regering sprong mee op de kar van de westerse glutenvrije en biologische gezondheidshype. Het gevolg was een stijgende vraag naar quinoa en de daarmee een exponentiële prijsstijging in het afgelopen decennia.

© SzymonKochański

Mercado Curahuara in Bolivia.

Mercantilisering

Volgens het discours van Morales zal de quinoa hype in het Westen de quinoateelt in Bolivia zoals het al zevenduizend jaar was, ondersteunen. De inheemse gemeenschappen, die in hun sociaal, politiek en territoriale eigenschappen sterke Andes affiniteit behouden, verbouwen quinoa volgens organische, low-tech traditionele Inca methodes.

De arbeidsverdeling binnen de gemeenschappen is gebaseerd op eeuwenoude praktijken van wederkerigheid en solidariteit. De quinoavelden zijn er gemeenschappelijk eigendom. De administratie ervan is in handen van de communale autoriteiten die het vruchtgebruik van het land verdelen over de families in functie van hun huishoudelijke nood.

© BioversityInternational

Het dorsen van quinoa.

Van communale naar individuele productie?

De quinoaboom toonde opnieuw aan dat collectieve landeigendomsrechten voor boeren en inheemse gemeenschappen niet per definitie leiden tot collectieve productiestrategieën. De uitgestrekte vlaktes op de hoogvlakte van de Andes zijn het communaal graasland voor de lama’s en alpaca’s van de gemeenschappen. Juist deze vlaktes zijn het meest geschikt voor quinoateelt op gemechaniseerde wijze. De graasweilanden van collectief eigendom worden dan ook steeds meer toegeëigend voor privaat verbruik door de gemeenschapsleden die een tractor konden aankopen (vaak via verkoop van hun vee) of die konden betalen voor het leenverbruik van een tractor.

Deze tendens verschuilt zich achter het mom ‘het land behoort toe aan diegene die het bewerkt’ want volgens het traditioneel Aymara systeem kan een lid van de lokale gemeenschap het vruchtverbruik van een onbewerkt perceel naar zich toe-eigenen, wanneer deze de grondvoorbereiding zelf uitvoert. Vóór het bestaan van de tractor betekende dit arbeidsintensief werk op een vaak moeilijk toegankelijk terrein.

Landconflicten: residentes versus estantes

De quinoaboom leidt tot een terugstroom van de populatie naar de quinoaproducerende gemeenschappen. De residentes, die destijds uit economische noodzaak wegtrokken uit de gemeenschappen, aanschouwen nu de ongeziene hoge opbrengsten van quinoateelt. De landbouwactiviteit is weer winstgevend waardoor zij tijdelijk terug keren terug naar hun gemeenschap van herkomst. De residentes hebben vaak de affiniteit met de gemeenschap verloren omwille van hun sporadische aanwezigheid wat kan leiden tot interne conflicten.

© BioversityInternational

Quinoavelden in Bolivia.

Aynoka

De fragiele gronden van de Boliviaanse Andes krijgen het zwaar te verduren door de toenemende quinoateelt. De ongeziene opbrengsten en de productieve druk in quinoa-land leiden ertoe dat de rustperiode van de gronden steeds minder gerespecteerd wordt. Hierdoor wordt het behoud van natuurlijke vegetatie bemoeilijkt en krijgen wind- en watererosie krijgen de kans om de natuurlijke bouwlaag van de gronden aan te tasten. Bovendien leidt de drastische reductie van lamateelt tot een tekort aan natuurlijke meststof.

Binnenlandse consumptie

Naast veranderende productiestrategieën, hoogoplopende landconflicten, een gebrek aan voeding in de bodem en lamapoep omwille van een te hoge productieve druk op het land, brengt de quinoaboom nog een ander sociaal probleem met zich mee. De lokale prijsstijging heeft een negatieve invloed op de binnenlandse consumptie.

Volgens schattingen wordt nog maar een kleine 10% van de totale Boliviaanse quinoa productie in het binnenland geconsumeerd. De inheemse bevolking at dus voor 7000 jaar quinoa, maar nu niet meer. Het voedzame gewas is té duur geworden. De quinoa wordt vervangen door rijst, pasta en aardappelen waardoor het dagmenu van Boliviaanse gezinnen inboet aan voedingswaarde. Dit is een alarmerende ontwikkeling in een land waar 25 procent van de kinderen chronisch ondervoed is.

© BioversityInternational

Boliviaanse boeren doen aan grondvoorbereiding voor het planten.

Hoogtijd voor regulerende maatregelen?

Waarom wordt de export gedreven internationale promotiestrategie van quinoa die enorme prijsstijgingen met zich meebrent niet getemperd door de overheid of zelfs stopgezet? Twee verklaringen bieden zich aan.

Romantische taferelen van coca kauwende quinoaboeren die op communale wijze produceren volgens traditionele Inca-praktijken zijn eerder zeldzaam.

Ten eerste gaat het om een klassiek probleem van collectieve actie. Een kleine groep slaagt erin zich efficiënt te mobiliseren ter verdediging van hun belangen in tegenstelling tot de diffuse massa. De internationale promotiestrategie van de overheid was een initiatief van enkele coöperatieve en private ondernemingen. In quinoa-land gaat het om een dertigtal quinoa-export entiteiten, die zich relatief gemakkelijk politiek organiseren en hierdoor een aanzienlijke invloed hebben op het beleid van de overheid. De prijs van quinoa moet blijven stijgen.

Vanaf de jaren negentig werden organische productiestandaarden voor export naar het noorden gevestigd. De koppeling van de quinoa sector aan het organische Fair Trade netwerk zorgde voor een vestiging van de aanvoerlijn naar het westen. Deze aanvoerlijn werd steeds meer geleid door particuliere Amerikaanse en Europese bedrijven.

Er ontstonden nieuwe quinoa verwerkingsbedrijven en het systeem van contractualisering in de landbouw werd aangewend. Men investeerde in moderne technologie om quinoateelt op industriële schaal te bewerkstelligen, inclusief kunstmest, gewasbescherming, sproei-installaties en zaden van bedrijven als Monsanto en Syngenta.

De quinoaverwerkingsbedrijven behoren niet toe aan de kleine boer. Het zijn economische entiteiten van de meer welvarende producenten. Deze beschikken over een vermogen om te produceren op grote schaal en kunnen zich focussen op één gewas- in tegenstelling tot de kleine boer die meerdere gewassen en uitsluitend voor zelfconsumptie produceert. Op de Boliviaanse Andes zijn romantische taferelen, waarbij de coca kauwende quinoaboer op communale wijze produceert binnen zijn gemeenschap volgens traditionele Inca-praktijken dus eerder zeldzaam.

Ten tweede brengt de quinoaboom, ondanks de negatieve gevolgen, ook ontwikkeling voor Bolivia met zich mee. In Salinas de Garci Mendoza, het handelscentrum van quinoa Real in Bolivia, zijn de gevolgen van de hoge opbrengsten uit de quinoateelt duidelijk te merken. Nieuwe gebouwen schieten als paddenstoelen uit de grond. Families kopen auto’s, televisies en andere elektronica aan. Aanzienlijk meer kinderen volgen hoger onderwijs en krijgen de ongeziene kans om op te klimmen in de sociale ladder.

De quinoa boom heeft zowel positieve als negatieve gevolgen. De balans opmaken is moeilijk en afhankelijk van ieders prioriteiten. Er kunnen echter wel terecht vragen gesteld worden bij de stelling dat de quinoaboom zou bijdragen aan een alternatief productiemodel para vivir bien.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift