De grenzen van de werkelijkheid

Een reis die via Kaboel naar Isfahan leidt, en ei zo na blijft steken in een lamgesneeuwd Amsterdam. ‘Het culturele slagveld is een levensgevaarlijk mijnenveld’, en andere beschouwingen vanuit een winterse Randstad.

Het zegt iets over de culturele wanhoop van de Nederlanders, maar het is tegelijk typerend voor de blijvende overschatting van de eigen positie op de mondiale schaal der dingen. Voor de talkshow Frontiers of Reality in het barstensvolle De La Mar theater in Amsterdam kozen de organisatoren voor drie locaties om af te tasten wat we weten over de realiteit, over de voorstelling van die werkelijkheid en over de actoren en de belangen die een betere representatie in de weg staan: Iran, Afghanistan en Nederland. En daarbij viel het meteen op dat de reflectie over Nederland het minste vlees aan het been bevatte. Niet dat er niets aan de hand is in post-multicultureel Nederland natuurlijk, maar als de PVDA-politica Samira Bouchibti niet verder geraakt dan op elke vraag te antwoorden dat het er vanaf hangt vanuit welk standpunt je het bekijkt en de Amerikaanse journalist Russel Shorto in weinig verhelderende vergelijkingen met Fox TV en Tea Party gedwongen wordt, dan blijft de mist over de polder ondoordringbaar.

Een van de meest interessante uitspraken van de talkshow kwam van Thomas Erdbrink, de Nederlandse journalist die al een decennium vanuit Teheran bericht. ‘Cultuur is het belangrijkste slagveld’, zei Erdbrink. Daarmee slaat hij volgens mij de nagel op de kop voor zowel Iran als Afghanistan en zelfs Nederland. De belangen die bevochten worden, bevinden zich meestal op het vlak van de economie, de internationale handel en/of de geopolitiek. Maar het terrein waarop het gevecht gevoerd wordt, is dat van de identiteit, de cultuur en de ethische waarden. Een beetje zoals Frankrijk en Duitsland hun belangenstrijd op Belgisch grondgebied pleegden uit te vechten. De vraag is dan of je kan vermijden om betrokken te worden in wat deels een schijngevecht is.

In Afghanistan, bijvoorbeeld, gaat het in de westerse media en in het overheidsdiscours -burgerlijk of militair- altijd weer over de rechten van vrouwen, en meer bepaald over onderwijs voor meisjes. Is dat een terechte klemtoon in de voorstelling van de Afghaanse realiteit? vroeg gastheer Rageh Omaar, een voormalige BBC-journalist die nu als freelancer reportages maakt voor allerlei zenders. ‘Het belang van onderwijs voor meisjes is onmiskenbaar groot, maar de eenzijdigheid van de aandacht daarvoor is onterecht’, reageerde Nader Nadery van de Afghaanse onafhankelijke mensenrechtencommissie. Omaar toonde twee korte clips: een waarin een meisje, dat weggelopen was om aan een uithuwelijking te ontsnappen, geslagen werd met een leren riem; een ander waarin een vrouw gevolgd werd die naar een schoonheidssalon in Kaboel ging om haar wenkbrauwen te laten epileren en met krulspelden onder haar boerka de straat op trok.

‘Wat was eigenlijk de boodschap?’, vroeg Jolyon Leslie zich achteraf af -want op het podium kreeg hij daarvoor de kans niet. Leslie heeft intussen meer dan twintig jaar in Afghanistan gewoond en schreef een van de beste boeken over de westerse aanwezigheid in het land, Mirage of Peace. ‘Dat Afghaanse vrouwen door het Westen bevrijd zijn zodat ze schoonheidssalons kunnen frequenteren? De eerste clip toonde het mysogiene aspect van de Afhaanse cultuur, maar de tweede was een wat banaal voorbeeld van dagelijks leven. De echte tegenpool van vrouwonvriendelijkheid wordt gevormd door de talloze sterke én machtige vrouwen in het land, inclusief in het bestuur. Maar die krijg je natuurlijk niet te zien, want die vrouwen staan meestal ook op het standpunt dat ze af willen van de westerse aanwezigheid in Afghanistan.’

Jolyon Leslie was het er wel mee eens dat het culturele slagveld, zeker als het gaat over vrouwenrechten, een levensgevaarlijk mijnenveld is. De moral high ground die het Westen claimt -“bij ons zijn vrouwenrechten verworven”- wordt meteen ingezet om een verschil te maken tussen pro-westerse en anti-westerse Afghanen. Alsof de grenzen van goed en kwaad zo makkelijk te trekken zijn, en alsof ze toevallig ook parallel lopen met onze militaire belangen. Daar bevinden zich de “grenzen van de werkelijkheid” waarover de talkshow ging, volgens Jolyon Leslie: daar waar de (oorlogs)propaganda de complexe werkelijkheid bewust onzichtbaar maakt.

Terug naar Iran. Net deze week riep Geert Wilders op om Iran preventief te bombarderen om onze eigen beschaving te redden voordat Ahmadinejad het bevel geeft om zijn -nog steeds onbestaande, maar wie geeft daarom in tijden van populisch propaganda-opbod?- atoombommen op het westerse avondland te droppen. Of Erdbrink en Maziar Bahari, journalist en documentairemaker, de positieve en negatieve effecten van zo’n preventieve aanval konden samenvatten, wou Rageh Omaar weten. Wat positieve effecten betreft, was dat snel gebeurd: die zijn onbestaande, lieten beide gasten weten. Je kan toch niet verwachten dat iemand een buitenlands bombardement op zijn eigen stad of land toejuicht? Dan gaat toch iedereen als één man achter de regering staan, zelfs wie haar bestrijdt? Bovendien herinnerde Erdbrink eraan dat er in de gebouwen die gebombardeerd zouden worden echte mensen wonen -zijn aangetrouwde familie, bijvoorbeeld.

De stelling dat Iraniërs echte mensen zijn, zag ik woensdagavond in de Brusselse Beursschouwburg nog prachtig geïllustreerd in de documentaire Salaam Isfahan van Sanaz Azari, een Brussels-Iraanse documentairemaakster. Ook in die film zat trouwens een lange scène in een schoonheidssalon, waar alweer veel wenkbrauwen geëpileerd werden. Op een heel bijzondere manier tast Salaam Isfahan de grenzen van de werkelijkheid af, want de documentaire toont natuurlijk niet het leven zoals het is -alsof dat al zou kunnen- maar kiest uitdrukkelijk voor de ontroering van het dagelijkse leven, het portretteren van toevallige passanten, het tonen van verwisselbare stedelijke landschappen. Niet alleen het impressionante culturele erfgoed van Isfahan blijft buiten beeld, ook de repressieve aanwezigheid van de overheid is bewust niet opgenomen.

‘We hadden makkelijk een film van vier uur kunnen maken over de obstakels die het regime opwierp, zelfs nadat we de toestemming hadden om op straat te filmen. Dat hebben we allemaal weggelaten, want we wilden niet nog eens heet verhaal van een repressief regime vertellen’, zei Azari bij de nabespreking. Dat is een verdedigbare keuze, natuurlijk, maar ze impliceert mogelijk dat ontroering het privilege is van wie zelf kan kiezen welke delen van de werkelijkheid toegelaten worden en welke buiten beeld gehouden worden. Is dat niet de ultieme wensdroom van de middenklasse? Dat zij ontroering en menselijkheid kan monopoliseren, terwijl wie gedwongen wordt de hele werkelijkheid te ondergaan aan de andere kant van die grens terechtkomt. Alsof werkelijkheid en menselijkheid wederzijds exclusief zijn.

Niet, dus.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift