Reizen in landen geplaagd door armoede

Reizen in landen getekend door armoede gaat voor mij altijd gepaard met gewetensconflicten veroorzaakt door de confronterende ongelijkheid. Het is en blijft raar om te weten dat je louter omdat je elders geboren bent meer kansen hebt. Iets waarover we ons moeten blijven verontwaardigd voelen.

  • pushplayproductions (CC BY-NC-ND 2.0) Twee meisjes aan het spelen in een sloppenwijk in Nicaragua, oktober 2006. pushplayproductions (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Surizar (CC BY-NC 2.0) Spandoek met een afbeelding van Ernesto 'Che' Guevara, symbool geworden voor revolutie en sociale verandering, tijdens een manifestatie in Guatemala. (2009) Surizar (CC BY-NC 2.0)

Ik heb de laatste klim van deze dag achter de rug en ben erin geslaagd niet in een hondendrol te trappen. San Pedro is prachtig, maar de vele straathonden zijn, als je het mij vraagt, een ernstig probleem.

Het huis van mijn gastfamilie ligt helemaal bovenaan in het dorp. San Pedro is schuin opgebouwd.

De omgeving beneden, aan het meer van Atitlán, wordt ‘Gringolandia’ genoemd; het land van de Gringo’s, waarmee ze niet alleen de Noord-Amerikanen bedoelen, maar bijna alle toeristen. Hoe meer je naar boven gaat, hoe meer het terug Guatemalteeks wordt.

Mijn computer redt me, als zo vaak, van de eenzaamheid. Ik praat met mijn beste vriend die boven mij zit op de kaart; in New York om precies te zijn. We praten over Nieuwjaar, hoe leuk het zou zijn samen te vieren. Voor ik het weet maak ik wilde plannen om 2015 in New York te starten. Ik zou dan vanuit Nicaragua, waar ik dan zal zijn, het vliegtuig naar het noorden nemen.

Als ik mijn laptop dichtklap, tikt een oude vriend, moraal, mij op de schouder. Er is iets fout aan dit plan. Is dit niet een beetje decadent? Naar New York gaan terwijl ik al in Nicaragua ben om daar vrijwilligerswerk te doen.

Schuld en plaats

Als ik mijn laptop dichtklap tikt een oude vriend, moraal, mij op de schouder.

Aan de andere kant is het niet zo dat ik me in Nicaragua ‘schuldiger’ moet voelen dan in België. Het enige verschil is dat ik hier het contrast met mijn ietwat decadente idee ervaar en dat ik het in België (alleen maar) weet.

Wanneer ik de volgende ochtend naar school wandel, zit dit gewetensconflict nog steeds in mijn hoofd. Verzonken in gedachten zag ik de groep kinderen die voor me liep niet en dus schrik ik wanneer een van hen plots mijn hand pakt.

Nadat ik van mijn schrik bekomen ben, lach ik. ‘Geef me een Quetzal!’ (munteenheid van Guatemala) zegt een meisje plots. Normaal heb ik altijd snoepjes bij voor dit soort situaties; ik wil kinderen niet steunen in hun bedelen, maar ik wil wel iets geven, snoepjes zijn vaak een goede oplossing vind ik. Alleen heb ik nu niets bij me. Ik schud van neen en loop verder en voel me nog slechter dan ik me daarvoor al voelde.

Moraal of welzijn?

In mijn les Spaans bespreken we een lied van Ricardo Arjona, een bekende Guatemalteekste zanger, over vluchtelingen die van Centraal-Amerika naar Noord-Amerika gaan om daar geld te verdienen dat ze daarna terug in Quetzales omzetten zodat ze hun schulden bij de bank (sneller) kunnen aflossen.

De meesten blijven ongeveer vijf jaar, geven zichzelf dan aan bij de ambassade in de Verenigde Staten en keren zo terug naar hun thuisland. De zanger noemt hen ‘los mojados’, de natte mensen, omdat ze twee rivieren (Rio Usumacinta en Rio Bravo) moeten doorkruisen om zo vanuit Mexico te voet naar de Verenigde staten te gaan. Ik besef dat het ‘tochtje’ dat ik wil ondernemen niet alleen decadent, maar ook ongelooflijk symbolisch is.

Ik besef dat het ‘tochtje’ dat ik wil ondernemen niet alleen decadent, maar ook ongelooflijk symbolisch is.

De kinderen op straat spoken door mijn gedachten. Wat kan ik voor hen doen met het geld dat ik aan die reis zou spenderen? Als ik deze vraag luidop stel in mijn vriendenkring krijg ik vaak het advies om mijn morele overtuiging nooit in de weg te laten staan van mijn eigen welzijn.

Het klinkt als een wijsheid, een vaste waarde, iets dat je niet in twijfel moet trekken, maar nu doe ik dat toch. Zou de wereld namelijk niet een stuk mooier zijn als wat meer mensen hun morele overtuiging juist wél boven hun eigen welzijn plaatsen?

Sterker zelfs, is dat niet net de ziekte, van ons, Westerlingen? Dat wij denken dat het iets slecht en onoverkomelijk is. Dat je je eigen welzijn boven alles hoort te plaatsen omdat je onmogelijk gelukkig kan worden van geven, écht geven. Dat doe je volgens mij als je je eigen welzijn aan de kant zet omdat je denkt dat het beter is iets te doen voor iemand anders.

Westers individualisme

Surizar (CC BY-NC 2.0)

Spandoek met een afbeelding van Ernesto ‘Che’ Guevara, symbool geworden voor revolutie en sociale verandering, tijdens een manifestatie in Guatemala. (2009)

Onze wereld, de westerse, is ongelooflijk individualistisch en ja, het heeft ons ook goede dingen gebracht: zelfbewustzijn, kennis en inzicht bijvoorbeeld. Het is dus niet ongevaarlijk om je af te vragen of we misschien aan het navelstaren zijn.

Maar wanneer er een Guatemalteekse vrouw op straat naar me toekomt, mijn arm vastpakt en met grote ogen vraagt of het echt waar is dat wij onze ouders, wanneer ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, in tehuizen steken en of we onze kinderen echt bij vreemden droppen als de ouders gaan werken zijn, dan raakt me dat en dan weet ik niet goed hoe ik moet antwoorden.

Enkele jaren geleden heeft er iemand in San Pedro een kinderopvang willen openen om het ouders die werken gemakkelijker te maken. Na drie maanden was het al duidelijk dat het niet werkte. ‘Wij laten onze kinderen niet achter bij eender wie’, klinkt het wanneer ik vraag waarom.

Ik weet wel dat het niet zo zwart-wit is en ik wil zeker niet tegen tehuizen of kinderopvang pleiten, maar het is een feit dat mensen hier nog meer voor elkaar zorgen en dat niet als een verplichting zien. Wij hebben dat ‘zorgen’ voor een groot deel uit handen gegeven aan de staat en ik ben niet zeker of we daarvan wel zoveel gelukkiger zijn geworden.

Voldoening uit écht geven

‘Wij laten onze kinderen niet achter bij eender wie.’

Je morele overtuiging boven je eigen welzijn plaatsen; geven. Stel dat we dit meer zouden toepassen… Zou er dan misschien een kans bestaan dat die ongelooflijke kloof van ongelijkheid minder groot zou zijn? Dat dingen beter verdeeld zouden zijn?

Is het naïef om te denken dat een grote groep mensen die willen geven, willen delen omdat ze zich laten leiden door hun moraal en voelen dat dat juist is, invloed kunnen hebben op dergelijk groot, schijnbaar onaantastbaar, probleem als ‘sociale ongelijkheid’? 

En als dat dan zou gebeuren, is je eigen welzijn dan zo een zware prijs geweest? Is er misschien zelfs niet iets in de plaats gekomen? Bestaat de kans dat je misschien voldoening haalt uit het aan de kant zetten van je eigen welzijn, uit het pure geven?

Ik voel me Schindler op het einde van de film. Ik kijk rond in mijn kamer zoals hij keek naar zijn horloge van goud. ‘Twee mensen’ zegt hij. ‘Twee mensen’, herhaal ik.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Verwondering in Latijns-Amerika

    Na haar middelbare school beslist Elief Vandevenne om nog even niks te beslissen, maar, na Spaans te leren in Guatemala, vijf maanden vrijwilliger te zijn voor het sociaal