Relaas van een cultuurshock

Mijn plan om mens en samenleving in Zuid-Amerika zo onbevangen mogelijk te leren kennen… Een mooi plan, waar ik helaas niet altijd in slaag. In deze blogpost schrijf ik over mijn ervaring in San Cipriano, Colombia. Een vrij negatieve ervaring waar ik niet trots op ben, maar waar ik wel veel uit geleerd heb. Ik had te kampen met een cultuurshock.

  • © Miet Neyens​ Jongeren van San Cipriano kijken naar een voetbalwedstrijd. © Miet Neyens​
  • © Miet Neyens​ Het transportmiddel 'la brujita'. © Miet Neyens​

San Cipriano is een klein Afro-Colombiaans dorpje middenin de jungle met slechts een vijfhonderdtal inwoners. De bestemming is de moeite omwille van de mooie natuur, maar de manier om er te geraken is dat minstens evenzeer.

San Cipriano is namelijk niet bereikbaar per weg. Wel is er een treinspoor dat erheen leidt, maar dat is al jaren niet meer in gebruik – een sporadische goederentrein ter uitzondering.

De inwoners van San Cipriano hebben daarom eigenhandig een vervoermiddel in elkaar gestoken, ‘las brujitas’ genaamd. Dit zijn een soort van houten trolleys op rails, aangedreven door een brommer. Een waar avontuur om er te geraken…

Op die manier wordt het omschreven in de Lonely Planet. ‘Allen daarheen!’, zou je denken. Alleen was ik niet voorbereid op wat komen ging… Hieronder probeer ik te ontleden wat mij overkwam en met welke spanningen ik te maken kreeg.

© Miet Neyens

Het transportmiddel ‘la brujita’.

Armoede als toeristische attractie?

‘Rondlopen in San Cipriano had na verloop van tijd iets voyeuristisch.’

De Lonely Planet heeft niet gelogen, het is inderdaad een avontuur om er te geraken met de ´brujitas´. Op Youtube bijvoorbeeld vind je er tal van filmpjes over. Bij aankomst tref ik een klein dorpje aan met modderige wegjes en bouwvallige, houten huisjes. Het dorpje ligt er vrij verlaten bij. Het is een weekdag, dus er zijn weinig toeristen. De San Ciprianen hebben het duidelijk niet breed. Ik zie enkele kinderen en jongeren in uniform op weg naar school, op tientallen kilometers verwijderd van hun thuisplek. Andere kinderen en jongeren gaan blijkbaar niet naar school? Een bevreemdend gevoel overvalt mij. Waar ben ik beland? Moet ik het avontuurlijk en plezant vinden, de manier waarop zij in hun transport voorzien? Of eerder schrijnend, gezien de mate waarin deze kleine samenleving geïsoleerd is van de rest van Colombia? Rondlopen in San Cipriano had na verloop van tijd iets voyeuristisch: zien in wat voor povere omstandigheden zij leven?

Dollartekens in de ogen

Vrijwel onmiddellijk krijg ik het gevoel dat ik voor de inwoners enkel interessant ben omwille van mijn geld. Ik moet zowat voor alles betalen en vergeleken met andere plekken in Colombia ook veel te veel. 

Ik kom een meisje tegen dat geld vraagt voor toegang tot het natuurgebied. Ik betaal, maar kom later tot de vaststelling dat er nergens een toegangspoort is. Een aardige jongen van pakweg tien jaar komt mij tegemoet, neemt mij op sleeptouw en wil mij de watervallen tonen. Ondertussen komen we zijn vriendjes tegen en zie ik hem opscheppen dat hij mij gidst. Een leuke ontmoeting, maar achteraf vraagt de jongen mij vrij veel geld voor zijn gidsbeurt. Ik betaal, maar hou er een ongemakkelijk gevoel aan over. En heb ik nu kinderarbeid gesteund door hem geld te geven? 

Plaagcultuur

Ik kom terug van de wandeling en rust even uit op een bankje terwijl ik de spelende kinderen observeer. De hele dag al neem ik een soort van plaagcultuur waar onder de kinderen. Jongens die stenen gooien naar de meisjes. Oudere meisjes die schelden naar de kleine jongens. Maar ook de volwassenen hoor ik roepen tegen elkaar, hoor ik schelden, … Om 6u ’s ochtends werd ik gewekt door de eigenares van mijn hostel, die stond te roepen en te tieren. Ik werd ook afgesnauwd. Ik voelde mij allesbehalve welkom of op mijn plaats.

Dit zijn slechts enkele gevoelens die ik gedurende mijn verblijf in San Cipriano ervoer. Ik was bovendien nogal vermoeid, wat mijn frustraties extra in de hand werkte, denk ik. En toen ik in de achterkeuken van mijn hostel een dode rat zag liggen, was ik zelfs gedegouteerd. Ik vertrok een dag eerder dan gepland.

Een cultuurshock dus

Ik was er allesbehalve op mijn best. Ik betrapte mijzelf beoordelend, veroordelend. Na enige reflectie besefte ik dat ik te maken had met een ´cultuurshock´. Margalit Cohen-Emerique beschrijft dit fenomeen als ‘een gevoel van ontworteling, soms zelfs van frustratie en verwerping, van revolte en angst; of op een meer positieve noot, een staat van verwondering, van fascinatie, kortom, een tegelijkertijd emotionele en intellectuele ervaring die voorkomt bij al wie in contact treedt met het/de vreemde.’

Theorieën over cultuurshock handelen doorgaans over langere periodes van intercultureel contact, bijvoorbeeld in geval van migratie, een langdurige reis of uitwisseling, en dergelijke meer. De persoon die een cultuurshock ervaart, doorloopt verschillende fasen: van verwondering over vervreemding en verwerping naar aanvaarding, … Hoewel mijn verblijf in San Cipriano slechts twee dagen duurde, denk ik dat ik toch een fractie van een cultuurshock heb ervaren. 

Tweede lezing

Ik heb te snel geoordeeld. Als je in rekening brengt dat toerisme één van hun weinige bronnen van inkomsten is, is het dan niet juist goed dat er veel toeristen naar deze mooie plek komen? En is het dan zo abnormaal dat ze toeristen vooral benaderen omwille van hun geld?

Ik bestempelde hun cultuur grofweg als een ‘plaagcultuur’. Maar mag je hen zulk gedrag wel kwalijk nemen, gezien de omstandigheden waarin zij leven? Zij leven zo ver afgezonderd van alles en iedereen. Om naar school te gaan, moeten de kinderen een enorme afstand afleggen. Ze hebben weinig inkomsten en om in de eigen levensomstandigheden te voorzien, moeten ze heel wat voedingsmiddelen importeren. Zijn hun gedragingen niet gewoon uitingen van frustraties?

Derde lezing, cultuur als ijsberg

Na een meer grondige reflectie, kom ik tot de vaststelling dat zelfs mijn tweede lezing veel oordelen in zich meedraagt. Ik was er slechts twee dagen, dus mijn observaties zijn bij voorbaat momentopnames. Wie ben ik om te oordelen? Zomaar spreken over een plaagcultuur… Misschien had de eigenares van mijn hostel gewoon haar dagje niet?

Culturen zijn niet in simplistische termen te vatten. De metafoor van cultuur als ijsberg (naar Edward T. Hall), kwam mij opnieuw voor de geest. Die metafoor maakt duidelijk dat er aan de oppervlakte slechts een aantal gedragingen en kenmerken van een cultuur zichtbaar zijn.

Daaronder gaat echter een gigantisch spectrum schuil aan gedachten, ideeën, gevoelens, overtuigingen, waarden, normen, tradities, … die dus níet zomaar op het eerste zicht waarneembaar zijn. Mensen vallen bovendien niet samen met hun cultuur; stukjes deelidentiteiten maken ons tot wie we zijn.

Het beeld van de ijsberg dekt volgens mij dan wel niet volledig de lading van cultuur – het doet uitschijnen dat cultuur vast en onveranderlijk is, terwijl het in wezen een dynamisch gegeven is. De metafoor maakt wel duidelijk dat het ongeoorloofd is om zomaar te vervallen in veralgemeningen, stereotypen, vooroordelen over mensen en hun culturen.

Dialoog als sleutel

‘Niemand is vrij van vooroordelen, maar waar het om draait is hoe je ermee omgaat.’

Wat heb ik hieruit geleerd? Dat ik in plaats van zelf conclusies te trekken, meer de dialoog had moeten aangaan. Bevragen waarom ze zich zo gedragen. En wat daarachter zit. Hoe zij hun leven ervaren. Waar zij van dromen en van wakker liggen. Hoe zij tegenover mensen als mij staan…

Niemand is vrij van vooroordelen, maar waar het om draait is hoe je ermee omgaat. Door mijn oordelen heb ik heel veel positieve zaken niet gezien.

Het tienjarig jongentje bijvoorbeeld dat mij op sleeptouw nam. De zelfstandigheid die hij vertoonde, de mensenkennis die hij had (hij wist mij in een mum van tijd in te palmen), zijn doelgerichtheid, … Allemaal kwaliteiten die ik op dat moment niet zag. Kwaliteiten waar hij zich misschien zelf niet bewust van is, maar waarmee hij – moest hij de kansen krijgen – wel wat mee kan bereiken in zijn leven. Ik wou dat ik hem dat verteld had.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Rake vragen stellen in Latijns-Amerika

    Miet reist gedurende zes maanden door Colombia, Ecuador, Perú en Bolivia. Als sociaal agoog en rake-vragensteller heeft ze bijzonder oog en oor voor de manier waarop mensen samen-leven.