De Kolonel en de Commandant

Op zich geen slecht artikel, ‘Hugo Chávez speelt hoog spel in Libische crisis’, maar toch enkele nuanceringen.

1. Het voorstel van Chávez is niet erg ernstig. Hij is veel te betrokken partij door zijn nauwe banden met Khadafi, en dat weet hij zelf ook wel. Meer nog: hij kiest vooral crisissen uit waarin hij betrokken partij is of minstens de schijn van partijdigheid tegen heeft om zichzelf als onderhandelaar naar voren te schuiven. De voorbeelden komen uit hetzelfde Mo*/Al JAzeera-artikel: “Chávez heeft aangeboden te bemiddelen tussen de Colombiaanse regering en rebellengroepen, en ook in Honduras bood hij zijn diensten aan na de staatsgreep tegen Manuel Zelaya in 2009.”

Het eerste voorbeeld is meer dan lachwekkend: sinds het aantreden van Santos als nieuwe Colombiaanse president zijn de relaties tussen de buurlanden ietwat verbeterd, maar voordien konden de ruzies tussen Uribe en Chávez niet hoog genoeg oplopen, tot militaire dreigingen toe. Bovendien zijn er hardnekkige geruchten dat de Venezolaanse regering wapens zou leveren of hebben geleverd aan de FARC; in ieder geval worden FARC-troepen op Venezolaans grondgebied getolereerd en is Chávez een openlijke sympathisant van de Colombiaanse rebellen, hij stak onder andere de loftrompet over de nummer twee van de FARC, Raúl Reyes.

De Hondurese president Zelaya was dan weer een bondgenoot van Chávez.

2. “Sommigen zien een tegenstelling tussen de mensenrechtenschendingen in die landen en Chávez ’s “21ste-eeuwse socialisme”.” Om te beginnen lijkt het me niet ongepast Chávez’ te schrijven in plaats van het halvelings verengelste Chávez ‘s. Maar inhoudelijk: al zijn de verschillen tussen Libië en Venezuela even groot als de gelijkenissen, het eenentwintigste-eeuwse socialisme van Chávez als antoniem van mensenrechtenschendingen hanteren, is nogal optimistisch. De Bolivariaanse leider trekt zich niets aan van de grondwet (die hij nota bene zelf heeft geschreven), heeft de scheiding der machten de facto opgeheven, laat vakbondsleiders die in staatsbedrijven stakingen organiseren wegkwijnen in de cel en sluit sowieso op tijd en stond een politieke tegenstander op. Om maar iets te zeggen.

Tussen de discoursen van de Kolonel en de Commandant is er niet echt een tegenstelling, behalve natuurlijk een enorm verschil in schaalgrootte. Khadafi begon als bewonderaar van el Ché en noemt zijn regime nog altijd revolutionair. Chávez bewondert de communistische helden van zijn continent niet minder, en spreekt ook al twaalf jaar lang van zijn Bolivariaanse Revolutie. In beide landen (zoals gezegd, een serieus schaalverschil in acht genomen) is ‘revolutie’ een nogal cynische naam voor ingebedde corruptie, een falend systeem dat uitblinkt in incompetentie, een strijd voor de armen die enkel in woorden gevoerd wordt enzovoort. Dat de systemen het zo lang uitzingen, is in de eerste plaats aan de reusachtige olie-inkomsten te danken.

En dat alles natuurlijk gelardeerd met urenlange toespraken die vaak inhoudelijk geen steek houden maar gebouwd zijn op het beledigen van het imperium (de VSA), het kapitalisme (dat nochtans precies voor die hoge olie-prijzen zorgt), de oppositie en de media die niet alles wat de Leider zegt kritiekloos overnemen.

3. Een veelgeciteerde bron in het artikel is Nikolas Kozloff, die wereldwijd regelmatig zijn zeg doet over zijn moederland Venezuela. De man is intelligent en welbespraakt, maar staat ook bekend als een verdediger van Chávez. Ernstige kritiek heeft hij zich nooit laten ontvallen wanneer het ging om Chávez’ poging tot staatsgreep in 1992 of het groeiende democratische deficit in Venezuela. Het echte nieuws is hier dus dat zelfs iemand als Kozloff (voorzichtig) afstand neemt van Chávez’ uitspraken inzake de crisis in Libië. Overigens blijft de man wel enigszins naïef door te stellen dat Chávez “zijn linkse imago” wel eens kwaad zou kunnen doen door aan Khadafi vast te houden: dat impliceert dat Kozloff nog altijd gelooft in het welslagen van de Bolivariaanse Revolutie, en dat Chávez ook écht opkomt voor het arme deel van zijn bevolking. Je kan hem beter letterlijk nemen: meer dan een links imago heeft Chávez al lang niet meer.

Om af te sluiten nog dit: ik weet niet of de ongelukkige manoeuvres van Chávez in zijn eigen land een groot verschil zullen maken. De overgrote meerderheid van de bevolking (en dus: van de kiezers) laat zijn voorkeur uitsluitend afhangen van binnenlandse aangelegenheden, de persoonlijke economische beslommeringen en — natuurlijk — de praatjes op televisie.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift