Sociaal urbanisme in Medellín: een verhaal van hoop en veerkracht

Vertel aan een Colombiaan dat je van plan bent om naar Bogotá te gaan en zij of hij zal je zeggen: ‘Ga toch naar Medellín!’ Waarom? Omwille van het goede weer in Medellín? Mogelijks. Ze noemen Medellín niet voor niets de ‘stad van de eeuwige lente’. Maar volgens mij is het antwoord te vinden in trots. Trots op Medellín. Trots vooral op de transformatie die deze stad heeft doorgemaakt en nog steeds aan het doormaken is. Twintig jaar geleden was het nog één van de gevaarlijkste steden ter wereld door drugshandel, geweld en conflict. Vandaag is het een leefbare, dynamische en innovatieve metropool.

  • © Miet Neyens Plaza de Cisneros / Parque de las luces © Miet Neyens
  • © Miet Neyens Één van de zes elektrische roltrappen in Comuna 13 © Miet Neyens
  • © Miet Neyens 'Pajaro de paz' van Botero © Miet Neyens

Medellín telt ongeveer 3,5 miljoen inwoners en is daarmee de tweede grootste stad van Colombia. Wie de geschiedenis van Colombia een beetje kent, weet dat het land zowat constant geteisterd is door geweld en conflict: burgeroorlogen, guerrillabewegingen, paramilitairen, etc.

Vanaf de jaren zeventig was Colombia – mede omwille van de politieke instabiliteit – ook nog eens de ideale voedingsbodem voor de productie en handel van cocaïne. In Medellín was het Pablo Escobar die als leider van één van de grootste drugkartels enorm veel, op termijn zelfs politieke, macht in handen had en de stad als het ware terroriseerde. Medellín werd daarmee één van de gevaarlijkste steden ter wereld.

Hoe kan zo’n grote stad op korte tijd zo’n enorme metamorfose doorgaan?

Naast de terreur had (en heeft) de stad te kampen met armoede, werkloosheid en een grote sociale ongelijkheid die tot op vandaag nog fysiek zichtbaar is. De rijkere bevolkingsgroepen bewonen het welgestelde, centrale stadscentrum gelegen in een vallei. De armere bevolkingsgroepen wonen in povere huisjes in de buitenwijken van de stad op de veel hoger gelegen bergflanken. Hoe verder en dus hoe hoger je van het stadscentrum gaat, hoe armer de bevolking.

Het mag duidelijk zijn dat Medellín alles behalve leefbaar was… Maar loop er vandaag rond en je vindt een hypermoderne metro, tal van groene parken, prachtige kunstwerken, bibliotheken, musea, universiteiten, etc. Hoe kan zo’n grote stad op korte tijd zo’n enorme metamorfose doorgaan?

Sociaal urbanisme

Vanaf de vroege jaren negentig – en met Escobar die in die tijd vermoord werd – is men langzaam begonnen met de heropbouw van de stad. De motor voor verandering kwam daarbij grotendeels vanuit de samenleving zelf, als reactie op het jarenlange geweld.

Met burgemeester Sergio Fajardo (2003-2007) en later Alonso Salazar (2007-2011) werd er ingezet op structurele verandering vanuit een integrale visie op stadsontwikkeling. Problemen als geweld en drugs werden zo bijvoorbeeld niet gezien als een eenzijdig veiligheidsprobleem en “beheerst” door bijvoorbeeld meer politie in te zetten. Ze werden gezien als symptomen van dieperliggende problemen, die bij de wortels moeten worden aangepakt: de strijd tegen armoede en sociale ongelijkheid, het terugdringen van de werkloosheid, het werken aan de sociale cohesie en leefbaarheid van de stad. En niet onbelangrijk: de países – zo worden de inwoners van Medellín genoemd – weer trots maken op hun stad.

Zowel met publieke als met private middelen wordt geïnvesteerd in publieke en groene ruimte, mobiliteit, architectuur, cultuur, etc. Bijvoorbeeld door de armere, hoger gelegen buitenwijken via metrokabels te verbinden met de noord-zuid metrolijn, wordt gewerkt aan sociale inclusie. Want het stadscentrum, waar de meeste scholen en werkgelegenheid te vinden is, wordt op die manier toegankelijker voor mensen in kwetsbare situaties. Maar de belangrijkste pijler van Fajardo’s beleid is onderwijs. Onderwijs en educatie als belangrijkste hefbomen voor verandering. Geheel toepasselijk krijgt Medellín de slogan ‘la más educada’ met zich mee.

Educatie in (even)waardigheid

Er werden impulsen gegeven voor de bouw van scholen, bibliotheken, culturele centra en dergelijke meer. Op zich niet zo bijzonder, maar wat het volgens mij wél bijzonder maakt is dat de aandacht gaat naar de meest povere en gewelddadige buurten van Medellín.

Deze nieuwe gebouwen zijn bovendien architecturale pareltjes. Of met andere woorden: mensen in de meest kwetsbare situaties beschikken over de mooiste en meest kwalitatieve leeromgevingen om te ontwikkelen. Bibliotheken en scholen worden op die manier symbolen voor (even)waardigheid. En doordat de lokale gemeenschap betrokken wordt in de projecten, krijgen ze ook eigenaarschap over hun eigen buurt en geven ze op die manier de cultuur van transformatie verder mee vorm.

‘Naast een mooiere en meer bereikbare buurt, gaf het hen vooral hun waardigheid terug.’

Een mooi voorbeeld is te vinden in de wijk Comuna 13, vroeger één van de gevaarlijkste en armste wijken in handen van drugkartels. De huizen – die op zich nog steeds weinig kwaliteitsvol zijn – zijn vandaag allemaal geschilderd in vrolijke kleuren. Op de muren zie je prachtige, betekenisvolle graffiti van lokale kunstenaars. En je ziet er elektrische roltrappen! Elektrische roltrappen associeer ik doorgaans met rijkdom, want je treft ze aan in winkelcentra, luchthavens, … Maar hier zorgen ze ervoor dat de inwoners niet iedere dag zoveel trappen op en af moeten lopen om van het centrum naar hun huis te gaan.

© Miet Neyens

Één van de zes elektrische roltrappen in Comuna 13

Deze facelift zorgt ervoor dat toeristen en mensen van buiten de wijk hier ook naartoe komen, waardoor de wijk plots aantrekkelijk wordt. Of ze daar wel mee gediend zijn? De enkele inwoners die ik sprak, waren eenduidig positief. Naast een mooiere en meer bereikbare buurt, gaf het hen vooral hun waardigheid terug. Hun problemen zijn niet allemaal opgelost, maar er heerst een hoopvolle sfeer dat hun leven beter wordt.

Wonden helen

De stad kent heel wat trauma’s, waarvan de littekens fysiek aanwezig zijn op verschillende plaatsen in de stad. Je kan deze gebeurtenissen proberen uit te wissen door op zulke plaatsen iets nieuws neer te zetten, maar met het concept ‘democratic architecture’ werd er gekozen ze niet uit te wissen, maar te transformeren in iets positiefs. De wonden worden als het ware geheeld.

Zo was ‘Plaza de Cisneros’ het decor voor verschillende aanslagen en staat er nu een indrukwekkend monument vol pilaren die ’s avonds licht geven. Het plein is tegenwoordig bekend onder de naam ‘Parque de las luces’ en is het decor geworden voor betogingen, speeches, etc.

Ander voorbeeld: één van de kunstwerken van Botero - ironisch genoeg ‘Pajara de paz’ of vredesvogel genoemd - werd in 1995 gebombardeerd, met verschillende doden tot gevolg. Men wilde het kunstwerk eerst weghalen, maar het was Botero zelf die ijverde om het te laten staan en om ernaast een nieuw, bijna identiek werk neer te zetten.

© Miet Neyens

‘Pajaro de paz’ van Botero

De nieuwe monumenten worden symbolen die zeggen: we mogen het leed niet vergeten, maar moeten eruit leren en met positieve blik vooruit kijken. Voor mij staan ze zelfs symbool voor de Colombianen zelf, want als ik de Colombianen één eigenschap zou moeten toewijzen – om niet te vervallen in stereotypen – is het wel veerkrachtig.

Te mooi om waar te zijn?

Het verhaal van Medellín is een mooi verhaal, misschien te mooi om waar te zijn? Natuurlijk kan je hier kanttekeningen maken, want zijn alle problemen plotsklaps opgelost? Neen.

Er is nog steeds veel armoede en werkloosheid. De huizen hebben dan wel een mooi kleurtje gekregen, maar de woonomstandigheden zijn nog steeds penibel. Veiligheid is nog steeds een issue (hoewel de moordcijfers enorm zijn teruggedrongen). Er is nog steeds sprake van sociale segregatie. En paradoxaal genoeg heeft men door de focus te leggen op de arme buitenwijken, de rijkere stadsdelen verwaarloosd. Tenminste wat betreft een globale visie op de ruimtelijke ordening. Men heeft projectontwikkelaars min of meer carte blanche gegeven in de financiële en commerciële stadsdelen, wat de mobiliteit en de publieke ruimte niet ten goede komt: drukke autowegen en de ruimte volgebouwd met kantoren, winkelcentra en wolkenkrabbers. De weinige publieke ruimte die overblijft, beperkt zich tot luxueuze winkelcentra, waardoor bepaalde bevolkingsgroepen nog steeds uitgesloten blijven tot deze delen van de stad. 

Je kan je ook de vraag stellen met welke financiële middelen alle investeringen zijn gebeurd. Om op zo’n korte tijd zo’n metamorfose te realiseren, is er gigantich veel geld nodig. Wat hebben alle betrokken bedrijven en ondernemers te winnen met hun investeringen? Gaat Medellín ooit de rekening gepresenteerd krijgen? Is er druggeld mee gemoeid? 

De stad die innovatie ademt

De problemen zijn zeker nog niet opgelost, maar er wordt in ieder geval aan gewerkt. En op een bijzondere manier, alleen al doordat men investeert in die buurten die het het meest nodig hebben in plaats van in die buurten die het meeste geld opbrengen, zoals de logica vaak is achter de vele prestigeprojecten in onze steden. Met deze aanpak geeft Medellín vele andere steden het nakijken. Het is niet voor niets dat Medellín in 2012 de prijs voor ‘meest innovatieve stad ter wereld’ won.

Een inspirerend verhaal, dat aantoont dat wanneer de politieke wil er is, de financiële middelen er zijn, er vanuit verschillende disciplines wordt samengewerkt, ondernemers worden aangetrokken, maar vooral ook de buurt betrokken wordt en er wordt ingezet op de ontwikkeling van menselijk kapitaal, et cetera, mooie resultaten mogelijk zijn. Er is weer hoop. Hoop op een betere toekomst.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Rake vragen stellen in Latijns-Amerika

    Miet reist gedurende zes maanden door Colombia, Ecuador, Perú en Bolivia. Als sociaal agoog en rake-vragensteller heeft ze bijzonder oog en oor voor de manier waarop mensen samen-leven.