Boliviaanse staatsmijn, verlieslatend en zwaar vervuilend

‘We kunnen niet meer van de waterbronnen drinken’

© Silke Ronsse

Het mijnbedrijf Huanuni is sinds 2006 opnieuw volledig een staatsmijn van COMIBOL (Boliviaanse Mijnbouw Corporatie).

Het lijkt of de Huanunimijn enkel nog ontgonnen wordt om de 3500-tal mijnwerkers niet op straat te zetten, maar gelijktijdig is de vervuiling zo groot, dat de gemeenschappen rondom de mijn hun inkomsten zien verdwijnen en moeten vertrekken van hun land. Goed voor veel meer dan 3500 mensen die hun job kwijtraken en gedwongen verhuizen naar de stad.

De Huanuni-mijn is veruit de meest vervuilende mijn die ik ooit zag. Iedereen weet het. Niemand ontkent het, ook niet het bedrijf zelf. Het is de grootste staatsmijn van Bolivia. In 2009 werd het rivierbekken doormiddel van het Decreto Supremo 0335 erkend als rampgebied, maar sindsdien is de situatie voor de bewoners nog niets veranderd. Zal Lucianita voor een betere toekomst zorgen?

Van tinbaron tot staatsmijn

De Huanuni-mijn ligt in het gelijknamige stadje, op 50 kilometer van de stad Oruro. Het is voornamelijk een tinmijn, maar ook zilver, zink en lood worden in beperkte mate ontgonnen. De ontginning startte in de 18de eeuw en kwam begin 20ste eeuw in handen van ‘tinbaron’ Simón Iturri Patiño.

De problemen voor de gemeenschappen rivier afwaarts begonnen pas werkelijk na de bouw van het verwerkingsbedrijf Santa Elena, kort voor de nationalisering van de mijn, met de creatie van de Boliviaanse Mijnbouw Corporatie (COMIBOL) als reactie op de revolutie van 1952. Sindsdien wordt sulfaat, kerosine en xanthaat gebruikt voor de extractie van mineraal.

De gemeenschappen geven niet op, want deze verontreiniging beïnvloedt hun enige bron van inkomen.

In 1995 werd de eerste klacht neergelegd door de gemeenschap Kochi Pia Kala (gemeente El Choro) met de vraag naar 1) een opvangbekken voor het mijnafval dat tot op vandaag met de rivier wordt meegevoerd en zo in het Poopómeer terechtkomt; 2) behandeling van het afvalwater vóór lozing; en 3) de sanering van de sterk verontreinigde oevers en de zogenaamde ‘woestijn van Machacamarca’, een enorme dode vlakte.

Vandaag werd opnieuw een klacht neergelegd door de gemeenschap, nog steeds met dezelfde drie eisen. De gemeenschappen geven niet op, want deze verontreiniging beïnvloedt hun enige bron van inkomen, hun volledige leefomgeving en de erfenis van hun grootouders.

© Silke Ronsse

Eén op zeven inwoners van Huanuni werkt in de mijn, van elke familie dus wel iemand rechtstreeks betrokken.

Veel werknemers, maar weinig productie

Ook vanuit het stadje Huanuni zelf komt er tegenkanting, namelijk vanuit de Federatie van Vrouwen van Huanuni. ‘Je stof kruipt in je neus als hun vrachtwagens voorbij komen. Wat belandt er, tijdens het transport alleen al, niet allemaal in de lucht?’, vertelt één van hen, ‘We vragen dat deze vrachtwagens een omweg maken rondom het centrum in plaats de weg pal langs het centrale plein te nemen, maar er wordt niet naar ons geluisterd’.

Deze vrouwen voerden al enkele acties voor betere preventiemaatregelen, maar voelen zich machteloos. Hun echtgenoten werken in de mijn en willen hun job niet graag verliezen. Van elke familie werkt er wel iemand in de mijn.

Er werken momenteel zo’n 3500 mijnwerkers voor het bedrijf. Eigenlijk veel meer dan het bedrijf nodig heeft en dan nuttig is.

Er werken momenteel zo’n 3500 mijnwerkers voor het bedrijf. Eigenlijk veel meer dan het bedrijf nodig heeft en dan nuttig is, maar in 2006 werden een vierduizendtal coöperatieve mijnwerkers in het bedrijf opgenomen om de conflicten te kalmeren. Op die beslissing kan men nu niet zomaar terug komen. Hoewel er van de oorspronkelijke 4800 werknemers al een heel deel vertrokken, blijft het aantal nog steeds te hoog.

Twee maal werd er door de centrale overheid een krediet toegekend aan de mijn om het bedrijf te moderniseren en om de productie te verhogen, in werkelijkheid omdat het bedrijf niet rendabel is. Sommigen stellen zich de vraag of ze effectief de mijn willen overeind houden of stemmen willen winnen voor de volgende verkiezingen.

© Silke Ronsse

Het ertsafval wordt rechtstreeks in de rivier gestort, ook het afvalwater wordt onbehandeld geloosd.

De ‘zwarte slang’

Een man duwt ons een waterstaal in onze handen. ‘Kunnen jullie kijken wat de kwaliteit van dit water is? Dit is water van de grondwaterput waarvan ik en mijn familie drinken.’ Na een eenvoudige controle van het staal zien we dat de pH 3,5 bedraagt. Het water is zuur en bevat vast en zeker een hoge concentratie aan zware metalen. Hoe leg ik dat uit aan die man?

‘Kunnen jullie kijken wat de kwaliteit van dit water is? Dit is water van de grondwaterput waarvan ik en mijn familie drinken.’

Het erts van de Poskoni-berg bestaat voor een groot deel uit sulfietmineralen. Als je deze mineralen op grote schaal in contact brengt met zuurstof en water, genereer je onvermijdelijk zuur drainagewater, zowel in de rivier als in het grondwater. In dat proces komen ook zware metalen vrij.

Daarbij komt dat ook het ertsafval rechtstreeks in de rivier wordt geloosd, vanwaar een kraan het materiaal in de vrachtwagens laadt en naar de ‘relaveros’ brengt. Deze ‘relaveros’ zijn werknemers van de mijn die stroomafwaarts nog een deel van het tin uit het ertsafval halen. Zonder enige afdekking rijden deze vrachtwagens doorheen het centrum van het stadje.

De enorme hoeveelheden ertsafval in de rivier zorgen voor de loodachtige kleur, vandaar is deze ook wel gekend als de ‘zwarte slang’.

© Silke Ronsse

De zwarte slang heeft een zuurtegraad van drie en de concentraties aan cadmium liggen ruim duizend maal boven de toegelaten norm.

Er werden reeds enkele pogingen ondernomen door de regionale overheid om sancties op te leggen aan het mijnbouwbedrijf Huanuni voor hun overduidelijke milieuovertredingen. Deze pogingen werden echter steeds tegenwerkt door de mijnwerkers, maar ook door de centrale overheid die de mijn met man en macht verdedigt.

We ontmoeten enkele dames uit Pacopampa. ‘Ik woon niet graag in de stad, ik voel me er opgesloten. Toch ben ik in de stad komen wonen, voor de gezondheid van mijn kinderen. Ik wil niet dat ze opgroeien in die vervuiling. Ikzelf ga bijna dagelijks naar Pacopampa, naar mijn land.’

‘Toch ben ik in de stad komen wonen, voor de gezondheid van mijn kinderen’

In de gemeenschap hebben ze hun landbouwopbrengst sterk zien dalen. Vaak krijgen ze ook minder betaald voor hun producten, omdat de kopers goed weten dat dit gebied vervuild is. De landbouwers uit de gemeente trachten steeds water van hogerop te halen om de planten te irrigeren. ‘Irrigatie gebeurt enkel met zuiver water’, verzekeren ze ons al weten we zelf maar al te goed dat ook de landbouwgrond hier sterk vervuild is.

Ondanks een kwalitatief goede milieuwet met duidelijke lozingsnormen, blijven deze situaties dagelijkse kost in Bolivia. Dit komt in grote mate door het gebrek aan autoriteit en politieke wil om deze wetgeving na te leven. Het staatsmijnbedrijf COMIBOL geeft alvast niet het goede voorbeeld.

Ecologisch rampgebied

In 2006 werd CORIDUP (Coordinadora en Defensa de la Cuenca del Río Desaguadero, los lagos Uru Uru y Poopó) opgericht om de rechten van de tachtig door mijnbouw getroffen gemeenschappen te vertegenwoordigen.

‘We kunnen niet meer van de waterbronnen drinken, daarom zijn velen geëmigreerd. Voordien woonden in een gemeenschap 150 mensen, op dit moment zijn er dat er nog amper 20 a 30. Omdat er geen water meer is, kan je er niet leven. Het land kan niet meer gebruikt worden om op te zaaien’, vertelt voormalig voorzitter van CORIDUP.

© Silke Ronsse

Het einde van de Huanuni-rivier ligt er rood en dood bij. Ooit was het vruchtbaar land, maar nu noemt het niet voor niets ‘de woestijn van Machacamarca’.

In 2009 slaagden ze er met de hulp van ngo CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) in om het rivierbekken officieel als rampgebied te laten erkennen en daarmee het bedrijf en de overheid te dwingen om een opvangbekken te bouwen voor hun mijnafval dat momenteel rechtstreeks in de rivier wordt geloosd.

Het mijnbedrijf had tot 2011 om dit opvangbekken te bouwen. Inmiddels zijn we 6 jaar verder, maar is de dam nog steeds niet klaar. Op 7 november van dit jaar werd opnieuw een inhuldiging ingepland. We brachten een bezoek en stelden vast dat de dam nog lang niet klaar is.

Als deze uiteindelijk ooit voltooid is, is de levensduur van het opvangbekken hoogstens 20 jaar, daarna heeft het reservoir zijn maximale capaciteit bereikt. Hopelijk beginnen ze dus tijdig opnieuw met de bouw van de volgende dam.

Een betere toekomst met Lucianita en het opvangbekken?

Eens het opvangbekken klaar is, zal ook Lucianita in gebruik genomen worden. Lucianita is een ‘ingenio’ of een verwerkingsplaats voor concentratie van materiaal dat het oude Santa Elena zal vervangen. Santa Elena uit de jaren ’40 had een capaciteit van maximaal 1200 ton erts per dag, terwijl het nieuwe Lucianita wel 3000 ton per dag aankan.

© Silke Ronsse

Het nieuwe Lucianita staat al te pronken met zijn fel blauwe kleur, klaar om in gebruik genomen te worden.

Hopelijk zal deze nieuwe ‘ingenio’ een einde brengen aan de verontreiniging. Voor het zure drainagewater zal er een zuiveringsinstallatie gebouwd worden en het mijnafval wordt veilig gestockeerd in het bekken. Daarmee is helaas de verontreiniging nog niet meteen opgelost. CORIDUP zal nog jaren moeten blijven onderhandelen voor hun derde eis, namelijk de opkuis van het vervuild sediment dat gedurende enkele eeuwen lang geaccumuleerd is.

Naar verluidt ziet een Chinese onderneming wel graten in de ontginning van het sediment in de rivier, voor extractie van metalen. Goed of slecht nieuws, is afwachten tot we de concrete plannen zien.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur