Syrië: een onaanvaardbare humanitaire mislukking

Door dokter Joanne Liu

Terwijl het conflict in Syrië het vijfde jaar ingaat, blijft het oorlogsgeweld blind voor elk onderscheid tussen burgers en strijders. Honderdduizenden mensen lieten het leven en zowat de helft van de bevolking is ergens in Syrië of in één van de buurlanden op de vlucht. Syrische steden worden belegerd en blijven afgesneden van de buitenwereld. De bevolking zit gevangen tussen de frontlijnen die onophoudelijk verschuiven naargelang het regeringsleger en allerhande gewapende oppositietroepen elkaar bevechten.

  • © MSF De luchtaanvallen op Aleppo hebben duizenden doden en gewonden veroorzaakt. Huizen en infrastructuren werden met de grond gelijk gemaakt. © MSF

Duizenden artsen, verpleegkundigen, apothekers en gezondheidswerkers werden vermoord of ontvoerd. Anderen zijn op de vlucht. Het resultaat is een bijzonder nijpend tekort aan medische kennis en ervaring. Terwijl er vóór het conflict naar schatting 2.500 artsen aan het werk waren in Aleppo, de tweede grootste stad van het land, blijven daar vandaag nog slechts een honderdtal van over in de nog operationele ziekenhuizen van de stad.

De Syrische bevolking schreeuwt via de sociale media wanhopig om hulp.

De Syrische bevolking schreeuwt via de sociale media wanhopig om hulp, maar hun noodkreet wordt overstemd door het oorlogsgeweld.

Nu miljoenen mensen hulp nodig hebben, zou Artsen Zonder Grenzen (AZG) het grootste medische programma op touw moeten zetten sinds haar oprichting 44 jaar geleden. Maar waarom gebeurt dat dan niet?

Bij het begin van het conflict leverde AZG geneesmiddelen en materiaal aan het Syrische medisch personeel dat zich over de gewonden ontfermde. We kregen immers geen toelating van de regering om zelf in het land aan de slag te gaan. Na rechtstreekse onderhandelingen met de oppositie, kregen we de toestemming om hulp te bieden in de noordelijk gelegen gebieden in handen van de oppositie. Zo konden we de bevolking via de grens te hulp schieten.

In 2013 leidde AZG zes ziekenhuizen in oppositiegebied. Onze teams stonden er in voor duizenden consultaties, bevallingen en chirurgische ingrepen. Hoewel de onderhandelingen met de vele gewapende troepen moeizaam verliepen, lieten ze toe dat buitenlandse medische teams hun Syrische collega’s kwamen bijstaan. We moesten meermaals onderhandelen met verschillende lokale gezagvoerders, om er zeker van te zijn dat onze aanwezigheid en de veiligheid van onze teams werden gerespecteerd en dat we onze medische activiteiten zonder enige inmenging konden uitvoeren. De groepen wisselden elkaar geregeld af – het Moedjahedien-leger, het Islamitisch Front, Jahbat Al-Nusra, verschillende facties van het Vrij Syrisch Leger en ISIS (Islamitische Staat in Irak en Syrië) – en we moesten telkens opnieuw over de akkoorden onderhandelen.

‘Toch kregen we nooit de kans om rechtstreeks hulp te bieden aan het grootste deel van de Syrische bevolking te midden van het geweld.’

Toch kregen we nooit de kans om rechtstreeks hulp te bieden aan het grootste deel van de Syrische bevolking te midden van het geweld. Het geweld en de onveilige omstandigheden, de aanvallen op medische structuren en medisch personeel, maar ook het uitblijven van toestemming van de regering om in Syrië te werken, bleken de grootste obstakels bij de ontwikkeling van onze medische activiteiten. Maar ondanks die obstakels konden we toen toch meer doen dan vandaag.

Midden 2013, toen ISIS - in 2014 omgedoopt tot IS (Islamitische Staat) - de zones binnenviel waar het grootste deel van de AZG-ziekenhuizen lagen, werden akkoorden gesloten met hun bevelhebbers.

Ze zouden niet tussenkomen in het medisch beheer van de ziekenhuizen en respect tonen voor de medische activiteiten en het verzorgend personeel. Op 2 januari 2014 ontvoerde IS echter 13 AZG-medewerkers. Acht Syriërs onder hen werden enkele uren later weer vrijgelaten. Maar de andere vijf personeelsleden van AZG, allen expats, werden vijf maanden lang gevangen gehouden. De ontvoering leidde tot de vervroegde terugtrekking van onze expatteams en de sluiting van de medische structuren van AZG in de door IS gecontroleerde zones.

Lokale verantwoordelijken van IS vroegen AZG meermaals om haar medische activiteiten te hervatten in de gebieden die ze controleerden. Dat is echter niet aan de orde, aangezien IS onze teams als een doelwit beschouwt en de akkoorden verbrak die eerder werden gesloten. De leiders van IS konden ons niet de nodige garanties bieden over de veiligheid van onze patiënten en medewerkers. AZG runt nog steeds drie ziekenhuizen met de hulp van het Syrische AZG-personeel: één in Atmeh en twee in Aleppo. Daarnaast houdt AZG nog drie structuren open in het noorden van Syrië. Die hulp blijft echter beperkt.

De luchtaanvallen op Aleppo hebben duizenden doden en gewonden veroorzaakt. Huizen en infrastructuren werden met de grond gelijk gemaakt. In het oosten van Aleppo is het vrijwel onmogelijk om toegang te krijgen tot gezondheidszorg, omwille van het tekort aan geneesmiddelen en goed opgeleid medisch personeel. De AZG-teams zagen ook een stijging van het aantal medische complicaties, meer bepaald de obstetrische complicaties, miskramen en premature geboortes. Het is ook moeilijk om postoperatieve zorgen te verlenen, en het gebrek aan antibiotica vertaalt zich in infecties en een stijging van het aantal sterfgevallen onder de geopereerde patiënten.

‘Hoewel we onze directe medische activiteiten in Syrië moesten terugschroeven, konden we steun blijven bieden aan het netwerk van Syrische artsen die zich onafgebroken inzetten voor hun patiënten.’

Hoewel we onze directe medische activiteiten in Syrië moesten terugschroeven, konden we steun blijven bieden aan het netwerk van Syrische artsen die zich onafgebroken inzetten voor hun patiënten. De levering van geneesmiddelen en medisch materiaal is van cruciaal belang voor het Syrische medisch personeel dat in de belegerde zones en conflictgebieden werkt. Het risico dat het materiaal in beslag wordt genomen, of dat medewerkers worden gearresteerd of zelfs vermoord, is echter hoog. Deze steun is duidelijk onvoldoende. Tal van instellingen die we steunen, kampen nog steeds met een personeelstekort of een gebrek aan uitrusting, en zelf kunnen we ook niet rechtstreeks aan de noden tegemoetkomen.

Een medisch verantwoordelijke in een belegerde zone vlak bij Damascus vertelde ons dat in zijn ziekenhuis 128 gewonden werden binnengebracht na een bombardement op een druk bezochte markt. Zijn team kon 60 mensen redden. De overige 68 patiënten stierven. Die dag gebruikte zijn team nagenoeg alle geneesmiddelen en al het medisch materiaal dat nog beschikbaar was.

De teams van AZG werken vandaag in erg complexe oorlogssituaties, in Afghanistan, Zuid-Soedan, Jemen enz. Ik bezocht onlangs een traumacentrum van AZG in het noorden van Afghanistan. Het is een mooi voorbeeld van de hulp die AZG zou moeten kunnen bieden aan de Syrische bevolking.

In het traumacentrum van AZG in de stad Kunduz, in Noord-Afghanistan, liggen gewonde strijders zij aan zij met hun voormalige vijanden of burgers. De Afghaanse collega’s en de expats die in het ziekenhuis werken, worden door de verschillende groeperingen in het betwiste gebied aanvaard. Er werd onderhandeld over de veiligheid en over de neutraliteit van medische activiteiten met alle betrokken en strijdende partijen, inclusief de Afghaanse overheid, de talibanleiding (Islamitisch Emiraat Afghanistan) en de ISAF (International Security Assistance Force) onder leiding van de VS.

Hoewel het onontbeerlijk is om op grote schaal internationale humanitaire hulp te sturen naar Syrië, blijft dat onmogelijk zolang de strijdende partijen weigeren te onderhandelen met de humanitaire organisaties en blind blijven voor het belang van praktische maatregelen om op een efficiënte manier en in alle veiligheid te kunnen werken. Alle betrokkenen bij het conflict moeten humanitaire hulpverleners toegang verlenen tot de burgers, zoals de internationale humanitaire wetgeving voorschrijft.

De Syriërs hebben de afgelopen vier jaar een onvoorstelbare lijdensweg afgelegd. Het tegenhouden van humanitaire hulp draagt sterk bij tot hun wanhoop. De meest elementaire hulp wordt de Syrische bevolking ontzegd, en de internationale gemeenschap kan de blik niet blijven afwenden. We kunnen en we moeten meer doen.

- Dr. Joanne Liu, internationaal voorzitter van Artsen Zonder Grenzen

Meer info: Artsen Zonder Grenzen brengt vandaag wereldwijd 2 rapporten uit over de humanitaire noodsituatie in Aleppo en over Aleppo’s Reality: Daily Life under Barrel Bombs’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur