Midden-oosters kerstverhaal in Brazilië

Al enkele jaren geeft de Braziliaanse ambassade in Libanon humanitaire visa aan Syrische vluchtelingen. Op dit moment zijn er enkel in São Paulo al 20.000 geregistreerde vluchtelingen. Terwijl er volgens sommige bronnen 30.000 niet-geregistreerde te vinden zijn in de stad. In heel Brazilië zou het gaan om honderdduizenden, maar het is moeilijk dit met zekerheid te zeggen.

  • © Nicole Prestes Bashar, Willemjan, en Haim. © Nicole Prestes

São Paulo staat bekend om het huisvesten van de grootste concentratie Syrisch-Libanezen die honderden jaren geleden vluchtten uit het Ottomaanse Rijk.

De economische problemen en legerplicht zouden deze emigratiegolf hebben doen versnellen.

Op dit moment zouden er 13 miljoen mensen uit het Midden-Oosten in Brazilië verblijven.

Deze groep bevindt zich in alle lagen van de bevolking en is verspreid over heel Brazilië. Velen zijn als kleine handelaars begonnen: de zogenaamde mascates’ die hun producten over heel Brazilië verkopen.

Boekenwinkel

Bras is een bekende gekleurde wijk in São Paulo. Hier bezocht ik het museum voor migratie, een klein museum dat toch een zeer complex verhaal moet vertellen aan bezoekers. Ik bleef na het bezoek een beetje op mijn honger zitten dus ik ging op zoek naar een boek over de Syriërs in Brazilië. Het enige kwalitatieve werk dat ik vond was een klein boekje van Oswaldo Truzzi met een beknopte geschiedenis die mijn werk voor MO* over het onderwerp bevestigt.

‘Je moet eens naar boven kijken. Kan je dat lezen?’

Op het einde van het boekje vond ik negen literaire referenties die aangeraden werden. Dus ging ik met een goede Braziliaanse vriendin naar de sebos in Sé, tweedehands boekenwinkeltjes. In de laatste sebo kwam ik een collectie Arabische boeken tegen.

In de boekenwinkel lag het ‘groene boekje’ van Ayatollah Khomeini, een woordenboek Arabisch in de Golf, Een volledig werk van Jamal A. Badawi, Khouri over de geschiedenis van de Sjiieten, veel korans, de biografie van Huis van Saoed, en een paar andere boeken.

Ik was verbaasd dat de boeken hier simpelweg op een hoop lagen. Opvallend ook was de variëteit aan denkers over de Islam. Ik vroeg aan de mevrouw van de afdeling of ze mij een paar korte inhouden kon geven. Ze antwoordde botweg dat deze boeken niet geregistreerd waren.

Nicole, een goede vriendin, besloot dat het tijd was af te rekenen. Ik vroeg de kassier hoe het komt dat ze deze Arabische boeken verkopen. ‘Onze eigenaar is een oude Syrisch-Libanese boekenverkoper, dat zijn nog oude boeken van toen hij in de winkel stond.’

Ze ging verder: ‘Ben jij Moslim? Je moet eens naar boven kijken. Kan je dat lezen?’

Er hing een kalligrafie op in het Arabisch. In mijn taalschool in Rabat heb ik me nooit kalligrafie gelezen dus ik ontcijferde de eerste woorden pas na een tijdje: Maal alNass. Dit betekent zoveel als ‘het geld voor de tekst’. Het moet een kalligrafie zijn die duidelijk maakt dat iedereen moet betalen. Dat deed ik dan ook!

Hoe São Paulo een deel van het Midden-Oosten werd

Op de terugweg, zag ik Bashar en Haim, twee jongens van zestien. Ik was overtuigd dat ze uit het Midden-Oosten kwamen, wat niet altijd eenvoudig op te merken is in de smeltkroes van São Paulo. Op zoek naar een speld in een hooiberg sprak ik hen aan in het Arabisch.

En ja hoor, ze antwoordden in het Arabisch. Bashar en Haim zijn twee vrienden die water uitdelen op straat, net als Ghiath Matar (Kleine Ghandi) uit Daraya, een buitenwijk van Damascus, die in het begin van de revolutie in Syrië dood werd teruggevonden voor de deur van zijn ouders. Hij werd de Mohammed Bouazzi van Damascus.

Religie heeft hij achter zich gelaten, net als de Arabische taal.

Haim woont al acht jaar in Brazilië. Zijn vader kwam hierheen en verloor 13.000 euro door een werkvisum te kopen dat vals bleek te zijn. Hierdoor moest Haim in een kraakpand in ‘independeçia’ gaan wonen. Daar woont hij samen Brazilianen en Syriërs.

Hij zegt dat er daar veel ruzie is tussen Brazilianen en Syriërs. Hij heeft een Joodse naam, maar is geboren in Gaza. Haim betekent leven.

Zijn moeder woont nu in Marokko. Al zijn geld gaat naar haar en hij zou graag binnen enkele maanden teruggaan naar Marokko om bij haar te wonen, maar van zijn vader mag hij niet. Ondertussen heeft hij zich ontpopt tot een echte Braziliaan, hij spreekt lokale dialecten, geeft Braziliaanse knuffels en aan mijn vriendin weet hij te melden dat hij graag meisjes kust. Religie heeft hij achter zich gelaten, net als de Arabische taal.

Bashar daarentegen spreekt perfect Arabisch, was minder open en had het moeilijker met de typisch Braziliaanse knuffels. Bashar leerde Haim kennen in het kraakpand en nu zijn het de beste maten. Hij komt uit Damascus en is hier nu drie maanden. Zijn Portugees is nog niet zo goed, dus was hij blij aan mij een Arabische gesprekspartner te hebben. Hij kreeg op de Braziliaanse Ambassade in Libanon een humanitair visum om naar hier te komen. Maar zijn droom is om naar de VS te gaan, maar hij zit hier vast omdat hij geen geld heeft. Bashar is een Arabische naam die persoon of mens betekent.

De mens van liefde

Bashar en Haim, wat samen dus zoveel betekent als de mens van liefde gaan samen de strijd aan om als mascates een nieuw leven op te bouwen in São Paulo. Beiden hadden nooit gedacht naar Brazilië te gaan, maar het lot bracht hen hier. Het ziet er ook niet naar uit dat ze hier snel gaan vertrekken.

Ik haalde mijn net gekochte litteratuur boven en toonde hen dat hun culturen hier sporen hebben. Nergens ter wereld was de Syrisch-Libanese gemeenschap zo succesvol als in Brazilië. Al is er wel een totaal gebrek aan solidariteit tussen de ondertussen rijke Syrisch-Libanezen en de onlangs aangekomen vluchtelingen.

De dagen erna bleef het verhaal rondspoken in m’n hoofd en besefte ik dat mijn tijd er hier op zit. We dromen allemaal van Amrik, maar het is maar een droom…

Willemjan Vandenplas is fotograaf, bekijk zijn werk op http://www.willemjanvandenplasphotography.com.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift