Troebele tijden in Ouagadougou

De harmattan schraapt door de Sahel. Op sommige dagen zien we in Ouagadougou nauwelijks een hand voor de ogen, zoveel stof hangt er in de lucht. ‘s Avonds zitten onze longen dicht en prikken onze ogen. Het is de ideale metafoor voor de veiligheids- en politieke situatie in het land: troebel, vervelend en bij tijden verontrustend. 

  • © Wouter Elsen Lichtjesketting op Kwame Nkrumah, vorige zaterdag, ter nagedachtenis van de slachtoffers. © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen Herdenking van de slachtoffers van de aanslag van 15 januari. © Wouter Elsen
  • © Wouter Elsen Herdenking van de slachtoffers van de aanslag van 15 januari. © Wouter Elsen

Natuurlijk is de aanslag op het restaurant en het hotel in Ouaga’s Avenue Kwame N’Krumah het werk van jihadisten.

Het is bovendien een feit dat de extremistische islam terrein wint, ook in Burkina Faso. De jihadvolgers mogen een vinkje zetten op voorheen onontgonnen terrein.

Een beetje zonde

En toch. Geen van de drie jongens (snotneuzen, amper twintig jaar) van wie AQIM enkele dagen na de aanslag de foto de wereld in stuurde, kwam uit Burkina Faso. De uitingen van meer radicale islam die ik de voorbije jaren zag groeien, zijn beperkt, weinig opdringerig en zelfs die hebben dat typische Burkinabè kantje: regels en wetten zijn een uitnodiging tot creativiteit, en van een beetje zonde gaat een mens ook niet dood.

Vrouwen in pikzwarte burka’s slalommen op de brommer vrolijk door het verkeer, net als iedereen. De meest gelovige moslim kent de smaak van Brakina en een stukje porc au four gaat er ook altijd in. Eén week na de aanslag noemde de imam van de moskee vlakbij het Splendid Hotel (de moskee overigens waar de aanvallers gingen bidden voor ze dertig medemensen van het leven beroofden) tijdens het druk bijgewoonde vrijdaggebed de jihadisten klaar en duidelijk vijanden van de islam.

De clan Compaore

Ik schreef eerder dat het me niet zou verwonderen mocht blijken dat de dodelijke aanslag van 15 januari eigenlijk een bestelling was van de clan Compaore, die vanuit Ivoorkust nog altijd springlevend blijkt. De gebeurtenissen van de voorbije tien dagen lijken dat jammer genoeg te bevestigen. De lijnen tussen de CDP (de partij van Compaore), de politieke klasse in Ivoorkust, de weerspannige elementen van de RSP (het privéleger van Compaore, dat na de staatsgreep van september 2015 alsnog ontbonden werd) en de gevangeniscellen waar Gilbert Diendéré en Djibril Bassolé tegenwoordig hun dagen slijten, zijn helemaal intact. Ze worden handig bespeeld door mensen die de geopolitieke situatie in West-Afrika, en meer bepaald in Mali, Burkina Faso en Ivoorkust, tot in de puntjes beheersen.

© Wouter Elsen

Herdenking van de slachtoffers van de aanslag van 15 november.

Nostalgie naar de RSP

Tijdens de tien dagen na de aanslag op Capuccino en Splendid leek het in Burkina Faso, en in Ouagadougou in het bijzonder, van kwaad naar erger te gaan. Bijna elke nacht werd er op een markt in telkens een ander stadsdeel een verwoestende brand gesticht. In de vroege ochtend van 22 januari werd in Yimdi, even buiten Ouagadougou, een opslagplaats voor wapens die voorheen aan de RSP toebehoorde, aangevallen. De daders, die volgens officiële bron uiteindelijk maar weinig buit maakten, waren stuk voor stuk voortvluchtige soldaten van de voormalige RSP.

Verschillende kaderleden van de CDP (én een Franse oud-ambassadeur!) uitten openlijk hun nostalgie naar de dagen van dat gehate regiment, en naar hoe het Burkina Faso altijd voor onveiligheid had behoed. Als klap op de vuurpijl waagde Eddie Komboigo, de voorzitter van de CDP die na de staatsgreep het land uit vluchtte, het om terug te keren naar Burkina Faso. Ook hijzelf was ongetwijfeld niet verrast toen hij meteen werd aangehouden op verdenking van medeplichtigheid aan de staatsgreep. Zijn ‘opoffering’ is wellicht een open provocatie: ‘pak ons maar, wij houden nog wel een en ander achter de hand’.

Rebellie in de maak?

Een artikel van het onderzoeksinstituut Iveris maakt gewag van een rebellie, die op initiatief van Guillaume Soro in de maak zou zijn. Tegen de voorzitter van het Ivoriaanse parlement vaardigde Burkina Faso uitgerekend op de dag van de aanslag een internationaal aanhoudingsbevel uit, omwille van de steeds duidelijker aanwijzingen van zijn betrokkenheid bij de staatsgreep van Gilbert Diendéré. Soro is gepokt en gemazeld in dit soort van ondernemingen. Hij leidde eerder – vanuit Burkina Faso en met de steun en zegen van Blaise Compaore – de rebellie tegen Laurent Gbagbo en hij hielp zo uiteindelijk Alassane Ouattara in het zadel in Ivoorkust. Soro kan, net als Blaise Compaore en zijn trouwe medewerkers, bogen op een goedgevuld adresboekje in de wereld van de jihadstrijders en de wapen- en drugssmokkelaars in Mali en de ruimere regio. Hij zou in Mali huurlingen aan het ronselen zijn, en die in Ivoorkust klaarstomen voor de strijd.

Ik kijk naar mijn vriend Hamidou, jonge intellectueel, artiest en zeer geëngageerd lid van de Balai Citoyen, en voor het eerst sinds ik hem ken (en dat is ondertussen bijna drie jaar) zie ik hem teneergeslagen en bitter. ‘Ivoorkust gaat ons lappen wat wij hen indertijd hebben gelapt.’ Ook ik maak me – meer dan tijdens de staatsgreep – zorgen. Het is erg moeilijk om in te schatten hoe sterk de tegenstander is en hun zelfvertrouwen doet griezelen.

© Wouter Elsen

Herdenking van de slachtoffers van de aanslag van 15 november.

Een uitdaging tot moed

De voorbije dagen heb ik meer dan eens gedacht aan het gesprek met minister De Croo tijdens zijn blitzbezoek aan Burkina Faso. Samen met een paar vrienden uit de geëngageerde kunst -en cultuurwereld was ik uitgenodigd om deel te nemen aan zijn rondetafel société civile. Het woord was daar voornamelijk en zeker niet onterecht aan de grote monden van de Balai Citoyen: Smockey en Maître Guy Hervé Kam. Maar toen de vraag kwam wat België dan specifiek kon doen om de société civile in Burkina Faso een hart onder de riem te steken, durfde ook ik: dat als België écht iets wil betekenen, we maar beter onze verantwoordelijkheid kunnen opnemen in de aanpak van de straffeloosheid die het land zevenentwintig jaar lang heeft geregeerd.

Zolang Blaise Compaore rustig met zijn voeten op de bank van een chique villa in Ivoorkust ligt, zolang zijn maatje Alassane Ouattara het internationaal aanhoudingsbevel tegen Blaise naast zich neerlegt, zolang Guillaume Soro zich niet komt verantwoorden, zolang zal Roch brandjes moeten blussen en zijn maatschappijproject in de kast moeten stoppen. Burkina Faso is wellicht meer gebaat bij een moedige stem die aandringt op respect voor de regels van de internationale justitie dan bij de miljoenen van de minister, ook als die stem daarvoor de lieve diplomatische vrede moet schenden en op de zere tenen van grote broer Frankrijk moet trappen.

Strijdbaar en één: il faut terroriser les terroristes

Aan de Burkinabè zelf zal het in elk geval niet gelegen hebben. Hoopgevend is bijvoorbeeld dat de voortvluchtige RSP-ers die betrokken waren bij de aanslag in Yimdi intussen – op één na – zijn gevat. Dat betekent dat de Forces de Défense et de Sécurité (FDS) nog altijd in loyale staat van paraatheid zijn, ondanks de druk van een grondige hervorming.

Naar aanleiding van de officiële huldedag aan de slachtoffers eergisteren, kroop ook president Roch Kabore eindelijk uit zijn schulp van stilzwijgen. Hij sprak weinig verrassende maar niettemin krachtige taal. Burkina Faso en de Burkinabè zullen, met de strijdbaarheid en eenheid over etnische en religieuze grenzen heen die hen eigen is, hun prille democratie verdedigen tegen al wie het daarop gemunt heeft. Later op die dag werd de avondklok, die de voorbije vijf maanden het nachtleven in Ouagadougou aan banden legde, opgeheven. Dat is duidelijk niet meteen omdat de veiligheidssituatie zo gevoelig is verbeterd; in één adem werd de bevolking opgeroepen om nog waakzamer te zijn. Het speelterrein van nachtelijke brandstichters en andere bandieten wordt zonder avondklok hopelijk een flink stuk kleiner.

Op de Facebookpagina van vriend Hamidou zag ik gisteren ook weer de vertrouwde strijdlust: een coole foto met de nieuwste creatie uit de baselinedoos van Smockey: il faut terroriser les terroristes!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.