Terug naar Zuid-Afrika, 22 jaar na de eerste vrije verkiezingen

In 1994 was Hilde Ingels dankzij Broederlijk Delen lid van een internationaal waarnemersteam tijdens de eerste vrije, democratische verkiezingen van Zuid-Afrika. Ze zag Nelson Mandela een toespraak geven voor een dolenthousiaste mensenmassa. Het laat een onuitwisbare indruk achter. Recent keerde ze terug met haar gezin en had er gesprekken over de huidige maatschappelijke realiteit. 

  • @ Hilde Ingels stembiljet bij de eerste vrije democratische verkiezingen in Zuid-Afrika @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels In aanloop naar de eerste vrije verkiezingen in 1994 saboteerden tegenstanders het werk van de waarnemers @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels De cel van Nelson Mandela op Robbeneiland, 2,4 bij 2,1 meter groot. @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Ontmoeting op Robbeneiland met Christo Brand, jarenlang de persoonlijke bewaker van Nelson Mandela en auteur van het boek: Vriendschap in gevangenschap. @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Aankomst op Robbeneiland @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Om de zes maanden trekken de herderjongens in het oosten van Lesotho naar een andere plek waar ze nieuwe hutten bouwen. @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Lesotho hoogste punt @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Hooggebergte Lesotho @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Patrick Dumaza Gxilishe is erg kritisch over het huidige ANC-beleid @ Hilde Ingels
  • @ Hilde Ingels Zuid-Afrika ademt nog volop Mandela, zeker in de township Soweto. @ Hilde Ingels

Wat vooraf ging: April 1994. Na jarenlange rassenscheiding onder het Apartheidsregime kunnen voor het eerst àlle inwoners van Zuid-Afrika hun stem uitbrengen bij de eerste vrije, democratische verkiezingen. Van over de hele wereld zien waarnemers toe op het eerlijke en rechtvaardige verloop van de stembusgang. Dankzij Broederlijk Delen kan ik als 25-jarige - piepjong in dat internationale gezelschap - deel uitmaken van het oecumenische EMPSA-waarnemersteam.

Ik beleef er een maand die, om vele redenen, tot op vandaag een onuitwisbare indruk op me nalaat. In het Orlandostadion in Soweto, waar Nelson Mandela door een dolenthousiaste massa uitbundig bejubeld en bezongen wordt, krijg ik toegang tot het middenplein zodat ik de toekomstige president tijdens zijn speech van dichtbij kan beluisteren. En bewonderen. Zo’n moment vergeet je nooit.

Ook het feit dat ik op de eerste kiesdag een paar keer hoogstpersoonlijk een kruisje zet bij Mandela’s foto op het stembiljet, omdat een slechtziende dame het zelf niet kan of omdat een stokoude man nog nooit een potlood heeft vastgehouden, geeft extra glans aan mijn Zuid-Afrika-ervaring van toen.

@ Hilde Ingels

stembiljet bij de eerste vrije democratische verkiezingen in Zuid-Afrika

Ooit wou ik er dus terug naartoe, met mijn gezin. Om met man en kroost nog meer van ‘s lands geschiedenis, mensen, natuur en rijkdom te ontdekken. Na een intense voorbereiding was het de voorbije kerstvakantie zover. Met onze vier tieners op naar de zomer in Zuid-Afrika!

Dit wordt geen reisverslag. Ik geef enkel wat persoonlijke en erg partiële indrukken weer, 22 jaar later, en hang mijn verhaal op aan vier figuren met wie ik van gedachten wissel over Zuid-Afrika toen en nu: Patrick, Aldo, Manna en Christo.

Acclimatiseren in Soweto

Onze eerste nachten op Zuid-Afrikaanse bodem brengen we door in het charmante en gezellige Lebo’s Backpackers House in Soweto. De Mandelavlag die de in bamboe-uitgebouwde-buitenbar siert, gooit me onmiddellijk terug naar de emotievolle aprilmaand van 1994.

@ Hilde Ingels

Zuid-Afrika ademt nog volop Mandela, zeker in de township Soweto.

Hector Peterson (1963 – 16 June 1976) werd bekend door de iconische foto van de studentenopstand van 1976 in Soweto. 10.000 studenten kwamen er op straat om te protesteren tegen de verplichting om onderwijs in het Afrikaans te volgen in plaats van in het Engels. De 13-jarige Hector Peterson werd doodgeschoten toen de politie het vuur opende op de protesterende studentenmassa. De foto van De stervende Hector, op de armen van de 18-jarige Mbuyisa Makhubo en met naast hem zijn zus, ging de wereld rond en schudde voor het eerst de wereld wakker over de situatie van de Apartheid.Lebo’s huis bevindt zich op een paar kilometer van het Hector-Peterson-monument (zie kader). Vlakbij ligt de meest bekende straat van Soweto, de Vilakazi Street. Het is wereldwijd de enige straat waar twee Nobelprijswinnaars hebben gewoond: Nelson Mandela en Aartsbisschop Desmond Tutu.

Lebo en zijn team gidsen ons met de fiets door deze wijk die doordrenkt is van de geschiedenis, de opstanden tegen de Apartheid en figuren die deze geschiedenis vertegenwoordigen. 22 jaar geleden liepen hier geen toeristen, stonden er geen kraampjes, waren de voetpaden zanderig in plaats van verhard.

Met de herinnering van toen loop ik hier nu rond. Een licht gevoel van heimwee overvalt me.

Patrick, teamleider van Vaal Team 5

Terwijl onze zonen verbroederen met de lokale voetballende jeugd, ontmoeten we Dumaza Patrick Gxilishe. 22 jaar geleden was hij de gids van Vaal Team 5 waartoe ik behoorde. Onder zijn deskundige leiding maakten we, in de aanloop naar de verkiezingen, kennis met de lokale overheden, de politie, scholen, gevangenissen, kerken en met bewoners van steden, dorpen, gehuchten en sloppenwijken. Dat alles in de Vaalregio 50 km onder Johannesburg, in Sharpeville, Rust-ter-Vaal, Sasolburg, Refengkhotso, Kragbron, Roshnee en nog andere plaatsen met tot de verbeelding sprekende namen.

Na die intense en historische weken, zag ik Patrick nog één keer terug in Leuven in 1995 maar sindsdien was het contact verwaterd. Kort voor onze reis onderneem ik een zoveelste poging om met hem in contact te komen. En ja, een van zijn facebookconnecties reageert op mijn oproep en zorgt ervoor dat we elkaar na al die jaren opnieuw ontmoeten.

Het weerzien is hartelijk en voelt onmiddellijk vertrouwd aan. Patrick, de stevige bonk van toen, wordt ondersteund door zijn vrouw en sleept zijn rechterbeen. Zijn rechterhand omknelt een rubberen balletje. De gevolgen van zijn beroerte vorig jaar, laten zich nog zien, maar hij recupereert goed en zijn geest is niet aangetast.

@ Hilde Ingels

Patrick Dumaza Gxilishe is erg kritisch over het huidige ANC-beleid

De corruptie van Zuma en het ANC

Onder de rieten parasol van de bar, zijn de verkiezingen van 1994 het eerste gespreksonderwerp. ‘Wij zijn jullie, waarnemers, tot op vandaag bijzonder dankbaar. Dat jullie het aangedurfd hebben om naar ons land te komen, terwijl het vele geweld Zuid-Afrika op de rand van een burgeroorlog dreigde te brengen. De hele wereld keek toe en buiten alle verwachtingen kenden wij een vreedzame stembusgang.’

Heb ik toen niet beseft hoe gewelddadig de situatie op dat moment was en hoe gespannen de politieke toestand? Of is die beleving na al die jaren wat vervaagd? Ik weet het niet goed.

Dat is het eerste wat Patrick zegt, en ik moet even slikken. Heb ik toen niet beseft hoe gewelddadig de situatie op dat moment was en hoe gespannen de politieke toestand? Of is die beleving na al die jaren wat vervaagd? Ik weet het niet goed.

De verhalen die Patrick ophaalt, staan mij wel nog fris voor ogen. Hoe we op een morgen onze auto willen instappen, maar vaststellen dat de achterwielen die nacht gestolen zijn.

In één beweging inspecteert Patrick de motorkap om te zien of er geen bom onder verstopt zit. Of het voorval van die avond waarop Patrick bewust van de baan gereden werd – een regelrechte aanval. 22 jaar later stelt hij met even grote zekerheid als toen:

‘Dat was het werk van de politie. Sabotage. Een poging om de verkiezingen alsnog te dwarsbomen.’

@ Hilde Ingels

In aanloop naar de eerste vrije verkiezingen in 1994 saboteerden tegenstanders het werk van de waarnemers

Maar hoe vergaat het Zuid-Afrika vandaag, wil ik van hem vernemen. Is er nog rassendiscriminatie?

‘Dat niet zozeer’, stelt Patrick, ‘een groter probleem nu is de klassenscheiding. Sommige zwarten hebben zich verbeterd, hebben een goeie job, een auto, een huis, maar te veel mensen leven nog in grote armoede. Zelfs white poors zijn vandaag geen uitzondering. Een gevolg van de politiek van de positieve discrimatie.’

In de politieke macht heeft Patrick geen goed oog. Huidig president Zuma wàs een goede politicus, zo stelt hij, ook president Mandela was daarvan overtuigd, maar de macht corrumpeerde hem en nu is hij verstrikt in een netwerk van postjes en belangenvermenging.

‘En toch blijven veel mensen op het ANC stemmen, zelfs al hebben ze weet van de corruptie. Ze laten Zuma en het ANC niet vallen. Want, zo redeneren ze, dankzij het ANC hebben we de Apartheid achter ons kunnen laten, dus uit dankbaarheid blijven we hen steunen.’ Patrick geeft ons direct een inkijk in het Zuid-Afrika van nu.

De jeugd is ontevreden, ziet de corruptie bij de ANC-beleidsmensen en wil verandering.

Bij de jongeren ligt het anders. Zij hebben de Apartheid niet gekend, hebben nooit de rassenscheiding aan den lijve ondervonden, kunnen zich niet inbeelden dat je als zwarte niet naast een blanke op de bus mocht zitten. Patrick wijst naar enkele Soweto-jongeren die vlakbij ons met een paar Europese rugzaktoeristen de politiek over de tongen laten gaan. ‘Ze promoten het EFF’, zegt hij. Dat is de Economic Freedom Fighters, een radicale, extreem linkse partij die bij jongeren meer en meer aanhang krijgt.

De jeugd is ontevreden, ziet de corruptie bij de ANC-beleidsmensen en wil verandering. Er is te veel werkloosheid, de huisvesting laat voor veel mensen te wensen over, criminaliteit blijft een groot probleem. Hoewel de radicale EFF-leider, Julius Malema zelf niet geheel onbesproken is, kent de partij in sneltempo een groeiende aanhang.

Herinneringen, visies en dromen passeren de revue. En dan nemen we afscheid. Dankbaar om de ontmoeting. Met zijn vrouw als trouwe chauffeur rijdt Patrick terug naar huis, naar Vereeniging. ‘De volgende keer kom je mee’, zo verzekert Patrick me, ‘dan kun je met eigen ogen zien hoezeer mijn stad veranderd is sinds 1994.’ Beloofd.

Met gids Aldo naar het ingesloten Lesotho

Diep in de Drakensbergen komen we, bij kille temperatuur en in de gietende regen, aan bij de Backpackers Sani Lodge in Underbergen. Dit hostel ontving vorig jaar het zilveren label in de Award for Africa Responsible Tourism in de categorie “armoedereductie”. Gezien het weer besparen we ons een duik in het kleine zwembad. We zijn vooral blij dat we ons in de living aan de open haard kunnen warmen. Sokken en schoenen van backpackers nonchalant bij het vuur uitgestrooid, heroïsche verhalen en gezelschapsspelletjes: onze tieners voelen er zich onmiddellijk thuis.

@ Hilde Ingels

Lesotho hoogste punt

@ Hilde Ingels

Hooggebergte Lesotho

Aldo Berruti, een wat oudere blanke man, is onze deskundige gids voor een dagvullende trip naar het straatarme Lesotho. Met de 4x4 hobbelen en sjokken we over de meer dan kapotte weg naar de Sanipass. Wij fronsen meer dan eens de wenkbrauwen bij het gerammel en heen-en-weer-geschud, maar Aldo is heer en meester over zijn oude Land Rover.

Dat ik in 1994 een maand als waarnemer in Zuid-Afrika was, wekt zijn interesse. Bij de middagstop, op een van de hoogste punten van zuidelijk Afrika (3240m), omringd door bergen zover je maar kan zien, spreekt hij er me over aan.

Hoe het voor mij is om het Zuid-Afrika van nu te zien, in vergelijking met toen. Veel kan ik daar natuurlijk niet over zeggen, we zijn amper een week in het land en hebben nog maar een klein deel gezien. Geen grote theorieën van mijn kant dus, maar wel een opstapje voor hem om een bekentenis te doen: ‘Ja, de Waarheids- en Verzoeningscommissie, wij vroegen ons af waarom dat nodig was. En de vele verhalen van zwarten die mishandeld of vermoord werden: wij waren ervan overtuigd dat dit fel overdreven was en voor een groot deel verzonnen.’

Een korte stilte valt.

‘Maar neen, het was helemaal niet verzonnen. Het was zo veel erger dan wat wij maar konden vermoeden. De Waarheids- en Verzoeningscommissie was écht nodig. Die commissie heeft ons de ogen geopend.’

@ Hilde Ingels

Om de zes maanden trekken de herderjongens in het oosten van Lesotho naar een andere plek waar ze nieuwe hutten bouwen.

Aldo gaat verder: ‘Mijn zoon was negen jaar bij de eerste vrije verkiezingen in 1994. Mijn vrouw en ik namen hem mee naar de stembus. Wij wilden hem met eigen ogen laten zien hoe belangrijk dit moment was voor Zuid-Afrika.’

Naast de leerrijke verhalen over de fauna, flora en de weinige bomen in Lesotho, over de bijzondere geschiedenis van het land, over de Chinezen die vanaf de grens een ware autostrade hebben aangelegd en over de schenking van dekens aan de nomadenbevolking, is het zijn uitspraak over de Waarheids- en Verzoeningscommissie die maakt dat ik Aldo een extra vijfde ster geef naast de vier sterren die de rest van het gezin hem als “supergids” al hadden toebedeeld.

De blik van onze Indische gastheer Manna

Tijdens de tweede week verblijven we in Houtbay, op een half uurtje van Kaapstad. We logeren in het huis van het Indische koppel Manna en Rani, al is enkel Manna die week thuis. Deze joviale gastheer houdt van lange babbels en zet ons zijn visie uiteen op het Zuid-Afrika van vandaag.

Manna en Rani onderhouden goede contacten met zwarten uit de buurt, helpen mensen in nood en engageren zich in de sloppenwijk niet ver van waar ze wonen. Heel hun leven hebben ze voor NGO’s gewerkt, ze zijn dus wel wat gewoon.

Maar Manna is erg kritisch over een deel van de zwarte bevolking. ‘Ze eisen van de overheid dat ze hen geld toestopt, dat ze steun krijgen en onderhouden worden, maar velen weigeren te werken. Dat kan niet. Pas wanneer ze een grotere bereidheid tonen om ook te werken, zal er iets aan hun situatie veranderen. Zomaar krijgen om niets, dat komt niet goed.’

@ Hilde Ingels

Aankomst op Robbeneiland

Mandela’s bewaker

Een bezoek aan Robbeneiland zou een laatste hoogtepunt worden op onze reis in de voetsporen van Mandela. Tickets ruim een half jaar op voorhand geboekt, lichtjes opgewonden en tijdig aan de Mandela-gate bij V&A Waterfront postgevat, tot een bordje ‘We’re sorry’ ons met de beide voeten terug op de grond brengt. Te veel wind, geen overtochten. Daar gaat ons bezoek… Voor mijn man en kinderen valt de ontgoocheling nog te verteren, maar ze beseffen allemaal hoeveel pijn dit voor mij doet.

@ Hilde Ingels

Ontmoeting op Robbeneiland met Christo Brand, jarenlang de persoonlijke bewaker van Nelson Mandela en auteur van het boek: Vriendschap in gevangenschap.

Na een klein dipje plannen we de volgende dag terug te komen. Onze uitstap naar Stellenbosch laten we graag vallen voor misschien maar een waterkans om op Robbeneiland te geraken. Alles is volgeboekt voor de komende dagen, dus zit er niets anders op dan met een blad ‘We’re looking for tickets’ te bedelen.

Het wordt een avontuurlijke en bijzonder spannende onderneming, maar op het eind van de dag hebben we allemaal een bezoek gebracht aan de voormalige gevangenis van Mandela en zijn companen. Weliswaar in drie shifts, maar dat was het minste van onze zorgen.

Robbeneiland. Ik kan als eerste mee met de boot van 9 uur. Bij de rondrit op het eiland zit ik toevallig op de bus die als eerste de cafetaria aandoet voor een korte stop.

Vlak voor het uitstappen vertelt de gids over Christo Brand en dat sommigen misschien zijn boek My Prisoner, My Friend hebben gelezen. ‘Voor de Nederlanders in de bus, u kent het boek misschien: Vriendschap in gevangenschap. Wel, u kan auteur Christo Brand zo dadelijk in de cafetaria ontmoeten. Spreek hem gerust aan, hij zal u graag te woord staan.’

Ik geloof het nauwelijks. De man wiens boek me bijzonder geraakt heeft, die bescheiden bewaker die Mandela jarenlang persoonlijk kende, de auteur die in zijn boek het Jetty 1-museum aan V&A-Waterfront aanbeveelt – en inderdaad, het is een beklijvende plek vanwaar gevangenen vertrokken naar Robbeneiland of waar familie moest wachten voor de overtocht – dé Christo Brand?

Ik las trouwens eerst het boek van Zelda Lagrange Good Morning Mr Mandela, wat me om meerdere redenen minder kon bekoren dan Vriendschap in gevangenschap. Dit laatste boek is een must voor wie meer over Nelson Mandela en zijn gevangenschap te weten wil komen.

Christo Brand dus.

Andere toeristen zijn er nog niet in de cafetaria, dus ik kan vrijuit op de man afstappen. Ik begroet hem vriendelijk, bedank hem voor zijn bijzondere boek en voor zijn hint om het Jetty1-museum te bezoeken en vertel hem iets over mijn verblijf in Zuid-Afrika in 1994. Christo Brand is uiterst hartelijk en nodigt me uit om samen met hem op de foto te gaan.

Al is dit voor hem de zoveelste toerist die hem aanspreekt, toch valt er geen blijk van verveling te bespeuren. Integendeel, zijn interesse is oprecht, zijn toewijding aan de zaak – mensen de geschiedenis van Robbeneiland leren kennen – genereus.

Terwijl de cafetaria intussen volstroomt met de volgende buslading toeristen, neem ik afscheid. Híj zal zich deze ontmoeting vast niet blijven herinneren, maar voor mij is dit een onverwacht aangename verrassing bij een bijna-in-het-water-gevallen-bezoek aan Robbeneiland.

Het is alsof ik nog even een glimp van Nelson Mandela zelf mag opvangen, net als toen in 1994 in het Orlando Stadion. Om voor altijd te koesteren.

@ Hilde Ingels

De cel van Nelson Mandela op Robbeneiland, 2,4 bij 2,1 meter groot.

Naschrift:

Ook na deze reis blijft Zuid-Afrika aan mij ‘kleven’. Blij dat ik ook mijn man en kinderen kon meenemen in een deel van die bijzondere geschiedenis die sinds 1994 mijn leven is binnengekomen. Tegelijk voel ik dat ik nooit die sfeer van toen, de intensiteit, de spanning, de hoop, de blijdschap, de vreugdetranen bij de bevolking, kan doorgeven en overbrengen. April 1994 is en blijft uniek. Maar dec-jan 2016-2017 was een bijzonder vervolg dat ieder van ons gezin op haar of zijn eigen manier verder meedraagt. Hilde Ingels

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift