Bloed, beelden en verwarring in Tunesië

De Nobelprijs voor de Vrede is toegekend aan het Tunesische verzoeningskwartet. Dit terwijl gisteren nog een parlementariër een poging tot moord heeft overleefd en het land pas de noodtoestand heeft opgeheven die werd ingevoerd na de aanslag in juni. Ik kan niet anders dan denken aan de dag waarop ik als fotografe m’n schrijnende foto’s de wereld injoeg.

  • © Leila Khemissi Een enkele bloedplas met een eenzame handdoek naast de trappen van het zwembad. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi BAT (Brigade Anti-Terroriste) snelt naar de aanslagplaats in Port El Kantouai. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Enkele voorbijgangers aanschouwen de legervoertuigen. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Het leger trekt zich terug, hun werk zit erop. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De mensen aanwezig op het strand worden verdreven en komen in mijn richting. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Toeschouwers blijven staan en aanschouwen wat er allemaal gebeurt. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Sommige militairen zijn nog aanwezig om de veiligheid ter plaatse te verzekeren. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Het krioelt van de hulpverleners en politieagenten op de parking van het Riu Imperial hotel. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Agenten van de BAT komen aan in het hotel. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Pompiers wachten op het signaal om de lijken op te bergen. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Nieuwsgierige toeschouwers op de daken aan de ingang van het Riu Imperial Hotel. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi van de slachtoffers van de aanslag ligt nog steeds op de parking van het hotel. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Een politiechef geeft orders. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Een slachtoffer ligt bedekt met een laken op het parking van het hotel Riu Imperial. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Eén van de politiechefs toont zijn ongenoegen en herstelt de orde. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De politie drijft alle toeschouwers en journalisten zo ver mogelijk weg van de schutter Rezgi Seiffedine die nog steeds dood op straat ligt. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Een helikopter draait boven onze hoofden en de strandstoelen liggen er desolaat bij. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Enkele bloedplassen zijn nog te zien na het opbergen van de lijken op de parking. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi President Beji Caïd Essebsi praat mijn zijn eerste minister Habib Essid. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De journalisten worden tegengehouden aan de ingang van de Riu Imperial. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De forensische specialisten komen aan. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi President Beji Caïd Essebsi spreekt de pers toe. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Honderden journalisten willen horen wat de regering te zeggen heeft. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De schutter heeft in de lobby van het hotel ook schade veroorzaakt. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi Men kan de ernst van de situatie zien in de blik van President Beji Caïd Essebsi. © Leila Khemissi
  • © Leila Khemissi De president verlaat het hotel vergezeld door enkele veiligheidsagenten. © Leila Khemissi

Het is alweer een warme zomerdag. Vandaag heb ik niets speciaals gepland en de melk voor de koffie staat op het vuur. Ik groet F., mijn Tunesische vriendin, op Facebook. Ze is praatgierig van nature, maar blijft stil. Onmiddellijk vraag ik wat er aan de hand is. ‘Terroristische aanslag in Port El Kantaoui’ ‘Hotel Imperial Merhaba’ ‘Er zijn doden’. Dat is wat ik zag verschijnen op de chat.

Onmiddellijk kijk ik naar France 24 en zie ik hoe ernstig de situatie is. Enkele seconden later besef ik dat het tijd is mijn camera op te pikken. Port El Kantaoui, een half uur met de taxi.

© Leila Khemissi

Het is bloedheet in de taxi. Normaal maak ik altijd een praatje met de chauffeur, maar vandaag blijft het stil. Het blauwazuur van de zee gaat aan m’n ogen voorbij terwijl ik me afvraag hoe we dit gaan overleven. De toeristische sector in Tunesië heeft sedert de revolutie veel moeite gehad om weer op peil te komen. 45% minder toeristen na de revolutie, 18% minder na de Bardo-aanslag en momenteel is het compleet om zeep.

Plots vertraagt de taxi en we belanden in een file, ik betaal en spring uit de wagen. Snel stap ik richting Imperial Merhaba terwijl de anti-terrorisme brigade voorbij zoeft in pantserwagens. Ik begin te lopen want tijd is cruciaal in de journalistiek. De eerste fotograaf, heeft de beste kans om goed te verkopen.

© Leila Khemissi

‘Er loopt nog één rond, kom met me mee!’

De adrenaline wordt steeds heviger en ik voel me gespannen wanneer de massa mensen die in mijn richting lopen steeds groter wordt. S., mijn vriendin van de fotoclub in Sousse, komt ook op me afgelopen en in volle haast neemt ze plaats in een auto.

‘Snel!’ roept ze. ‘Ze evacueren ons, er loopt nog één rond, kom met me mee!’ Ik voel mijn hart een slag overslaan. Ik neem enkele foto’s en zet mijn weg verder door de compacte massa volk. De zone is niet beveiligd of afgebakend en ik loop gemakkelijk voorbij alle veiligheidsdiensten. Het is bloedheet, de zon staat hoog, ik zweet me te pletter en ik herinner me dat ik geen zonnecrème heb opgedaan.

Op de parking van het hotel krioelt het. Er zijn nauwelijks journalisten, ik ben bij de eersten. Ik kom wantrouwige blikken tegen, naar het strand mag ik niet meer. Ik raad wat ik zie. Op een strandzetel naast een plas bloed ligt een levenloos lichaam onder een wit laken. Een paar meters verder, achter een wagen ligt een ander slachtoffer.

© Leila Khemissi

 

Hulpverleners en politieagenten staan te wachten op een signaal om deze lichamen op te bergen. Een toerist in bikini baant zich een weg tussen de brancards en een verpleger komt haar tegemoet. Ze is kennelijk verward door de chaos om ons heen. Met veel respect bevries ik een aantal beelden op mijn lens en beslis ik naar de straat te gaan om daar een paar foto’s te nemen.

Zodra ik op de hoek van de straat sta, beland ik in een hevige ruzie binnen het politiekorps. Eén van de politiechefs staat te brullen tegen zijn collega’s, een andere geeft strikte orders aan zijn onderdanen. Blijkbaar zijn er teveel ooggetuigen van de warboel die er heerst. Iedereen moet achteruit en ze verbieden ons foto’s te nemen van de scène. De neergeschoten terrorist ligt op vijftig meter afstand en iedereen staat erop te kijken.

© Leila Khemissi

Op het strand zie ik, samen met een collega, een handvol politieagenten, een paar animators en security van het hotel, een schamele afbakening hier en daar, maar geen dode lichamen. ‘Er is hier precies niets gebeurd!’, denk ik snel. Een helikopter draait boven ons hoofd en de zon steekt wanneer T. op me afkomt en vraagt of ik journalist ben, hij heeft iets te vertellen dat heel de wereld moet weten.

‘Het is een schande dat de politie dit alles heeft laten gebeuren!’

Hij vertelt me dat twee agenten in een Zodiac-bootje op het strand waren toegekomen, twee minuten na het begin van de aanslag. Ze waren verlamd van angst en durfden geen stappen ondernemen. Na aandringen heeft, ongelooflijk maar waar, één van de agenten zelfs zijn pistool overhandigd. De werknemers hebben alles in handen genomen en zijn beginnen rennen achter de schutter. ‘Het is een schande dat de politie dit alles heeft laten gebeuren!’ eindigt hij.

Verbluft door wat ik gehoord heb, neem ik afscheid van T. en neem ik een paar foto’s. Er is hier niet veel meer te zien. Weldra zal Beji Caïd Essebsi, de president van Tunesië, met zijn companen de wereld toespreken. Ik voel me opgefokt wanneer ik aan de deur word tegengehouden door de politie, net als een heleboel andere fotografen en cameramannen.

De Minister van Toerisme, Selma Elloumi Rekik, komt aan, gevolgd door de president. De menigte verplaatst zich meteen naar zijn wagen. Ik probeer een plaatsje te veroveren, maar raak gefrustreerd door m’n falen.

© Leila Khemissi

Dreigende mannen met indrukwekkende geweren blokkeren nog steeds de ingang. Eén van hen duwt zijn geweer per ongeluk in mijn rug en maakt een grapje, ik word niet of weinig geïntimideerd. Binnen vind ik een heleboel militairen en evenveel journalisten. De woordvoerder van de Minister van Interne Zaken, Mohamed Al Aroui, is aan het woord.

Ik verlaat de persconferentie en vind de president in een zetel in gesprek met zijn Eerste Minister, Habib Essid. Eén van zijn gorilla’s vraagt me vriendelijk afstand te nemen, want de president voelt zich niet goed. Ik neem toch nog een paar foto’s van de president.

© Leila Khemissi

Het is tijd om een beetje te rusten en mijn telefoon te checken. Ik stel mijn vriend snel gerust en vertel hem mijn ongelooflijk avontuur. Hij zegt niet veel, enkel dat hij ‘blij is voor mij’. Met twee collega’s rij ik naar huis om de foto’s door te sturen naar de persagentschappen. De adrenaline daalt, we drinken iets en roken een sigaret. Het is ramadan, maar ik moet toegeven dat de onmenselijke beelden die we zagen en het werken in de verpletterende Tunesische zon, meer is dan ik aankon. Ik weet dat ik morgen nog een zware dag zal hebben en kruip vroeg in bed.

De volgende dag

Ik keer terug naar het Riu Imperial Hotel en probeer ooggetuigen te vinden van de aanslag, maar iedereen weigert te praten. Zelfs de toegang tot het hotel is volledig afgesloten. Ze zijn allemaal bevangen door een onverklaarbare angst en iedereen is het zwijgen opgelegd.

‘Maar schat, zo jaag je de toeristen weg.’

Toch komt er plots een ooggetuige op me af, ze wil praten over wat zij gezien heeft. Ze geeft me een handgeschreven getuigenis en bevestigt in details wat T., de animator, me de vorige dag al had verklaard. Ze zegt ook dat ze in naam van diegenen praat waarvan de mond is gesnoerd. Snel begrijp ik dat er iets niet pluis is en dank ik haar vriendelijk.

Aan de bar van het hotel ontmoet ik een Brits koppel wienst dochter werd vermoord. Ik bied mijn medeleven aan, maar ze slaan op de vlucht als ze merken dat ik journalist ben. Ik voel me schuldig voor een gebrek aan empathie en bijt op mijn lip terwijl ik hen zie verdwijnen in de tuin. Voor de eerste keer word ik geconfronteerd met directe slachtoffers en voel ik hun verwoestende verdriet in m’n hart.

In de late namiddag keer ik terug naar huis en bekijk ik of ik iets met de getuigenis kan doen. Na veel gebel en geschrijf, wordt de getuigenis overgenomen door een journalist van ‘The Independent’, een Engelse krant. Mijn foto’s worden ondertussen door duizenden websites gekocht via het persagentschap. Ik ben dolgelukkig en zeer tevreden met het voldane werk.

Maar dat was buiten mijn vriend gerekend, die mij met een glimlach aan het werk ziet. Voor mij was dit een uitstekende opportuniteit, voor hem een ware nachtmerrie. Hij verliest zijn job in de toeristische sector en kan niet bij mij terecht voor een luisterend oor. Ik sta te popelen om nog meer foto’s te leveren en hij kijkt me verbaasd aan. ‘Maar schat, zo jaag je de toeristen weg’, zegt hij me. ‘Dit zal zeker de situatie niet redden.’ Ik antwoord hem dat als ik het niet doe, een ander het zal doen. Teleurgesteld laat hij me alleen. Zelf ben ik me totaal niet bewust van de emotionele shock die veel mensen ervaren en mijn vriend neemt het me kwalijk. Na wat geruzie kruip ik in bed.

© Leila Khemissi

Verdriet

Als ik wakker word, is de adrenaline volledig verdwenen. Bij het zien van vele getuigenissen van slachtoffers stroomt een ware bliksemschicht door mijn lichaam en dringt de gebeurtenis compleet tot me door. Mijn God! Een terroristische aanslag in Sousse, veel verdriet net achter de deur. Een paar weken geleden lagen we zelf als toeristen op het strand. Ik heb lijken en bloed gefotografeerd, ik heb naast de president gestaan en mijn foto’s staan overal op het web. Veel mensen zijn hun job kwijt en mijn vriend is ontmoedigd. Ik word bevangen door een onnoemelijk verdriet en de tranen vinden eindelijk hun weg.

Zowel ik als mijn vriend lijken ons bewust dat dit zaakje stinkt en dat we waarschijnlijk nooit zullen weten wie de ware opdrachtgevers zijn van dit bloedbad. Velen hier denken de waarheid te weten en praten over een afrekening binnen de politieke sfeer, andere visionairs praten over een opgezet spel van Amerika en sommigen geloven in de terrorismetheorie.

De Nobelprijs komt goed van pas en kan misschien enige hoop teweegbrengen bij de burger. Maar wat zeker is, is dat Tunesië’s trieste toestand en de pijnlijke zoektocht naar democratie nog veel inkt zal doen vloeien en Jan Modaal hier zal moeten blijven vechten, om te overleven en om de waarheid te horen te krijgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur