Brengt Thaçi, de nieuwe president van Kosovo, eenheid?

Te midden van onrust in de straten van de hoofdstad werd Hashim Thaçi verkozen tot nieuwe president van Kosovo. Het is maar de vraag of deze controversiële keuze de politieke en maatschappelijke crisis zal kunnen bezweren.

  • © Valerie Hopkins Betogers tegen de verkiezing van Thaçi voor het regeringsgebouw in Pristina. © Valerie Hopkins
  • © Valerie Hopkins Traangas in het Kosovaarse parlement. © Valerie Hopkins
  • © Una Hajdari Protestanten bij het communistische monument voor broederschap en eenheid in Pristina. © Una Hajdari

Tijdens een buitengewone zitting verkoos het parlement op vrijdag 26 februari Hashim Thaçi tot nieuwe president van Kosovo. De president wordt niet rechtstreeks maar door het parlement verkozen en bekleedt een eerder ceremoniële functie. Hij wordt verondersteld de eenheid van het land te garanderen. De manier waarop de verkiezing plaatsvond, belooft echter niet veel goeds wat dat betreft.

Het parlement had drie rondes nodig om Thaçi tot president te verkiezen (de eerste twee rondes vereisen een twee derde meerderheid, de derde een gewone). Tevens werd de zitting tot twee keer toe stilgelegd omdat oppositieleden met traangas spoten en werden elf oppositieleden uit het parlement gezet omdat ze de zitting onmogelijk maakten.

Aanhangers van de oppositie kampeerden sinds het begin van de week in tenten voor de regeringsgebouwen uit protest tegen de nakende verkiezing van Thaçi. Op de dag van de verkiezing kwam het tot gevechten tussen de protestanten en de politie en verschillende kantoren van Thaçi’s partij, de PDK, werden beschadigd.

Ondertussen waren ook aanhangers van Thaçi naar Pristina afgezakt, wat sommigen deed vrezen voor gewelddadige confrontaties met aanhangers van de oppositie. Na de verkiezing van Thaçi bouwden zijn aanhangers feest in de straten van de hoofdstad. Tot ernstige rellen kwam het niet.

Een controversiële keuze in een verscheurd politiek klimaat

De verkiezing vond plaats tegen de achtergrond van toenemende politieke tweespalt. Oppositiepartijen verenigen zich sinds september vorig jaar uit kritiek tegen enkele internationale akkoorden die de Kosovaarse regering sloot met Servië en Montenegro. Volgens de oppositie dreigen die akkoorden de soevereiniteit en het functioneren van de Kosovaarse staat zelf in het gedrang te brengen.

Initieel eiste de oppositie dat beide akkoorden werden teruggetrokken. Nu echter worden het ontslag van de regering en nieuwe verkiezingen geëist. Meer dan tegen de controversiële akkoorden, verzet de oppositie zich tegen de vriendjespolitiek en corruptie van de regeringspartijen, die sinds de onafhankelijkheid van Kosovo onafgebroken aan de macht zijn en waarvan Thaçi zowat het exponent is.

De oppositie teert ook op de ontevredenheid bij een groot deel van de bevolking met de hopeloze economische situatie in het land en de blijvende internationale isolatie. Kosovo wordt nog steeds niet erkend als onafhankelijk land door de Europese Unie en haar burgers zijn als enigen in de regio niet vrijgesteld van visumverplichtingen voor de EU.

© Valerie Hopkins

Traangas in het Kosovaarse parlement.

De oppositie boycot het werk van het parlement nu al meer dan een half jaar, vooral door met traangas te spuiten in het parlement. Dit heeft tot allerlei spitsvondigheden geleid, die het tanende vertrouwen in de politiek geen goed doen. Wetten worden in sneltreinvaart door het parlement gejaagd tijdens zittingen zonder oppositieleden in de zijkamers van het parlement of door parlementariërs met gasmaskers.

De oppositie is er in geslaagd om een deel van de bevolking te mobiliseren tijdens enkele grootschalige protestmarsen. Begin januari kwam er onverwacht veel volk op de been en ook op 17 februari, de achtste verjaardag van Kosovo’s onafhankelijkheid, werd er betoogd tegen de regering.

Waarom is de verkiezing van Thaçi zo controversieel?

In de ogen van oppositie en een deel van de bevolking belichaamt Thaçi de immobiliteit, het opportunisme en de vriendjespolitiek die Kosovo sinds het uitroepen van de onafhankelijk in hun greep houden. Thaçi is de voormalige leider van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK). Na het einde van het conflict werd hij de politieke leider van de Democratische Partij van Kosovo (PDK), de dominante politieke partij in Kosovo.

Thaçi was premier bij het uitroepen van de Kosovaarse onafhankelijkheid in 2008. Hij bleef premier tot 2014, behoudens een kort intermezzo. Na de verkiezingen van 2014 sloot hij een deal met de Democratische Liga van Kosovo (LDK), de tweede partij van het land. Het premierschap ging naar Isa Mustafa, de leider van LDK. Thaçi zelf werd Minister van Buitenlandse Zaken en zou later het presidentschap verkrijgen, wat bij deze gebeurd is.

© Una Hajdari

Protestanten bij het communistische monument voor broederschap en eenheid in Pristina.

Thaçi wordt er door een groot deel van de Kosovaarse bevolking van verdacht zijn vertrouwelingen politiek en economisch te hebben bevoordeeld en op sleutelposities te hebben geplaatst tijdens de chaos die volgde na het einde van de Kosovaarse oorlog. Hij zou zich ook bijzonder plooibaar opstellen naar de internationale gemeenschap – waarvan de laatste akkoorden met Servië en Montenegro getuigen – enkel en alleen om internationale steun te vrijwaren en aan de macht te blijven.

Als leider van het Kosovaarse Bevrijdingsleger geniet Thaçi aanhang bij Kosovaarse Albanezen. Hij wordt echter verdacht van oorlogsmisdaden ten tijde van de Kosovaarse oorlog. Vorig jaar stemde de Kosovaarse regering in met de vorming van een Speciaal Gerechtshof dat zich zal buigen over oorlogsmisdaden begaan door het Kosovaarse Bevrijdingsleger en die in een rapport van de Raad van Europa en later de EULEX missie in kaart werden gebracht. Er wordt aangenomen dat ook Thaçi voor dit hof zal moeten verschijnen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Servië & Kosovo

    Pieter Troch studeerde Oost-Europese Talen en Culturen in Gent en behaalde een doctoraat met een historische studie over natievorming in Joegoslavië.