71 jaar op straat kranten verkopen, 5 jaar zoeken naar werk

Als we Hassan aan zijn krantenstand op straat ontmoeten, is zijn gezicht gladgeschoren. Gisteren stond er nog een dikke, spierwitte baard. “Geen zorgen” lacht hij ons opgewekt toe. “Binnen een paar dagen staat hij er al terug.” Hij zelf zit al 71 jaar op dit voetpad met zijn kranten, onverstoord door het helse verkeer dat maar net achter hem voorbijraast. Hij lijkt geluk en rust te putten uit 71 jaar routine. Ook wij hebben geen haast, dus we blijven even hangen voor een babbel. Terwijl hij ons te woord staat, passeren klanten waarvan hij briefjes en muntstukken aanneemt. Na amper vijf minuten heeft Hassan tientallen toehoorders, waaronder Ashraf, een jonge jurist die al 5 jaar werk zoekt.

  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans
  • (c) Xander Stockmans (c) Xander Stockmans

“Mijn naam is Hassan Mohammed Shalabi. Ik groeide op in Mar Girgis, een wijk in Oud Cairo, aan de oudste moskee van de stad. Sinds mijn zesde ben ik krantenverkoper. Elke dag rijd ik mijn motorfiets om 4u ’s ochtends van Torra tot hier, dat is ongeveer 35 minuten rijden. Een bus van de belangrijkste krant al-Ahram brengt kranten tot hier. De andere koop ik zelf op krediet.”

Hassan is geen rijk man, maar we horen hem niet klagen. “Ik heb hier een goed leven en kan voor mezelf zorgen” zegt hij. “Al het geld dat ik verdien, is voor mij. Ik heb immers geen kleinkinderen meer om voor te zorgen en al mijn kinderen zijn getrouwd. Eén zoon is ingenieur, een andere regeringsambtenaar. Nog een andere is in het Verenigd Koninkrijk. Een vrouw heb ik ook niet meer. Ik was getrouwd, maar nu niet meer.”

Dromen

“Als kind had ik veel dromen. Ik wilde een man worden met veel geld. Iemand die niet veel moest werken” zegt Hassan lachend. Zo zijn er wel wat in Egypte, maar Hassan is niet één van hen. Hij denkt aan zijn leven, en dat zijn droom niet helemaal is uitgekomen. Hij nam de job van zijn vader over, dus veel keuze had hij waarschijnlijk niet.

Vandaag heeft Hassan vooral dromen voor anderen: “Ik hoop dat de kinderen van vandaag in het licht kunnen staan, dat ze als goede mensen uit het onderwijs komen. Mijn droom is dat de jeugd van Egypte kan leven zoals in de Verenigde Staten. Mensen krijgen er geld van de regering. En ze voelen zich niet zo verdrukt, ze hebben ruimte om te ademen.”

“Ik zit hier al 71 jaar op dezelfde plek kranten te verkopen. De drukke weg achter me was toen nog een aardeweg. De mensen zijn veranderd. De maatschappij draait nu meer om geld en daardoor zijn veel mensen arm geworden. Gelukkig verdien ik genoeg om te leven.”

Hassan is een oase van stabiliteit in een veranderende wereld. Hij maakte inmiddels twee revoluties mee, maar hijzelf bleef krantenverkoper, op het voetpad in Downtown Cairo. “Ik heb de koning nog gekend” zegt hij trots. “En ik maakte de revolutie van 1952 mee! De revolutie vandaag is totaal anders. In 1952 was er geld aanwezig in Egypte. Voedsel was niet duur. Scholen boden kwaliteitsonderwijs. Kinderen kregen eten op school. Alle presidenten na de revolutie waren goed, en dan kwam Moebarak… Als hij God had gevolgd, zou hij het land nu niet in zulke slechte staat geweest zijn!”

God is vrijheid

Als we Hassan vragen wat vrijheid voor hem betekent, komt God ter sprake. “Opdat mensen vrijheid zouden kennen, moeten ze God kennen. God is het grootste in mijn leven. Zonder God gaat het niet. Maar ik wil niet dat de regering mij zegt dat ik moet bidden, of aan mensen oplegt hoe ze volgens de Islam moeten leven. Dat is mijn vrije keuze. Vrijheid is het belangrijkste voor een mens.”

Miljoenen mensen in Egypte strijden vandaag voor vrijheid. Wat vindt hij daarvan? “De revolutie is goed, maar de mensen moeten geduld hebben. Mensen hebben 30 jaar lang niet betoogd. Ze gingen werken en zwegen. Na de revolutie beginnen ze plots elke vrijdag, maar ze moeten wachten tot er een regering is. Niemand weet wie het land leidt. We willen niet afbreken, maar opbouwen. Dingen die nooit eerder opgebouwd zijn. Maar we moeten eerst weten hoe de nieuwe regering er zal uitzien.”

Hassan kan het zich veroorloven nog een paar jaar te wachten. Hij is een oude man, die rust en geluk heeft gevonden in de routine van zijn job. De jeugd van Egypte is minder geduldig, met reden. Al decennialang kijken zij aan tegen een tekort aan jobs die aansluiten bij hun competenties, een gebrek aan perspectieven, moeilijkheden om een huis te vinden en te trouwen, en aan de andere kant een corrupte elite en een economie die draait op vriendjespolitiek. Deze cocktail doet een collectief gevoel van on-geluk ontploffen in woede en frustratie. Ashraf is daar het levend voorbeeld van.

“Ik wil mijn land dienen, mijn land!”

Ashraf, een jonge jurist van 27, staat al een hele tijd te luisteren naar ons gesprek en tracht ons duidelijk te maken dat hij ook wat te vertellen heeft. “Zo heb je iemand van de oudere én de jongere generatie” zegt hij. “Wij jongeren kijken aan tegen andere obstakels op de weg naar geluk!”

Al gauw begrijpen we waar zijn frustraties vandaan komen. Ashraf is hoogopgeleid, heeft jaren gezwoegd voor zijn rechtendiploma, maar is nu al 6 jaar op zoek naar werk dat aansluit bij zijn studie. Hij woont nog bij zijn ouders en doet hier en daar een kleine job. “In Egypte moet je de juiste connecties hebben. Een goeie job vinden heeft niks te maken met competenties, maar met je netwerk” zegt Ashraf.

“In de faculteit geneeskunde, hier een paar straten verder, houden dokters sinds drie maanden een sit-in. Ze willen werken aan de universiteit. Ze hebben doctoraten, maar werken in de administratie. Ze zullen niet weggaan vooraleer hun eisen vervuld zijn.” Ashraf is zelf geen dokter, maar hun zaak is zijn zaak. “De eerste minister vertelde hun delegatie om binnen 6 maanden terug te komen, na de verkiezingen. Je wordt hier van pier naar pol gestuurd. Mensen hebben lang met zich laten sollen, maar na de revolutie is dat verleden tijd!”

“Aan de universiteit raak je binnen als je vader, andere familie of kennissen er werken. Om rechter te worden: hetzelfde verhaal. Daardoor wordt niet altijd de beste man of vrouw voor de job gekozen, maar gewoon zij die de beste connecties hebben. De wetenschap heeft dit land verlaten. Egyptenaren die hun land kunnen dienen en het met hun kennis kunnen opbouwen, gaan in het buitenland werken.”

De jonge Ashraf wil net zoals de oude Hassan het land opbouwen, maar het zal nog vele jaren duren om het hele systeem om te gooien. Al die jaren zullen getalenteerde jongeren hun ambities in het buitenland willen waarmaken. Denkt Ashraf daar zelf ook aan? “Nee, mijn verlangen om mijn land te dienen, is te groot. Ik wil advocaat worden, de rechten van de mensen verdedigen.” Goed voor Egypte, dat er jongeren zijn die zo koppig zijn als Ashraf.

Ashraf’s ogen

Of Ashraf gelukkig is, lijkt haast een retorische vraag. We lezen het antwoord in zijn ogen. Hij straalt een soort van tristesse uit. “Ik heb nog geen vrouw en ook daar zit de economie voor iets tussen. Ik woon bij mijn ouders. In Egypte zorgt de man voor het appartement. Voor ik kan trouwen, moet ik dus genoeg geld hebben.” Geen werk, geen huis, geen huwelijk. De ketting van geluk zit in Egypte eenvoudig in elkaar.

“De regering is niet geïnteresseerd in onze problemen. Meer nog, het geld van de Egyptenaren wordt gestolen. De economie is immers niet slecht” zegt Ashraf. “Egypte is een land vol potentieel: het Suez-kanaal, grote bedrijven, hoogopgeleide mensen, noem maar op. Egypte heeft alles om een prachtig land te worden. De eerste stap is de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Vandaag is die rampzalig. In één klas zitten 80 leerlingen! 40% van alle Egyptenaren is analfabeet. Er zijn 90 miljoen mensen in Egypte en de bevolking groeit snel aan.”

Ashraf’s ogen zijn het raam naar de ziel van een toegewijd man. Toewijding aan zijn werk, toewijding aan zijn geloof. “Islam kan helpen om het land op te bouwen. De Egyptische wet zegt dat wetgeving de sharia moet respecteren. Als we allemaal volgens de sharia zouden leven, zouden er geen problemen zijn. Want Islam is rechtvaardigheid, toewijding in wat je doet in het leven, ook in je werk.”

De sharia als pad naar rechtvaardigheid

Mijn oren spitsen bij het woord ‘sharia’. Als Europeaan denk ik spontaan aan de harde straffen, zoals afhakken van handen als straf voor diefstal. Hoe kan dit ooit bijdragen aan het opbouwen van een rechtvaardige samenleving? Ashraf benadrukt dat de sharia voor Egyptenaren iets heel anders betekent: “Natuurlijk wil ik niet dat de staat handen afhakt! En dit creëert een slecht beeld van de Islam in het buitenland. Je mag de sharia niet letterlijk nemen! De sharia moet worden aangepast aan onze tijd. In de tijd van de profeet waren die harde straffen nodig omdat er geen efficiënt gevangenissysteem was. Je moest mensen afschrikken om de maatschappij te beschermen tegen diefstal en andere misdadigers. Islam wilde een rechtvaardige samenleving bouwen.”

Ashraf verdedigt de waarden achter de regels in de sharia. Een belangrijke waarde is dat slachtoffers moeten beschermd worden. “Die waarden moeten we overhouden. Islam is rechtvaardigheid. Dat moeten jullie goed begrijpen” drukt hij ons op het hart.

Ik check even of ik het wel goed begrepen heb. Mag de staat mensen straffen als zij de Islam niet volgen? Ik moet mijn zin niet afmaken. “Nee!” schudt Ashraf het hoofd. “Er is geen haat in Islam. Bidden bijvoorbeeld, dat is je eigen beslissing. Islam drukt wijsheid uit. Er zijn hier ook christenen. Ze hebben kerken, wij respecteren de kerken. We zijn allemaal ‘mensen van het boek’.” Het is duidelijk dat hij de Koran gelezen heeft.

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be 

Volg ons op facebook en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur