Assad, Nasrallah en de Palestijnen: niet langer samen naar de vrijheid

2 augustus was Jeruzalem Dag in de Arabische wereld, traditioneel een gelegenheid voor Arabische leiders om hun legitimiteit een nieuwe boost te geven. Ze inspireren de massa met anti-Israëlische retoriek. Dat Hezbollah-leider Hassan Nasrallah van zich zou laten horen, was verwacht. Minder verwacht was zijn sektarisch taalgebruik: ‘Noem ons terroristen, maar wij, de sjiieten, zullen Palestina nooit opgeven.’ Met één vraag trok ik naar de zuid-Libanese stad Saida en wierp ik een blik achter de retoriek over de bevrijding van Jeruzalem en Palestina: ‘Wat denken de Palestijnen daar eigenlijk zélf van?’

Palestina? Vocht Hezbollah niet in Syrië, aan de zijde van het regime? Sommigen zullen het zich ongetwijfeld afvragen. Achter de retoriek over de bevrijding van Palestina zit Hezbollah’s gevecht voor de regionale invloed van Iran, zeggen zij. De retoriek over Hezbollah’s gevecht voor de regionale invloed van Iran leidt de aandacht af van de strijd voor de bevrijding van Palestina, zegt Nasrallah. Wie heeft gelijk? We vragen het aan de Palestijnse vluchtelingen zelf. Voelen zij zich nog wel vertegenwoordigd door Hezbollah, nu Hezbollah openlijk de verdediging van het Assad-regime op zich heeft genomen, een regime dat sommige Palestijnen even hard haten als de Syriërs die ertegen protesteren en vechten?  

Lees ook de andere artikels uit dit dossier via de overzichtspagina of via de icoontjes op onderstaande kaart.

‘Naar de hel met Palestina’

‘Hezbollah blijft toegewijd aan de Palestijnse zaak en wil goede relaties onderhouden met alle Palestijnse facties, ook al zijn we het niet eens over de gebeurtenissen in Syrië en soms in Palestina’, zei Nasrallah.

Relaties met de Palestijnse facties zijn misschien nog mogelijk, nu Hezbollah en Hamas overeenkwamen niet meer overeen te komen, maar relaties met een groot deel van het Palestijnse volk zijn voorgoed verbroken. ‘Als Palestijnen een akkoord sluiten met Israël, dan zeggen wij: naar de hel met die Palestijnen’, lijkt het discours van Hezbollah-aanhangers te zijn. Mohamed Skeireq, Palestijns vluchteling uit Syrië, plaatst daar een verrassend antwoord tegenover: ‘Als het Hezbollah is dat Palestina bevrijdt, dan zeg ik: naar de hel met Palestina.’ Het toont hoe diep de haat al zit, hoe diep de kloof al is tussen Hezbollah en die Palestijnen.

Mohamed verduidelijkt zijn extreme stelling terwijl we na een verfrissende duik in de zee liggen te drogen op het strand van Saida: ‘Als iemand je 1 miljoen dollar geeft en je moeder vermoordt, zal je het geld aannemen? Neen. Palestina is de beloning, maar Syrië is mijn moeder, mijn geboorteland en dat van mijn ouders. Ik houd van Syrië, ook al hebben de Israëli’s mijn grootouders uit Palestina verdreven. Hezbollah helpt Syrië te vernielen om Palestina te bevrijden? Wat een onzin!’

‘Heel Palestina, van de zee tot de rivier, moet terug gegeven worden aan zijn volk. Niemand heeft het recht om één centimeter Palestijns land op te geven’, zei Nasrallah.

Nasrallah’s retoriek lijkt wel een signaal aan de Palestijnse onderhandelaars, die zich onder druk van VS buitenlandminister John Kerry opnieuw aan gesprekken met Israël wagen. Die zullen enkel zin hebben als de VS ook Israël onder druk zetten om verregaande toegevingen aan de Palestijnen te doen. Het ziet er niet naar uit dat de VS dit zullen doen. De extremistische retoriek van Nasrallah zal dus veel bijval blijven krijgen. De nieuwe Iraanse president Rohani verbond zijn bereidheid tot gematigdheid immers aan respect van het Westen. Bedoelde hij met “respect” bijvoorbeeld ernstige onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen, en niet de zoveelste dekmantel voor de verdergaande Israëlische kolonisatie van de bezette gebieden? Zolang dat respect niet komt, zal Iran aan Hezbollah vasthouden en Assad steunen.

Volgens Nasser Hamoud van de anti-Syrische partij Future Movement is de bevrijding van heel Palestina een luchtspiegeling: ‘Iedereen, Hassan Nasrallah inbegrepen, weet dat Israël hier is om te blijven. Zelfs Hamas aanvaardt dat die strijd tot het verleden behoort. De oprichting van Israël was een vergissing, maar het is te laat. Nu moeten we strijden voor de oprichting van een nieuwe staat, de Palestijnse, en voor vrede tussen de twee staten.’

Hazem al-Amin, journalist uit het door Hezbollah gecontroleerde zuiden, gaat nog een stap verder. De bevrijding van Palestina is volgens hem helemaal niet het doel, maar het masker van Hezbollah: ‘De militaire missie van Hezbollah in het zuiden is voorbij. Hezbollah ontwikkelt nu een retorische staat van oorlog met Israël, zoals Syrië dat altijd heeft gedaan om steun te vergaren voor het regime. Hezbollah ondergaat een metamorfose, of beter, een ontmaskering: hun interventie in Syrië toont hen als gewapend instrument van Iran en Syrië in de regionale politiek.’

‘Nasrallah, u hebt Palestina verraden’

Tot drie jaar geleden geloofde Mohamed rotsvast in Hezbollah en het Assad-regime. ‘We plaatsten al onze hoop in hen voor de bevrijding van Palestina. Eindeloze discussies had ik erover met mijn neef, sinds jaar en dag een felle tegenstander van Assad. Maar nu weet ik dat hij gelijk had. Mijn liefde voor Hezbollah is omgeslagen in haat’, zegt hij.

Hasan Illeik, journalist bij de prominente pro-Hezbollah krant al-Akhbar, denkt dat Palestijnen als Mohamed hun respect voor Hezbollah zullen herwinnen wanneer zij op termijn zullen begrijpen dat Hezbollah in hun belang handelt. Waarschijnlijker is dat deze Palestijnen voelen dat ze nu pas begrepen hebben wat er al die jaren is gebeurd.

‘De Syrische revolutie heeft alle maskers doen vallen. Alles bleek één grote leugen’, zegt Mohamed. ‘Op 60 jaar tijd heeft Israël 3000 Palestijnen gedood, Bashar Assad doodde op 3 jaar meer dan 100.000 Syriërs. Doet Bashar Assad 4 miljoen Syriërs vluchten om 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen naar Palestina te laten terugkeren? Moet ik geloven dat zij Palestina gaan bevrijden? Laat me niet lachen. Ik aanvaard niet langer dat zij mijn lijden misbruiken voor hun politieke spelletjes. Het zijn nog altijd mijn grootouders die zijn verdreven, het is mijn thuis die ik heb verloren.’

Wat de ogen van vele Palestijnen in Syrië heeft geopend, is het feit dat het Syrische leger de wapens met veel gemak inzet tegen de eigen bevolking, terwijl het die nooit heeft gebruikt om Palestina te bevrijden of zelfs maar Syrië te verdedigen tegen Israëlische aanvallen. ‘En Nasrallah blijft maar praten alsof hij de leider is van de Palestijnen, maar hij is een Libanese leider en kan niet in naam van de Palestijnen spreken’, zegt Mohamed. Hasan Illeik ziet dat wel even anders: ‘Palestina is van ons allemaal. Hezbollah vecht voor het behoud van hun macht omdat de sjiieten de laatsten zijn die nog vechten voor de bevrijding van Palestina’,

‘Ze doen alsof ik als Palestijn niet zonder hen kan’, zegt Mohamed. ‘Maar als Assad valt is het misschien wel gedaan met Hezbollah, maar niet met het verzet tegen Israël. Een nieuwe president in Syrië zal tegen Israël zijn, én tegen Hezbollah. Nasrallah bezegelde zijn eigen lot door het zo openlijk te verbinden aan dat van Bashar Assad. We gaan naar een nieuw soort verzet tegen Israël. We hebben Hezbollah niet meer nodig, meer nog, we begrijpen nu dat Hezbollah een obstakel is voor de bevrijding van Palestina, een deel van het probleem. De val van het Assad-regime is de eerste stap naar de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.’

Angst doet retoriek verdampen

Misschien leren Mohamed’s ervaringen in Syrië ons meer over zijn politieke standpunten. We praten verder in zijn appartement in de zuidelijke stad Saida, waar hij sinds twee maanden verblijft omdat de huurprijzen hier lager zijn dan in Beirut, waar hij snel werk vond bij een architectenbureau. Hij is op de vlucht voor verplichte legerdienst in Syrië na zijn universiteitsstudies. ‘Ik kon onmogelijk in het Syrische leger gaan nu dat leger ons aanvalt.’ Hij vraagt wie mijn tolk is: ‘Is ze Libanees? Is ze sjiiet?’ Ik merk snel dat het geen racisme, maar angst is. Voortdurend kijkt hij gespannen en wantrouwig om zich heen en spreekt hij met gedempte stem. ‘Ik vrees voor de veiligheid van mijn ouders in Syrië. Hezbollah is overal. Ik kan niemand vertrouwen.’

Mohamed groeide op in een eenvoudig gezin in Jdeided Artous, een kleine volkswijk in Damascus met 15.000 inwoners. De protesten waren er aanvankelijk klein, maar later mobiliseerden ze tot 2000 mensen. Een jaar geleden belandde een raket op de winkel van Mohamed’s vader. Twee maanden geleden werd zijn broer in de schouder geraakt toen hij de auto met benzine vulde.

Ook met de door Ali en Sadeq zo bewonderde shabiha, de militie die het vuile werk voor het Syrische regime opknapt, kwam Mohamed in aanraking. ‘Een jaar geleden, tijdens Ramadan, kwamen ze in een busje met getinte ramen. Ze droegen zonnebrillen en maskers, en hadden lijsten met de namen van mensen die ze moesten doden. Bij de eerste klop op de deur ging een schok door elke vezel van mijn lijf. Langs alle deuren vielen ze ons huis binnen. Zouden we op de lijst staan of niet? Op dat moment dacht ik dat mijn leven voorbij was. Ik stierf vanbinnen. Maar ze bekeken onze identiteitskaarten en zagen dat niemand van ons op een lijst stond. Toch lieten ze geen centimeter van het huis onaangeraakt.’

‘Ik hoorde geschreeuw in het huis van onze bovenburen, Palestijnen. Ik kon geweerschoten horen. We moesten binnenblijven, zonder eten, elektriciteit afgesloten. We hadden geen idee van wat er aan het gebeuren was. Toen de elektriciteit terug kwam, las ik op het internet dat op drie dagen tijd 200 mensen van onze wijk waren vermoord, waaronder vijf van mijn beste vrienden. Drie waren demonstranten, de anderen hielpen gezochte personen ontsnappen.’

Mohamed weet wie de shabiha zijn. ‘Gewone mensen, vooral alawieten van de kustregio bij Latakia en Tartous, en arme bedoeïenen van de woestijn in Deir-az Zor. Het regime betaalt hen een fortuin. Dan doen die arme mensen alles wat je hen vraagt. Ze weten niets van politiek en staan niet stil bij wat ze doen. Ze worden niet gestraft voor de moorden, integendeel, ze worden beloond. Ze kunnen leven omdat ze andere doden. Zo eenvoudig is het.’

Verlangen doet retoriek leven

Mohamed was getuige van de wreedheid en slachtoffer van de onderdrukking. De angst voelde hij door zijn lijf stormen, de retoriek glijdt van hem af. Ahmad daarentegen, is getekend door het leven in Ain el-Helwah (Saida), het grootste en meest miserabele, gemilitariseerde Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon. Hij voelt respect voor Bashar Assad omdat de Palestijnse vluchtelingen in Syrië veel meer rechten hebben dan die in Libanon.

Ik ontmoet Ahmad aan de rand van Ain el-Helwah. Tijdens Ramadan blijven vele mensen thuis en is er in het kamp altijd een drukte van jewelste. Er leven 90.000 mensen op een vierkante kilometer. Maar met het conflict in Syrië komen er ook steeds meer Syrische vluchtelingen bij die hier goedkope huizen vinden. ‘Inderdaad, het kamp huisvest twee vluchtelingenpopulaties’, lacht Ahmad. ‘Daardoor vind ik geen huis in het kamp en buiten het kamp is het voor ons Palestijnen verboden om huizen te kopen. Zonder huis kan ik niet trouwen. Jobs worden ook al schaarser, want die worden ingenomen door de Syrische vluchtelingen, die aan lagere lonen werken. Zij sturen het geld immers naar Syrië en daar is het leven veel goedkoper dan in Libanon.’

Op dit klein, overbevolkt stukje land zijn tientallen gewapende groepen aanwezig. ‘Al die groepen willen Palestina bevrijden, maar allemaal volgen ze een andere weg daar naartoe’, lacht Ahmad. ‘Stel je voor hoeveel wapens er in dit kamp circuleren. Daarom omsingelt het Libanese leger het kamp met controleposten. Meer dan 100.000 mensen leven in een tot de tanden bewapende openluchtgevangenis in het midden van Saida. Criminelen vinden hier een veilige haven als ze het op een akkoordje gooien met één van de milities.’

Ik mag absoluut niet de naam Ahmad Assir laten vallen, de fundamentalistische imam die afgelopen maand na een straatoorlog door het leger en Hezbollah uit zijn moskee werd verdreven. Volgens geruchten hebben ze hem naar Ain el-Helwah laten ontsnappen. Misschien vond hij wel onderdak bij de Palestijnse salafisten van Osbat al-Nour, die in het kamp al oorlogen uitvochten tegen Fatah. Maar dat is een gevaarlijk taboeonderwerp.

Ain el-Helwah is geen plaats van toekomst en leven, maar een permanent oorlogsfront waar inwoners eeuwig wachten op een uitweg, op een toekomst. Op een terugkeer naar Palestina? ‘Je kan Palestijnen niet in Libanese kampen houden terwijl joden uit België in luxewoningen op Palestijns land gaan wonen. Hezbollah blijft vechten tot dit onrecht de wereld uit is’, zei Hasan Illeik.

Geloven de Palestijnen in het kamp dat nog? ‘De strategie van de militieleiders ken ik niet. Wij zijn maar gewone mensen in het kamp’, zegt Ahmad. ‘Maar er zijn hier minstens evenveel Palestijnen die Hezbollah en Assad nog steeds bewonderen, als Palestijnen die Hezbollah haten.’ Even later laat hij, heel voorzichtig, blijken tot welke groep hij zichzelf rekent: ‘Waarom geven de VS wapens aan het Vrije Syrische Leger? Ik vertrouw dat zaakje niet, zeker niet als je ziet dat de VS Israël al jaren vrij spel geven om Palestina te koloniseren. Gerechtigheid is absoluut niet hun eerste bekommernis. Misschien willen ze Bashar Assad doen vallen omdat Assad de Israël’s vijand is en omdat ze Syrië in hun macht willen krijgen. Ik vind het goed dat Hezbollah zijn wapens tegen dat Amerikaanse plan in Syrië inzet’.

De sleutel of het slot?

Mohamed en Ahmad zijn verdeeld in politiek, maar één in dromen. Beiden stelden ze deze vraag: ‘Kan jij me niet helpen om in Europa te geraken?’ Ze denken voortdurend over de ontsnapping uit de gevangenis die Libanon voor hen is geworden, ze dromen over Europa als een stabiele thuis, ze aanbidden alles wat Europees is. ‘In Syrië was ik vluchteling uit Palestina, in Libanon ben ik vluchteling uit Syrië en binnenkort zal ik ergens vluchteling uit Libanon zijn’, lacht Mohamed cynisch. Maar zijn cynisme verbergt een verlangen naar een veilige thuis. Alle hoop om die in de Arabische wereld te vinden, heeft hij opgegeven. ‘Ik kan niet blijven wachten op een vrede die nooit komt. Ik moet mijn talenten als interieurarchitect ontwikkelen. Ik wil een gecultiveerd persoon worden, zoals Europeanen’, zegt Mohamed.

Saida is in ieder geval niet zijn thuis. Tijdens een wandeling door het labyrint van de oude stad is hij net zo verwonderd als wij. En zo graag zou hij ons in zijn appartement laten logeren, maar het is niet zijn thuis. Zijn contract stipuleert dat hij er niemand mag ontvangen. Syrische vluchtelingen halen met één huurcontract tientallen mensen in huis en dat willen Libanese eigenaars nu verhinderen. Zijn buren roddelen over “twee Westerlingen in het huis van die vluchteling”. Mohamed schaamt zich diep dat hij ons de deur moet wijzen, maar hij wil en kan niet in de problemen komen.

Ahmad droomt dan weer van basisrechten: ‘Mijn droom is dat mijn gezin niet moet overleven van de verkoop van metaal dat we op straat verzamelen, dat ik iets kan doen met mijn studies als landmeter, dat ik niet van dag tot dag werkjes moet opknappen om rond te komen, maar dat ik stabiliteit en zekerheid vind.’ Ahmad lacht uitbundig na elke zin, om zijn verdriet te verbergen. Mohamed’s verdriet lees ik in zijn ogen, tijdens een wandeling over de corniche van Saida, kijkend naar de silhouetten van vissers tegen de ondergaande zon, aan de horizon van de Middellandse Zee die hem van Europa scheidt.

Ahmad ziet Hezbollah als de sleutel tot en Mohamed als het slot op Palestina, maar beiden verlangen ze naar een land waar ze een leven kunnen bouwen. Als er iets is dat op Jeruzalem Dag 2013 in de kijker moet worden gezet, is het wel het voortdurende falen van Arabische leiders die de dromen en verlangens van Palestijnen niet beantwoorden, maar ze gebruiken in hun strategische machtsspel.

Pieter Stockmans

Deze artikels zijn de puzzelstukken van een groter onderzoek naar de rol van Hezbollah in de Syrische burgeroorlog, of naar hoe de slapende Libanese burgeroorlog ontwaakt in Syrië. Ze zijn geschreven in een persoonlijke stijl en beschrijven mijn zoektocht. Het zullen soms ook uitgeschreven interviews met politici en deskundigen zijn. De berichten vormen een achtergrond bij de reportage die ik in oktober in MO* Magazine zal publiceren en waarin ik alle puzzelstukken van dit onvoldoende bekend, maar belangrijk land zal samenleggen.

Andere berichten op dit blog: “Tussen vrijheid en geluk”.
Volg ons op Twitter: @VRIJHEIDenGELUK https://twitter.com/VRIJHEIDenGELUK

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur