Een eerste oogcontact met de bruid van Palestina

Ons team staat in dezelfde rij bij de paspoortcontrole in Ben Goerion Airport, Tel Aviv. Niet als team, maar apart. We kunnen zeker niet zeggen dat we aan een journalistiek project werken. Majd meldt zich eerst aan. Het duurt niet lang voor zijn grijze reisdocument wordt afgenomen en hij naar een wachtzaal wordt gestuurd. We hadden verwacht dat de Israëlische grenspolitie hem aan urenlange ondervragingen zou onderwerpen, maar dat gebeurt niet. Na ‘amper’ een uur verschijnt Majd met zijn bagage, reisdocument en een glimlach in de deuren van de inkomhal van de luchthaven. “Oh my god!” roept Pieter, “Majd is er!”

De eerste dag in Jaffa is een unieke ervaring. We werken met regisseur Senne Dehandschutter, wereldberoemd dankzij ‘Climbing Spielberg’, aan een documentaire over de terugkeer van een Palestijn naar het thuisland dat zijn grootouders 63 jaar geleden ontvluchtten. Dat thuisland is Israël geworden. De Palestijn is onze collega Majd Khalifeh. Hij bezoekt het land voor de eerste keer in zijn leven, met een toeristenvisum. We laten dat even bezinken vooraleer we intensief met interviews beginnen.

Voor zover we weten, is dit de eerste keer dat een Palestijn staatloos terugkeert naar zijn thuisland. Ook Majd moest een berg beklimmen om uiteindelijk Israël en Palestina binnen te raken. Majd herinnert zich de lange administratieve en bureaucratische procedure die hij sinds zijn geboorte moest doormaken. Een neutrale interactie met de omgeving is moeilijk onmiddellijk na het eerste contact met het thuisland, daarenboven ook het land dat het Midden-Oosten en heel de wereld krachtig beïnvloedt. 

De toetreding van de staat Palestina tot UNESCO is een duidelijk voorbeeld van hoe het conflict tussen Israël en de Palestijnen stilaan een andere vorm begint aan te nemen. De erkenning verwijst naar Palestina binnen de grenzen van vóór 1967, of de zogenaamde “groene lijn”, en dus niet naar historisch Palestina.

3 dagen werd 63 jaar

Wij beginnen onze reis in de rest van het historische Palestina dat sinds 1948 Israël werd. We projecteren ons in de toekomst, hoe een meer gelijk en rechtvaardig samenleven tussen Joden en Arabieren mogelijk is, maar tegelijk keren we terug in de tijd. We zijn in het land dat Majd’s grootvader moest verlaten, voor een drietal dagen, dacht hij in 1948. Het werd 63 jaar. We zijn in Jaffa.

Majd moet niet lang wachten voor een Palestijn van de Arabische bakkerij Abulafia hem in Israël verwelkomt. “Je bent in Jaffa, in Israël” zegt hij in het Arabisch met een gevoel van trots voor Israël. Joseph, de vader van Majd’s Joodse vriendin Yael Rozanes, zegt dan weer: “Ik ben een Palestijnse Jood en ik wil in één land samenleven met Palestijnse Arabieren, ook al wil ik mijn rechten als Joodse burger van dat land niet verliezen.” 

Aan een kerk ontmoeten we Palestijnse kindjes, christenen. Het is één van de eerste keren dat Majd Arabisch spreekt met Palestijnen in de Joodse staat Israël. Hij voelt een band, een gevoel thuis te zijn bij zijn eigen volk dringt zich op. Dat gevoel zoekt hij ook bij de Joodse Israëli’s die evenzeer een band hebben met dit land, en die hier ook thuis zijn. Misschien kunnen Joden en Arabieren die dit land thuis noemen, daarom elkaar ook beter gaan begrijpen?

Identiteitsaanpassing

Voorlopig is dit een verre droom. Aan het centrale busstation van Tel Aviv houden we een praatje met een groepje mannen op straat. Een Palestijnse taxichauffeur en David, een Joodse man staan samen te kletsen: “We zijn allebei in Jaffa geboren. We zijn goede maten.” Uit de taxi knalt de Egyptische zangeres Um Khoultoum. “Prachtig, vind je niet? Met deze muziek ben ik opgegroeid” roept David uit. We vragen hem of Joodse kinderen vandaag nog opgroeien met Arabische muziek. “Nee. Alles is veranderd. Er is nu veel meer en haat en verdeeldheid.” 

Beide mannen kletsen wat in het Hebreeuws. “Hij spreekt Hebreeuws, zo goed leven we hier samen” zegt David. David zelf spreekt maar een paar woordjes Arabisch.  Voorlopig moeten Arabieren Hebreeuws spreken om te kunnen samenleven met Joden. Mary Copti, Palestijnse lerares in Jaffa, geeft Arabische les aan Joodse Israëli’s. “Wij Arabieren spreken hier allemaal Hebreeuws, maar pas als Joden ook Arabisch spreken, zullen ze ons echt begrijpen” zegt ze. Mary wil ervoor zorgen dat de identiteitsaanpassing niet enkel van Arabisch naar Joods gebeurt, maar ook in de andere richting, van Joods naar Arabisch. 

Identiteitsaanpassing zien we ook in het straatbeeld. Overal in de oude stad van Jaffa zien we projectontwikkeling. We herkennen onmiddellijk het Arabische karakter van Jaffa in de eeuwenoude gebouwen waarin nu steeds meer splinternieuwe joodse bars, cafés, restaurants en winkels gevestigd worden. Maar Jaffa weigert zijn ziel als Palestijnse stad op te geven.

Ajami

In een christelijke wijk in Ajami, een buurt van Jaffa, ontmoeten we Madeleine in de deur van haar huis. Aan de buitenkant ziet het huis er verloederd uit. Binnen is het mooi en verzorgd. “Kijk eens rond je: allemaal nieuwe appartementsgebouwen die buitenlandse Joden hier komen bouwen” zegt Madeleine. “De grond is hier peperduur geworden omdat de locatie prachtig is voor toeristische ontwikkeling. Stilaan wordt de oorspronkelijke Arabische bevolking hier weggeduwd. Kom binnen één jaar eens terug. Dan zal je zien wat ik bedoel. Gelukkig hebben wij ons huis in eigendom.” De meeste Palestijnen in Jaffa zijn niet zo gefortuneerd. Van op de heuvels van een uitgestrekt groen park met zich op de zonsondergang in zee, zien we Ajami en denken we aan het prachtige, tragische lot van de stad.

Aan Yafa Café, een cafeetje dat co-existentie tussen Arabieren en Joden promoot, ontmoeten we oude Palestijnse mannen. Zij verwelkomen ons in Jaffa, maar Majd raden ze af om ooit in Jaffa te komen wonen. “Blijf beter waar je bent! Je zal hier als Palestijn gediscrimineerd worden” zegt Elia. Als Majd vertelt dat hij staatloos is, reageert Elia: “Geen land, geen grond, geen adres…”

“Ik haalde mijn wereld uit elkaar, enkel om hier bij jou te zijn”

In de oude haven van Jaffa, waar het Arabische karakter bijna volledig verdwenen is en de trendy bars hun menukaarten enkel in het Hebreeuws en het Engels opstellen, zien we een regenboog die van tussen de donkere regenwolken en de zon in de zee duikt. Jaffa, de bruid van Palestina, is betoverend. De muren, de minaretten, de winkels, de mensen, de zee en zelfs de wolken. Op een grote muur aan de haven zien we een graffiti-afbeelding van een treurig meisje dat haar hoofd in haar hand vasthoudt en zegt: “I took my world apart just to be here with you”. Een metafoor voor de ontworteling van Majd’s grootouders uit hun thuisland, om uiteindelijk zelf dat thuisland te kunnen omarmen?

We reconstrueren het leven van Majd’s grootouders. In Jaffa zijn we op zoek naar de cinema waar zij elkaar voor het eerst ontmoetten. De grootouders zijn sinds 1948 vluchtelingen in Damascus, Syrië. In Jeruzalem herinneren de Jaffapoort en de Damascuspoort nog aan een ver verleden toen rechtstreeks reizen tussen Jeruzalem, Jaffa en Damascus nog mogelijk was, maar tussen de jonge shisha-rokers in Ajami Café reizen wij via Skype naar Majd’s tante in de Syrische hoofdstad. Zij vertelt dat de grootouders elkaar niet in Jaffa, maar in Akka ontmoetten, een oude Palestijnse stad in het noorden van Israël.

Als toerist of als illegaal naar je land van oorsprong

Majd kan enkel met een toeristenvisum naar zijn land komen. In Ajami Café ontmoeten we Tamin (37), een Palestijn uit Jenin die enkel illegaal naar Jaffa kan komen. Hij werkt in een gezellig restaurant in de oude stad van Jaffa. “Ik reis een hele dag om van Jenin naar Jaffa te gaan, terwijl beide steden op amper een uur van elkaar liggen. Maar Jaffa ligt in Israël en Jenin in de bezette Westelijke Jordaanoever. Ik moet helemaal naar beneden, naar Bethlehem, om illegaal door de afscheidingsmuur Israël binnen te komen. Voor mij is dit een noodzaak: ik heb een gezin te onderhouden, en hier kan ik 3 keer meer verdienen.” 

Zijn droom was te studeren aan de universiteit, maar die moest hij opbergen toen de Palestijnse opstand uitbrak. Nu wil hij die droom realiseren door zijn kinderen te laten studeren. “Dat zou me gelukkig maken, en daarom neem ik al die risico’s” zegt hij.

Die avond ontmoeten we aan Yefet Street een groepje orthodoxe Joden. Ze aanbidden samen de maan. Ik zeg dat we een boek schrijven over vrijheid. “Vrijheid vind je als je God volgt, als je berust in de handleiding voor het leven die hij ons heeft gegeven” zegt Ofer Kadosh. We denken aan vele Tunesische moslims die ons exact hetzelfde antwoord gaven op de vraag wat vrijheid voor hen betekent. Net op dat moment begint de muezzin “Allah Akbar” te reciteren uit de megafoon van de moskee 10 meter verder. 

In het restaurant ontmoeten we de imam van een moskee. Zijn familie viert vandaag de verjaardag van de moeder, toevallig ook de avond van het offerfeest. Maryam, de jongste dochter, draagt voor ons gedichten voor over Palestina. “Maryam gaat naar een Arabische school, maar zelfs daar controleert Israël het curriculum. De kinderen leren niet over hun eigen Arabische cultuur. Daarom sturen we Maryam naar de dans- en dichtschool” zegt moeder Um Mohammed. 

Majd Khalifeh

Pieter Stockmans

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be 

Gelieve ons te verwettigen indien u nog andere Palestijnen kent die als staatloze terugkeerden naar historisch Palestina.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur