Egypte en de grondwet: vooravonden van hoop en wanhoop

11 december 2012. Een wat oudere man vat post voor het paleis van president Morsi. Hij draagt een bord vol slogans tegen de moslimbroeders en het oude regime. De Egyptenaar blijft de hele avond voor de bewaakte poorten van het paleis staan. Alsof hij met zijn standvastig protest wil zeggen dat Morsi in het paleis de macht ‘bezet’. En dan breekt hij spontaan in een tirade uit, met woede en treurnis in zijn ogen.  

‘Ik ben de vader van alle martelaren. Mijn zonen en dochters stierven op Tahrir. Dat had niks met geloof te maken. De moslimbroeders gebruiken het bloed van de martelaren om het land naar hun hand te zetten. Hoe durven ze ons een grondwet van de moslimbroeders opleggen? Dat is Egypte niet. Religie mag niet worden opgelegd in een grondwet. Het is ieders eigen relatie tot God. De moslimbroeders zijn met 5 miljoen, wij met 50 miljoen.’ De oude man roept de ziel uit zijn lijf. 

13 december 2012. Het is een wanhoopskreet, zoals ook de hoop van Diaa Galal twee dagen later op het Tahrirplein. Het is de avond voor de dag van de laatste kans. ‘Ik hoop dat president Morsi morgen de miljoenen zal zien in de straten en zal beseffen dat wij sterker zijn dan zijn moslimbroeders. Het wordt een goeie dag voor de president, om zijn volk te zien.’ Diaa is een student Egyptologie en medewerker bij de overheidskrant al-Ahram. De tegenstanders van de grondwet hadden de volgende dag nog één kans om massaal op straat te komen. Overal staan tenten, het plein is feestelijk bezet door het volk. Maar de gedachte dat Tahrir een karikatuur van zichzelf wordt, kunnen we niet onderdrukken. Diaa hoopt op de grootste demonstratie sinds de revolutie. Het voelt zeker aan als de vooravond van een historische dag, maar dat wordt het niet.




14 december 2012. Er komt geen historische ‘million man march’ van de oppositie. President Morsi zal niet twee keer nadenken, zal niet inzien dat het volk ‘toch sterker is dan de moslimbroeders’. Integendeel, hij voelt zich waarschijnlijk gesterkt. Want in de straten voelen en horen we bij zijn tegenstanders vooral berusting. ‘Het referendum komt er toch, wat kunnen we nu nog doen? Mensen die ertegen zijn, gaan gewoon neen stemmen. Maar nu nog demonstreren? Zinloos’, dat is de houding die ervoor zorgt dat de miljoenen niet de straat opgaan. Duizenden, dat wel.

Bij de medestanders van de president voelen we dan weer positieve energie en geluk. Na de demonstratie van de moslimbroeders, die zij zelf een steunbetuiging noemen, zien we een demonstrant op een voorbijrijdende bus springen en groetend naar zijn achterblijvende vrienden vrolijk “allah akbar” roepen. Alsof hij wilde zeggen: ‘het is binnen, het land is van ons’. 

Het is die angst voor nieuwe dictatoriale elementen waar Egyptenaren erg gevoelig voor zijn, niet zozeer, of niet enkel de angst voor de islamisering van de maatschappij. President Morsi en de moslimbroeders controleren nu al de uitvoerende en wetgevende machten en ook aan onafhankelijkheid van de rechterlijke macht raakte de president al meermaals. De enige plaats waar de democratische ‘checks and balances’ hun werk konden doen was tijdens straatprotesten. Maar de “steunbetuigers” van de president gaan vol vertrouwen naar 15 december. Ze delen nog wat folders en Morsi-badges uit en laden de luidsprekers in een bestelwagen. Afval ligt overal verspreid. De nacht doet zijn intrede.

Van polarisatie en angst, naar vrijheid en geluk

We laten we de hotspots bewust links liggen. Niet om geweld te vermijden, wel om vrijheid en geluk te vinden. Want verdeeldheid heeft niet overal de verbondenheid tussen Egyptenaren verbroken. En Egypte is meer dan de rivaliserende kampen.

We vinden vrijheid in de volkswijk Manshiyet Nasr, de grootste sloppenwijk van Caïro en een thuis voor 4 miljoen mensen. Terwijl elders in Caïro polarisatie en angst hoogtij vieren, en Egyptenaren elkaar met stenen bekogelen, krijgen wij hier verhitte discussies en grappen naar ons hoofd geslingerd. Hier geen angst, maar zelfs geluk om van mening te kunnen verschillen. Na amper een minuut in de waanzinnig chaotische en bruisend exploderende hoofdstraat van deze volkswijk zien we activisten door krakende luidsprekers op een campagnewagen oorverdovend ‘Neen tegen grondwet’ zingen, en mensen poseren met ja-affiches van moslimbroeders. ‘Belicht ook de ja-stemmers, de neen-stem klinkt hier zeker niet het luidst’, roept een snelle voorbijganger in ons oor.

‘Je hebt hier 50/50 voor en tegen, en toch geen geweld’, benadrukt Mustafa Tamam van een hulporganisatie van de wijk. ‘Op pleinen en aan paleizen spelen politici mensen tegen elkaar uit. Hier leven we onder elkaar en is het normaal om van mening te verschillen. Ons volkscomité voert geen campagne voor of tegen, maar wel een informatiecampagne. Mensen helpen hun mening te vormen: dàt is het belangrijkst voor vrijheid.’

Toch schemeren ook hier angsten door in de woorden van mensen. ‘Egypte mag geen Iran worden’, zegt een man met een gele neen-affiche. Het zijn uiteraard niet zomaar meningsverschillen, het gaat identiteit, angst om vrijheid te verliezen, de bedreiging die uitgaat van een dictatuur van de meerderheid. Die angst gaat niet door het verstand, maar door het hart. Mustafa reageert: ‘Je hebt gelijk, maar volgens mij kan Egypte nooit een Iran worden. Als het zou gebeuren, zouden mensen hier in opstand komen. Egyptenaren zijn pragmatisch, niet ideologisch.’

Dialoog en waarheid

Dat willen we horen van een imam. In Zamalek, een beter ontwikkelde buurt in Caïro, lopen we een moskee binnen die verbonden is aan de moslimbroeders. Het is 14 december 2012 en we willen horen of God mee op campagne gaat. Geeft de imam in zijn vrijdagpreek stemadvies mee, om voor de grondwet te stemmen? ‘De media stellen bepaalde dingen verkeerd voor. Je hebt als gelovige de plicht om zelf de waarheid te zoeken’, zegt de imam. Het is duidelijk een politieke preek over het referendum over de grondwet daags nadien, maar we horen hem niet de ja-stem promoten als ja-stem voor het geloof. Na het gebed hebben we een lang en persoonlijk gesprek met imam Rabi’e. Hij blijkt sterk politiek betrokken en was een van imams die doelbewust in religieuze kledij deelnam aan de revolutie op Tahrir in 2011. Dat was geen signaal aan de seculieren, integendeel. ‘Ik wilde daarmee tonen aan de salafisten dat het wél goed was om aan de revolutie deel te nemen. Salafisten hadden dat immers verboden omdat de Koran zou zeggen dat je niet in opstand mag komen.’

Net als Mustafa’s hulporganisaties in Manshiyet Nasr informatie verspreidt om de keuzevrijheid te bevorderen, legt Imam Rabi’e gelovigen niet op wat ze moeten stemmen, maar vindt hij het zijn plicht hen op weg naar de waarheid te helpen. ‘Ik zal gelukkig zijn als Egyptenaren van mening kunnen verschillen zonder geweld. Predikanten op religieuze televisiekanalen zetten kijkers wel aan tot een ja-stem voor de grondwet omdat het hun religieuze plicht is en ze dan in het paradijs zouden komen. Maar ik ben absoluut tegen dat soort dingen.’ De imam zet zijn woorden kracht bij door een zak vol flyers te tonen. Op de voorkant staat de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem, op de achterkant een kleine kalender met een ja-teken. ‘Dit zijn flyers om de ja-stem te promoten, maar ik weiger ze uit te delen. Dat is niet mijn rol.’

Toch vertrekt ook hij niet vanuit een neutraal uitgangspunt. De Freedom and Justice Party van de moslimbroeders kwamen hier, net zoals in vele andere moskeeën, exemplaren van de grondwet verdelen. Imam Rabi’e laat zeker doorschemeren dat het beter is ja te stemmen: ‘Staatsmedia en seculieren berichten vanuit anti-moslimbroeders standpunt. Ze plaatsen angst in de harten door de grondwet selectief te citeren, net zoals ze met de Koran doen. De nieuwe grondwet krijgt een ja, ik voorspel 75%pro. Maar echte verandering zit in hoofd en hart. Egyptenaren maken nog geen onderscheid tussen chaos en vrijheid, ze schatten niet in waar de vrijheid van de andere begint. Geluk is je spiritueel dicht bij God voelen, en materieel is het sociale rechtvaardigheid en kunnen vertrouwen in de overheid.’

Mohamed El Sayed, rechten- en shariastudent aan al-Azhar Universiteit in Caïro, bevordert het vrije denken in dialooggroepen tussen moslimbroeders en salafisten. ‘We leren jongeren niet blindelings leiders te volgen. Enkel God is onfeilbaar, en via redenering moeten we tot de waarheid en tot elkaar komen. Mij kan het niet schelen of iemand voor of tegen de grondwet stemt, wat ik wil weten is de redenering achter de keuze. Zo kunnen we elkaar beter leren begrijpen. Ja, de moslimbroeders geven hun leden instructies om ja te stemmen en dat gaat zo naar miljoenen mensen. Maar dat betekent niet dat loyaliteit aan de moslimbroeders slecht is. We leren jongeren wel goede redenen voor die ja-stem te ontwikkelen.’ Doordat collectief geluk is omgeslagen in angst voor de anderen en de polarisatie piekt vlak voor het referendum over de grondwet, moest Mohamed de dialooggroepen stopzetten.

Die avond, de vooravond van de historische 15 december 2012, lopen veel mensen door de gangen van de metro en de souks in de straten met hun hoofd in flyers, brochures en kranten. We zien veel campagnemateriaal van de partij van de moslimbroeders, maar ook van de oppositie.

Ga hier naar 15 december 2012. 

Pieter Stockmans 

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Volg ons op Twitter: @VRIJHEIDenGELUK https://twitter.com/VRIJHEIDenGELUK

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur