Gevangen tussen jihadisten en leger in Saraqeb, Syrië

Khalid Najar*, een Syrische student in België, stuurt me een paper van journalist Aron Lund, met als titel ‘Syrian Jihadism’. Dat trekt mijn aandacht. Ik begin te lezen en zie dat er al 12 belangrijke jihadistische groepen actief zijn in Syrië. Ik vraag Khalid, op enigszins oneerbiedige manier, uit welk hol die allemaal zijn gekropen. Dan ontspint er zich een interessant gesprek. Khalid is afkomstig uit Saraqeb, één van de dorpen rond het noordelijke Idlib dat het ene bombardement na het andere te verwerken krijgt. Khalid heeft dagelijks contact met familie ter plaatse. Een groot deel van zijn familie vluchtte naar kampen in Turkije en hij verloor vele vrienden en familie. Hij noemt zichzelf revolutionair van het eerste uur. Misschien daarom dat hij in dit gesprek een boekje opendoet over de wandaden van de jihadistische rebellen.

Op mijn vraag antwoordt Khalid kort en duidelijk: ‘Armoede en ongeletterdheid. Dat maakt wanhopige mensen tot een makkelijke prooi voor gewapende groepen. Frustratie. En ze willen allemaal het paradijs verdienen als ze op deze aarde toch geen normaal leven kunnen leiden. De omstandigheden zijn gunstig voor rekrutering door gewapende groepen. Zeker voor de jihadistische ideologie. Hun leiders maken de mensen wijs dat zij op aarde moeten blijven om anderen te helpen in het paradijs te komen. Ik kan zelfs niet met hen in discussie gaan, of ze zouden mijn familie iets kunnen aandoen. Ze probeerden mij ook al te rekruteren toen ik onlangs in Turkije was, maar ik ben niet gehaast om in het paradijs te komen. Ze hebben veel invloed tegenwoordig.  Bovendien zijn zij de enige groepen die geld en steun krijgen.’

Van wie?

Khalid: ‘Ik weet het niet precies, maar vooral van rijke Syriërs die Syrië ontvluchtten in de jaren ’80 en die in de Golf bedrijven opstartten.  Syriërs die de moslimbroeders steunen. Ik vertrouw de islamisten niet, of ze nu in de politiek zitten of in de revolutie. Zij denken dat zij als enigen aan het rechte eind trekken, heel spijtig is dat. Een Taliban-scenario behoort echt tot de mogelijkheden in Syrië. De sterkste groep zou wel eens alle andere, zelfs bondgenoten, uit de weg kunnen ruimen om de macht over te nemen na de val van dictator Assad.’

Is er dan vandaag al één sterkste jihadistische groep? Een groep die ook de seculiere leden van het Vrije Syrische Leger kan verslagen?

Khalid:  ‘Vrienden in Syrië en mijn broer in Saraqeb spreken veel over Jabht Alnosra. Zij zijn sterk en georganiseerd. Een echte burgeroorlog tussen deze groepen en anti-islamistische stromingen binnen het Vrije Syrische Leger is mogelijk, maar ik verwacht eerder een gewapend conflict tussen islamisten onderling. De rest is immers niet sterk genoeg om tegen hen in te gaan. Ik denk niet dat zij in een op voorhand verloren oorlog zullen stappen. Je mag al de jihadistische groepen ook niet op één hoop gooien.’

Kan je iets meer vertellen over wat je hoort van je contacten ter plaatse in Saraqeb?

Khalid: ‘Al het vertrouwde slechte nieuws over de absurditeit van deze oorlog. Saraqeb is dood, een spookstad. Een paar dagen geleden sprak ik mijn vader aan de telefoon. Hij vertelde me dat 90% van de inwoners vluchtte, ook mijn familie. De stad ondergaat al dagenlang bombardementen na een zelfmoordaanslag tegen een controlepost van het leger in de stad. Ook hadden mensen van het Vrije Syrische Leger met geweren naar legerhelikopters geschoten. Daarvoor worden de inwoners nu collectief gestraft. In het bombardement werden al tientallen burgers gedood, veel van hen kende ik persoonlijk.’

Khalid’s vriend, ook afkomstig uit Saraqeb, is vluchteling in België en zag de vernieling van zijn wijk op YouTube. De mensen in de video zijn zijn vrienden, buren, familie. Hij deelde zijn gevoelens en gedachten met ons. Hoe ervaart een Syrische vluchteling de vernieling van zijn stad Saraqeb in noord-Syrië, van achter een computerscherm in België?

‘Sommige mensen denken dat ik gelukkig ben omdat ik ver weg ben van het gevaar. Die mensen wil ik zeggen: jullie hebben het fout. Ik ben ongelukkig omdát ik veilig ben. Gekluisterd aan mijn computerscherm volg ik het nieuws. En zie ik wat er gebeurt met mijn stad. Ik heb familie en vrienden daar. Ik ben bang van mijn telefoon. De beltoon doet mijn maag keren. Ik wil niet dat iemand me vertelt dat ik net mijn familie, mijn vrienden heb verloren. Elke minuut wil ik mijn telefoon dichtgooien. Maar ik kan het niet. Ver van het nieuws blijven zou me niet opluchten. Gisteren was een dag die ik en vele anderen ons hele leven zullen meedragen. Gisteren werd mijn wijk volledig verwoest. Volledig. Alle huizen zijn puin. Mensen hebben het bombardement live gefilmd. Zij riskeren hun leven om die beelden te vereeuwigen. Vliegtuigen vlogen over en dropten zware bommen. De bommen vielen in onze straat. Op mijn scherm zag ik ze vallen. Hoorde ik de explosies. Hoorde ik de mensen schreeuwen. Gewonden werden naar ziekenhuizen in Turkije afgevoerd. Mijn neef hangt daar tussen leven en dood. Ik zie mijn buurvrouw. Ze leeft met haar enige dochter in een klein huis. Een ijzersterke vrouw die al heel haar leven werkt om voor haar dochter een gelukkige toekomst te garanderen. Ze blijven wonen in het puin van het huis. In deze situatie groeit een enorme solidariteit tussen de mensen van de wijk. Plots dacht ik mijn eigen moeder in de video te zien. Ik ben hier, ver van de explosies. Maar ik voel de angst van de bommen en het geluid van de explosies. De bommen verwoestten onze wijk. De bommen verwoestten onze dromen. De bommen verwoestten onze jeugdherinneringen. Met de huizen verdwenen onze dromen en jeugdherinneringen onder het puin. Als mensen me zeggen “wees gelukkig dat je hier bent, veilig en ver van wat daar gebeurt”. Voel ik woede in me opwellen. Want de angst voel ik dubbel. Omdat ik veilig en ver weg ben.’

Hij schreef ook het volgende over zijn nu totaal vernielde straat: ‘Deze straat is mijn thuis, mijn kindertijd, 22 jaar van mijn leven. Ik speelde voor het huis met kinderen van de buren. Ik dronk er thee met vrienden in de avondschemering. Dat zijn nu enkel nog herinneringen. Net als de bomen. Elke ochtend ging ik kijken of ze al waren gegroeid. De bomen groeiden op met mij. Ik heb ze onderhouden als mijn eigen kinderen. Ik mis ze. Ik mis al mijn buren. Ik mis de woorden “goeiemorgen buurman, hoe gaat het?” Alles in deze foto is veranderd. In het huis aan de linkerkant executeerde het leger een van de rebellen waarna ze het in brand staken. En dan vielen de bommen. De stilte van de straat veranderde in angst en terreur. Achter elke steen schuilde ooit een verhaal. Achter elke steen schuilt nu een traan. Je eigen huis hebben is de grote droom in Syrië. Maar de grote droom is nu overleven en je familie niet verliezen. We willen geen huizen meer. We willen simpelweg blijven leven. De buren zijn gevlucht. De ziel is vertrokken. Deze foto nam ik twee jaar geleden. Zal ik hier ooit naar terugkeren? Zal ik ooit nog thee drinken voor mijn huis, onder de bomen, met de vrienden en herinneringen die nog leven?’

Wie was verantwoordelijk voor de zelfmoordaanslag? Het Vrije Syrische Leger?

Khalid: ‘Wel, in realiteit is het Vrije Syrische Leger een illusie. Er is het Syrische Leger aan een kant en tientallen kleine groepen aan de andere. Maar meer en meer groepen gaan in elkaar op, vooral de zwakke groepen in de sterkere. Zo zullen deze sterke groepen ook meer wapens en steun kunnen vergaren. Over de zelfmoordaanslag: het verhaal doet de ronde dat het een Algerijn was, maar dat kan ik niet bevestigen.’

Wat gebeurde er met de vreedzame activisten?

Khalid: ‘Op de vlucht gedreven of gedood door Assad of naar de achtergrond geduwd door de gewapende groepen. Niemand weet waar Syrië op afstevent.’

Zouden de gewapende groepen zo sterk kunnen worden dat ze ook meer en meer de Syrische bevolking gaan controleren en niet enkel het regime bevechten?

Khalid: ‘Dat doen ze al. Ik moet eerlijk zijn. Dit kwetst me, want ik ben zelf revolutionair van het eerste uur. Maar wat zich nu afspeelt in Syrië, is triest.’

Wat doen de gewapende groepen dan?

Khalid: ‘Ze vermoordden mensen zonder enig recht. Ze denken dat zij het recht in eigen handen mogen nemen, dat zij nu mensen mogen terechtstellen. De vader van een vriend werd samen met zijn zoon geëxecuteerd omdat hij werd beschuldigd van collaboratie met het regime. Ze vermoordden ook vrouwen die ze beschuldigden van collaboratie. Zij beslissen in naam van een hele stad of dorp. Maar ook het regime… Een vriend werd doodgeschoten door een sluipschutter van Assad. Hij was gewoon op weg naar huis. Doodgeschoten, zomaar. Hij liet kleine kinderen achter. Hij was een simpele boer die zelfs nog nooit in Damascus was geweest, die niet eens weet wat revolutie, democratie of civiele maatschappij betekent. Zie je hoe absurd deze oorlog is geworden?’

Gewone mensen zijn tussen twee vuren beland.

Khalid: ‘Inderdaad. In Turkije ontmoette ik een vriend. Hij was in het leger, maar deserteerde. Toch weigerde hij bij het Vrije Syrische Leger te gaan omdat hij niet wil moorden. Hij vertelde me dat sluipschutters van het regime op hen schoten van in het begin van de revolutie. Een andere jongen vertelde me dat het Syrische leger steden willekeurig bombardeerde vanuit hun legerbasis, van zodra de soldaten onder vuur kwamen.’

Denk je dat het Syrische leger willekeurig bombardeert omdat het echt burgers wil doden?

Khalid: ‘Niet omdat ze per se burgers willen doden, eerder omdat ze mensen angst willen aanjagen en het hen gewoon niets kan schelen of er nu burgers sterven of niet. Ze denken dat ze de revolutie kunnen stoppen door mensen te doden. Maar ik denk niet dat ze op een georganiseerde manier intentioneel en campagnematig burgers doden.’

Wat dan met de shabiha, de gewapende bendes van Assad die dorpen en steden intrekken om mensen te vermoorden in hun huizen? Bijvoorbeeld in Houla.

Khalid: ‘Wat in Houla gebeurde, was zeker een slachting door het regime. Maar ik geloof niet alle verhalen die verteld worden. Ik belde een vriend, een alawiet uit één van de omringende dorpen rond Houla. Hij woont in de Verenigde Arabische Emiraten. Ik vroeg hem of hij iets gehoord had van zijn familie. Hij zei dat er vele verschillende versies de ronde doen. Het is echt moeilijk om achter de waarheid te komen.’

Heb je het terreinonderzoek van Duitse journalisten van Der Spiegel gelezen? Zij reconstrueerden wat er gebeurde aan de hand van verschillende getuigenissen van dorpelingen.

Khalid: ‘Ja, ik heb het gelezen. Weet je, het is heel belangrijk te beseffen dat 90% van de oorlog zich afspeelt in de media. Om de oorlog te winnen, moet je de mediaoorlog winnen. En ook in die mediaoorlog speelt moraal, of de waarheid geen enkele rol. De rebellen en het regime knoeien allebei op exact dezelfde manier met de feiten. Tijdens de aanval op Saraqeb praatte ik regelmatig via Skype met activisten daar. Zij spelen informatie door aan de media over wat er op het terrein gebeurt. Ik hoorde één van hen zeggen “eindelijk hebben we haar uitgeschakeld”. Ik vroeg wie. Hij antwoordde: “Samira. Zij was een heel slechte collaborator. We hadden haar nochtans meermaals gewaarschuwd.” Ik was gechoqueerd. Dat zijn dus “revolutionairen”. Ze hebben haar naam toegevoegd aan de lijst van slachtoffers door het regime. Dat zijn de lijsten die ze aan de media geven. Met dit verhaal kan ik dus in de problemen komen, want de misdaden van de rebellen mogen het daglicht niet zien. Sinds dat gesprek via Skype heb ik mijn vertrouwen verloren in die mensen. Ik opende mijn ogen en begreep dat ik zelf op zoek moest gaan naar de waarheid.’

Maar wie vertrouw je dan nog wel? Zijn er in Syrië nog mensen die volgens jou de echte revolutie organiseren, mensen waarin je nog gelooft?

Khalid: ‘Ik vertrouw enkel de mensen die tegen elk geweld zijn en weigeren de wapens op te nemen. Mensen met een plan en een droom voor een beter Syrië voor alle Syriërs. Mensen die het verleden niet willen terugbrengen, maar die durven nadenken en plannen over de toekomst. Want er is voor Syrië geen toekomst zolang Syriërs in het verleden blijven leven.

Pieter Stockmans

* Dit is een fictieve naam om de veiligheid van de betrokkene te garanderen.

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur