Lampedusa: Omertà of Libertà?

Italië wil een absolute omertà rond het eiland en de vrijheidszoekers van de andere kant van de Middellandse Zee. Nog voor de installering van een democratisch verkozen regering in Libië tekende Italië een akkoord met Libische Nationale Overgangsraad, net zoals ze dat deden met Qadhafi. Migranten en vluchtelingen onderschept op zee worden opnieuw onmiddellijk naar Libië teruggebracht zonder hun nood aan bescherming te onderzoeken. De VN vluchtelingenorganisatie UNHCR veroordeelt deze illegale ‘push-backs’. Met Tunesië bestond al een akkoord over onmiddellijke repatriëringen. Deze akkoorden zijn de laatste in een reeks pogingen van de Italiaanse regering om migranten en vluchtelingen uit Afrika tegen te houden. Activisten Giacomo en Annalisa, geboren en getogen Lampedusanen, plaatsen alles in een historisch perspectief. Hun strijd: van omertá naar libertá.

Artiest Giacomo Sferlazzo en pizzeria-eigenares Annalisa D’Ancona dompelden ons onder in het tragische lot van het prachtige Italiaanse eiland Lampedusa. Lampedusa is een klein dorp waar het leven rustig voortkabbelt, een mix van culturen op het kruispunt tussen Noord, Zuid, West en Oost in de Middellandse Zee. “En toch had ik tot mijn vijftiende geen enkel contact met de honderdduizenden vluchtelingen en migranten die regelmatig in vissersbootjes op ons eiland toekomen” zegt Annalisa. “Ik had er enkel over gehoord. De eilandbewoners noemen hen ‘Turchi’, een verzamelwoord voor iedereen met een donkere huid. Maar het is niet racistisch bedoeld.”

“Ik groeide op in Lampedusa. Sinds 4 jaar heb ik een eigen zaak, pizzeria Ciccio’s. Lampedusa zit in mijn hart. Ik zou het nooit kunnen inruilen voor een andere plaats. Het is als een eiland in de lucht, een plaats waar je je identiteit verliest, waar je loskomt van de cultuur waartoe je behoort” zegt Annalisa. Giacomo werkt aan een tentoonstelling van voorwerpen die hij vond op de afvalberg waar de migrantenbootjes worden gedumpt, stuk voor stuk levensverhalen. Hij wil ermee naar Kasserine, Tunesië.

Het kantoortje van Askavusa, de organisatie waarvoor Annalisa (31) en Giacomo (30) actief zijn, is een gewoon huis in de rij, twee straten achter de kerk. Op de muur staat in grote blauwe letters ‘Freedom’ en de graffiti-afbeelding van een Siciliaan vermoord door de maffia. Binnen is het chaotisch en gezellig. De deur van het huis staat de hele dag open. Na amper een dag lopen we net zoals de anderen binnen en buiten. In het inkomhalletje zien we een collectie van voorwerpen: schoenen, kleren, Arabische boeken, wrakhout van vissersboten,…  

In de woonkamer zijn de muren bedekt met boeken, activistische posters, Arabische teksten, “tutti/e liberi/e”,… Enkel een printer en een laptop doen de kamer lijken op een kantoor. We voelen ons snel thuis in de gemoedelijke sfeer. Hier vinden gelijkgestemde, alternatieve, intellectuele jongeren geborgenheid bij elkaar. Of geluk te midden van een situatie die hen ongelukkig maakt en zichtbaar op hun gemoed weegt. Hun mondiaal bewustzijn is opmerkelijk voor een geïsoleerd eiland met amper 5000 inwoners. 

Maar het gezelschap is pas compleet als ook Giovanni en Pasquale toekomen, twee oudere mannen, een kok en een visser. Pasquale is het archetype van de oude kapitein met de baard en de pet. “Genoeg gevist” zei hij. Vandaag slijt hij zijn dagen bij deze jongeren en beleeft hij een tweede jeugd. Wanneer hij de gitaar opneemt en treurige tokkels begint te spelen, voelen we de ziel van de visser die zijn leven op zee doorbracht. 

Een absolute omerta

Giacomo was al 13 toen hij in 1994 voor het eerst hoorde van bootjes met migranten die in Lampedusa toekwamen. “Ik weet nog hoe Tunesiërs en Egyptenaren me vroegen waar het treinstation was. Zij hadden geen enkel idee waar ze waren aangekomen, een eiland ver van het Italiaanse vasteland, zonder treinstation” zegt hij. Zoals vele Lampedusanen wist Giacomo toen nog niet waarom de migranten met kleine bootjes aankwamen en niet gewoon veilig met het vliegtuig. In die tijd waren het nog kleine groepen vluchtelingen en migranten, een paar boten om de 4 maanden. Vanaf het einde van de jaren ’90 – Annalisa en Giacomo waren toen 20 jaar oud – kwamen er steeds meer boten met steeds meer mensen toe.

In 2001 opende de Italiaanse regering het eerste opvangcentrum op Lampedusa: een voormalige brandweerkazerne. Ze trachtte de migranten daar verborgen te houden voor de lokale bevolking en de toeristen. “Alsof ze niet bestonden” zegt Annalisa. “De Lampedusanen mochten niet weten of begrijpen wat er op hun eigen eiland gebeurt.” Rond het ‘opvangcentrum’ heerste een absolute omerta. NGO’s hadden toen nog geen toegang tot het centrum. Maar net dat prikkelde Annalisa’s interesse en nieuwsgierigheid.

Het centrum zorgde voor werkgelegenheid. “Vrienden van mij gingen er werken. Zij waren de enige bron van informatie over wat er daarbinnen gebeurde” zegt Annalisa. “De verhalen die zij vertelden, waren shockerend. Het centrum was volledig gemilitariseerd, er waren slechts 2 toiletten voor 180 personen. Soms zaten er dubbel zoveel mensen opeengepakt. De levensomstandigheden van de migranten waren blijkbaar geen zorg voor de Italiaanse autoriteiten. Verhalen van zelfverminkingen waren niet uitzonderlijk.”

De Italiaanse journalist Fabrizio Gatti was de eerste die de omerta doorbrak. Hij had zich laten arresteren als Koerdische vluchteling, om de hele procedure en de behandeling in het centrum zelf mee te kunnen maken. “Wat hij in het maandblad Espresso beschreef, was verschrikkelijk: de levensomstandigheden, de mishandelingen door de politie en het personeel van Misericordia, het totale gebrek aan uitleg over rechten,… Hij was de eerste die dit aanklaagde. Zijn artikel veranderde het beeld van het centrum. Het was helemaal geen opvangcentrum, maar een detentiecentrum.” 

Lampedusa als model voor de opvang van migranten?

Daarop sloot de regering het centrum en begon de bouw van een groter centrum met 800 plaatsen. Dat werd voorgesteld als een model voor de opvang van migranten: een tijdelijk verblijf in moderne structuren. Sommige NGO’s kregen toegang. “Er werd ons verteld dat de migranten er niet lang zouden blijven en snel getransfereerd zouden worden naar Sicilië. Maar daar kwam niks van. Mensen bleven maandenlang opgesloten. Bovendien liet de regering het centrum overvol lopen zonder tijdig transfers te organiseren naar Sicilië” zegt Annalisa. 

“Dat aanvaard ik niet” gaat ze verder. “Het is een schending van de rechten van de migranten, maar ook van de Lampedusanen. Ik, en vele andere Lampedusanen, willen niet dat ons eiland een gigantische gevangenis wordt. De regering blijft Lampedusa misbruiken om vreemdelingen uit Italië weg te houden.” Al jarenlang moet Lampedusa alleen de verantwoordelijkheid dragen voor de ontvangst van duizenden kwetsbare migranten en vluchtelingen, en gebruikt de Italiaanse regering het eiland om de verantwoordelijkheid van heel Italië te ontlopen. Alsof de migranten enkel op Lampedusa toekomen, en niet in Italië. 

Annalisa is één van die bewuste Lampedusanen die niet bij de pakken blijven zitten, maar een vorm van verzet organiseren. Ze vertelt over Askavusa: “We doen aan bewustmaking, bijvoorbeeld via films, documentaires en educatieve programma’s. Zo weten kinderen tenminste wat er al 30 jaar op hun eiland gebeurt.”
 

Il miracolo di 24 gennaio 2009

 

In 2009 liet de regering de burgemeester van Lampedusa weten dat zij hier een gesloten Centrum voor Identificatie en Verwijdering zou inrichten. De Lampedusanen zouden in ruil scholen en ziekenhuizen krijgen. “Ze misbruiken de onderontwikkeling van Lampedusa als pasmunt. Dat is typisch voor een dictatuur. Ontwikkeling en respect voor de sociale rechten van Lampedusa is geen gunst!” zegt Annalisa.

Annalisa en Giacomo stonden op de eerste rij van het protest tegen het centrum. Op 24 januari 2009 organiseerden verschillende organisaties een grote betoging. “We herdenken die dag nog steeds als het ‘mirakel van 24 januari 2009’. Zo goed als de hele bevolking van het eiland kwam betogen.” Giacomo schreef er een nummer over: ‘Lampedusa 24/01/2009’.
 

Die dag stuitten de betogers op een rij politieagenten en riepen ze ‘libertà, libertà’. “De opgesloten migranten hoorden ons. Tot onze verbazing opende de politie de poorten van het centrum om een confrontatie tussen de Lampedusanen en de migranten uit te lokken. Maar het tegenovergestelde gebeurde: de migranten stroomden naar buiten en we begonnen allemaal samen ‘libertà’ te roepen, migranten en Lampedusanen als één stem tegen de regering.” Annalisa is nog steeds emotioneel als ze eraan terugdenkt. 

Geen stap vooruit, maar drie stappen achteruit

De plannen werden afgeblazen, het centrum werd gesloten. Maar de misbruiken werden van een andere orde. “Als de regering Lampedusa niet kan gebruiken om de migranten uit Italië weg te houden, dan houdt ze die wel tegen op zee” zegt Annalisa. “Ze begonnen opnieuw met de push backs van bootjes op zee, zonder de opvarenden de kans te geven asiel aan te vragen.” Dat is een schending van het non-refoulement beginsel, de hoeksteen van het internationaal vluchtelingenrecht. Duizenden vluchtelingen en migranten werden overgeleverd aan dictators als Ben Ali en Qhadafi. Italië begon bovendien beide dictators te steunen met boten en patrouillemateriaal. 

De opvangcrisis van februari-maart 2011 was het volgende in de lange rij schandalen. Opnieuw moesten het kleine dorpje Lampedusa en zijn 5000 inwoners de last dragen van de revolutie in Tunesië en de oorlog in Libië. “In plaats van migranten maandenlang op te sluiten op ons eiland liet de regering hen nu gewoon maandenlang op straat overleven” zegt Annalisa. De Lampedusanen zijn het inmiddels gewoon. Ze stonden alleen en machteloos tegenover de humanitaire catastrofe die zich onder hun ogen ontspon. Op een bepaald moment waren er bijna 10.000 Tunesiërs op straat, het dubbel van de totale bevolking van het eiland. “Het dorp was veranderd in een Tunesisch dorp, de oude haven in een openlucht vluchtelingenkamp waar de mensen aan hun lot werden overgelaten” zegt Annalisa. Organisaties zoals Askavusa en Alternativa Giovani, de parochie en gewone Lampedusanen begonnen de taak van de regering over te nemen. 

“Wij konden niet anders dan helpen. Voor ons was dit een humanitaire plicht, geen keuze” zegt Annalisa. “We kookten hier voor de Tunesiërs, we lieten om de beurt andere mensen ontbijten, middageten en avondeten, we lieten elke nacht 5 andere mensen slapen in ons kantoortje, we lieten 10 mensen per dag douchen,…” Pas half februari werd het detentiecentrum opnieuw in gebruik genomen als open opvangcentrum, maar toen waren al ongeveer 3000 Tunesiërs in Lampedusa aangekomen. De instroom van migranten en vluchtelingen was te snel om nog in te halen. 

“Er kwamen 1000 personen per dag aan, terwijl de regering slechts 200 personen per dag evacueerde naar Sicilië!” voegt Giacomo toe, om ons de ware dimensie van de tragedie op het hart te drukken. “Hoe kan het anders dat de Italiaanse regering hiermee bewust een beeld van een invasie wilde creëren in Lampedusa? 290.000 Afrikanen uit Libië vluchtten naar Tunesië en kwamen terecht in Shousha Camp, het kamp dat jullie bezochten. Amper 29.000 Tunesiërs vluchtten naar Lampedusa. Natuurlijk, als je al die mensen op een klein eiland als Lampedusa laat, dat niet beschikt over de nodige opvanginfrastructuur, lijkt dat op een invasie! Maar dat zou niet zo zijn als je de vluchtelingen snel zou verdelen over heel Italië. Lampedusa is deel van een groot land. Zoals gewoonlijk wordt Lampedusa alleen gelaten, en gebruikt om het migratieprobleem ver weg van Italië te houden” benadrukt Giacomo verontwaardigd.

Museum van de Herinnering

De meeste Lampedusanen kennen Giacomo als muzikant en kunstenaar. Zijn kunst is voor hem een vorm van zelfreflectie: “Ik ben niet goed met woorden, daarom ben ik beeldend kunstenaar. Met kunst wil ik eerst en vooral een individuele revolutie in mezelf ontketenen. Ik meng kunst bewust met politiek om een verandering teweeg te brengen, eerst in mijzelf en dan in anderen, familie, vrienden en de bredere gemeenschap. Maar het eerste slagveld is in jezelf.”

“Via de kunst wil ik een nabijheid creëren tussen mensen, tussen de migrant en de kijker, een band tussen de twee werelden in het leven roepen” zegt Giacomo. Met zijn laatste werk, een migrantenmuseum met voorwerpen die Askavusa op de vluchtelingenbootjes vond, wil Giacomo een energie meegeven eerder dan een intellectuele uitleg. “Het gevoel opwekken dat we allemaal mensen zijn” zegt hij. “In afvalcontainers vonden we wrakhout, muziekcassettes, brieven, schoenen, familiefoto’s, foto’s van vrienden, geboortes en huwelijksfeesten,… Elk voorwerp is een leven dat op de afvalhoop wacht om voorgoed verbrand te worden.” Askavusa catalogiseert deze voorwerpen om in de toekomst een tentoonstelling te organiseren in Tunesië (Kasserine en Tunis), Malta en Sicilië (Mazzare). Waarom Kasserine? “Omdat er heel veel jongeren uit die stad vertrokken zijn naar Lampedusa” zegt Giacomo.

We vertellen hem over Ayman en Naim, twee tieners die we op het pleintje van Kasserine ontmoetten en die al twee maal de gevaarlijke reis naar Lampedusa ondernamen. “We willen een laboratorium starten met de ouders van die jongeren. Om samen te reflecteren over de situatie van Kasserine en Lampedusa, om een reflectie uit te lokken tussen Lampedusanen en Tunesiërs.” Lampedusa en Tunesië liggen op amper een paar honderd kilometer van elkaar verwijderd, maar de kloof tussen beide is diep door wetten en regels. Mensen als Giacomo verleggen grenzen, of wissen ze uit. Hij heeft goed begrepen dat Italianen en Tunesiërs hun dromen van vrijheid en geluk met elkaar moeten delen, want hun lot is onlosmakelijk met elkaar verbonden. We zagen in Egypte hoe Egyptenaren op Tahrir ontdekten dat ze jarenlang dezelfde dromen hadden gekoesterd, maar dat niet van elkaar wisten. Kan uit contact tussen Tunesiërs en Lampedusanen iets vergelijkbaars groeien?

Toch heeft Giacomo het moeilijk om vrijheid en geluk te definiëren. “We moeten ons eerst intellectueel en spiritueel bevrijden van onszelf, van wat we denken dat juist is, van de ideeën die we van onze omgeving meekregen sinds onze kindertijd. Om geluk  te kunnen definiëren moet je het zelf gevoeld hebben, en ik voel het nog niet.”

Pieter Stockmans
Majd Khalifeh

Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Bekijk ook deze drie video’s:
http://youtu.be/5X-EJXcqDbI
http://youtu.be/0ej930acS1I
http://youtu.be/3rnAhpZWDW4

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur