Syrisch activist Iyas Maleh: 'We moeten door deze donkere periode'

Iyas Maleh is de zoon van Haitham Maleh, een prominent Syrisch advocaat en sinds de jaren ‘50 één van de bekendste mensenrechtenverdedigers in het land. Iyas zag zijn vader met de regelmaat van de klok verdwijnen. Haitham werd als rechter uit zijn ambt ontzet na de Baath-revolutie in 1963 en sindsdien om de haverklap geïntimideerd, verdwenen, opgesloten. Vast doelwit voor de Syrische veiligheidsdiensten, maar altijd in Syrië gebleven. Haitham stond uiteindelijk mee aan de wieg van de Syrian National Council*, één van de grote revolutionaire oppositiegroepen onder leiding van Burhan Ghalioun. Iyas stond steeds aan zijn vaders zijde in de strijd voor mensenrechten en de onafhankelijkheid van het gerecht, maar sinds zijn twintigste doet hij dat vanuit het buitenland. Wij hadden met Iyas een lang gesprek over zijn vader, de Syrische oppositie, religie en islamisme, sektarisme, jongeren, corruptie, organisatie van de opstanden en zijn dromen.

Syrië leeft voort, enkel in zijn dromen. En in de regelmatige contacten met zijn vader. Iyas is directeur van de Haitham Maleh Foundation. De passie en liefde waarmee hij jaren geleden de verdediging van zijn vader op zich nam is nog niet uitgedoofd. Hij voert onvermoeibaar campagne voor de bescherming van Syrische mensenrechtenverdedigers.

Iyas: “In de jaren ‘50 studeerde mijn vader rechten. Vanaf de jaren ’60 werd hij een doelwit wegens zijn aanhoudende kritiek op het regime van de Baath-partij. Ik was er toen nog niet, maar Haitham Maleh was als rechter een invloedrijk man geworden. Hij zette onder andere een comité op om de noodwetten in vraag te stellen die de Baath-partij had ingevoerd na de staatsgreep van 1963.” 

Je was toen 2 jaar oud.

 Iyas: “Ik weet nog hoe mijn vader vertelde over de bestorming van de Ummayad moskee van Damascus, op een vrijdag. President Hafez al-Assad liet honderdduizenden studenten, advocaten en dokters opsluiten zonder enige vorm van proces. Pure willekeur. De hele intellectuele elite was bedreigd. De aanval op de rechterlijke macht begon goed en wel in 1966 toen de Baath-partij haar machtsbasis consolideerde. Na de staatsgreep werden rechters opgespoord die tegen de ‘revolutie’ waren. 26 rechters werden ontslagen. Mijn vader was één van hen. Hij keerde terug naar zijn advocatenpraktijk.”

Hoe heb jij als jongere die periode beleefd?

 Iyas: “In de jaren ’80 hielp ik mijn vader in zijn kantoor. Ik was 19. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik petities typte op oude typmachines. Voor de Orde van Advocaten verzamelde ik handtekeningen van advocaten en rechters. We ijverden voor het recht op een eerlijk proces of de vrijlating van de politieke gevangenen. In die tijd was de Orde nog onafhankelijk, maar dat zou al gauw veranderen. Na onze petitie werden meer dan 50 advocaten gearresteerd en gedurende 7 jaar opgesloten zonder proces. Mijn vader was één van die advocaten. Hij ‘werd verdwenen’. Eén van de ontelbare gedwongen verdwijningen van mensenrechtenactivisten en tegenstanders van het regime in Syrië. Na een tijdje kwamen we erachter in welke gevangenis ze hem vasthielden. Bewakers hielpen ons om boodschappen aan hem door te spelen. Kort na die actie hief het regime de Orde van Advocaten op. Een nieuwe Orde, deze keer stevig ingekapseld in het regime zoals zo goed als alle civiele instellingen, zag snel het daglicht.”

“Na de arrestatie van mijn vader vluchtte ik naar de Verenigde Staten. Daar had ik het aanvankelijk erg moeilijk. Mijn vader zat 6 jaar in de Syrische gevangenis. Ik moest de secundaire school overdoen. Aan een verblijfsvergunning raakte ik makkelijk. Van zodra de Amerikaanse autoriteiten wisten dat ik Haitham Maleh’s zoon was, gaven ze me een visum.”

Is een leven van decennialange gedwongen ballingschap beter die andere prijs voor verzet: foltering, jarenlange opsluiting zonder proces, intimidatie?

 Iyas: “Ik zag mijn broers en zussen pas na 18 jaar terug. Al die jaren kon ik niet terug naar Syrië omdat ik geen legerdienst had gedaan. Ze zouden me arresteren. Je kunt niet geloven hoe ik ernaar uitkijk om Damascus terug te zien. Ik mis Al-Arish, de wijk waar ik opgroeide. Van daar verhuisde ik naar Mazra’a. Daar volgde ik de lagere en middelbare school. Sinds 2004 heeft mijn vader een reisverbod. Hij kon niet naar het buitenland reizen om bij mijn moeder te zijn toen ze stierf.”

Je vader is nooit met rust gelaten sinds hij de keuze maakte niet te zwijgen?

 Iyas: “In 2002 bijvoorbeeld, toen hij voor de militaire rechtbank moest verschijnen voor een interview aan Al Jazeera. Of in oktober 2009, toen hij werd gearresteerd, opnieuw na een televisie-interview. Negen maanden later, in juli 2010, werd hij veroordeeld tot 3 jaar cel voor een militaire rechtbank. Nog eens acht maanden later, in maart 2011, werd hij opnieuw vrijgelaten, een week voor de revolutie uitbrak. Sindsdien volgden nieuwe bedreigingen aan zijn adres. Deze 80-jaar oude man moest ondergedoken leven. Als enige van de familie bleef hij lang in Syrië. Dat heeft niet alleen met zijn reisverbod, maar ook met zijn koppigheid en liefde voor Syrië te maken.”

“Mijn vader wil in Syrië sterven. Onderweg naar onze afspraak, belde ik nog met hem. Ik probeerde hem lang te overtuigen Syrië te verlaten, zodat hij in zijn laatste jaren wat veiligheid en rust kan kennen. Een paar maanden geleden kreeg ik telefoon van een onbekende bron. Nogal geheimzinnig, het kan iemand van de veiligheidsdienst geweest zijn. ‘Je vader zal om 5 uur ‘s ochtends gearresteerd worden’, kreeg ik te horen. Ik belde hem onmiddellijk op om hem te waarschuwen. ‘Vertrek nu’, zei ik. Na amper tweeënhalve maand uit de gevangenis moest hij opnieuw onderduiken. Hij moest constant van slaapplaats veranderen, kon elk moment opgepakt worden,… Dat is geen leven voor een oude man.”

Hij bereidt zich voor op een democratisch en vrij Syrië?

 Iyas: “Ik zal je een geheim verklappen. Tien dagen voor de revolutie uitbrak op 15 maart 2011, stuurde hij me een geschreven statement. ‘Ik zal je laten weten wanneer je het publiek mag maken. Het geschikte moment is nog niet gekomen.’ Hij wist dus dat de revolutie er stond aan te komen. De vervulling van mijn vaders’ levenswerk ligt in de handen van internationale leiders. Bashar’s dagen zijn geteld. De veiligheidsdiensten kregen geen vat op de massa’s betogers.”

Amnesty International kon spreken jonge soldaten die tijdens straatprotesten een bevel weigerden op te volgen om te schieten op ongewapende mannen, vrouwen en kinderen. Hij sloeg erin te ontsnappen door in de massa betogers te verdwijnen en zijn wapens neer te gooien, zodat de mensen konden zien dat hij aan de kant van het volk stond.

 Iyas: “De medewerking van vele soldaten aan de gewelddadige onderdrukking van vreedzame protesten steunt op dwang en dodelijk geweld. Soldaten vrezen represailles van het regime. Soldaten die bevelen weigeren op te volgen, wacht de executie. Het regime zweeft op arrogantie en misplaatste zelfgenoegzaamheid. Dat is te zien aan de gruweldaden waarmee veiligheidstroepen en het leger te koop lopen.”

De Syriërs waagden zich in de tunnel nadat de Egyptenaren en de Tunesiërs aan de andere kant het licht aandeden. Achter hen gaapt een duisternis die zelfs in de donkere Syrische geschiedenis van de afgelopen 50 jaar zijn gelijke niet kent. De internationale gemeenschap heeft het gaspedaal nog niet gevonden?

Iyas: “De internationale gemeenschap is er te lang van uit gegaan Bashar al-Assad aan het roer van hervormingen kan staan. Een grote vergissing. Mijn vader heeft die wijsheid in de jaren ’50 al opgeborgen. Ik stuurde al snel lijsten met namen van Syrische regimegetrouwen naar de Europese instellingen. Na de Tunesische en Egyptische revoluties zei ik aan mijn Europese contacten ‘get ready for Syria.’ Maar Europa was niet klaar.”

Valt ook de Syrische oppositie niets te verwijten?

Iyas: “Absoluut. Lang heeft de Syrische oppositie in het buitenland geprobeerd zich te organiseren. Maar er was meer verdeeldheid dan eenheid. En bovendien vond ik dat een initiatief van een Nationale Raad van binnen in Syrië moet komen, van de mensen die nu in de straten de strijd voor een vrij Syrië voeren. Hetzelfde geldt voor het schrijven van een nieuwe Grondwet. De revolutionairen in Syrië moeten de pen vasthouden, niet de diaspora. Onze rol is ondersteuning. Op de conferenties van de oppositie in het buitenland zie je vooral mensen van de politieke oppositie. Aan de oorsprong en het voortduren van de protesten ligt nochtans een populaire beweging, die niet georganiseerd is door de oppositie. Onder hen vooral jongeren. Zij hadden geen stem in die conferenties. De oude mentaliteit van politiek oppositie voeren domineerde de discussies en lag aan de basis van beslissingen. Die oudjes hebben niet echt begrepen dat de jeugd een veel grotere rol moet krijgen.”

Hoe kan de diaspora de jeugd een grotere rol geven?

Iyas: “Mijn vader was betrokken bij de oprichting van revolutionaire coördinatiecomités in elke stad of dorp waar protesten plaatsvinden, de tansiqiyya. We dachten uit elk coördinatiecomité jongeren te kiezen om bij de Syrische Nationale Raad te komen. We hadden een organisatie nodig die de revolutie vertegenwoordigt. Ik vertelde de jongeren om ver weg te blijven van politieke partijen. ‘Organiseer je als jeugd. Politieke partijen zullen je proberen te gebruiken.’ Is dat geloofwaardig? Het is belangrijk dat de revolutie zijn puurheid behoudt.”

In Egypte was vooral de stedelijke middenklasse de drijvende kracht achter de protesten. Het valt op dat onder de Syrische betogers vooral plattelandsjongeren uit de armere landelijke regio’s vertegenwoordigd zijn. Hoe komt dat?

Iyas: “Het is waar dat de protesten vooral op het platteland plaatsvinden. De schuldige: economische ontwikkelingen op de huisvestingsmarkt. Wonen in Damascus is zo duur geworden dat veel mensen zijn verhuisd naar de landelijke buitenwijken en steden. Enkel de superrijken wonen nog in Damascus. Zij hebben banden met het regime, veel Alawi’s. Een groot deel van de oorspronkelijke inwoners van Damascus woont nu buiten de stad, bijvoorbeeld in Duma. Daarom is de revolutie eerder landelijk in plaats van stedelijk. Enerzijds was ik verbaasd dat alles begonnen is in Deraa, omdat die provinciestad een bolwerk is van het regime. Maar anderzijds was ik helemaal niet verbaasd dat incidenten daar geëscaleerd zijn. De brutale reactie van de lokale veiligheidsdiensten op een handvol onschuldige tieners die anti-regering slogans op muren hadden geschilderd, was voor veel mensen de druppel.”

“Het regime heeft een kleine elite rond zich opgebouwd. Iedereen die daar niet toe behoort, en dat is de meerderheid van de bevolking, is even kwetsbaar voor onderdrukking, of je nu Soenniet, Sjiiet of Christen bent. Iedereen is onderdaan eerder dan burger. Daarom kende de revolutie lang geen religieuze opdeling, wat de media of het regime ook wilden laten uitschijnen. Al mijn Christelijke vrienden in Syrië gingen lang vrijdag naar de moskee om er samen met moslims te bidden en daarna samen te gaan demonstreren.”

Waarom vinden massale protesten telkens vrijdag plaats? Heeft de Islam daar iets mee te maken?

Iyas: “Vrijdag is de dag van demonstraties omdat de moskee de enige plaats is waar grote massa’s kunnen verzamelen zonder dat er een vergunning voor nodig is. Daarom zetten vele Christenen voor de eerste keer voet in een moskee! Het regime heeft er doorheen de jaren alles aan gedaan om religie onder controle te krijgen. De sterke mobiliserende kracht van religie is bedreigend voor een totalitair regime. Loyaliteit aan een andere, hogere macht dan de staat, is een schrikbeeld voor dergelijk regime.  Dictaturen in moslimsamenlevingen weten maar al te goed dat zij een minimale legitimiteit moeten genieten bij religieuze leiders, die ook een macht uitoefenen over het volk. Protest van religieuze leiders kan daarom snel overslaan op de bredere bevolking.”

“De toespraken van imams worden geschreven door de overheid. Sporadisch komen imams in opstand tegen de controle van de veiligheidsdiensten over de vrijheid van godsdienst. Sheikh Hamid Rajhi van de grote Ummayad Moskee nam maanden geleden ontslag als ‘officiële imam’. Hij was de veiligheidsagenten beu die steeds aan de ingang van de moskee postvatten. Mijn vader overtuigde Sheikh Rajhi om zijn signaal nog wat meer kracht bij te zetten door een persoonlijke en publieke boodschap aan het adres van president Assad te sturen.”

Maar hoe hebben de imams al die jaren de puurheid van de islam weten te handhaven als zelfs hun toespraken door het regime werden geschreven?

Iyas: “Als je in de jaren ‘80 in Syrië had geleefd, dan zou je begrepen hebben dat zij geen andere keuze hadden dan hun religie te compromitteren in ruil voor het beetje ruimte dat zij kregen om gelovigen toe te spreken. In Syrië heeft de staat de religie decennialang gecontroleerd en onderdrukt. Maar het andere uiterste, waarin de staat respect voor religieuze waarden en regels kan afdwingen, is even waanzinnig.”

Welke plaats moet religie krijgen in een nieuwe Syrische maatschappij?

Iyas: “Islam moet mensen opleiden en informeren over hun rol en rechten in de maatschappij. Islam leerde ons onze rechten. Een basisregel in de Islam is: ‘Waarheid spreken tegen macht is de beste strijd.’ Het verschil tussen de Islam en het Christendom is dat er in de Islam geen religieuze leiders zijn. Wij hebben geen paus. De Imam is slechts een leraar. Hij staat niet boven de gelovigen, maar is één van hen. De Imam is iemand die de Islam goed genoeg kent om andere gelovigen raad te geven, opdat iedere Moslim genoeg zou weten om een goed islamitisch leven te leiden.”

“Religie hoort thuis in de civiele maatschappij en niet op staatsniveau. De meerderheid van de Syriërs deelt die mening. De Moslimbroederschap in Syrië bijvoorbeeld, lijkt slechts in weinig op de Egyptische afdeling. Toen de Syrische Moslimbroeders in de jaren ‘50 nog vrij konden opereren, kreeg hun toenmalige leider Issam el-Akthar (woont in Duitsland) een post in de regering aangeboden. Hij weigerde. In Egypte zou de Moslimbroederschap geen twee seconden nadenken vooraleer op een dergelijk aanbod in te gaan. Islamgeleerden in Egypte zijn eerder politici. Imams in Syrië zijn niet uit op politieke macht. De religieuze houding van mensen in Damascus en omstreken is erg verschillend met die in Egypte. Syriërs kunnen de echte Islam leren van Imams die geen politieke ambities hebben.”

“De Egyptische moslimbroeders hebben natuurlijk veel langer aan het politiek-maatschappelijke leven deelgenomen, ook onder Moebarak. In Egypte is de Moslimbroederschap vrijer. Ze hebben clubs, jeugdbewegingen en sociale organisaties, een hele zuil. In Syrië is zoiets ondenkbaar. Als de Moslimbroeders in Syrië clubs zouden oprichten, zouden ze simpelweg vermoord worden.”

Kunnen de Moslimbroeders in Syrië wegen op de toekomstige richting van het land?

Iyas: “Ik zie de Syrische Moslimbroederschap geen grote rol van betekenis spelen in een democratisch Syrië. Ze beschikken niet over een uitgebouwde infrastructuur zoals de Egyptische afdeling. Sinds de jaren ‘80 is er geen georganiseerde afdeling van de Moslimbroeders aanwezig in Syrië. Zij hebben geen vat meer op de Syrische maatschappij. Uiteraard is de meerderheid van de bevolking moslim. Mijn vader en de Syrische Moslimbroederschap hebben altijd dezelfde droom gedeeld: een vrij Syrië. Vrijheid betekent ook vrijheid van godsdienstbeleving.”

“Maar veel moslims begrijpen niet waar Islam echt om draait: om religie, niet om politiek. Islamitische rechtsgeleerden die advies zouden geven over hoe Christenen moeten leven, dat is toch absurd? Maar als ik mijn erfenis wil regelen, dan wil ik dat dat gebeurt volgens islamitische voorschriften en waarden.”

In Egypte organiseerden Salafi’s zich in een nieuwe politieke partij. 

Iyas: “In Syrië houden Salafi’s zich niet in met politiek. Hun oprichter, Naser Eddine al-Albani, was simpelweg de beste Hadithrechtsgeleerde (gedragsregels van de profeet Mohammed). Daarom wordt hij beschouwd als oprichter.” 

In Europa roepen de Salafisten schrikbeelden op.

Iyas: “Salafi betekent ‘volgeling van de profeet’. Iedereen kan een salafi zijn. Ik ben een salafi. Salafi’s zijn niet zoals de Wahhabieten, die een religieuze politie hebben om respect voor Islamwaarden af te dwingen met geweld. In Syrië zijn de mensen die Naser Eddine al-Albani volgen niet dezelfde extremisten die jij kent als Salafisten. Er zijn normaal eigenlijk weinig extremisten in Syrië, binnen eender welke religie. Ik zal je een voorbeeld geven. Na onze onafhankelijkheid kenden we korte tijd democratie. Onze eerste minister Farez el-Khoury, was toen een Christen. Hij was zelfs katholiek, terwijl de meeste Syrische Christenen orthodox zijn. Dat is geen enkel probleem voor Syriërs. In Libanon zou dat anders zijn.”

Er komt dus geen sektarische democratie, in de stijl van Libanon?

Iyas: “Dat is zeker niet wenselijk. De revolutie draait om gelijkwaardig burgerschap. De Syriërs die deelnemen aan de protesten spreken van loyaliteit aan de Syrische natie, niet aan hun stam of factie. Ze gebruiken nationalistische symbolen. In Syrië zijn er wel vele geloofsgemeenschappen, net zoals in Libanon. Maar Syrië is een mozaïek, Libanon is verdeeld in regio’s waar veel Christenen wonen, regio’s waar veel Sjiieten wonen, enzovoort. Van sommige van mijn vrienden heb ik pas onlangs ontdekt dat ze Koerden zijn. We zijn allemaal Syriërs.”

50 jaar lang werden Syriërs behandeld als onderdanen en niet als burgers met rechten, en verantwoordelijkheden om deel te nemen aan het politieke leven. Is het dan niet moeilijk om, met brede deelname van het volk, na een periode van dictatuur het land weer op te bouwen?

Iyas: “Syriërs ontwaken om komaf te maken met het verleden, om de totalitaire staat af te bouwen. Dat ontluikend burgerschap houdt hen hopelijk wakker om in de toekomst een open democratische staat op te bouwen. De jeugd begrijpt de betekenis en het belang van burgerschap: hun persoonlijke offers voor het publieke goed getuigen daarvan. Voor zij naar demonstraties vertrekken, zeggen ze telkens opnieuw vaarwel aan hun familie. Ze weten dat ze misschien niet levend terugkeren. Voor hen gaat dit om burgerschap, om waardigheid.”

“Binnen de eigen gemeenschap kregen wij het verantwoordelijkheidsgevoel nochtans met de paplepel mee. ‘Als je niet bezorgd bent om het welzijn van je gemeenschap, dan maak je geen deel uit van die gemeenschap.’ Zo ben ik opgevoed. Het zit in ons bloed. Ik heb het regime geschokt. Onmiddellijk nadat ze mijn vader arresteerden, begon ik een campagne. Ik reisde de hele wereld af. Een dictatoriaal regime, dat zijn burgers als kleine kinderen, onderdanen, behandelt, verwacht een dergelijk politiek activisme niet van die onderdanen. Daarom hebben de Arabische dictaturen geen greep op de golf van protesten in heel de regio. Ze kennen hun eigen bevolking niet meer. In de jaren ’80 was ik één van de eersten die het regime een slecht imago bezorgde in het buitenland.”

Bashar al-Assad praat veel over hervormingen.

Iyas: “Zijn praatjes over hervormingen? Allemaal onzin, leugens. Als hij het echt zou menen met hervormingen, had hij onmiddellijk na zijn aantreden in 2000 opheldering gebracht in de duizenden gevallen van gedwongen verdwijningen onder zijn vader. Dat heeft hij nooit gedaan.”

Tijd voor echte hervormingen, voor gerechtigheid? Bashar en de zijnen in de gevangenis?

Iyas: “We moeten ons inbeelden dat het mogelijk is. De afgelopen 50 jaar houdt één familie, de Assad’s, het hele land bezet. Hun tijd is voorbij. Bashar heeft drie opties: hij kan in de voetsporen treden van Ben Ali en zijn biezen pakken. Hij kan Khaddafi’s voorbeeld volgen en vechten tot het bittere einde. Of hij kan het lot van Moebarak ondergaan: berechting en opsluiting in één van de gevangenissen waar hij zelf duizenden mensen liet folteren. Het proces van gerechtigheid en nationale verzoening zal jaren aanslepen. Vijf  decennia gruwelijke misdaden tegen het Syrische volk zijn niet snel verteerd. Maar het moet gebeuren. We moeten door dat donkere drijfzand, beter vroeger dan later. Het is het lot van Syrië. Gerechtigheid en nationale verzoening zijn de fundamenten waarop een democratie kan worden gebouwd.”

Wat drijft jongeren om de kogels te blijven trotseren?

Iyas: “Ze hebben minder te verliezen, en ze zijn minder bang dan de vorige generatie. De jeugd heeft de slachting van Hama niet meer meegemaakt. Ze beseffen niet tot wat het regime in staat is om in het zadel te blijven. En ze zijn arm of kijken aan tegen een hopeloze toekomst zonder perspectieven op een leuke job, of een goed leven. Er bestaat geen middenklasse meer, enkel een superrijke elite en een meerderheid armen. Ambitieuze afgestudeerde jongeren zitten met een universiteitsdiploma op zak in theehuizen, zonder werk. Ze zien peperdure auto’s voorbijrijden en voelen een diepe haat voor alle klootzakken die de inkomsten van het land stelen, hun inkomsten. Mij maakt het woedend. Deze jongeren zijn wanhopig, ze hebben niets meer te verliezen. De keuze tussen actie voor een leven in waardigheid of passief blijven en een trage dood sterven, hebben ze nu snel gemaakt. Ze zijn de vernederingen beu. Ga eens kijken in het oosten van Syrië. Daar leven mensen in tenten omdat droogte en watertekort hen van hun land verdreven.”

“Misschien waren ze wel wat ongeduldig. Ze stortten zich onbezonnen in een protestbeweging. De tijd was misschien nog niet rijp, maar ze keken met verbijstering, bewondering en jaloezie naar wat de Tunesiërs en de Egyptenaren klaarspeelden: een ongenaakbaar geachte dictatuur op drie weken ontwrichten met volgehouden vreedzame volksprotesten. Ze wilden onmiddellijk hetzelfde. Syrië is nochtans een heel ander land. Het veiligheidsapparaat heeft een nog sterkere greep op de samenleving. De veiligheidsdiensten zijn er om het regime en de heersende familie in het zadel te houden en hun economische belangen te beschermen.”

Een land waar politieke leiders dezelfde zijn als zij die de economie controleren…

Iyas: “… is een land waar politieke leiders niet bezorgd zijn om de economische vooruitgang van het hele land, maar enkel om de rijkdom van de elite, een regime dat de vrijheid van ondernemen fnuikt met maffiapraktijken. Massale arrestaties, onderdrukking en corruptie destabiliseren een hele maatschappij. Er zijn talloze voorbeelden. Van zodra het Syrische televisiestation Orient TV groot begon te worden, kreeg de eigenaar een ‘aanbod’ van zakenman Rami Makhlouf, Bashar al-Assad’s neef die de helft van Syrië bezit. ‘Ik wil uw partner worden. Ik neem 90% en jij houdt 10% over.’ Dat lijkt meer op diefstal dan op partnerschap. De eigenaar vluchtte weg uit Syrië en opereert zijn televisiestation nu vanuit Dubai. Hetzelfde gebeurde met een Mercedes-dealer.”

Wat is je droom?

Iyas: “De regio Syrië-Libanon-Palestina is nochtans de meest hoog opgeleide in de Arabische wereld. Wij exporteren expertise, maar in Syrië worden de hoog opgeleiden nu onderdrukt of verdreven. Stel je voor wat er zou gebeuren als zij opnieuw de leiding in de samenleving zouden overnemen. Ik ben trots op mijn land. Ik wil trots kunnen zijn op het feit dat ik Syriër ben. Bij veiligheidscontroles in luchthavens wil ik niet keer op keer aan de kant worden genomen omdat ze ‘Syrië’ op mijn paspoort zien staan. ‘Step aside please’. Hoeveel keren heb ik dat al moeten aanhoren als ik terug naar de Verenigde Staten reis? Van zodra Syrië vrij is, zal ik persoonlijk elke Amerikaan onderzoeken die naar Syrië reist! De topdokters  in de Verenigde Staten zijn Syriërs. Beeld je in dat zij allemaal naar Syrië terugkeren. Amerikanen zullen naar Syrië komen voor medische verzorging.”

“De regering gaf onlangs statistieken vrij van het aantal Syriërs in het buitenland: 17 miljoen. Ter vergelijking: er wonen 23 miljoen Syriërs in Syrië. Na de bevrijding van Syrië kunnen alle Syriërs in de diaspora terugkeren. Al het talent en geld dat terug naar Syrië zou stromen, stel je voor. Het zijn vooral mensen uit de middenklasse. Hoe sterk zou de economie, de cultuur, de samenleving groeien? Syrië zal een groot en sterk land worden, een leider in de Arabische wereld. Dat is mijn droom.”

*Haitham Maleh stond niet alleen aan de wieg van de oprichting van de Syrian National Council (SNC), maar ook van de split binnen de SNC. Hij vindt dat de SNC onvoldoende stappen zet om een eengemaakt Vrij Syrisch Leger te creëren.

Pieter Stockmans, Majd Khalifeh

Dit artikel is onderdeel van het project “Tussen vrijheid en geluk”.
Dit project komt tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Info: www.fondspascaldecroos.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur