Syrische activisten in België: Ahmed Asaad, Saraqeb

Ahmed is één van de pioniers van de Syrische opstand. Met zijn pamfletten zorgt hij in maart 2011 voor een ongeziene samenwerking tussen activisten in het noord-Syrische Saraqeb, vandaag in de greep van een oorlog tussen rebellen en het regeringsleger. 

Met een paar jongens van de wijk zit Ahmed in een achterkamertje van zijn computerwinkel in Saraqeb. Ze bespreken de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte. Daar zijn op korte tijd twee dictators gevallen. De val van de Syrische dictator Bashar Assad zou slechts een kwestie van tijd zijn. Daar zijn ze van overtuigd.

Wachten op de vonk

Tijdens het wachten op de vonk van een opstand maken ze afspraken om een revolutionair coördinatiecomité op te richten en bereiden ze zich voor op de ongetwijfeld desastreuze gevolgen. Zelfs een kleine demonstratie in Damascus naar aanleiding van een incident met de politie had al geleid tot de arrestatie van verschillende betogers.

Ahmed trekt naar de hoofdstad in de hoop dat deze arrestaties de opstand zouden ontketenen, maar het incident is te klein, te alledaags. Als ze nu met een opstand zouden beginnen, zouden ze zo goed als zeker weinig steun krijgen. Ze hebben een massa betogers nodig om te vermijden dat het regime een handvol betogers niet simpelweg voor altijd zou doen verdwijnen.

Toch probeert Ahmed de jongens van de nachtelijke praatsessies zo ver te krijgen pamfletten rond te delen in Saraqeb. Zonder succes. Niemand durft het risico aan. Ahmed stelt in zijn winkel pamfletten op met de namen van de gevangenen en zes gedichten van bekende Syrische dichters tegen onderdrukking. Hij print een duizendtal exemplaren, springt in zijn wagen, die hij helemaal verduistert, en rijdt ’s nachts langs belangrijke verkeersknooppunten terwijl hij de pamfletten naar buiten gooit. Hij neemt het risico te worden betrapt en voor de rest van zijn leven in een woestijngevangenis te verdwijnen.

De volgende ochtend zien honderden nieuwsgierigen Ahmed’s pamfletten, maar ook de geheime diensten zijn er als de kippen bij om alle pamfletten weer weg te nemen. In andere tijden hadden ze zonder twijfel een klopjacht opgezet naar de verantwoordelijke, maar voorlopig houden ze zich stil. Misschien omdat het regime geen nodeloze problemen wil veroorzaken en niet wil zorgen voor de vonk van een opstand?

De vonk

Maar voor die vonk zorgen uiteindelijk de veiligheidsdiensten in het provinciestadje Der’aa. Een stel kinderen wordt er opgesloten en mishandeld omdat ze de slogan van de Egyptische revolutie op de schoolmuren hadden geschilderd. Na de protesten in Der’aa starten Ahmed en de andere jongeren onmiddellijk met solidariteitsbetogingen in Saraqeb. Ze weten op dat moment niet dat ze nog maar de derde stad zijn, na Der’aa en Banias, waar iets is uitgebroken dat lijkt op een opstand.

Aanvankelijk komt slechts een 150-tal demonstranten opdagen. Tien keer zoveel nieuwsgierigen staan toe te kijken. Ze willen wel, maar durven niet meedoen. Agenten van de geheime dienst lopen tussen de mensen en noteren namen. Ahmed en de betogers dragen Palestijnse keffiyehs om onherkenbaar te blijven, maar verschillende vrienden, waaronder een bevriende politieagent, stappen op hem af en roepen: ‘Hey Ahmed, ben jij dat?’ De agent waarschuwt Ahmed: ‘Vriend, je stevent af op een vulkaan. Stop ermee, voor je eigen goed.’ Maar de geesten zijn gerijpt en hebben het punt bereikt van geen weg terug.

Niets zou Ahmed en de andere jongeren nog van hun gedacht kunnen doen afzien. Alles is gepland. Sommige leden van het comité, vooral werkloze, ongetrouwde jongemannen met veel tijd en weinig gezinsverplichtingen, worden ermee belast een oogje in het zeil te houden aan bruggen en invalswegen. Ze moeten de andere leden bellen van zodra ze één van de vertrouwde zwarte Peugeot wagens van de geheime dienst zouden zien. Anderen beginnen de protesten te filmen met de smartphones uit Ahmed’s IT-winkel.

Aanvankelijk is Ahmed de enige met een iPhone en 3G internetverbinding, maar later begint hij andere jongeren van materiaal te voorzien, zodat er al snel een georganiseerde filmploeg ontstaat die snel beelden op het internet kan opladen. Op een dag loopt één van de leden in paniek Ahmed’s winkel binnen. ‘Het leger is onderweg naar Saraqeb’, roept hij.

De invasie

Ahmed springt op zijn motor en rijdt naar de brug. Daar ziet hij honderden soldaten met Kalasjnikovs. Hij slaat een praatje met hen, en geeft hen te eten en te drinken. Ze trillen van angst, alsof ze hun dood tegemoet gaan. In de kazerne waren ze sinds het uitbreken van de opstanden in Tunesië en Egypte van de buitenwereld afgesloten geweest en hadden ze geen televisie mogen kijken. Ze zijn voorbereid op een enorme operatie waarin ze tegen gewapende terroristen zouden vechten.

Plots ziet Ahmed een zwarte Peugeot. Naast de bestuurder zit zijn vriend van de geheime dienst, voor het eerst met een Kalasjnikov in plaats van een gewoon pistool. Een teken aan de wand, denkt Ahmed. De geheime dienst jaagt hem weg. Ze willen elk contact tussen de lokale bevolking en de soldaten vermijden. De soldaten moeten immers geloven dat ze in Saraqeb terroristen zouden treffen, en niet gewone jongens zoals Ahmed.

Ahmed vraagt zich af waarom dit legerkonvooi aan de rand van stad gestationeerd is. De inwoners hadden toch niets gedaan dat zulke actie verantwoordde? Uiteindelijk, bij het vallen van de nacht, komt het reusachtige konvooi in beweging en rijden wel 200 tanks de stad binnen.

‘Er weerklinkt een schot van onze kant. Nochtans heeft niemand van ons wapens. Later zal ik begrijpen dat de geheime dienst het schoot afvuurt in de richting van de soldaten, om die laatsten het gevoel te geven dat ze effectief worden beschoten door terroristen. Ze zouden anders nooit willen schieten op ongewapende mensen. De geheime dienst heeft alles tot in de puntjes geregisseerd. Hoe meer schoten, hoe meer de soldaten in paniek zouden raken’, vertelt Ahmed.

11 augustus 2011: het moorden begint

11 augustus 2011 is een keerpunt. Die ochtend wordt Ahmed gewekt door het geluid van schreeuwende vrouwen en kogels. ‘Ik haast me bij het aankleden en vat post voor de deur. Zo kunnen ze me onmiddellijk arresteren zonder dat ze mijn vrouw en kind hoeven lastig te vallen. Maar de schreeuwen en de kogels sterven uit. Soldaten nemen uiteindelijk 200 mensen van mijn wijk gevangen. Ik ben blijkbaar nog niet aan de beurt, maar wachten op een onvermijdelijke arrestatie wordt zo ondraaglijk dat ik mijn lot liever vroeger dan later wil omarmen’, zegt Ahmed.

Toch beslist hij om naar Slowakije te vluchten. Jaren geleden kreeg hij al eens een visum voor dat land. Dankzij zijn contacten binnen het leger raakt hij voorbij de controleposten tot in Damascus, om het visum te vragen. Net zoals de vorige keer legt Ahmed een hotelreservatie en een terugvlucht voor, maar deze keer vermoeden de Slowaken dat hij als vluchteling in Europa wil blijven. Resultaat: geweigerd (lees hier het verhaal van Ahmed’s vlucht naar Europa).

Omdat Ahmed niet naar een ander land kan – de weigering staat met een stempel in mijn paspoort – geeft hij het idee om te vluchten op, tot zestig tanks de stad binnenvallen voor een nieuwe ronde geweld. ‘Wij bewapenen ons met professionele camera’s en draadloos internet, anderen met wapens uit Turkije en van corrupte Syrische soldaten.’

Opstand wordt oorlog

Ahmed filmt hoe soldaten van huis tot huis gaan en strijders van het Vrije Syrische Leger met Kalasjnikovs op de tanks schieten. Een sluipschutter probeert hem uit te schakelen. ‘Als een gek scheer ik weg op mijn motor, naar mijn vrouw en dochtertje, maar mijn eigen vader stuurt me weg. “Je brengt problemen mee. Shahed krijg je niet te zien”, zegt hij terwijl mijn dochtertje achter zijn rug komt kijken. Buiten adem geef ik haar een haastige kus en snel door de spookstraten weg. Had ik mijn meisje zonet misschien voor de laatste keer gezien?’

In de stad is inmiddels een stadsguerrillaoorlog uitgebroken. Met zijn wagen brengt Ahmed doden en gewonden naar het ziekenhuis, maar velen bloeden dood op zijn achterbank omdat legertanks de wegen naar ziekenhuizen versperren. ‘Het leger drijft ons in het nauw en de strijders hebben geen kogels meer. Ik verzoen me opnieuw met de dood. En toch, het moment van de overgave doet me opnieuw denken aan vluchten’, zegt Ahmed.

De vlucht

Op 18 april 2012 begint de rest van zijn leven. Ahmed legt zijn lot in de handen van smokkelaars. In Saraqeb stond hij al eens oog in oog met de dood in de gedaante van Syrische tanks, maar nu zal hij ook aan de Europese grenzen de dood in de ogen kijken. Een paar weken later kijkt hij aan tegen de leegte van zijn dagen in België. De machinegeweren, de tanks die artillerie vuren op mensen en winkels, ouders en kinderen die wegstuiven, het komt allemaal via Ahmeds beelden de mistroostige huiskamer van zijn OCMW-woning in het slaperige Oost-Vlaamse dorp Maarkedal binnen. Hij sterft haast van verdriet en verlangen naar zijn achtergebleven echtgenote en dochtertje.

Pieter Stockmans

Over Ahmed’s vlucht naar Europa lees je hier.
Bekijk hier het dossier Syriërs aan de grenzen van Europa.

Volg ons op en nodig ook je vrienden uit om mee te volgen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur